De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

13 minuten leestijd

Van catechisatie en catechiseren — Interesse wekken — Een ander facet — Catechisatie en Godsdienstonderwijs — Stiefkind of troetelkind? — Het ijzeren gordijn en onze vrijheid — Gods eis — „Zangvogel op dode tak? " — Onze zending — Prof. Verkuyl en West-Irian — De synodale beslissingen van juni j.I. — Spreken en zwggen in de pers der Geref. Kerken — Prof. Banning's visie — „middenorthodoxe monoloog" — „Wat nu? " — 13 October e.k. — 2 Kor. 13 : 8.

Begin October, of ook de tweede helft van september, zijn in de meeste gemeenten de catechisaties aangevangen. In de , , agrarische sector" zullen nog wel gemeenten zijn in welke naar oude regel — zulks omdat de werkzaamheden op het land dan zowat geëindigd waren en het jaarlijkse huisbezoek eveneens achter de rug was — , , het onderwijs der kerk" wordt gegeven in de maanden tussen , , dankdag" en „biddag", maar voor het merendeel is men met catechiseren begonnen.

Afgaande op wat er in deze weken in de kerkelijke pers over dit onderwerp geschreven werd, zou men geneigd zijn te concluderen, dat catechiseren en blijven catechiseren een nogal hachelijke onderneming is voor de kerk. In een wijkgemeente in Den Haag hield de predikant een enquête om te weten te komen, voor welke onderwerpen zijn leerlingen zich zoal interesseerden. Ook werd een proef gewaagd om ze naar verschillende kerken te laten uitzwermen één of meer zondagen. Ze moeten het gehoorde, de preek dus, in hoofdzaak , , verslaan"; verder ook het bijzondere in het kerkelijk leven daar; inrichting van de dienst en de gang van het kerkelijk leven en zo maar meer.

Daarna zal door een Forum uitgemaakt worden wie het beste verslag gaf en de uitgeloofde prijs heeft verdiend. Zo ongeveer las ik in , , Weekbulletin" van , , Hervormd Persorgaan", 14e jaargang, no. 36.

Nu moet men niet direct zijn critiek inzetten op dit, , nieuwe". Er is zeker wel bedenking te maken tegen het „uitzwermen" naar verschillende „diensten", wanneer dit niet onder leiding en naar aanwijzingen gaat, doch hier is een poging om interesse te wekken voor „geestelijke waarden" om het heel algemeen te zeggen, bij jongeren, die dreigen meegesleurd te worden met de stroom van perverse genietingen in het leven van vandaag. Ook tracht de , , catecheet" op deze wijze de catechisatie wat aantrekkelijker te maken. Een poging om het „kerkelijk onderwijs" bij de jongeren een kans te geven; en het te zetten midden in deze kolkende tijden; en te laten zien, dat Gods kerk in zulke tijden leiding heeft te geven, wil geven en daarvoor een woord heeft uit het Woord, Zo gezien is m.i. een dergelijk pogen te waarderen; zij het dan als kader, als vorm, om op deze wijze het essentiële, het wezenlijke, wat de catechisatie moet geven, aan de harten der jongere generatie te betuigen.

Het bovenstaande heeft nog een ander facet. Daar moet ik ook de aandacht op vestigen. Pogingen als boven vermelde om interesse voor de catechisatie te wekken — er zouden meerdere zijn te noemen, welke hetzelfde beogen —; laten zien hoe ontstellend ver de gemeenten gezonken zijn beneden het peil, dat er inzake de naleving van de doopbeloften moet zijn.

En dit betreft niet de gemeenten der , , midden groepering" of der vrijzinnigheid, maar wel degelijk ook de onze. Het is bij ons niet meer zo, dat uit onze gezinnen de jongens en meisjes geregeld komen en voor de catechisatie willen werken. Dat moge op het platteland in verschillende streken nog wel zo zijn, in overgrote delen van ons lieve vaderland, vooral waar de industrie haar intrede deed en in de steden, is het gans anders. Cursussen, avondschool, ja wat niet al, dat tot vorming en toerusting van de jongere generatie voor het arbeidsproces wordt ingesteld en aangewend., leggen een dusdanig böslag op de vrije tijd, dat er, naar men het doet voorkomen, geen tijd meer voor de catechisatie rest.

Nu valt het met de tijd, als men een onderzoek instelt, heus wel mee, maar met de wil om er van te maken, wat men kan, helaas niet. En wie men nog krijgt, hebben doorgaans geen zin om echt te leren. En zo zijn we bezig een geestelijk analfabetendom te kweken.

Verschillende onzer predikanten hebben een andere, een meer aantrekkelijke catedhisatiemethode dan de bestaande, gegeven, — ik denk aan wat ds: van Sliedrecht het licht deed zien en dezer dagen ds. Spilt — maar of het de verbetering gaf, welke gewenst is, kan ik niet beoordelen. Ik hoop het, ben echter niet optimistisch.

Er is ook een categorie onzer jongeren, welke op kweekschool, christelijk lyceum en hogere burgerschool en gymnasium godsdienstonderwijs ontvangt. Zij, en de ouders, menen, dat dan geen catechisatie nodig is. Die jongeren ontvangen eigenlijk dat onderricht reeds. Maar dan dwaalt men toch schromelijk. Het „onderricht der kerk" moet dienen om de onmondige leden der gemeente onder de zegen Gods te leiden tot mondigheid, m.a.w. tot belijdende leden der gemeente. Daarvoor is de „belijdeniscatechisatie" het sluitstuk in de reeks. En ja, met die catechisatie is nog wel iets tot fundering in de waarheid Gods te bereiken. Doch de Heidelberger catechismus kan dan niet meer behandeld worden, gelijk het dient. De tijd is te kort. Hier wreekt zich een hiaat. Dit, dat men, wanneer het tegen de tijd, dat de militaire dienst in zicht komt, ook al behoeft men niet „onder dienst", de catechisatie niet meer bezoekt. Zo blijven de jongens van circa 20 jaar weg. De meisjes houden het wel wat langer vol. Dan stopt men, tot men om verschillende reden zich al of niet opgeeft voor belijdeniscatechisatie.

Ook de leerkamers zijn vaak alles behalve ingericht naar de eisen van deze tijd. Vergelijk ze maar eens met nze tegenwoordige, zonnige en gezellig ingerichte schoollokalen. , , Drie en een halve eeuw ten achter", moet volgens „Trouw" een scribent in , , De Wekker" hebben verzucht. U ziet, er is over heel de linie van het veelkleurige kerkendom in Nederland een onbehaaglijkheid over de catechisatie.

Natuurlijk zijn er bij ouders en catecMsanten ook wel klachten over de predikanten. De een is te streng, de ander te goed, een derde heeft niet de juiste aanpak, een vierde ontbreekt de nodige paedagogische tact, en zo maar meer. Ik zeg niet, dat alles hier uit de lucht gegrepen is. Ze zullen meer of minder er ook wel debet aan zijn, dat de catechisatie het stiefkind en niet het troetelkind der gemeente is. En er zullen wellicht ook zijn, die niet ten volle de raad van prof. Berkelbach van de Sprenkel opvolgen, als hij zegt — ik meen in zijn werk over catechetiek —: , , Laat dan maar andere dingen lopen, want om de volgende generatie tot de nabijheid van Christus te brengen, is belangrijker dan wat ook". Maar het geldt waarlijk niet allen!

Eén ding moet mij in dit veriband van het hart. In de landen, waar het communisme heerst, wordt de kerk op allerlei wijze belemmerd in haar arbeid. In de nieuwe rubriek „Echo", in de K.R.O. werd gemeld, dat communistisch China niet had geantwoord op de pauselijke encycliek over de vervolgingen der kerk aldaar. En „Katholiek nieuws" wist mede te delen, dat de Poolse regering met ingang van 1 October j.l. had besloten, dat door de radio geen missen meer mochten worden uitgezonden. Het communisme gaat door en wint veld, ondanks dat het referendum in Frankrijk, dat bij de overweldigende meerderheid vóór de Gaulle uitviel, een teruggang van het communisme uitwees. Wij kunnen nu nog vrijelijk en onverhinderd kerkelijk leven. Hoe lang nog? Het antwoord op die vraag ligt in Gods Raad. Doch ons houdt de Here in Zijn Woord voor de eis, welke we met ede, onze belofte bij de Doop, aanvaard hebben: , , Leer de jongeling (lees er maar voor de jongere generatie, uw kroost) de eerste beginselen naar de eis zijns wegs, als hij oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken". , , God is een man van Zijn Woord", zei Kohlbrugge. Hij vraagt het ook van ons. Wij hebben geen leerplicht voor de catechisatie. Wij hebben meer: het bevel Gods.

„Trouw, d.d. 27-9-'56 gaf een artikel van de hand van dr. J. C. Gilhuis, onder het hoofd: , , Zangvogel op dode tak? " Die woorden, onderschrift onder een penseeltekening, vormen het telkens terugkerend motief van een roman, welke handelt in Shanghai. Over dat boek nu verder niet. Dr. G. stelt met het oog op de Zending de vraag, of deze zo langzamerhand door alle moeiten en révoltes niet begint te gelijken op een „zangvogel op dode tak", en evenals , , andere westerse activiteiten" uit het oosten moet verdwijnen. Zijn antwoord is een pertinente ontkenning. Dat is ook ons uit het hart gegrepen. Niettemin, de zending in het algemeen en ook de onze, maakt moeilijke tijden door. Op de jaarvergadering van onze G.Z.B., september j.l. in Utrecht gehouden, heeft men daarvan kunnen horen en ook het verslag in de pers. heeft daarvan niet gezwegen. De vraag is gesteld of de tijd niet gekomen is, dat wij ons uit Celebes moeten terugtrekken om een ander terrein te zoeken. Het besluit daartoe is niet genomen. Dat kon ook moeilijk, gezien de huidige situatie waarin de Toradjakerk verkeert. Die baart zorgen.

Met dank aan onze God werd vermeld, dat de kerk onder de druk groeit, zich gestadig uitbreidt, en meer en meer naar zelfstandigheid voortschrijdt. Als zo de zegen des Heren over die kerk mag blijven uitgaan — en daar zij onze bede bij voortduur om opgaande — zal de tijd komen, dat onze G.Z.B, op een ander terrein zijn werk zal moeten voortzetten. Er is wel eens sprake geweest van Nieuw-Guinea. Het is maar een gerucht en doet nu minder ter zake. Het Hoofdbestuur zal te zijner tijd wel een nieuw arbeidsveld weten aan te wijzen. Doch Nieuw-Guinea speelde me door het hoofd, doordat ik las van wat prof. Verkuyl, een der Nederlandse professoren aan de Theologische Hogeschool te Djakarta op een bijeenkomst belegd door , , Kerk en Vrede" over West-Irian, zoals hij en meerdere zendingsmensen Nieuw Guinea plegen te noemen, heeft gezegd.

Uit zijn rede bleek overduidelijk, dat hij voor overdracht van het eiland — voorzover dan als het Nederland toebehoort — aan Indonesië is. Die uitspraak heeft de noidige deining veroorzaakt in de Geref. Kerken en in politiek-christelijke kringen. , , Trouw" heeft er een hoofdartikel aan gewijd, waarin stelling werd ingenomen tegen prof. Verkuyl en diensi standpunt afgewezen, waarvan acte.

Prof. Verkuyl, die met de hem eigen vurigheid en overtuigdheid zijn gevoelens uitdroeg, is niet de enige onder de zendingismensen, die de overdracht van West-Irian bepleiten. Het schijnt, dat in meerdere zendingskringen, welke zo nauw betrokken zijn bij het werk in Indonesië het een communis opinio, een algemeen aangehangen gevoelen is en wordt, dat Nederlands afstand van Nieuw Guinea, de weerstanden in Indonesië dusdanig zou wegnemen, dat de arbeid der zending er bijzonder door gebaat en bevorderd zou worden.

De juistheid of onjuistheid van dit inzicht willen wij niet beoordelen. Het is ook niet nodig. We moeten deze materie aan de regering overlaten. Zij heeft haar inzicht en standpunt genoegzaam kenbaar gemaakt en de volksvertegenwoordiging wijdt er ook telkens haar aandacht aan. Inzichten kunnen wijzigen. Maar ondanks alle eventuele veranderingen, zal toch blijven, wat ook in de betreffende zendingsgebieden in het Oosten is uitgesproken, dat men daar de hulp der westerse christenheid niet kan ontberen.

Zo zij het aan de zending gegeven om daar nog immer te zingen , , het lied van Jezus de Here". Zo zal ze welluidend en machtig kunnen weerspreken in woord en daad, dat zij zou zijn „zangvogel op dode tak".

***

Het besluit der Generale Synode onzer kerk, betreffende openstelling der ambten van ouderling en diaken en dat van dienaar des Woords in bepaalde gevallen voor de vrouw en de , , nadere verklaring" door haar gegeven, hebben verschillende reacties in en buiten de kerk opgeroepen.

De pers der Gereformeerde Kerken had over het algemeen nogal waardering voor die uitspraak der Synode inzake de , , grenzen van het belijden". Daarentegen riep de beslissing inzake de vrouw en het ambt in genoemde pers weinig of geen critiek op. Men nam dit besluit, dat in onze Herv. Geref. kringen fel verzet opriep, betrekkelijk kalm op. Sommigen in onze kring zijn van mening, dat het geen tien jaar meer zal duren, dat in de Geref. Kerken de ambten voor de vrouw zijn opengesteld en men ook daar vrouwelijke predikanten op de kansel zal zien. Voorspellen is altijd en ook hier een precaire zaak. Uit spreken en zwijgen in de geref. pers inzake genoemde besluiten, zou misschien wel te concluderen zijn, dat, indien door de „nadere verklaring" de vrijzinnigheid in haar hartader ware aangetast, en daarmede een grote belemmering voor samensnoering van beide kerken voor de „gereformeerden" waren weggenomen, het , , besluit inzake openstelling der ambten voor de vrouw de gescheiden broederen niet zou verhinderen vastere stappen tot vereniging te doen. Maar hiermede zijn we in de sfeer der veronderstellingen.

En met veronderstellen dienen we voorzichtig te zijn.

Prof. Banning is niet erg gelukkig met de „nadere verklaring". Hij spreekt in dit verband van een „midden-orthodoxe monoloog". De dialoog is zijn ideaal. De dialoog, het gesprek, waaraan dan alle modaliteiten hun bijdrage moeten leveren. Hij ziet door deze „monoloog" het gesprek op een dieptepunt gekomen en is ten opzichte van zijn herleving zeer pessimistisch. Over de aanneming van de „verklaring" zegt hij: „Het is thans, voldoende bekend, dat de Synode heeft gewerkt onder de bedreiging dat de rechtse vleugel bij aanneming van de vrouw in het ambt althans voor een deel de vergadering zou verlaten. Toen dat niet gebeurde (waarvoor hulde aan de mannen van rechts) ontstond een merkwaardige psychologische situatie, waarin allerlei theologische bezwaren tegen de voorgestelde „verklaring" geen stem meer konden krijgen Op grond van deze merkwaardige psychologische situatie is de aanneming met algemene stemmen een feitelijke verhulling van de werkelijke situatie en krijgen we als resultaat het omgekeerde van wat is bedoeld: men bedoelde verheldering, resultaat is vertroebeling" (Woord en Dienst" d.d. 6 septemlber 1958).

Ds. L. Kievit bespreekt in het jongste nummer van „Theologia Reformata" onder het hoofd „Uit de Kerk" de procedure van de aanneming van de voorstellen inzake , , de vrouw in het ambt". Een rustig en waardig stuk over deze zaak.

In antwoord op de vraag: , , Wat nu? " luidt het advies: „De zaak blijvend aan de orde stellen". En verder? „Er is herhaaldelijk gesproken over een elkaar vasthouden. Maar waarom maakt men ons dat zo moeilijk? En wat betekent elkaar vasthouden, wanneer wij elkaar niet meer kimnen vinden bij het Woord Gods!"

Wanneer „elkaar vasthouden" meer dan een frase, laat men dan ter Synode de gemeenten, die naar de Schrift en wat zij conform die Schrift belijden met de Confessio Belgica, tegen de vrouw in het ambt zijn, een weg geven, waarin zij „onverhinderd" kerkelijk kunnen leven, , , predikende het Koninkrijk Gods en lerende van de Here Jezus Christus" (Handelingen 28 : 31). Dat betekent meer dan wat het , , begeleidend schrijven" inhield, dat aandrong op soepele toepassing van het genomen besluit.

„Wat nu? ", die vraag zal ook wel 13 October e.k. op de vergadering met ambtsdragers, de vergadering belegd door het Hoofdbestuur van onze Bond in de een of andere vorm gesteld worden,

Onze Here God geve in die samenkomst rijkelijk het licht des Woords en de leiding van de Heilige Geest aan Hoofdbestuur en vergaderenden, opdat er een Schriftuurlijk gefundeerd antwoord gegeven kan worden op de ^raag, hierboven gesteld.

En het Woord, door de Heilige Geest ons gegeven door Paulus — ook ds. Kievit verwijst naar dat woord — zij richtsnoer: „Want wij vermogen niets tegen de Waarheid, maar vóór de Waarheid" (2 Kor. 13 : 8).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's