IN MEMORIAM MARTINUS NOTEBOOM
Het teleionische bericht, dat ik zaterdagavond ontving: „Noteboom is niet meer", heeft mij diep getroffen en ontroerd. Van de ernstige ziekte van onze vriend Noteboom wisten wij en de vrees leefde in veler hart, dat hij van dit ziekbed niet zoude opstaan. Nu, sneller dan verwacht werd, is het einde gekomen. Slechts enkele maanden, voordat Noteboom de pensioengerechtigde leeftijd zoude hebben bereikt, heeft de Here hem van zijn post afgelost. Ook van deze krachtige man, die niet wist, wat ziekte was, gold het woord van de Schrift: de sterkste is enkel ijdelheid.
Noteboom's werk was af en de maat zijner dagen vol. Ik moet bij dit heengaan denken aan het woord: De ijver van Uw huis heeft mij verteerd. In onze hervormd gereformeerde beweging is hij jaren lang een stuwende kracht geweest, die zichzelf niet heeft gespaard, die gewerkt heeft, zolang het dag was. Jaren en jaren aaneen verzorgde hij als hoofdredacteur de Vaandrager. Toen Noteboom in 1947 vijf en twintig jaar hoofdredacteur was, heeft de Bond van J.V. getoond, hoezeer men dit moeizame werk, waardeerde. Hoeveel stukken heeft hij geschreven en hoevele roosters gepuibliceerd, alles studiemateriaal voor de Verenigingen ! Daarnaast denk ik aan zijn werk als voorzitter van de Mannenbond; over het aanstaand jubileum van de Bond valt een zware schaduw door het heengaan van zijn voorzitter. Ik noem slechts deze twee dingen, maar hoeveel meer zoude op te sommen zijn. Als ik dit deed, zoude ik echter weinig handelen in de geest van Notéboom, die geen bedankjes wilde en geen eer van mensen zocht.
Deze man met zijn rustige, evenwichtige karakter werkte rusteloos, altijd met hetzelfde doel voor ogen. Wars van alle transigeren riep hij op tot principiële bezinning. , , Wij moeten leiding geven, principiële leiding", dat was het vaste thema, Waarop hij steeds weer terugkwam. Hij was een man, die organiseren kon, zoals geloof ik niemand in onze beweging dat vermag. Hij wist, wat hij wilde: Terug naar het Woord en de belijdenis der vaderen. Dat iemand, die zo aan de weg timmerde aan zware critiek bloot stond, behoeft ons niet te verbazen; ook hemzelf verbaasde dat niet; ik heb hem er nooit boos of verdrietig om gezien. Hij had voor wissewasjes geen tijd.
En nu kwam het einde. Mij kwam voor de geest, wat verteld wordt van Bonhoeffer, toen hij weggevoerd werd; men riep hem toe: gevangene Bonhoeffer klaarmaken en meegaan. De laatste woorden, die men hem hoorde zeggen waren: , , Dat is het einde — voor mij het begin van het leven". Het is een grote troost te weten, dat Noteboom bereid was; uit de hand des Heren aanvaardde hij het uitgeschakeld te woorden. En de man. die niet zo gemakkelijk in zijn hart liet blikken, mocht in deze laatste weken een klaar getuigenis afleggen van de hope, die in Hem was.
Weer ging één van de leidinggevende mannen van ons heen. Zij spreken nog, nadat zij gestorven zijn en roepen ouderen en jongeren toe te woekeren met de gaven, die zij van God ontvangen hebben.
Als Hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond leven wij mee met de Bonden en Verenigingen, die een zwaar verlies leden. De Here vervulle de ledige plaats !
Maar vooral denken wij aan mevrouw Noteboom en haar kinderen; deze slag is zwaar. Hij, die de Man der Weduwen is moge deze dagen verlichten met de glans Zijner Genade.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's