De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRISIS EN GERICHT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRISIS EN GERICHT

6 minuten leestijd

Als wij ons niet vergissen, is de tijd voorbij, dat iedereen het woord krisis in zijn mond nam: de moderne cultuur in krisis, de kerk in krisis, de dienst des Woords in krisis, ja er werd gesproken over de krisis der Reformatie. De krisis duurt inmiddels voort en dat laat zich ook wel gevoelen, maar men schijnt een beetje genoeg te hebben van deze uitdrukking. Misschien ook oefent het gevoel zijn invloed daarop uit, dat een krisis eigenlijk een beslissend hoogtepunt is, zoals bij een ziekte. Als de krisis er dan ook is, volgt genezing, althans een hoopvolle verandering, of ineenstorting.

Zo is het echter met de krisis, waarin wij vandaag verkeren, niet. Niet met de krisis der kerk en niet met de krisis van de dienst des Woords. Deze beide laatste uitdrukkingen zijn van een Schotse dominé. Ik laat in het midden, of het eigenlijk wel juist kan zijn van de krisis der kerk en van de krisis van de dienst des Woords te spreken, maar de bedoeling is duidelijk. Het gaat in de kerk niet goed en wat dienst des Woords moest zijn, is het dikwijls niet.

Wij voor ons menen, dat al die ver­schijnselen van krisis teruggebracht moeten worden tot de algemene toestand, waarin het menselijk geslacht verkeert. Heel ons leven staat in het teken van krisis, maar dat treedt niet altijd op dezelfde wijze aan de dag.

Iedereen ziet en ervaart het op zijn tijd en toch nemen wij veeltijds deze werkelijkheid niet ernstig. Integendeel, wij dansen in het aangezicht van de dood, zoals Tagore, een Oosterse wijze, het uitdrukt. Wij nemen zelfs de dood niet ernstig, hoezeer hij het onverbiddelijke teken is van het gericht, waaronder wij leven.

Of gericht wat met krisis te maken heeft? Wel, krisis is het oordeel, dat wij ons zelf op de hals halen. Krisis is niet toevalligheid of lot, zodat wij er eigenlijk niets aan kunnen doen, en het maar zo goed mogelijk dragen moeten. Het gaat waarlijk niet om een beetje meer of een beetje minder fortuin, dat ons te beurt valt. Het gaat om het leven, om leven of dood, om het hoogste goed, de zaligheid Gods, of een steil verderf.

Wij merken dikwijls de felheid van de krisis en de ernst niet op, omdat de zon opgaat over de aarde en God regent over bozen en goeden, zodat er nog licht is en de aarde uitspruit.

Dat is genade te midden van het gericht. Velen worden daardoor eer verblind voor de tekenen van het gericht dan aan de ernst van de krisis ontdekt.

Krisis gericht, zo zeiden we. Dat is de uitwerking, het oordeel. Maar krisis is eerst scheiding, een daad van scheiding, zodat men in het oordeel valt.

De grote krisis, waarover wij spreken, bepaalt ons bij de zondeval. Door de ongehoorzaamheid van èèn mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood. En de dood is doorgegaan tot alle mensen. (Vgl. Rom. 5:12)

Ongehoorzaamheid, dat is niet alleen de oorzaak van de krisis der mensheid, maar de krisis zelf. Ons leven ligt onder het oordeel Gods. De krisis der ongehoorzaamheid werkt door en treft ons allen.

Edoch over de mensheid in krisis is de zon der genade opgegaan naar het woord der Schrift: de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen. (Titus 2:11) Dat neemt het gericht niet weg, maar het Evangelie predikt de Christus als de weg ter ontkoming aan het gericht. Immers het is een kracht Gods tot zaligheid. Het Evangelie doet Goddelijk licht schijnen in onze duisternis. En de geschiedenis gewaagt van tijden, waarin de overwinnende kracht der genade het ganse leven aangrijpt en vernieuwt. Wij denken aan de duizenden, die toegebracht werden tot de gemeente der oudste Christenen, aan de triumf des Woords in de geschiedenis van Europa, inzonderheid aan de dagen der reformatie.

Ondanks de verbreiding van het Evangelie over de gehele aarde, zijn er toch nog millioenen, die onwetende van de weg der genade in de grond der zaak ook in onwetendheid wandelen aangaande de situatie van ongehoorzaamheid en oordeel, waarin zij verkeren en omkomen.

Doch, hoe nu te oordelen over het Westen, dat allerwegen in zijn cultuur de tekenen vertoont van de kennis van de openbaring der genade in Christus Jezus, zó zelfs, dat in het begin dezer eeuw de geestelijke en zedelijke normen van Christelijk geloof nog algemene gelding hadden, terwijl sedert dien een ontstellende ontkerstening is ingetreden.

Deze terugval in heidense ongehoorzaamheid kan zich niet beroepen op onwetendheid, doch het gericht wordt verzwaard over degenen, die het geweten zullen hebben en niet gedaan.

Nieuwe ongehoorzaamheid, loslating van het Evangelie der genade, verachting van Gods Woord, een toestand van verharding en onverschilligheid kondigen zidh aan als de boden van het gericht. Is in de ontkerstening op zich zelf reeds niet een Godsoordeel en teken van het gericht, dat gaande is?

Krisis en kritiek zijn ook verwant. In kritiek is men bezig te scheiden en te oordelen. Daarom is kritiek in goddelijke zaken zo gevaarlijk. Het valt niet te ontkennen, dat de afval in onze dagen mede en wellicht voor een groot deel te wijten is aan de kritiek op de Heilige Schrift. Zij is onderworpen geworden aan een kritiek, die niet kon nalaten haar goddelijk gezag in brede volkslagen te ondermijnen. Een kritiek, welke een gemakkelijke en gewenste verontschuldiging bracht voor de ongehoorzamen,

Deze ontaarding laat haar invloed ook gevoelen buiten de kerk, zij het niet in de eerste plaats, daar zij het eerst in de kringen der theologen en predikanten aanhang vond en bevorderd werd, zodat zij haar verderfelijke werking binnen de kerk het eerst aanving en dat in een tijd, toen eigenlijk iedereen nog bij de kerk behoorde.

Dit is heel droevig, want de harde werkelijkheid is, dat in de afval van het geloof, dat de heiligen is overgeleverd, het gericht openbaar wordt over ontrouw en ongehoorzaamheid, waartegen de kerk geroepen is te waken.

De ervaring leert echter, dat de kerk niet alleen in gebreke is gebleven, wat deze roeping aangaat, maar, dat zij aan deze afval heeft medegewerkt en mede schuldig is aan de ongehoorzaamheid, waartoe zovelen zijn verleid.

Dat blijkt wel het duidelijkste daaruit, dat de leidende organen zelf niet meer het onderscheid tussen gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid aan de Heilige Schrift schijnen te weten en het oordeel daaromtrent kwijt zijn. Hoe anders moet men verklaren, dat voor- en tegenstanders van de toelating van de vrouw in het ambt aanspraak maken op de waardering van gehoorzaamheid, hoewel de èèn zich daarbij beroept op de duidelijke uitspraken der Schrift, terwijl de ander deze niet laat gelden, ondanks die duidelijkheid, en toch niet van ongehoorzaamheid wil horen.

Dit is wel het meest sprekende symptoom van het gericht, dat bezig is zich over de kerk te voltrekken en dat roept om bezinning en bekering, opdat het licht niet ganselijk van de kandelaar worde genomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRISIS EN GERICHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's