OOST-DUITSLAND
II. Enkele bijzonderheden over de vluchtelingen uit de Oostzone.
De zg. „Republikflucht" heeft sinds 1949 onrustbarende vormen aangenomen. Sinds die tijd zijn rond drie miljoen inwoners der Oostzone gevlucht, dat is 150/o of wel 1/7 deel der totale bevolking. Een dergelijke massale uittocht heeft niet zijns gelijke in de geschiedenis.
De cijfers zijn: 321.000 ('49); 337.000 ('50); 288.000 ('51); 232.000 ('52); het topjaar 1953, met de juni-opstand in West- Berlijn: 408.000; vervolgens resp. : 295.000; 381.000; 396.000; 262.000 in 1957 en in dit jaar tot nu toe (1 september) 140.000.
Dit jaar vertoont het volgende beeld: Begin januari kwamen de nieuwe paswetten af, waarin op illegale reizen naar West drie jaar gevangenisstraf staat. Dit had een grote stroom ten gevolge (22.000). In februari en maart daalde dit tot resp. 16.000 en 14.000, waarna het cijfer niet meer onder de 15.000 komt en in juni sterk stijgt tot 23.000 per maand.
De oorzaak van deze piek is onbetwist de vijfde partij-dag in juli, waarop onomwonden te kennen werd gegeven dat de socialisatie voortgang zou vinden op alle terreinen, in het bijzonder van wetenschap en cultuur. Boeren, handwerkmeesters, winkeliers, ingenieurs, arbeiders, maar vooral artsen, apothekers, leraren en wetenschapsmensen verlieten alles wat ze hadden en vluchtten. Was het vroeger nog mogelijk veel mee te nemen, tegenwoordig moet men zich met een actetas tevreden stellen. Op de vlucht wordt ieder gelijk, allen even arm, allen in het zelfde vluchtelingenkamp, in dezelfde bedompte en overvolle zalen.
Enkele cijfers kunnen deze intelligentia-vlucht verduidelijken. Gedurende het eerste halfjaar van 1958 vluchtten 1398 leraren, in juli nog eens 350, in augustus (tot en met 4 september) 247. In augustus vluchtten niet minder dan 124 professoren; in totaal 483 artsen waarvan 153 in juli en 55 in augustus; 83 apothekers.
Van alle vluchtelingen is het percentage aan jeugd zeer hoog: 47 %. In het weekend van 31 augustus vluchtten alleen al 1800 mensen.
De opname in de doorgangskampen is werkelijk een probleem, daar vroeger 70 procent der vluchtelingen naar West- Duitsland vluchtten en 30 naar Berlijn en nu zijn deze percentages 12 en 88! Berlijn is nog de enige sluis naar de vrije wereld.
In het Volkmarsstrasselager, de oude Lorenzfabriek, die in de oorlog door brand verwoest is, wordt sinds zes jaren een groot deel der vluchtelingen ondergebracht. Het is de grootste verzamelplaats van de 49 kampen in Berlijn. Normaal kunnen er 2300 mensen een onderkomen vinden, ze beschikken dan over 4 vierkante meter per persoon. In augustus en september bevatte het echter gemiddeld 3500, en een paar dagen zelfs bijna 4000 mensen. Dat betekent een 2 vierkante meter per persoon, de helft van een gevangeniscel, naar grootte gerekend, de bedden werden nog dichter bij elkaar gezet en zalen waar normaal een 60 a 70 mensen sliepen, telden nu 140 tot 160 mensen.
Het eten halen duurt uren, voor al deze mensen zijn slechts drie strijkijzers beschikbaar, het wassen geschiedt aan lange goten die meer weg hebben van voerbakken voor vee.
Velen liggen volkomen apathisch op hun bedden, anderen zoeken vertier in het Haus für Alle van de Heimatslosen Lagerdienst of in het Holländerheim, waar aan de vrouwen nog drie strijkijzers en vier naaimachines ter beschikking staan, waar de mannen hun schoenen kunnen repareren, en de kinderen kunnen knutselen en spelen.
Het Hollanderheim is één van de vijf barakken van het Hilfswerk der Evangelische Kirche in Deutschland, en staat in direct verband met de Innere Mission, De bouw van deze barakken is mogelijk gemaakt door het oecumenische hulpwerk. Het Holländerheim werd gebouwd van Amerikaanse, Zwitserse en Hollandse gelden. Het is traditie dat de leider Hollander is, terwijl de medewerkers afkomstig zijn uit allerlei landen. In de vijf tehuizen werken momenteel: Amerikanen, Hollanders, Duitsers, Zwitsers, Fransen, Engelsen, Noren^ Portugezen en Denen.
Het werk in zulk een tehuis blijkt meerdere zaken te omvatten.
1. Flüchtlingsfürsorge: Het helpen op allerlei terrein in de maatschappelijke en lichamelijke noden der mensen. Men kan naaien, strijken, breien, borduren enz. Zo mogelijk wordt alles wat nodig is ter beschikking gesteld. Het gebrek aan materiaal is echter vooral wat wol betreft schrikbarend. De prijzen zijn hoog en men is op geschenkzendingen uit het buitenland aangewezen.
Verder is er een bibliotheek van ongeveer 1000 boeken en tijdschriften. In de keuken kan men elke middag warm water, kannen en kopjes krijgen om koffie te maken. De grote zaal bevat mogelijkheden voor gezellig zitten, tafeltennis, schaken enz.
Met weinig moeite wordt de zaal omgevormd tot vergaderlokaal, waar elke week een film veroond wordt, elke veertien dagen de vaganten een avond geven met muziek, zang of voordracht, en elke dag de avondwijding gehouden wordt.
De vragen waarvoor men echter buitendien komt te staan zijn onbeperkt. Er is een beperkte mogelijkheid tot het uitdelen van kleding, waar de geschenken uit het buitenland toe in staat stellen en veel mensen zijn dankbaar voor een warme trui of rok voor de kinderen, voor wat ondergoed of kousen. Daar de meesten gevlucht zijn bij warm zomerweer, bezitten ze niet meer dan ze aan hebben en dat is vaak niet meer dan een broek- en een overhemd, geen of weinig onderkleren. Vooral aan mannenkleding en schoenen bestaat daarom een grote behoefte.
2. Flüchtlingsseelsorge. Zo gemakkelijk men om een broek vraagt, zo moeilijk vraagt men om geestelijke hulp. Als echter het vertrouwen gewonnen is, vertelt men vaak zijn gehele leven. En elk leven is meer dan een roman. Er zijn er bij die vier-, vijfmaal van nationaliteit veranderd zijn wegens lijnen op een wereldkaart die gewijzigd werden door grote heren in een conferentieoord. Nergens valt meer de waanzin van een grenswijziging op dan hier. Velen zijn al jaren onderweg op een vlucht, vooral zij die uit de Duits-Poolse grensstreken komen. Het geestelijk contact moet vaak opgaan in een willen aanhoren van de levensgeschiedenis en iedere geschiedenis is anders en toch is elke geschiedenis weer eender. Altijd is daar oorlog, rouw, vlucht, angst, vervolging, heimwee, vaak apathie, nog vaker een rusteloos zoeken naar houvast. De mensen vragen allereerst vertrouwen: Vertrauen Sie? Wirklich? Ich dachte es gibt kein Vertrauen mehr in dieser Welt, nicht mehr in seinem eigenen Volk. Langzaam, heel langzaam kan men komen met het geloof. Niet met leuzen en kreten, want alle straten hangen vol met kreten in het Oosten. Ze willen geen lege woorden, maar daden.
Dit is wel de moeilijkste opgave voor een christen: daden te laten zien. Hierin voelt men zijn eigen kleinheid. Men kan de Hollandse gemeentelijke toestanden hier moeilijk mee vergelijken.
Op deze wijze worden bijvoorbeeld mannenverenigingen geleid. Gesprekken die uitlopen op persoonlijke getuigenissen, waar men merkt dat er na afoop soms een sfeer van vertrouwen : waar men de andere dag soms schuchter op terugkomt. Soms merkt men ook dat mensen pas na zo'n avond open worden.
Veei leed is er in het huwelijksleven. Weinig huwelijken zijn werkelijk gelukkig. Oorzaak is hiervan waarschijnlijk de oorlog met lange krijgsgevangenschappen. Velen hebben verschillende soorten kinderen. Op de vrouwenverenigingen probeert men de vrouwen te laten breien en men leest voor. Op bijeenkomsten van de jeugdkring worden spelletjes gedaan, soms afgewisseld met een uurtje bijbelse geschiedenis vertellen. Men staat werkelijk versteld van de onwetendheid, maar ook van de aandacht waarmee deze voor hen volkomen vreemde geschiedenissen worden gevolgd. Vooral de avond wijdingen zijn iets wonderlijks. Het is een probleem, ondanks de taalmoeilijkheden en de lange voorbereiding die nodig is, iets belangrijks in een paar minuten te zeggen. Velen gaan weg, weinigen blijven. Soms houdt men een avondwijding voor twee personen, maar altijd gaat het door.
Het is een heel ander gehoor dan normaal. Allen krijgen een bijbeltje en een gezangboek, men moet met nadruk zeggen op welke bladzijde het te lezen, gedeelte staat en men moet goed uitzoeken dat het een bekende melodie is.
Vele teksten krijgen een geheel andere kleur, dan ze in een Nederlandse kerkdienst zouden hebben. Hier zij ze vaak concreter, ook moeilijker te verstaan.
, , In de wereld zult gij verdrukking lijden, maar hebt goede moed...." enz.; Psalm 31 : 9: , , Here in Uwe handen beveel ik mijn Geest" (joods kindergebedje voor het slapen gaan'; , , Zonder Mij kunt gij niets doen"; Petrus wandelend op de golven; Psalm 42 : 1—6; en vooral Prediker 1: „Alles is ijdelheid."
Bijzonder spreekt in deze hele situatie aan de Philippenzenbrief.
Uit Psalm 4: , , . .. . dat ik zeker wone." Het is wel een bijzonder gemis, dat in het Duitse gezangboek maar enkele psalmen staan, en dan nog wel alleen lofpsalmen. Juist in deze situatie gaan de psalmen spreken, merkt men de onvergelijkelijke diepte van David en Asaf. Men zou er ook van willen zingen. Het schijnt dat deze rijkdom van het Calvinisme toch niet beseft wordt in Nederland, al zal wellicht een nieuwe berijming vele psalmen weer doen leven.
De toekomst is voor velen donker, daar ze geheel opnieuw moeten beginnen. Duitsland is overvol vluchtelingen: de Bondsrepubliek telt 50 miljoen inwoners, waarvan 9, 1 miljoen verdreven uit Polen e.d. en 3 miljoen vluchtelingen uit Oost-Duitsland. Wetenschapsmensen vinden wel een onderkomen, moeilijker is het voor de arbeiders en vooral de oudere mensen.
Hoop op een spoedige vereniging van de beide delen van het Duitse Rijk, is niet te rechtvaardigen.
Hopelijk is er iets in dit korte overzicht dat in Nederland de harten in beroering brengt. Werkelijk, de nood Is ontstellend groot.
Laten we als christenen van alle vrije landen laten zien dat we werkelijk broeders zijn in Christus, waar we ook wonen en wie of wat'we ook zijn. Berlijn is een klein stukje van Gods aarde, er is veel leed, maar ook veel geloof en veel gebed en veel liefde.
Eén voorbeeld: Aan het einde van een godsdienstoefening in een grauwe lage zaal werd gecollecteerd, niet voor eigen nood, maar voor.... de vluchtelingen in Jordanië en Hongkong. Er zijn mensen die daar hun laatste 10 pfennig in geworpen hebben. , , Daar is het harder nodig dan hier, het is er nog erger".
Dit is christen-zijn in een wereld, waar de Antichrist rondgaat als een briesende leeuw, waar verdrukking is, maar waar de triumfroep van Christus gehoord wordt: „Hebt goede moed, Ik héb de wereld overwonnen!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's