De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

13 minuten leestijd

Synodezitting van oktober 1958 — Rapport over atoombewapening — De commissie niet klaar — Ja- en neen-standpunt — Uit „Wending" — Ricbtiynen voor nieuw rapport — Gezag der Generale Synode — Art. 7 N.G.B. — Eenstemmigbeid eis — Nieuwe Paus gekozen — Gissingen — Intermediair? — De vergadering van 13 oktober j.l. — Groen's strijd — 2 Samuël 5 : 24.

Onze Synode was in najaarszitting bijeen van 10—12 okt. jl. Ondanks haar snelle werkwijze — zij weet van tempo, daarin kan zij vele kerkeraden tot een exempel zijn! — is zij met het aan de orde gestelde vraagstuk niet klaar gekomen. De te behandelen materie is ook uiterst moeilijk. Deze zitting was nl. gewijd aan atoombewapening en wat daarmede samenhangt. Ook de Synode van Assen (geref. kerken) heeft daaraan meerdere zittingen gewijd. Onze Synode zal er ook nog weer voor moeten samenkomen, nl. van 17-19 november e.k. Ik ben dus niet in staat hier enig resultaat of besluit te vermelden. Dat is minder. We wachten wel. In de hoop op een klare, heldere uitspraak in positieve zin.

Dat de Synode niet klaar kon komen in deze tweedaagse zitting is begrijpelijk als men weet, dat de commissie ad hoc met haar rapport niet gereed was. Zij wilde tot een gemeenschappelijke conclusie komen. Doch dit bleek onmogelijk: het „ja" enerzijds bleef onverzoenlijk staan tegenover het , , neen" anderzijds. Ook dat is begrijpelijk als men zich realiseert tot welke rampen en onheilen een atoomoorlog moet leiden. Dr. Dippel heeft in „Wending" gepubliceerd: , , Men heeft voor een enkele veronderstelde atoomaanval op Noord- Amerika bij de op die dag heersende atmosferische situatie uitgerekend, dat het aantal doden op de eerste dag 36.000.000 zal zijn, maar na 6 dagen — als gevolg van radioactiviteit — 51.000.000 en na 60 dagen 72.000.000".

Een aanval op Rusland zou , , enige honderden miljoenen doden onafhankelijk van de meteorologische omstandigheden, voornamelijk in de U.S.R.R., of tot aan Japan en Philippijnen toe vragen". Bij deze stand van zaken wordt het felle verzet van dr. Buskes en dr; Berkhof, en wie meer overhellen tot het verzet van „Kerk en Vrede" of het standpunt van de , , morele herbewapening", begrijpelijk als ook het standpunt der , , neen"-zeggers in de commissie, welke de Synode moest rapporteren.

Evenwel, iedere medalje heeft een keerzijde. Zo ook hier. Dr. Langman citeert in een artikel over deze zaak in , , Trouw" dd. 25-10-'58, waaraan ik ook hiervóór iets ontleende, dr. Patijn, die in het April-nummer van , , Wending" over deze kwestie schreef. Hij (dr. Langman) zegt dan: , , Ik geloof, dat daarin op de meest duidelijke wijze is weergegeven het standpunt van hen, die de eenzijdige afschaffing van het atoomwapen afwijzen. Het gaat in de politiek om gerechtigheid en vrede, zegt hij (dr. Patijn). Wij moeten voor beide gelijkelijk strijden. Afschaffing van het atoomwapen, of liever van de dreiging van het atoomwapen, zou in ieder geval betekenen een prijsgeven van de gerechtigheid. Patijn vindt onder erkenning van de moeite, die het neen-zeggen kost, dit neen toch te goedkoop. De morele verontrusting heeft te zeer betrekking op de daad en niet op de gevolgen van het nalaten van de daad.

Ze hoort te zeer thuis in de persoonlijke ethiek en niet in die, welke geldt tussen staten en staten; ze heeft te weinig institutair karakter". Prof. van Niftrik sprak in de samenkomst van de C.H.U.jongeren van een , , vacuum", een ledig, dat Rusland zou vullen, indien het Westen zich onthield van atoombewapening. Dat duidt op hetzelfde als ik uit dr. Langman aanhaalde.

De hele atoombewapening, exponent van de moderne oorlogsvoering, is afgrijselijk; om te beven en te sidderen. En toch, we zullen haar moeten gebruiken nu anderen zich er van bedienen. Het is in de lijn van het zeggen der ouden: , , Si vis pacem, para bellum", d.i. indien ge vrede wilt, bereid (d.i. wapen) u tot de oorlog".

De Synode heeft het rapport, waarmede zij weinig kon uitrichten, teruggezonden aan de commissie, en richtlijnen aangegeven, naar welke zij het wenste opgesteld te zien. Haar uitspraak zal dan in november zijn. We hopen op 'n zodanige, waardoor er iets van gezag van de Synode kan uitgaan in kerk en samenleving, wat moeilijk zal zijn, indien er amper een meerderheid is. En zulks ook om het feit, dat, naar verluidt, de leiding voor de geestelijke verzorging van onze strijdkrachten, de laatste tijd moeilijk predikanten kan vinden, die zich hiervoor willen geven. Of hierin doorwerking moet gezien worden van de invloed van dr. Buskes, of dr. Berkhof, de rector van het seminarium, kan ik niet beoordelen. Ook daarom is een stevige uitspraak van de Synode geen overbodige weelde. Gelukkig, dat in de sector van onze Bond, zowel bij predikanten als gemeenten, de bereidheid tot deze zo nodige geestelijke verzorging, gevonden wordt. Maar men zal toch niet voornamelijk van die zijde het offer willen?

Dr. Streeder heeft in , , Hervormd Weekblad" dd. 2-10-'58 „Het gezag der generale Synode" ter sprake gebracht. Aanleiding daartoe vond hij in enkele uitlatingen, welke waren gedaan in verband met de Synodale beslissingen in juni j.l. Vermeld werden in dit verband reacties van ds. A. Vroegindeweij en ds. J. J. V. d. Krift ten opzichte van de openstelling der ambten voor de vrouw, en die van prof. dr. K. A. Hidding (vrijzinnig) in veriband met de aanvaarde , , Nadere Verklaring" De laatste schreef in „Kerk en Wereld" dd. 4-7-'58, dat hij het stuk , , in zijn ernst eerbiedwaardig" vindt; maar , , zich toch gedrongen acht deze , , verklaring" als uitgaande van de Ned. Herv. Kerk , , wezenlijk onchristelijk" te noemen, een verraad der christelijke vrijheid".

De uitlatingen van ds. Vroegindeweij en ds. V. d. Krift, die de aandacht van dr. Streeder trokken en hem in de pen deden klimmen tot het schrijven van bovenvermeld stuk betroffen het besluit van de toelating der vrouw tot het ambt. Ds. Vroegindeweij noemde deze „een jammerlijke beslissing" (G. W. dd. 5-7-'58). Ds. V. d. Krift sprak in „Enigheid des Geloofs" (dd. 18-7-'58) van: „Een aanranding van het dierbaarste, wat zij hebben, de Heilige Schrift".

Dr. Streeder zegt in het vervolg van zijn artikel, dat „het ongenoegen valt te begrijpen. Maar daargelaten of beide besluiten naar Gods wil waren, op deze wijze uit zich een gekwetst besef van zelfverzekerdheid, dat bedenkelijk is".

Gezien de artikelen van ds. Vroegindeweij en ds. V. d. Krift, meen ik dat dr. Streeder hier zeer onbillijk is. Ze waren voor mijn gevoel geen uiting van „gekwetst besef van zelfverzekerdheid", doch ingegeven door de overtuiging, dat het besluit inzake openstelling der ambten ingaat tegen duidelijke uitspraken der Heilige Schrift. Dr. Streeder kan dit anders zien, dat is voor zijn rekening. Maar daarin ligt, dacht ik geen recht tot een oordeel als hij uitsprak. In de gewraakte uitlatingen zie ik een beroep op artikel 7 N.G.B. — ook dr. Streeder haalt het aan — dat „de waarheid Gods boven alles gaat". Dat is m.i. het punt in geding als het gaat over , , het gezag der Synode".

En dan is er nog iets. Dr. Langman merkt in het slot van zijn artikel, waarover ik het in de aanvang van deze Kroniek had, als hij de moeilijke beslissing van de Synode in de novemberzitting onder ogen ziet, vooral als die , , bij de meerderheid van stemmen wordt aangenomen" m.i. zeer terecht op: , , En wat is de kracht van een etische, uitermate zware beslissing, die niet eenstemmig is aanvaard? " Dat zelfde geldt toch ook van de theologische beslissing met slechts enkele stemmen meerderheid, op maandag 25 juni j.l.? Zelfs het , , Handelsblad" wees, toen het van de aanvaarding melding maakte, daarop. Het ontbreken van eenstemmigheid had m.i. motief moeten zijn tot uitstel. Het had het gezag der Synode bevorderd.

, , Nuntió vobis gaudium magnum: habemus Papam" d.i. ik verkondig u grote blijdschap: wij hebben een Paus. Met die traditionele aanhef (naar Lukas 2 : 10) werd dinsdagavond 28 okt. j.l. aan de wachtende menigte op 't plein van de St. Pieter door de 84-jarige kardinaal Nicola Canali de mededeling gedaan, dat de 51 kardinalen, sedert 25 oktober in conclave bijeen, een nieuwe paus hadden gekozen. Het was in de 11e zitting, dat kardinaal Roncalli, patriarch van Venetië, tot paus, werd aangewezen. De nieuwe paus is 76 jaar oud, en treedt op onder de naam Johannes XXIII. Men zegt, dat hij deze naam gekozen heeft, omdat hij een grote verering voor Johannes de Doper heeft. Latere berichten willen, dat hem ook heeft gedrongen het feit, dat alle pausen van die naam betrekkelijk kort regeerden.

Johannes XXIII is, te oordelen naar de foto's en het relaas van zijn leven en levensarbeid een gans andere figuur dan zijn voorganger. Paus Pius XII, in tegenstelling van de thans benoemde van aristocratische huize, had reeds in zijn verschijning iets van de diplomaat. Dat element is dan ook in zijn pontificaat in menig opzicht op de voorgrond getreden, al wil dit geenszins betekenen, dat hij het pastoraat niet ook het volle pond heeft willen geven.

Wat zal in de arbeid van Johannes XXIII het op de voorgrond tredende, het karakteristieke zijn? Het is natuurlijk praematuur hierover een uitspraak te doen. Wel blijkt uit zijn eerste activiteiten, dat hij een eigen stijl heeft.

Een Amerikaans blad, de Daily Herald, schrijft dat zijn regering „een wegbereiding voor zijn opvolger zal zijn. Dat zou wel eens de aartsbisschop van Milaan, mgr. Montini, kunnen zijn". Een ander blad, de Washington Post, meent, dat de verkiezing van mgr. Roncalli voor velen een verrassing moet zijn geweest. Gezien het grote aantal mislukte stemmingen acht dit blad het niet uitgesloten, dat er zich een impasse tussen de „modernen" en de , , traditionalisten" heeft voorgedaan. De nieuwe paus behoort blijkbaar niet uitgesproken tot een van deze groepen". (N.R.Crt. dd. 29-10-'58). Of deze vermoedens juist zijn? Vóór het conclaaf bijeen kwam, verluidde; dat de keus wel zou gaan tussen een meer sociale prelaat, met name genoemd, en een uit Armenië, die een min of meer gemakkelijke correspondentie zou kunnen hebben met het communistische blok. Deze laatste, zo werd er bij vermeld, had met Stalin op de gymnasiumbanken gezeten. Van dat alles is thans niets gerealiseerd. De keuze van de nieuwe paus, wiens kroning is geschied op 4 november j.l., 'betekent, zo gezien, een compromis. Zijn pontificaat zou naar deze opvatting, een intermediair, een doorgangsstadium, betekenen naar een periode, waarin een paus zou optreden, meer naar de wensen van bepaalde stromingen in de hiërarchie. Maar dat is alles gissing. Het schijnt evenwel, dat de nu opgetreden paus van een andere structuur is dan zijn voorganger, evenzeer een eigen mening heeft en toont te weten, wat hij wil. Of hij de breuk met de Reformatie zal verwijden of zich dienaangaande conciliant zal tonen, moet afgewacht worden. Voor alle kerken der Reformatie zal het zaak wezen, zich zelf te zijn, of te worden, en wat God de Here haar in de bevrijdende daden in de Hervorming toeibetrouwde, zuiver te bewaren en uit te leven.

Zal daartoe medewerken de komende Calvijnherdenking, welke in 1959 valt? Dan toch zal het de 10e juli, vier en een halve eeuw geleden zijn, dat Jean Calvin te Noyon geboren werd, waar zijn vader Gérard Calvin, apostolisch notaris en rentmeester van het bisschoppelijk kapittel was. Wat men zich voorstelt zowel in Geneve als in Frankrijk tot een luisterrijke viering van dat feit te organiseren is niet weinig. Wij zullen nog wel gelegenheid hebben, D.V. daarop terug te komen. Het heeft nog de tijd. 't Is te hopen, dat het niet zij met weglating van het wezenlijke, de waarheid Gods, waarvan Calvijn zulk een getrouw en bezield getuige was. Maar indien dat de drijfkracht. van heel de herdenking mag zijn, zal ze kiuinen versterken en bezielen tot de strijd voor de heilige goederen ons door Gods wondere genade in de Reformatie geschonken.

Met het voorgaande zou ik ditmaal kunnen besluiten. Maar dan zou ik onvermeld hebben gelaten de vergadering van 13 oktober j.l., wat schuldige nalatigheid zou zijn.

Die vergadering is een grootse manifestatie geweest van onze verontrusting over de gang der dingen in ons kerkelijk leven. Hoe groot precies het aantal der uit alle streken van ons land samengestroomde gereformeerde ambtsdragers uit herv. gemeenten was, weet ik niet. Naar schatting waren het er minstens 750. De grote zaal van het Jaanbeursgebouw was afgeladen. Men heeft het opgepakt zitten blijmoedig gedragen. Wat daar is gesproken door prof. dr. J. Severijn, die de vergadering presideerde, heeft men in ons Orgaan kunnen lezen. En eveneens het stuk, dat aan de Generale Synode is gezonden.

Wat zal van déze bijeenkomst de vrucht zijn? Wij weten het niet. Dat is minder. Op Zijn tijd zal God het ons wel doen weten. De vraag is nu: zullen wij er winst mede doen, naar binnen en naar buiten? Zie, tot zulk een vergadering opkomen is betrekkelijk gemakkelijk. Maar het woord, daar gegeven, gestand doen, dat houdt veel meer in. Het betekent de actie voortzetten en doorzetten, niet in eigen, doch in Gods kracht. Dan zal innerlijk de eenheid en saamhorigheid groeien, de aaneensluiting machtiger worden. Daarin zullen we van de goede hand onzes Gods ook persoonlijke sterking des geloofs en diepere trouw aan Gods Waarheid leren kennen en genieten.

Ds. Abma plaatste in , , De Band der Beginselen" , , Maandelijks Contactorgaan der Herv. Gereformeerden te Schiedam" dd. oktober j.l., naast 13 oktober 1958, 31 oktober 1517. Men begrijpt wel met wat oogmerk. Zal 13 oktober 1958 een zegen worden voor onze kerk, dan moet hij gedragen worden door de daden des Heren 31 oktober 1517 geschied. Zal die zegen ons gegund zijn? We zijn wel al te mak geweest de jaren, die achter ons liggen. Teveel en te lang zijn we slap geweest, zo slap, dat van allerlei maatregelen door hen, die ze doordreven, ten opzichte van ons gezegd werd: „Ze slikken het wel". Groen van Prinsterer heeft zijn gedegen boek: Het regt der Hervormde gezindheid geschreven om het volk, dat de Waarheid Gods, in., , het formulier" — de Belijdenis der kerk — beleden, liefhad, maar „stil" was en niet tot actie kwam, op te roepen en te prikkelen tot een zich stellen achter die Banier en ze op te heffen ten strijde. Men heeft hem veelszins. alleen laten staan. Ook hier:

„Een veldheer zonder leger".

Hij heeft, bijtend scherp soms, dat volk, die belijders op hun roeping gewezen. Ik zal hem in dezen niet citeren. Het zou teveel ruimte vorderen.

Eén uitspraak van hem geef ik hier: , , Het verlaten van een kerk is zonde, ; wanneer het niet pligt is" (Regt. der Herv. Gez. blz. 128). Groen deed deze uitspraak in verband met de Afscheiding.

Ter vergadering 13 oktober was het advies en richtsnoer niet anders. Durven wij de strijd aan, welke dit zal meebrengen? Ik hoop en bid het.

Onze vergadering te Utrecht was rijk. Ze was een verkwikking. Het vervolg zij naar 2 Samuel 5 : 24: „En het geschiede, als gij hoort het geruisch van een gang in de toppen der moerbeziebomen, dan rep u, want alsdan is de Here voor uw aangezicht uitgegaan".

Zo alleen wordt 13 oktober 1958 gevuld met en uitgewerkt door wat God ons 31 oktober' 1517 schonk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's