De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VERGADERING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VERGADERING

9 minuten leestijd

VAN GEREFORMEERDE AMBTSDRAGERS VAN HERVORMDE GEMEENTEN

Deze vergadering, die maandag 13 oktober j.l. in het Jaarbeursgebouw te Utrecht werd gehouden, was buitengewoon druk bezocht. De tegenwoordigheid van zovele predikanten, ouderlingen en diakenen uit onze gemeenten was een duidelijk bewijs, hoezeer onze kerkeraden getroffen werden door het besluit der Synode om de vrouw tot de kerkelijke ambten toe te laten.

Ons hervormd-gereformeerde volk heeft gevoeld, dat door deze beslissing het goddelijk gezag van de Heilige Schrift, gelijk dit door ons in gemeenschap met het geloof der vaderen beleden wordt, werd' aangerand. Het heeft beseft, dat hier geen , , middelmatige" zaken in het geding waren, maar, dat de Dienst des Woords in het hart werd geraakt.

Het besluit der Synode is dan ook zo zeer in strijd met de duidelijke uitspraken der Heilige Schrift, dat daarover iedere discussie onder ons overbodig en daarmede uitgesloten is. In deze zin begon de voorzitter zijn rede, waaruit de hoofdpunten in het hier volgende verslag in 't kort worden weergegeven:

Deze beslissing stelt ons voor een conflict, dat zich op die wijze en met zo duidelijk dilemma: God of de mensen gehoorzamen, sedert 1816 niet heeft voorgedaan: n.l. dat de hoogste vergadering der kerk, ondanks zoveel waarschuwing en derhalve welbewust, tegen de belijdenis aangaande het goddelijk gezag der Heilige Schrift in over het ambt handelt. Degenen, die daarvoor verantwoordelijk zijn, hebben als ambtsdragers in de kerk niet alleen het officium, dat hun is toebetrouwd, miskend, maar het fundament der apostelen en profeten veracht, waarvan Jezus Christus is de uiterste hoeksteen, (Ef. 2 : 20) en waarop Hij Zijn gemeente bouwt.

Wie meent, dat zulks straffeloos kan geschieden, ja, zelfs nog tot een zegen voor het kerkelijk leven kan worden, moet wel een vreemde voorstelling hebben van de gehoorzaamheid van Christus, die ons in alle strijd en verzoeking is voorgegaan met een beroep op de Schrift, zoals Hij de boeken des Ouden Testaments noemde en als één geheel stempelde. Hij onderstreepte haar goddelijk gezag, als Hij sprak: daar staat geschreven; en getuigde van haar goddelijke waarheid, zeggende, dat zij niet gebroken kan worden. Zo heeft ook Christus het woord der apostelen met Zijn gezag bekleed, toen Hij zeide, dat Hij hun de woorden des Vaders heeft toebetrouwd en dat Hij bidt voor degenen, die door hun woord in Hem geloven zullen. (Joh. 17 : 8; 20)

Daarom wordt het ambt der bediening en de herderlijke zorg door het besluit der Synode ten zeerste bedreigd. Wat zullen wij ambtsdragers zeggen, als de arme schapen, die aan onze zorg zijn toebetrouwd, tot ons komen en op onze vermaningen tot gehoorzaamheid aan en vertrouwen op Gods heilig Woord, vragen: Hoe weet ik nu, dat de beloften van het Evangelie en alles, wat ons van de Heere Jezus Christus door de apostelen wordt voorgesteld, wel als goddelijke waarheid vaststaat, indien hetgeen de apostelen gezegd hebben aangaande het ambt en aangaande de wijze, waarop men in het huis Gods moet verkeren, zulk goddelijk gezag niet waardig schijnt te zijn ?

Ziet, hoe wij in verlegenheid komen met heel de opdracht van Christus omtrent de prediking van het Evangelie en wat daarmede samenhangt, als de belijdenis van het goddelijk gezag der Heilige Schrift wordt losgelaten. Voor degenen, dit dat doen, en voor de gemeenten kan dit niet anders dan een oordeel betekenen.

Als wij deze dingen over ons en over onze gemeenten zouden laten gaan, hoe zouden wij haar van de kansel en in de huizen nog kunnen vermanen tot onderzoek van de Schrift en tot gehoorzame wandel, zonder met al onze vroomheid tot een aanfluiting en spot te worden?

Een enkele opmerking volgde over de reacties uit de gemeenten, die wel niet alle even suggestief waren, hoewel sommige zeer waardevolle aanwijzingen gaven voor een gemeenschappelijke gedragslijn. Alle kwamen echter daarin overeen, dat zij van ontsteltenis en verontwaardiging getuigden en aanhielden op gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift.

Het ontbrak ook niet aan een minder besliste toon. Zo iets van wij hebben reeds zoveel over zijn kant laten gaan, waartoe nu zoveel onrust?

Wij hebben inderdaad veel geslikt, dat naar de eis van de gehoorzaamheid des geloofs en de ijver voor Gods zaak, niet zo had mogen zijn en weerstand had moeten wekken. Niemand kan echter verdedigen, dat wij in die laksheid volharden, omdat wij in het verleden laks zijn geweest. Men kan niet zeggen, wij hebben altijd gezondigd en zondigen daarom maar door. Dat zou wel heel wat anders zijn dan de roep tot bekering, waarmede de Heilige Schrift de zondaar tegenkomt.

In de stijl der laksheid konden wij vaak doen, alsof het ons niet zo direct aanging, maar dat kan nu niet. Nu raakt het aan ons en aan onze gemeenten, nu komen onze predikanten en kerkeraden voor het conflict te staan.

Denk b.v. aan de wijkkerkeraden in de grotere gemeenten. Er zijn toch hervormd-gereformeerde predikanten, voor wie de mogelijkheid om een gelijkgezinde kerkeraad te hebben, eenvoudig wordt afgesneden door de bepalingen omtrent de geografische wijkkerk. Als één lid lijdt, lijden alle leden; wat doet die predikant, wat doen wij, als zo straks een vrouw naar zijn kerkeraad wordt gezonden? Hij kan die niet aanvaarden, want zij kan naar goddelijke orde geen ouderling zijn en is mitsdien ook geen ouderling. Realiseren wij, wat dat betekent!

Bij ons niet, denkt iemand, bij ons komen geen vrouwen in de kerkeraad. Wacht even en meent niet, dat gij niets met deze dingen te maken zult hebben, maar denk eens aan de classis. De enige midden-orthodoxe of vrijzinnige gemeente van uw classis vaardigt een vrouw af en daar zit gij midden in het conflict.

Wat doet gij? Die vrouw is naar de orde van het huis Gods geen ouderling, heeft daar naar die orde geen recht, geen recht van mededelibereren, geen recht van stemmen. Nog eens, wat doet gij?

Meebuigen en de goddelijke orde verlaten, moet ons in een gemoedsstrijd brengen, die ons onbekwaam maakt voor de anbeid in het Woord en in de gemeente. Gij, die gehoorzaamheid predikt, hoe gehoorzaamt gij zelf niet?

God meer gehoorzamen dan de mensen, dat kon echter wel eens moeilijk worden in deze situatie!

Edoch, wij zijn er van overtuigd, dat ongehoorzaamheid oordeel moet brengen over degenen, die alzo doen en dat gehoorzaamheid aan het Woord tot opleving van het kerkelijk leven zal leiden en gezegende vruchten zal dragen.

Tenslotte geldt het een zaak van geloof en die in deze kloek zal handelen, kan dat alleen door het geloof.

Wat wij kunnen doen?

De classes, die een orthodoxe meerderheid hebben, laat mij zeggen, die tegen gestemd hebben, kunnen in de eerstvolgende vergadering of in een buitengewone vergadering een verzoek doen uitgaan naar de Synode om op haar beslissing aangaande de toelating der vrouw tot het ambt terug te komen.

In verband hiermede zij de vergadering bekend, dat het Hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond aan het moderalnen der Synode een onderhoud gevraagd heeft voor een delegatie uit zijn midden, welk onderhoud inmiddels op 9 september j.l. heeft plaats gehad.

Daarbij heeft het Hoofdbestuur met nadruk en overtuiging op de ernst van de situatie gewezen, die door het besluit der Synode is ontstaan, aangezien deze beslissing in strijd is met de duidelijke uitspraken van de Heilige Schrift en een miskenning betekent van haar goddelijk gezag, zoals dit door de vaderen beleden wordt in de confessie. Dat de Synode op dit fundamentele stuk van het goddelijk gezag der Heilige Schrift met de belijdenis heeft gebroken, heeft velen in de kerk in hun diepste geloofsovertuiging getroffen. Waar is de zekerheid van de beloften Gods, als het gezag der Schrift van het oordeel der mensen afhangt? Daarom komt de delegatie van de Gereformeerde Bond niet alleen spreken voor die Bond, maar voor alle leden der kerk, die de Heilige Schrift als Gods Woord en als de enige en onfeilbare regel des geloofs ontvangen en mitsdien aan het besluit der Synode niet zullen kunnen gehoorzamen.

Het ligt voor de hand, dat deze handeling der Synode aanleiding moet geven tot ernstige conflicten, waarvoor de Synode verantwoordelijk en aansprakelijk is.

Verzocht werd, het genomen besluit terug te nemen.

Voorts werd gewezen op het recht der orthodoxie om kerkelijk overeenkomstig de belijdenis te kunnen leven en op de roeping der Synode om te zorgen, dat zij daarin niet wordt bemoeilijkt of verhinderd.

Gevraagd of onze delegatie voorstellen had, is geantwoord, dat de Synode verantwoordelijk is voor de gevolgen van haar besluit en dat mogelijk een weg zou kunnen worden gevonden als een paar leden van het moderamen en een paar leden uit ons midden zich ter zake zouden beraden.

Zulk een commissie werd toegezegd en is bereids benoemd.

Wat het resultaat zal zijn?

Wij volstaan op het ogenblik met deze mededelingen. Het Hoofdbestuur heeft gemeend, dat het op zijn weg lag het moderamen van de Synode op de ernst van de zaak te wijzen, voordat deze vergadering van ambtsdragers zou samenkomen.

Wat nu verder? zal iemand vragen. Bij protest zonder meer kan het niet blijven. De Synode gehoorzamen en gehoorzaamheid brengen aan de Heilige Schrift als onze enige regel des geloofs, kan niet, want het één sluit het ander uit.

Daarom zullen wij de strijd niet kunnen en niet mogen ontlopen. Er is maar één weg: n.l. dat wij elkander vinden in een gemeenschappelijk en vastberaden verzet.

De ervaring van deze dag rechtvaardigt de verwachting, dat wij, dóór de nood bijeengebracht, bereid zijn die weg te gaan.

Zo laat ons dan de standaard des geloofs omhoog heffen en als één man optrekken. De Heere Jezus Christus, onze overste Leidsman en Voleinder des geloofs, zij onze voorhoede en onze achterhoede.

Tenslotte stelde de voorzitter een concept resolutie aan de orde. Na enige discussie werden op voorstel van verschillende aanwezigen enkele wijzigingen aangebracht, waarna de resolutie eenstemmig werd aangenomen en besloten deze ter kennis van de Synode der Nederlandse Hervormde Kerk te brengen.

Deze resolutie vindt men afzonderlijk in dit nummer.

Na enige opmerkingen van organisatorische aard werd de vergadering met dankgebed gesloten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VERGADERING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's