De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

13 minuten leestijd

Tienjarig bestaan van „Zwingli" — „Zwarte Donderdag" — Getemperd optimisme — „Geval Buitenpost" — „Overbevolking" — Humanisme en wetenschap — Uit de Synode van Bunschoten-Spakenburg — Ds. Delleman over „de vrouw in het ambt" — Protestants coelibaat? — Paus Pius XII t — Reformatie en Pausdom.

De Zwinglibond — de officiële naam schijnt te zijn: , , de (principieel vrijzinnige christelijke) Zwinglibond" — heeft in het „week-end" rondom 28 september j.l. een speciale conferentie belegd. Dat was met het oog op het tienjarig bestaan van die bond. Hij werd nl. 28 september 1948 in het leven geroepen; zulks met het oog op de toen reeds op stapel staande nieuwe kerkorde, welke, om in de beeldspraak te blijven, 1 mei 1951 te water werd gelaten. Het openingswoord van de voorzitter, ds. H. van Lunzen (Odoorn) was nog al in een optimistische toon gezet, en dit ondanks de „zwarte Donderdag", welke benaming hij gebruikte voor de dag (28 juni 1958), waarop de Generale Synode der N.H.K. de , , nadere verklaring" aannam.

„Uit die verklaring", zo zei hij, , , is duidelijk gebleken, dat de opvatting die de principiële vrijzinnigen van den beginne hebben gehad aangaande de werkelijke betekenis van art. 10 der kerkorde de juiste is en niet de opvatting, die de vrijzinnige voorstanders, van die kerkorde steeds hebben kenbaar gemaakt. Al erkent men dit nog niet openlijk, er gaat een gemurmel door het vrijzinnige kerkvolk van: , , Zwingli" heeft toch gelijk gehad, de nieuwe kerkorde is in wezen een voor vrijzinnige christenen onaanvaardbare kerkorde, voor hen is geen legitieme plaats meer in de kerk, een van beide: de vrijzinnigen zullen uit zichzelf eruit moeten gaan of zij zullen eruit gedwongen worden".

Ds. van Lunzen gaf na deze uitspraak in de volgende woorden, als zijn visie:

„Hoezeer zulks te betreuren is en deze gang van zaken de kerk en het christelijk leven in ons vaderland zal schaden, de toekomst is aan het vrije christendom".

In het bovenstaande is wel de reden te zien van de , , optimistische toon", die opklonk, toen de voorzitter van de bond de aanwezigen begroette met de uitspraak, dat in de afgelopen tien jaren „wel veel gewijzigd is in voor de principieel vrijzinnigen gunstige zin".

Minder optimistische geluiden werden gehoord, toen gerapporteerd werd over de samenspreking, 2 sept. j.l., tussen het bestuur van de bond en het moderamen der Generale Synode over een mogelijke „verruiming van het kernartikel van de kerkorde en dientengevolge een legale levensruimte voor hen, die vanouds en onverschoven vrijzinnig willen zijn en leven". Het verslag in de N.R.Crt, dd. 25-9-'58, waaraan ik ook in het vorenstaande ontleende, vermeldt, dat , , ondanks de zeer sterke aandrang", er geen enkel uitzicht geopend is op verruiming van art. 10 der kerkorde.

En voorts klonk er nog een bitter geluid in verband met het , , geval Buitenpost", dat besproken werd aan de hand van een toelichting van een lid van de afgetreden kerkeraad. Over , , het geval Buitenpost" weet ik geen bijzonderheden. Ter oriëntering geef ik daarom, wat ik las in het verslag in bovenvermeld orgaan:

, , Hij betoogde, dat hier het door de vrijzinnige meerderheid ten dienste van de rechtzinnigheid geschapen „nevenpastoraat" op een slimme wijze, met advies van een bekend hoogleraar en met medewerking van allerlei kerkelijke instellingen, naar de macht heeft gegrepen. Hier is door reglementair geweld een gemeente verwoest (100 vrijzinnige lidmaten bedankten). Overtuigd dat hier op zeer partijdige wijze onrecht is gedaan, besloot de conferentie een adres aan de synode te richten om het gedane onrecht te herstellen."

Uit het vele op de 2e lustrumvergadering van , , Zwingli" behandelde, geef ik nog het verslag van een referaat van ir. A. E. Bosman uit Baarn, dat handelt over: „Overbevolking". Dat referaat bedoelde , , een inleiding te zijn over het christendom en zijn verantwoordelijkheid ten opzichte van de dreigende overbevolking van de wereld". Wat de heer Bosman daarover had te zeggen luidt als volgt:

„Met grafieken en cijfers betoogde hij, dat binnen 200 jaar de mensheid tot een onhoudbaar hongerniveau zal zijn geraakt (20 miljard bewoners) indien de bevolkingstoeneming in de thans gebruikelijke versnelling zal blijven doorgaan. Niet alleen zal voedselgebrek een noodtoestand veroorzaken, zelfs wanneer het gelukken zou synthetisch allerlei levensmiddelen te produceren, maar er zal geen levensruimte meer voor het menselijk bestaan zijn. Zelfs wolkenkrabbers over de hele aarde of onderaardse verblijfplaatsen zullen geen voldoende uitkomst kunnen brengen. Over 1100 jaar zal er voor iedere enkele mens bij voortgaan van de huidige bevolkingstoeneming slechts één vierkante meter levensruimte zijn overgebleven. Het probleem is echter nog veel nijpender als men bedenkt, dat lang niet alles kan worden volgebouwd. Er moeten ook grote gebieden voor recreatie overblijven als het menselijk leven leefbaar zal kunnen blijven. De enige oplossing is, aldus ir. Bosman, uit vrije wil de vermenigvuldiging beperken."

Afgaande op dit verslag, welks juistheid ik moet aannemen, blijkt uit wat de heer Bosman heeft gezegd, een verbluffend vertrouwen op de onfeilbaarheid van de resultaten van een bepaalde wetenschap. Het doet denken aan de dagen toen het oud-modernisme zijn triomfen(? ) vierde. In dit referaat is wel duidelijk te zien, hoezeer , , Zwingli" voortzetting is van dat vroeger modernisme; waarin humanisme en wetenschap het non plus ultra waren.

Trouwens niet alleen in , , Zwingli", doch in de vrijzinnigheid in welke nuancering ook, kan men die beide telkens weer ontdekken.

Ir. Bosman spreekt tenslotte van „de enige mogelijkheid" etc. Geen wonder. Want in heel dit stuk is God, de Schepper en Onderhouder aller dingen uitgeschakeld. Met Hem is niet gerekend. Droeviger kan het wel niet. En daarom laat ik al deze dingen, die wel zeer „vrijzinnig" zijn, doch alles behalve , , christelijk", in de zin van de Schrift, verder voor wat ze zijn.

Ook de Geref. kerken onderhoudende art. 31 k.o. hebben hun , , geval". Dat is het , , geval" ds. Goossens. Het is eigenlijk een zaak tussen ds. S. J. P. Goossens, indertijd door de kerk van Zwolle uitgezonden als missionair predikant van Oost-Soemba-Savoe. Omdat er het een of ander geschil tussen hem en zijn zendende kerkeraad was gerezen, heeft de kerkeraad van Zwolle hem afgezet; na hem eerst geschorst te hebben. Ds. Goossens' stoorde zich niet aan deze uitspraken, maar werkte op het zendingsterrein door, waar het grootste deel der kerken zich achter hem bleven scharen.

Op de vorige synode — zij werd in Enschede gehouden — heeft de zaak gediend. De uitspraken van die synode over deze kwestie, o.m. neerkomende op een beroep aan beide partijen om zich met elkander te verzoenen, hebben niet tot het gewenste resultaat geleid.

Derhalve heeft de kerkeraad van Zwolle deze zaak weer aanhangig gemaakt bij: de huidige synode, welke vergadert te Bunschoten-Spakenburg.

Er waren over deze aangelegenheid niet minder dan achttien missives ter tafel, vier van kerkeraden en veertien van appellerende kerkleden. Men twijfelde ter synode of deze zaak wel voor behandeling ontvankelijk is. Daarover is nog geen beslissing gevallen volgens de mij ten dienste staande gegevens. Het resultaat van al of niet behandeling kan ik dus ook niet vermelden. Wat de synode van Enschede aanried — bij de discussie ter synode is dit door meerdere leden onderstreept — lijkt mij de enig juiste weg: verzoening over en weer. Wat de mogelijkheid van een behandeling ter synode aanbelangt, moet ik opmerken, dat beantwoording van die vraag in bevestigende zin nog niet de moeilijkheid oplost, dat ds. Goossens zich na zijn afzetting onttrok aan het verband van de Geref. kerken onderhoudende art. 31 k.o. En dan is er nog het bezwaar dat ds. Goossens niet ter synode aanwezig is. Men ziet uit een en ander, dat ook al gaat men een weg als genoemde kerken, moeilijkheden in kerkelijke zin, kunnen blijven. Want evenals in de ark, is ook hier de zonde meegetrokken. Alleen verzoening op grond van Christus' verzoening kan de juiste oplossing brengen.

„Trouw" d.d. 4-10-'58 — het hiervóór vermelde ontleende ik aan , , Trouw" d.d. 2-10-'58 — bericht dat in de synode-zitting van vrijdag 3 oktober j.l. is uitgesproken: „dat de naam der kerken is en blijft: De gereformeerde kerken in Nederland". De bijvoeging , , onderhoudende art. 31 k.o. dient dus te vérvallen, tenminste als de kerkelijke vergaderingen en kerken" zich aan deze aanbeveling houden, , , In gevallen, waarin verwarring is te duchten, moeten (kerkelijke vergaderingen en kerken) zelf middelen zoeken om deze te voorkomen en zulke middelen allereerst vinden in een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van adressen e.d." Het zal er in kerkelijk Nederland, mede door deze eliminatie (uitlating) niet gemakkelijker op worden om elkaar te bereiken. Maar de betreffende kerkeraden etc. moeten op zoek naar een zo nauwkeurig mogelijke weg. Wij wachten wel op de resultaten. Over één kerkelijke groepering behoeven de, , kerkelijke" instanties van de „vrijgemaakten", wat adressering en zo meer betreft, zich geen zorg te maken. Dat zijn de „synodale" geref. kerken in Nederland. De Synode te Bunschoten-Spakenburg nam de beslissing met die groepering niet meer in correspondentie te treden, noch contacten te onderhouden.

Tot deze contactverbreking *werd met algemene stemmen besloten bij de behandeling van een schrijven van de generale synode der geref. synode van Assen in 1957 gehouden, waarin, er , , bij de gereformeerde kerken onderhoudende art. 31 k.o. op aangedrongen werd zich beschikbaar te stellen op basis van schriftelijke belijdenis". , , Deze negatieve beantwoording" — de tekst van het perscommuniqué, trof ik in , .Trouw" dd. 8 en dat van de N.R.Crt. dd. 9-10-'58 aan, moge menselijk begrijpelijk zijn, wat niet hetzelfde is als schriftuurlijk verantwoord.

In de vorige Kroniek repte ik van een zekere zwijgzaamheid in de pers der geref. kerken met betrekking tot het besluit der generale synode der N.H.K.- inzake de vrouw in het ambt. Ds. Th. Delleman, geref. pred. te Groningen naar ik meen, zweeg daarover niet, In „Centraal Weekblad" dd. 13 sept. jl. schreef hij, dat die beslissing z.i. een bijbels verantwoorde en eis des tijds is". Hij sprak dit uit in een artikel, waarin hij handelt over „het ongehuwd zijn in de christelijke samenleving". Hij vangt daarin aan met er op te wijzen, „dat de Reformatie wél de onbijbelse waardering van de ongehuwde staat, maar niet het ongehuwd zijn als zodanig heeft verworpen". Hij legt dan de nadruk op de positie van de ongehuwde vrouw, die haar eigen weg en strijd heeft te gaan om te rijpen tot die geestelijke zelfstandigheid, waarin zij haar lot als vrijwillig opgenomen taak of opdracht aanvaardt". In wat daarna volgt maakt ds. Delleman dan melding van de samenleving, welke te Taizé-les- Cluny ontstond, een gehucht 100 km ten Noorden van Lyon, een huis aankocht, dat als een soort ordehuis moet dienen, tevens centrum dezer beweging is. De stoot tot deze , , orde"-stichting is tijdens de tweede wereldoorlog uitgegaan van enkele studenten te Lausanne, onder wie iets van een heilige onrust ontstond over verschillende problemen, waar zij als christenen mee te maken hadden. Steeds bleek in de gesprekken de vraag van de gemeenschap het kernpunt te zijn. Dit was de kiem van de protestantse broederschap van Taizé-les- Cluny. (Herv. Nederland dd. 16 aug. 1958, waarin een oriënterend artikel over deze , , broederschap" is gegeven.)

Ik heb dit korte exposé onze lezers gegeven om zo beter te kunnen verstaan wat ds. Delleman bedoelt als hij schrijft:

„Wanneer dan in onze tijd protestantse orden ontstaan, waarin het celibaat weer wordt geëerd, moet men dit toejuichen. In de orde van Taizé verbindt men zich ongetrouwd te blijven. Natuurlijk geschiedt dit na een behoorlijke proeftijd, waarin men zich zelf beproeven kan of men het charisma der onthouding ontvangen heeft. Meent nu iemand, die deze verbintenis na een ernstige proeftijd aanging, toch na verloop van jaren dat hij zich heeft vergist, dan wordt dit in gemeenschappelijk (orde) beraad genomen. Tenslotte is er altijd ontheffing, ook uit dit , , ambt", mogelijk. Maar dit tast het karakter van het vrijwillige celibaat niet aan.

Men vormt een kader van mensen, die meer dan ooit in onze tijd nodig zijn. Dit kader zal behoefte hebben aan een eigen vorm van gemeenschapsleven. Daarom is er naast het celibaat van individuen ook het celibaat van hen, die in een gemeenschap, broederschap, orde gaan leven. Naast de eerste orde van Taizé (mannen) ontstond als tweede orde de gemeenschap van Grandchamp (vrouwen).

Men zal er goed aan doen dit streven niet te brandmerken met , , roomse zuurdesem". Het is voor de volle honderd procent bijbels verantwoord. Het wordt meer dan tijd dat de Reformatie ook het celibaat reformeert en haar energie niet langer inzet in reactie tegen Rome, maar in het eigen positieve arbeiden vanuit de nieu'wtestamentische oproep om gestalte te geven aan een bijbels doorlicht gemeenschapsleven, waarin de ongehuwde staat de haar in het Nieuwe Testament toegekende functie kan vervullen".

Ik geef een en ander niet door, alsof ik met de hier voorgedragen be­ schouwingen accoord ga.

ïn , , de broederschap van Taizé" en meer dergelijke bewegingen zal wel reactie zijn te zien op het feit, dat „de kerk zich behagelijk instelt in de wereld", de ingezonken situatie dus, waarin het kerkendom van vandaag zich bevindt. „De communauté de Taizé wil een vooruitgeschoven teken zijn van de werkelijkheid van het Koninkrijk Gods".

Daartoe moeten de broeders zijn in een , , beweeglijkheid", die niet geremd wordt door huwelijk en gezin. Toch voelen ze in hun strijd de sterking der gemeenschap nodig te hebben. Vandaar de , , orde", en het centrum, voor gemeenschapsoefening, retraite en waartoe het meer moet dienen.

Ik wil aannemen, dat de „broeders van Cluny" het eerlijk en uitnemend bedoelen. Maar daarmee kunnen we niet volstaan. Ik huiver voor die , , vooruitgeschoven tekenen van de werkelijkheid van het Koninkrijk Gods". De reformatie in haar jonge bloei en sterke genadekracht, gelaafd als ze werd door de springende fonteinen van het herontdekte Woord, ging andere wegen. Ze brak met alle kloosterlijkheid en stichtte het christelijk gezin. Dat alles hebben we broodnodig in onze verziekte samenleving en kerk, echter niet deze buitenissigheden, welke hyper geestelijk aanvangen, doch — de kerkhistorie heeft het helaas maar al te vaak doen zien — het hellend vlak bewandelen, dat voert naar de perversiteiten van het , , vrome vlees". Om te staan en te strijden voor Gods rijk is nodig gegrepen te zijn door en te leven uit , , het Evangelie is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft" (Rom. 1 : 16).

In de vroege morgen van de 9e October j.l. overleed de in maart 1939 na drie zittingen van het conclave tot Paus gekozen kardinaal Eugenio Pacelli, die de naam koos van Pius en bijna twintig jaar de Vaticaanse Stoel heeft ingenomen. Hij was toen 63 jaar, voor een paus een betrekkelijk jonge leeftijd. Paus Pius XII, die vóór hij het pontificaat aanvaardde, reeds een succes- volle diplomatieke carrière achter de rug had, heeft in de bewogen jaren, waarin hij het schip der r.k. kerk stuur moest geven, dat met vaste hand en doelbewust gedaan. In de 2e wereldoorlog heeft hij zijn woord keer op keer doen horen, ingaande tegen, de invloeden van de totalitaire regimes. Daarom baarde het grote bevreemding, dat hij na die activiteiten aan generaal Franco de hoogste pauselijke onderscheiding toekende.

In zijn leiding der kerk tekent zich een zeer sterke Mariologische koers af. Die is in zijn pontificaat — prof. dr. Berkouwer wijst daarop terecht in een goed oriënterend artikel in , , Trouw" dd- 10-10-'58 — zeer markant, wat vooral een hoogtepunt bereikte in de afkondiging van het dogma van de opneming ten hemel met lichaam en ziel van Maria (1950). Pius XII moge een paus van groot formaat geweest zijn, voor ons protestanten zal hij bekend blijven als de man, die de breuk tussen Rome en de Reformatie nog dieper trok door de afkondiging van genoemd dogma en daardoor de kloof tussen ons en het pausdom te meer onoverbrugbaar maakte.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's