De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE MODERNE MENS EN DE EXPO

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE MODERNE MENS EN DE EXPO

8 minuten leestijd

Wereldtentoonstelling Brussel 1958. Een evenement in het culturele leven van vandaag. Geen wonder dat miljoenen de , , expo" hebben bezocht, een duidelijk succes dus.

Er zit stellig veel goeds in, dat men op zo'n overzichtelijke tentoonstelling kennis kan nemen van hoe het leven in de verschillende landen geleefd wordt en wat techniek en wetenschap de mensheid in deze tijd brengen.

Men kan er bezwaar tegen maken, dat bij dit laatste weinig blijk wordt gegeven van een besef, dat dit gaven zijn. Wat men ziet, wordt veelal geëtaleerd als menselijke prestaties zonder meer. Het geheel is zo wat neo-humanistisch, bijna in de geest van het cultuur optimisme vóór de eerste wereldoorlog: nog een klein rukje, en we zijn met ons wetenschappelijk en technisch kunnen in een ideale maatschappij aangeland.

Bijna, niet geheel. Het grove materialisme van de-mens zonder-God, dat zich in. de vorige eeuw geducht roerde, werkt weliswaar ondergronds nog rustig door, maar de waarde van het geestelijke en religieuze wordt nu toch wel minder duidelijk ontkend dan toen. Zo doet het op deze tentoonstelling goed, te zien hoe de Belgische protestanten in het kader van hun opleving in de na-oorlogse jaren een zeer verdienstelijk kerkelijk centrum hebben weten op te brengen dat zich in een grote belangstelling mag verheugen, terwijl ook het bijbelgenootschap zich niet onbetuigd laat.

En de moderne mens, die niet religieus is georiënteerd? Gaat die zich nog steeds aan het vorige-eeuwse optimisme te buiten? Neen, dat kan ook niet zonder meer worden gezegd. Het vertrouwen in de voortdurende vooruitgang van de menselijke beschaving is door twee wereldoorlogen ernstig geschokt.

Met het bereikbaar worden van de energie, die latent (verborgen) in de atoomkernen aanwezig is, komen ontzaglijk veel grotere krachten en vermogens voor de mens beschikbaar. Dat de techniek behalve ten goede ook ten kwade kan worden gebruikt, kon zonder atoomenergie door de niet religieus-gebonden mens nog wel worden beschouwd als een klein foutje in de ontwikkelingsgang der mensheid, een Schönheitsfehler, waarvan men kon aannemen dat het mettertijd wel kon worden verbeterd. Maar nu kan dat niet meer. Een verkeerd gebruik van atoomenergie heeft zulke ontstellende gevolgen, dat men die mogelijkheid niet meer achteloos weg kan wuiven. Men wordt erdoor bepaald bij waartoe de mens in het kwaad bij machte is, en wat hij onder omstandigheden ook werkelijk doet. En dat roept een gevoel van onzekerheid en angst op.

Niet, dat dit gevoel er vóór de atoombom nog niet was. Het was al ingeleid door de gestadige verzwakking van de binding van de Westerse mens aan religieuze en ethische normen. Maar het is zeer versterkt door het zich opgenomen weten in het krachtenspel tussen continenten zonder dat te kunnen beinvloeden of ontwijken, en door het bloot staan aan oorlogsgevaren van overeenkomstige afmetingen.

Nu worden deze angstgevoelens lang niet altijd en overal bewust doorleefd. Men ziet heus niet ieder met een angstig gezicht rondlopen. Toch zijn zulke gevoelens onderbewust meer dan vroeger aanwezig. Zij worden dan ook soms doelbewust „bespeeld". Een boekaankondiging van „De laatste dagen van Europa" van Hans Hellmut Kirst vermeldt: , , De roman is in zes dage ingedeeld. In zes dagen wordt de totale vernietiging van Europa een feit. In deze toekomstroman over de atoomoorlog geeft Kirst een verslag van de ondergang van Europa, waarbij de mens alles te niet doet wat hij in duizenden jaren heeft opgebouwd — en niemand ontspringt de dans " enz.

Deze boekaankondiging kwam mij in gedachten bij een bezoek, kort na het lezen ervan gebracht aan de Expo in Brussel.

Bij het Hollands paviljoen bevindt zich een bouwsel, door de beroemde Franse architect Le Corbusier in opdracht van Philips ontworpen. In dit hoogst merkwaardig gevormde gebouw wordt telkens gedurende acht minuten een voorstelling gegeven van ja, van wat? Een voorstelling pleegt toch iets voor te stellen, en wat men hier ziet en hoort, stelt — zo is de eerste indruk — niets voor. Le Corbusier, die behalve dat hij het paviljoen bouwde ook het vertoonde samenstelde, noemde het , , een electronisch gedicht waarin licht, kleur, beeld, ritme, geluid en architectuur zó samenspelen, dat het publiek op zeer bijzondere wijze de werkdadigheid van Philips ondergaat."

Voor de arme lezer, die dit moet zien te ontwarren, het volgende. Het woord „electronisch" betekent: betrekking hebbend op de electronica, een geleerd woord voor die wetenschap en techniek, die b.v. in uw radiotoestel wordt toegepast. Het betekent dus, dat de hulpmiddelen van die techniek ook werden aangewend bij wat in het Phi]ipspaviljoen wordt vertoond. Daardoor konden de meest merkwaardige licht en geluidseffecten worden bereikt, zoals het rondlopen van het geluid door de ruimte, en een opmerkelijke nagalm.

Wat , , vertoont" men nu met deze apparatuur? Een gedicht in de gewone zin van het woord , , iets dat rijmt", stellig niet. Men moet ten minste hier aan , , gedicht" een zeer ruime betekenis hechten, van , , uiting van schoonheid" of iets dergelijks. Of het als zodanig geslaagd is, kan in het midden worden gelaten. Men voelt eer een zekere bevreemding, later vermengd met een lichte huiver. Door de bontheid van het geheel wordt voorkomen, dat men zich op iets, van wat men ziet of hoort, zou kunnen concentreren. Er wordt geen beroep gedaan op het verstand, de rede van de mens, maar alleen op het gevoel. Er wordt niet betoogd, er worden slechts indrukken; , gewekt, in zo'n snelle wisseling en in zo'n primitieve vorm, dat de toeschouwer overblijft met gevoelers en instincten die ergens in zijn onderbewustzijn sluimeren. De angstaanjagende geluiden en geluidsopvolgingen die in dat stadium worden geproduceerd, doen er aan denken dat hier angstgevoelens worden geprikkeld, waardoor de kijker-luisteraar ondanks alle vreemdheid het gevoel moet krijgen: hier wordt wat vertoond, dat ondanks de zonderlinge vorm toch iets wil bloot leggen van wat er diep In mij leeft. En zo spreekt het geheel toch wel min of meer. aan.

Het valt ook op, dat er onder het publiek aanvankelijk wel gepraat en gelachen wordt bij het aanhoren en aanschouwen van al dat zonderlings, maar dat dit al , , beklemder" gaat klinken en tenslotte verstomt. Aan het eind is iedereen doodstil. En van de gezichten van veel kijkers is de beklemming min of meer duidelijk af te lezen.

Zowel het boek, waarvan hiervoor de aankondiging werd genoemd, als het herinneren aan primitieve vreesinstincten in het , , electronisch gedicht", zijn symptomen van een pessimistische trek in het tegenwoordige levensgevoel, die voor jaren duidelijk aan de Westerse mensheid werd voorgehouden in het hopeloos-trieste , , De gesloten deur" van Jean Paul Sartre. En dat bevredigt degene, die met het Woord Gods rekent, helemaal niet.

En waarom dan niet? In de Heilige Schrift wordt de mens toch ook getoond zoals hij is? Worden hem daar zijn mogelijkheden niet eveneens uit handen geslagen?

Stellig is hier een aanrakingspunt, maar ook niet meer dan dat.

In welk opzicht is de mens, ook de moderne mens, gebaat bij een aanwijzen van zijn diepste gevoelens, als daar niet wat bij wordt gezegd? Dan wordt de mens alleen maar naar zichzelf verwezen, en verder aan zijn lot overgelaten. De tegenwoordige mens schijnt wel belang te stellen in dat gewroet in zijn binnenste. Deze belangstelling bevredigen, omdat hij daar genoegen in heeft — over twintig jaar allicht weer niet! — is onvruchtbaar. Zulk doen breekt alleen maar af en bouwt niet op.

Calvijn schildert ons en onze vermogens in zijn Institutie zeker even somber, maar laat niet na, deze zelfkennis onmiddellijk ten nauwste te verbinden met de kennis van God. En dat is naar de Schrift, opdat wij geloven zouden en vrede hebben in Jezus- Christus.

Dan schrikt de mens niet alleen terug voor de kwalijke gevolgen van zijn kunnen, maar voor zichzelf in zijn aanhangen van het kwaad en in zijn opstand tegen God. Maar hij verneemt ook uit de. Schrift, dat er hulp besteld is bij een Held, 'op wie de Here al onze ongerechtigheid doet aanlopen.

Zeker kent ook de gelovige de toestand, dat banden des doods hem hebben omvangen en angsten der hel hem hebben getroffen, dat hij benauwdheid en droefenis vindt. Licht kent hij die nog wèl zo bevindelijk of „existentieel". Maar hij weet, dat er een genadig, rechtvaardig, ontfermend God is tot wie hij om bevrijding roepen mag. Hij weet dit niet uit wat hij  bij zichzelf vindt, maar uit het Woord, waarin hem dit van Godswege wordt geopenbaard; het Woord van goddelijke kracht, die alle krachten die ons nu ter beschikking staan of nog ter beschikking komen zeer ver te boven gaat.

De Heiige Geest schenke ons uit dat Woord die kennis van onszelf en van de Here, die ons de beloften van Zijn heil doet aangrijpen en doet rusten in Zijn wijze leidingen ook in het wereldgebeuren,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE MODERNE MENS EN DE EXPO

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's