De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE DORDTSE LEERREGELS

9 minuten leestijd

HOOFDSTUK II. ARTIKEL 4. En deze dood is daarom van zo grote kracht en waardigheid, omdat de persoon, die dien geleden heeft, niet alleen een waarachtig en volkomen heilig mens is, maar ook de enig geborene Zone Gods, van één zelfde en oneindig wezen met de Vader en de Heilige Geest, zodanig als onze Zaligmaker wezen moest. Daarenboven, omdat Zijn dood is vergezelschapt geweest met het gevoel van de toorn Gods en van de vloek, die wij door onze zonden verdiend hadden.

L. VROEGINDEWEIJ

Het sterven van de Zoon Gods is een enige en volmaakte offerande genoemd van oneindige kracht om de zonden te verzoenen. Dat is van grote betekenis. Het is immers hierom te doen, dat de verslagen zondaar tot het zekere weten komt, dat ook voor hem in Christus een volkomen genoegdoening is. Is er enig middel, zo vraagt hij, om de straf te ontgaan? Maar dan moeten we eerst bedenken, dat God wil dat aan Zijn gerechtigheid genoeg geschiede. Is er enig middel, dat aan de gerechtigheid genoeg doet? Ja, zegt artikel 3, de dood van de Zoon Gods is overvloedig genoegzaam om aan Gods gerechtigheid te voldoen. Dus als nu een verbrijzeld zondaar dit leest is hij klaar? Hij mag aannemen, dat er zo'n middel is. Het wordt hem gepredikt. Er wordt bij hem op aangedrongen, dat hij dit middel, d.i. Christus zelf, zal aannemen. Wat moet hij nog meer? Daar mag zelfs sterk op aangedrongen worden, dat hij gelooft in Christus. En toch gaat het niet. Het zou genoeg moeten zijn, maar het is niet genoeg. Calvijn heeft daar leerzaam van gesproken. Hij schrijft in III 2.33: En dit naakt en uitwendig betoog en bewijs van Gods Woord behoorde ten volle genoeg te zijn om ons te doen geloven, indien onze blindheid en hardnekkigheid zulks niet verhinderde. Ons verstand is zo zeer genegen tot ijdelheid, dat het Gods waarheid nimmer meer kan aanhangen en zo bot en stomp, dat het Gods licht niet kan aanschouwen. Derhalve wordt er door het Woord zonder de verlichting des Heiligen Geestes niet met al uitgelicht. Waaruit ook blijkt dat het geloof des mensen verstand en bereik verre overtreft. Het is ook niet genoeg, dat het verstand door Gods Geest verlicht is, tenzij dat ook het hart door Zijn kracht versterkt en ondersteund wordt".

Om twee redenen kan dus de mens van nature niet tot het ware geloof komen uit en van zichzelf. Ons verstand is bot en stomp en genegen tot ijdelheid en het is te klein. Het geloof ligt buiten ons bereik. Wat gebeurt er nu in de mens, die tot het geloof gebracht wordt? Calvijn schrijft: , , Wanneer wij getrokken worden, worden wij met ons verstand en gemoed boven ons eigen verstand opgevoerd en verheven. Want de ziel, van Hem verlicht zijnde, verkrijgt en ontvangt als 't ware een nieuwe scherpzinnigheid, waarmede zij de hemelse verborgenheden bemerkt, door welker glans zij voorheen in haarzelf verblind werd. En als het verstand des mensen alzo door 't licht des Heiligen Geestes beschenen is, zo begint het alsdan eerst waarlijk te smaken de dingen die tot het Rijk Gods behoren".

En anders, hoe is het dan? Calvijn schrijft: „Het Wooid des Heren is wel dengenen, die het gepredikt wordt gelijk een zon, die iedereen beschijnt, maar zonder enige uitwerking voor de blinde. En wij zijn al , te samen in deze blind van natures daarom kan het Woord in ons hart niet doordringen, tenzij dat de Inwendige Leermeester, te weten de Geest, door Zijn verlichting de toegang bereidt". Zo liggen de zaken en dat is onder ons gelukkig nog gemeengoed. Maar dit neemt niet de noodzakelijkheid weg om Christus aan te prijzen.

Het eenvoudige verklaren en uitleggen van wat Christus Jezus heeft gedaan is al zo'n nuttige zaak. Zo is het ook in ons artikel. De vraag kan een verslagen zondaar gemakkelijk stellen: waarom  de dood van Christus van zo grote kracht en waardigheid? In het antwoord wijst artikel 4 hierop, dat de Zone Gods kon lijden, omdat Hij een waarachtig mens was. Het is hier wel .de plaats om de vraag aan te snijden of nu ook gezegd kan worden dat de Zoon Gods geleden heeft. Dan zullen wij moeten antwoorden, dat de Zoon van God in het vlees geleden heeft. Onze Here Jezus Christus was God en mens. Zoals Hij op aarde was, noemt de Vader Hem Zijn Zoon: „Deze is Mjn geliefde Zoon, hoort Hem". Van de Zone Gods lezen wij, dat Hij de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen. Was Hij dan niet meer God? Moeten wij Joh- 1 : 14-20 verstaan, dat het Woord vlees geworden is en opgehouden heeft God te zijn? Dat zij verre. Christus heeft bij de vleeswording zijn Godheid niet afgelegd, maar verborgen voor , een tijdlang. Calvijn schrijft: Hij heeft Zijn heerlijkheid voor der mensen ogen afgelegd, „die niet verminderende, maar verbergende".

Zo hing de Zone Gods aan het kruis. Een geweldige gedachte. In artikel 21 van de Ned. Geloofsbelijdenis staat: „Want er is geschreven, dat de straf die ons de vrede aanbrengt, op de Zone Gods was". Aan het kruis hing de Zone Gods in het vlees.

Dit kunnen wij niet begrijpen. God kan niet lijden. En toch leed de Zone Gods, maar in het vlees. Dat vlees had Hij aangenomen om te kunnen lijden. Naar Zijn Godheid kon Hij niet lijden. Maar Hij was God en mens in één Persoon. Zo leed de ene Persoon naar Zijn mensheid, waarbij de Godheid Hem ondersteunde. God de Vader heeft niet geleden. Wij willen verre blijven van het patripassianisme, de voorstelling dat de Vader geleden heeft. Wij houden ons ook angstvallig ver van het Theopaschitisme. God blijft God in het lijden van Christus en mens blijft mens. Maar de Zone Gods heeft zich verborgen in Zijn mensheid. Christus is God gebleven, maar heeft zich omhangen met de nederigheid van het vlees. En in dit Zijn vlees heeft Hij geleden. Ook hier geldt van de kerk: , , In al hun benauwdheden was Hij mede benauwd." Daar nu ligt de troost van 's Heren volk. Het is de ere en het ambt van de Heilige Geest om de armen en ellendigen de blinde ogen te openen voor deze Christus door middel van de prediking. Hoe beter de prediking is, hoe makkelijker de Heilige Geest het heeft, als ik dat zo zeggen mag.

Maar nooit kan de prediking de taak van de derde Persoon overnemen of van Hem wegnemen. Dus is daar de verloren zondaar. Maar als de Heilige Geest door middel van het Evangelie zijn verstand verlicht mag hij zien dat de offerande van Christus voor Hem genoegzaam zou zijn. ook al had hij de zonden der gehele wereld. Hij is een mens en God wil, dat de mens de straf drage. Welnu, Jezus was een mens. De Zone Gods heeft in het vlees, in het menselijk vlees en in de menselijke ziel — om dit er ten overvloede bij te voegen — geleden. Hij hoefde niet voor zichzelf te lijden. Hij heeft wel de menselijke natuur aangenomen, doch niet de erfzonde. Deze is door de Heilige Geest zorgvuldig van Hem geweerd. Voorts heeft Hij geen zonde gedaan en is er geen bedrog in Zijn mond geweest. Hij was volkomen heilig als mens. Daar hangt Hij toch aan het vloekhout der schande. Zie het Lam Gods, zondaar. Overdenk, wat gij over Hem hoort. Span u in om te zien. Bidt om de verlichting. Leef naar het licht dat u reeds hebt. Daar hangt de Heilige. Voor wie hangt Hij daar? Voor één mens? Ziel voor ziel? Het is veel meer. Hij is de eeuwige Zone Gods. Wat Hij doet en lijdt heeft een oneindige waarde. Een offer van ƒ 10, — is veel, een offer van ƒ 100, — is meer, maar een offer van een oneindig getal goudstukken overtreft alles. Een duif ten offer is veel, een schaap is in waarde meer, een hekalombe staat daar weer boven, maar als de koning sterven wil voor zijn land, dat is veel meer en wat is dan de waarde en de kracht van het offer van de Zone Gods? Elke vergelijking is ijdel. Het is overvloedig genoegzaam om aan de toom Gods te voldoen. Die toom heeft de Zone Gods in het vlees gedragen. Gods verbrijzelde volk voelt het ongenoegen Gods. Zij zal die last des toorns eeuwig moeten dragen.

Wie zal die prijs der ziele, dat rantsoen,

Aan God in tijd of eeuwigheid voldoen?

Christus heeft het rantsoen betaald! God wil, dat wij in de Zoon geloven en Hem als ons offer der Vader voorstellen. Hij vraagt aan het blinde volk, wien de ogen geopend zijn: Zijt gij met Mijn Lam tevreden?

En de mens, die verlicht is, antwoord:

„Niets o Jezus dan Uw bloed.

Geeft ons vrede voor 't gemoed."

Bij wie mag nu elke prediker bijzonder aandringen, dat zij geloven zouden, dat het Lam Gods voor hen geofferd is. Bij de spotters en verachters van het Woord? Bij de heiligen en reinen in hun eigen oog? Bij de deugdzamen en eigengerechtigen? Het Evangelie is alleen voor zondaars! Het wordt alleen aan armen verkondigd! Welke armen? Die één plante met Hem zijn geworden in de gelijkmaking van Zijn dood, dus die ook aan het kruis hangen en die van de Vader vervreemd zijn en die de vloek door hun zonden verdiend hebben en die dat kruis niet willen noch kunnen ontlopen. Genade wordt altijd nog op het schavot geleerd. Kan de wereldling, de onverbrijzelde, de rustige godsdienstige man niets leren bij het aanschouwen van dit offer van de Zone Gods, dat van zo oneindige waarde is? Zij kunnen er hun onmacht leren. Een der ouden krijgt nog even het Woord: , , 0 mensen leer uit het offer van Jezus uw onmacht kennen. Waart gij machtig om door doen en plichten uw vorige schulden te betalen en het recht op de hemel te verkrijgen, zo zou God immers Zijn Zoon niet voorgesteld hebben tot een betondng van Zijn rechtvaardigheid. Dan was er geen Jezus van node. Och dat gij- ontdekt mocht worden, hoe gij het zoekt in uzelf, in uw godsdienstplichten, in uw eerlijkheid en natuurlijke oprechtheid. God moet u dat doen zien.

Derhalve is er geen andere naam onder de hemel gegeven, waardoor gij zalig kunt worden. En dit is het enigste middel en de enigste raad en weg, dat gij toch aanhoudt bij de troon, dat God u eens recht doe zien, dat gij zo ellendig en verdoemenswaard voor God zijt en wat ellenden u over het hoofd hangen: de brandende toorn van God als een vuur dat niemand zal kunnen blussen. En dan naar Jezus heen. Hij roept: bij Mij mensen (en kom) van de Libanon of. O, dit is Gods werk, uw banden los te maken en u tot Hem te brengen.

L.V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's