Hervormingsdag
Wij hebben 31 oktober j.l. de Hervorming herdacht, kerkelijk en persoonlijk.
Is dat zo? Of neemt de belangstelling de laatste jaren weer een beetje toe?
Ook, indien dat zo is, moet daarin een verblijdend teken worden gezien, doch men kan daarover niet al te zeer juichen. In het algemeen, de ware orthodoxie gelukkig uitgezonderd, kan men niet zeggen, dat de kerkelijke actie onder de leiding van gemeenteopbouw — ondanks de schone leuze in deze benaming uitgedrukt — de centrale geloofsstukken van de reformatie ten grondslag van haar streven heeft gelegd. Integendeel; juist deze centrale geloofsstukken zijn min of meer opzettelijk of in navolging van de geest des tijds genegeerd of in het gedrang gekomen.
Wij noemen drie geloofsstukken, die waarlijk als gemeenschappelijk goed der reformatoren mogen worden aangemerkt: t.w. In de eerste plaats het goddelijk gezag der Heilige Schrift, ten tweede de leer der praedestinatie, ten derde de leer der rechtvaardigmaking. Op deze drie zo belangrijke punten wijkt de heersende richting, bezield door een geest van verandering, om niet te zeggen vernieuwing, van de reformatoren af met het gevolg, dat de gemeente naar reformatorisch begrip eer afgebroken dan gebouwd wordt.
Wat de Heilige Schrift aangaat, hebben wij geen nader bewijs nodig, na alles, wat wij in de laatste jaren konden opmerken. Telkens kon men symptomen waarnemen van een beoordeling der Heilige Schrift, die slechts een onzeker of tegenstrijdig standpunt verried ten aanzien van onze reformatorische belijdenis aangaande haar goddelijk gezag.
Duidelijk kwam in de beslissing der Synode om de vrouw tot het ambt toe te laten en vooral in de motivering en verdediging dier beslissing aan de dag, dat men het geloof der belijdenis op dit fundamentele stuk had ingeruild tegen de critische beschouwingen der moderne Schriftgeleerdheid. Nog zweven verschillende theologen in de onzekerheid van subjectieve waarderingsmaatstaven en individuele opvattingen. Ook de , , nieuwe theologie", hoezeer deze wil strijden tegen alles, wat zweemt naar subjectivisme, heeft in dit opzicht geen bevrijding gebracht.
En toch is het onze heilige overtuiging dat genezing van ons kerkelijk leven niet kan verwacht worden, zolang de leidslieden volharden in een vrijzinnigheid ten aanzien van de erkenning van het goddelijk gezag der Heilige Schrift, zoals de reformatorische vaderen dat hebben beleden. Dit om de eenvoudige reden, dat alle pogingen van gemeente-opbouw, die deze grondslag verwerpen, tot mislukking gedoemd zijn, omdat God Zijn gemeente bouwt op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen. (Efeze 2 : 20)
Daarin ligt besloten, dat degenen, die buiten dit fundament bouwen, werken aan een gebouw dat, wellicht nieuwmodisch van stijl en naar de eisen des tijds, d.w.z. naar de godsdienstige ideeën des tijds ingericht, slechts een hospitium kan zijn voor degenen, die vrede zoeken in een eigenwillige godsdienst.
De praedestinatie! Zoals gezegd, de reformatoren waren het ook in dit voorname stuk eens, doch geen stuk is naderhand zozeer bestreden als dit principiële geloofsstuk.
Een tweede punt van vrijzinnigheid, welke zich, evenals het bovengenoemde, veel verder uitstrekt dan de zich zelf als vrijzinnig aandienende vrijzinnigheid.
Hoevele mensen, die boos worden, als men hun de waardering orthodox zou ontzeggen, nemen ten aanzien van de Schrift een vrij standpunt in, en hoevelen ook kunnen het woord praedestinatie niet horen, zonder innerlijke afkeer jegens allen, die deze leer met de vaderen aanhangen, of ook maar geacht worden aan te hangen?
Beide vrijzinnigheden hangen nauw samen, want die aan het souvereine handelen Gods ten aanzien van Zijn schepping, van de wereld en van Zijn gemeente tornt om op enige wijze een eigen imperium van de mens naar zijn begeerte vrij te maken, die bazelt ook over het gezag van Zijn Woord om dit, voor zoveel hem wenselijk voorkomt, te conformeren aan zijn eigen oordeel over God en mens.
De vrijzinnigheid ten aanzien van het derde stuk, de rechtvaardigmaking of rechtvaardiging, zoals men ook zegt, staat wederom niet op zich zelf en wordt ook in breder kring dan de zich als zodanig aandienende gevonden.
De rechtvaardiging door het geloof alleen, zonder enige onzer verdiensten, als daad van Gods souvereine genade — zo leerden de reformatoren, zo geloofden zij en uit de kracht dier vrije genade leefden zij.
Dat geloof gaf een antwoord op de vraag, hoe wordt ik deelgenoot van de gerechtigheid Gods, welke Hij in Christus bereid heeft; hoe krijg ik deel aan het heil in Christus?
Hoe anders dan in de door God bepaalde weg en door Christus, want in Hem heeft de Heeré zich een gemeente verkoren, een volk tot Zijn lof bereid, in Hem heeft Hij dit volk. Zijn gemeente, geschapen.
Het vinden van die weg, het ontdekken van dat heil, de toeëigening van die nieuwe gerechtigheid heeft God gebonden aan de leiding van Zijn Woord en Geest. Niet van Zijn Woord of van Zijn Geest, maar van Zijn Woord en Geest.
Daarop dient wel gelet, want er is een vrijzinnigheid links en een vrijzinnigheid rechts en een vrijzinnigheid in het midden, die deze beide scheidt en een geest drijft, welke los van het Woord openbaringen wil erlangen, zelfs tegen het profetische Woord in, waarmede een eigenwillige godsdienst wordt goedgepraat.
Zo is het niet alleen de „officiële" vrijzinnigheid, - welke onze aandacht vraagt, als het gaat om het behoud van de goederen der reformatie, maar veel meer nog vermaant de , , ingeslopen" vrijzinnigheid, die onder het mom van een gereformeerdheid, welke met haar tijd meegaat, aan de fundamentele geloofsstukken knaagt, tot bezinning.
Aan deze laatste is het te wijten, dat de openlijke vrijzinnigheid, die volgens haar eigen oordeel kerkelijk nabij de verdwijning is, een invloed op de kerkregering kan uitoefenen, welke haar, naar reformatorische maatstaf gemeten, in genendele toekomt.
Over een slapende orthodoxie die uit de aard der zaak ook niet vrij uitgaat, zullen wij het nu niet hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's