De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HEDENDAAGSE LITURGIE (5)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HEDENDAAGSE LITURGIE (5)

7 minuten leestijd

L. G. BRUI]N, Em. pred.

Door het Book of Common Prayer had men, in aansluiting aan de ritus, een liturgische inventaris voor het uitzoeken wegens het in de Engelse Kerk sinds I860 ontwikkelde ritualisme, als: beelden, altaar-kaars en kruisen, gewaden, heffing der hostie, oorbiecht enz. Dan heeft men er de mening (eigenlijk een fabel) van de zogenaamde apostolische successie (de sinds Petrus onafgebroken rij van bisschoppen, die elkander opvolgend zouden , , gewijd" hebben). Hierdoor zouden bijzondere gaven aan het geestelijke ambt zijn toegekomen. Ook de liturgische beweging voelt daar veel voor. Mannen als Loos achtten deze wijding zelfs onmisbaar, om zich gerechtigd te achten de Sacramenten te bedienen. De gewezen kloosterling, de heer J. Duynstee, te Deventer, heeft in 1953 een boekje uitgegeven getiteld: , , Dominé's in het geheim tot priester gewijd, op uw kansel? ", en beweert, dat dit van een 7-tal Hervormde predikanten moet gelden. Het is aan de Generale Synode ter kennis gebracht, maar deze verklaarde daar niets van te weten; liet echter ook geen onderzoek instellen. Als hiervan iets waar is, hebben deze predikanten (in Duitsland? ) bij de betrokken kerk tóch bepaalde beloften moeten afleggen, Afgedacht van een verfoeilijke dubbelhartigheid, moeten deze mannen de facto (door het feit zelf) toch geacht worden niet meer Hervormd of Protestant te zijn, en behoren zij ook van het predikambt te worden ontheven, tenzij ze. zo eerlijk worden als ds. Loos 1).

Dit mogen dan excessen zijn, maar 't laat zien, waar sommigen in en met hun liturgische beweging zijn uitgekomen; ze werden al te bewegelijk, bewogen zich dan ook bewust van het geloof der vaderen naar een ander Evangelie, en waartegen Paulus (Gal. 1 : 9) zo dreigend waarschuwt. , , De kerken der Hervorming", zegt Van der Leeuw, , , zijn tot een positieve sacramentstheologie niet gekomen. En sedert zijn de sacramenten de stiefkinderen van de Hervormde kerken, in leer en practijk"-). Deze kerken — zo had er bijgevoegd moeten worden — hadden daaraan ook heel geen behoefte. Men had er meer dan genoeg van, dat gedurende eeuwen in de Roomse Kerk een sacramentstheologie en - practijk was gedreven, die zo grof en vaak ook zo schandelijk en bijgelovig mogelijk was. Van dat grove en bijgelovige willen de huidige liturgisten dan niet weten. Maar evenmin hiervan, dat de sacramenten zijn tekenen en zegelen van Gods genadeverbond, zonder meer. Véél meer, zeggen zij zelfs. En daarmede veranderen zij. wezen en doel daarvan grondig.

Zo zegt ons Van der Leeuw in zijn „Sacramentstheologie", blz. 320: „Van 'n tegenstelling tussen Woord en Sacrament kan geen sprake zijn. Beide zijn sacrament, en beide zijn ook woord, daar er geen sacrament is zonder woordverkondiging en geen verkondiging, die niet sacrament is". Men laat zich hierbij niet alleen leiden door de Schrift, maar ook door de traditie. Dat laatste was juist de bron van het verval der Kerk geworden, en een doorn in het oog van de Reformatoren.

Die mogen het dan ook niet zeggen, evenmin als art. 33 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en vraag 66 van de Heidelbergse Catechismus.

Neen, men wil naar de oude, de vroeg-katholieke kerk terug en naar wat Griekse kerkvaders omtrent het woord sacrament h.i. aannemelijk hebben gemaakt. Van der Leeuw zegt: , , er is geen volstrekte scheiding tussen traditie en Schrift, er is evenmin gelijkheid". Het komt dan daarop neer, dat 't Latijnse „sacramentum" gaandeweg werd omgezet in het Griekse mysterion" (mysterie), en dat zowel de betekenis kreeg van geheim als van verborgenheid. Inzonderheid gold dit de incarnatie (1 Tim. 3 : 16). In het N.T. wordt ook de geestelijke vereniging van Christus met de Kerk een mysterie genoemd (Ef. 5 : 32), en tot op zekere hoogte ook de prediking: , , wijsheid Gods, bestaande in verborgenheid" (mysterie, 1 Cor. 2:7). Daar is het de zuivere betekenis, met de kracht vooral van type en symbool. Doch in de oude kerk is men ten opzichte van Doop en Avondmaal gaan denken aan geheimzinnige krachten, daarin gegeven, en als zodanig dus mysteria. Van diverse heilige handelingen gold hetzelfde.

Tegelijk begon een onbijbelse verzoeningsleer veld te winnen, dramatisch, zodat Christus de duivel overwon, doordat deze zich eigenlijk in Hem vergist had, wat betreft Zijn goddelijkheid en heiligheid, en zo zijn hij, zonde en dood, onttroond en teniet gemaakt. Het recht des duivels op de mens verviel. De geest van Christus zal de mens nu met God verenigen. Irenaeus zei zelfs: , , Hij (Christus) is mens geworden, opdat wij goddelijk zouden worden". Hier is meer sprake van verlossing (en dan overwegend op natuurlijk terrein) dan van verzoening. Gustav Aulèn, „De Christelijke verzoeningsgedachte" 1931, laat dit in het begin van zijn boek goed uitkomen. Het is duidelijk, dat de kennis van de rechtvaardiging van de zondaar door het geloof alleen al zo goed als verloren was geraakt.

In dit klimaat neemt nu het liturgisme, met zijn incarnatie-, later sacramentstheologie, zijn uitgangspunt. Men stoot zich er aan, dat de Hervormers maar twee sacramenten overlieten. Men stelt er zelfs vijf voor: Heilige Doop, Heilig Avondmaal, Woordverkondiging (nota bene, genoemd Vrijspraak), en het Huwelijk. Dit is alleen mogelijk, doordat men heel de eredienst en zijn ritus voor , , sacramenteel" heeft verklaard.

„De grondvorm van het geloofsleven, van het „verkeer" van de mens met God is de incarnatie, het Woord vlees geworden, onder ons wonend. In de eredienst, bijz. het Avondmaal, heet Christus present, genaamd de presentia rea­lis. Men krijgt dan als voorbeeld (en bewijs? ) het verhaal van de Emmaüsgangers, die Hem herkenden in de breking des broods. Dat was toen en later , , de waarachtige tegenwoordigheid van de Heer in Zijn sacrament" 2). , , Het sacrament is niet een geïsoleerd stuk van eredienst of geloofsleer, maar het centrum van een nieuw, herschapen, sacramenteel leven" 3). Het nieuw in Christus geschonken leven raakt onze gehele menselijkheid. , , De Incarnatie is een physisch (natuurlijk) gebeuren, niet als tegengesteld aan geestelijk, maar als concreet (werkelijk bestaand) psychophysisch (d.i. zowel natuurlijk als geestelijk). En het gebeuren, waardoor de Incarnatie ons leven raakt en omvormt, zal dus evenzeer een concreet psychophysisch proces moetetti zijn" 4). Dit wordt dan nog wel (m.i. onverstaanbaar) een geloofsproces genoemd.

Bij deze aanhaling wil ik het laten, onder toevoeging, dat men hier denkt aan „de verlossende en verzoenende tegenwoordigheid Christi in de aardse lichamelijkheid", en dat , , in het christelijk sacramentsgeioof echter deze menselijke levensbeweging ontmoet de goddelijke levenslbewéging, die van boven op mens en wereld nederdaalt" 5). Het is niet onduidelijk, dat men in dit alles bewust positie heeft gekozen in de boven aangeduide verzoenings- of verlossingsleer van de oude kerk, d.i. in de tijd van haar verwording, die, zoals de geschiedboeken aangeven, al zo spoedig is ingetreden, dat al de elementen van de latere Rooms-Katholieke Kerk al in beginsel aanwezig waren. De vrome Ignatius (± 110 na Chr.) spreekt al bedenkelijk van het sacrament als het pharmakon athanasias = geneesmiddel der onsterfelijkheid.

Moge het liturgisme in feite al niet loochenen, dat al het heil ligt in de levende Christus, , , Die óók ter rechterhand Gods is. Die óók voor ons bidt", het vervoegt zich in de praktijk toch bij een z.g. eucharistische Christus, Wiens sacramenteel genoemde tegenwoordigheid blijkbaar voor de zaligheid onmisbaar is. Het heet toch, dat in het Avondmaal Christus en de gelovige beiden zich , , offeren". Men verwerpt nadrukkkelijk de Roomse transsubstantiatie en de Lutherse consubstantiatie. Maar wat is dit dan? Daar wordt ook maar even met de deur in huis gevallen, door te poneren, dat de aldus opgevatte incarnatie de „grondvorm" is van het , , ver keer" van de mens met God. Is dat , , verkeer" van de mens met God. Wel zijn dit voor ons ongekende en Wonderlijke uitdrukkingen.


1) Zie J. Duynstee, a.w., blz. 57v.v. Ds. Loos sprak over die geheime priesterwij ding („Het Vad.", 29 mei 1952).

2) Liturgiek, blz. 45.

3) Van der Leeuw, Sacramentstheologie, 1949, tolz. 261.

4) a.w. blz. 224.

5) Van der Leeuw, Liturgiek, blz. 47.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HEDENDAAGSE LITURGIE (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's