De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

7 minuten leestijd

En Henoch wandelde met God . . . Genesis 5 : 22

Gods verborgen omgang vinden zielen, waar Zijn vrees in woont.

Zacht zinge uw hart mee de zang der zalige gemeenschap met de Here, die in het geloof alleen wordt ervaren. Dit toch is de vertolking van het goddelijk geheim van het woord: Henoch wandelde met God. Daar raken de hemel en de aarde schier aan elkaar. Eens heeft het geklonken tot Abraham: Wandel voor Mijn aangezicht. Jezus vraagt van Zijn disidpelen, dat zij achter Hem zullen komen, Hem willen volgen. Hier wordt echter niet gesproken van vóór Gods aangezicht leven of van wandelen stillekens achter Hem aan. Hier wordt de meest innige gemeenschap met God gevonden: een wandel mèt de Here. U ziet het, zoals een dichter het zag:

De vogels wisten wel voor Wie zij zongen

En alle bloemen kwamen nu aan bod.

De herten kwamen dichtbij met haar jongen

En Henoch wandelde aldoor met God.

Nu hoort een mens de stem des Heren Gods aan de wind des daags wandelende in de hof. Hier is het hergeven paradijs.

Haast huiveren we om nu nog verder te spreken. Wie durft dit heilig gesprek storen met zijn vragen? Toch is het nodig, dat wij er over spreken, opdat wij het wonder van deze heilige omgang met de Here zelf leren kennen of opdat we de heerlijkheid ervan te meer mogen ondervinden.

Een wandel met de Here is een leven in het Woord Gods, heeft Calvijn ons weer geleerd. Het is dus niet een stille mijmering, vervuld van het eigen denken. Maar het is allereerst een luisteren naar de stem des Heren in het Woord. Het kind des Heren neigt het oor, daar hij op Gods inspraak wacht. Voortdurend mag hij zijn leven geleid weten do'or het Woord. En de bede rijze steeds weer in het hart, dat door Woord en Geest zijn leven mag zijn in de gemeenschap met God. Werkelijk een wandel met de Here.

Het is niet zonder reden dat we hieraan de vraag verbinden, of wij dit kennen? Anders gezegd, of wij deze wandel, met de Here begeren en meebeleven als de hoogste heerlijkheid en de kracht van ons leven? Het moderne leven is immers zo druk geworden. Waar is het gezin, dat regelmatig en in rustige aandacht hiervoor de tijd neemt? Als de een niet gehaast is, kan de ander niet wachten. Waar zijn de mensen, die in de practijk van het geloofsleven hiervoor de rust vinden? Het drukke leven van alle dag eist ons meer dan op. De avonden zijn gevuld met overwerk, cursussen en vergaderingen. En de nieuwe morgen vraagt terstond weer alle aandacht. Geen tijd voor de gemeenschap met de Here.

In zoverre lijkt onze eeuw veel op de tijd van Henoch. De zonde van het geslacht, dat in de zondvloed omkomt was niet als die van Sodom. Jezus verwijt die tijd alleen, dat zij aten en dronken, trouwden en ten huwelijk namen. Op zichzelf geen ongeoorloofde dingen.

Maar zodra zij de mens zo in beslag gaan nemen, dat er voor de stilte met God geen ruimte blijft, wordt dit tot een zonde, die het oordeel oproept van de ondergang van de eerste wereld.

Zou veel verachtering in de genade daarin zijn oorzaak vinden? Al te gemakkelijk klagen wij over deze dingen en wijten ze aan alles en ieder, maar ik zou in grote ernst de vraag willen stellen, of een van de redenen hiervan niét ligt in de geestelijke slordigheid van de wandel met de Here. Dat betekent, dat wij weer de tijd zullen moeten zoeken voor deze dingen. De verborgenheid des Heren is voor degenen, die Hem vrezen. En wie voor deze stille omgang geen tijd vindt, beschadigt het eigen geestelijke leven. Als er dan tenminste nog van een geestelijk leven mag gesproken worden.

Dit houdt echter in geen geval in, dat wij nu in feite ons terug gaan trekken uit het leven. Het kan lijken, dat dit woord heenleidt naar het klooster, waar bedaagde en bedaarde kloosterlingen stil brevierend door de gangen gaan en waar in de kapel het gebed opklinkt in gewijde rust. Als daarin het geestelijk leven opgaat, is er een verloochening van de reformatie, die wij een dezer dagen hebben mogen herdenken. Want van de Henoch, die met God wandelt, leest u, dat hij zonen en dochters kreeg. Dat wil zeggen, dat Henoch wandelt met de Here, Hem vasthoudend met de ene hand, maar zijn andere hand houdt de jonge Methusalah vast. Een leven met God is, als het wel is, een leven in stille gemeenschap met 'God en tegelijk een leven, dat in de practijk van elke dag de van God gegeven taak vervult. Wandelen met God is ook een geheiligd bestaan in inkeer en arbeid, in ontspanning en goede rust. Wanneer wij dit gaan scheiden, verschraalt het geestelijk leven en verarmt het alledaags bestaan. Een wandel met God zij er iedere morgen en elke avond. Kerkdag en werkdag worden beide geheiligd. Dan zingt het in het hart:

Dies zal ik voor Gods ogen

S tééds wandelen in 't vrolijk levenslicht.

Maar zult u zeggen, hoe zullen twee tesamen wandelen, tenzij zij bijeen zijn gekomen (Amos 3 : 3)? U hebt gelijk. Er was een tijd, dat de mens wandelde met zijn God in onverstoorde gemeenschap van het heerlijke paradijs. Maar als de zonde komt, weet hij niet anders te doen dan te vluchten voor de Here. Te vluchten in de struiken, wier takken hun naakte lijf geselen. Te vluchten in leugens en aanklacht tegen de Here. Slechts één verlangen drijft hem nog: ver, ver bij God vandaan. En deze vlucht zal zich herhalen alle eeuwen door. Ook in uw leven. Het ontbreken van de stille gemeenschap met de Here blijkt nu te zijn een voortdurende vlucht voor God. En wij kunnen Zijn gemeenschap ook niet verdragen. Wie kan wonen bij een eeuwig vuur?

Rechtvaardig zou God geweest zijn, als Hij de mens, Adam en ons, had laten dwalen. U kent toch het oordeel uit een der psalmen?

'k Liet dit boos geslacht

naar de keuze viel

van hun dwaze ziel

in hun wegen wand'len.

En dat dit wegen des doods zijn, weten wij. Als er geen wonder gebeurt zullen wij buiten Gods gemeenschap gaan sterven: eenzaam voor eeuwig.

Maar de Here heeft deze vluchtende mens gezocht. Gezocht op een vreselijke wijze. De schuldige mens wordt ter verantwoording geroepen. Vele vragen, geen antwoord! Dan herstelt de Here Zelf de gemeenschap. Zijn Zoon wordt mens. En wandelt met God. Maar er zijn geen bloemen, zoals de dichter zich verbeeldde, enkel een doornenkroon. Geen dartelende herten, maar honden en hyena's, die Zijn kruis omringen. En Hij, Die immer gewandeld had met de Vader sterft in Godverlatenheid. En daarom kan alleen een mens door Gods genade wandelen met de Here.

Dan gaan wij ook verstaan, dat dit een wandel in geloof is. Als de Hebreeënbrief over Henoch spreekt, noemt hij hem onder de gelovigen van het Oude Testament. Dit is een rijke troost voor ieder aangevochten mens.

De mens van nature wandelt zonder God.

Wie de Here leerde kennen, moet be­lijden, dat hij vaak afdwaalt op eigen gekozen wegen.

Wie worstelen leerde om bij Hem te blijven, ervaart, dat Gods schreden te groot zijn voor de kleine mens naast Hem.

En dan mogen wij pleiten niet op onze wandel, maar alleen op de wandel van Christus Jezus in dadelijke en lijdelijke gehoorzaamheid.

Als u Zijn gemeenschap niet ervaart, zie op Hem.

Als u afdwaalde door eigen schuld, pleit daarop alleen.

Als uw hart zo dor is, zo ver bij Hem vandaan, zie dan op Zijn wandel met de Vader in borgtochtelijke verzoening.

Dan leert ons hart met de Here te wandelen. Wij hebben Hem nodig om ons vast te houden. Wij willen bij Hem blijven, want buiten Zijn gemeenschap wacht de dood. Wij mogen bij Hem blijven in dankbare liefde voor zoveel ontferming.

En in die wandel met de Here ervaren wij het wonder van Zijn gemeenschap in de tederste vreugde. Dan raakt Gods Hemel schier aan de aarde. En schouwen wij van verre het eeuwig paradijs, waar wij straks voor immer bij Hem zullen zijn in onverstoorde gemeenschap.

Henoch nu wandelde met God. En wij?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's