De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hoe moet men dat zien?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe moet men dat zien?

9 minuten leestijd

, , De Oecumenische Raad van Amsterdam had de ambtsdragers der Gereformeerde Kerken aldaar uitgenodigd om „op donderdag 9 oktober met haar kennis „te komen maken. Niemand minder dan , dr. H. Kraemer zou spreken over „Eén , Heer, één Kerk" en schriftelijk ingediende vragen beantwoorden, zo lezen wij in het oktobernr. van „Getrouw".

In het daarop volgende verslag worden verschillende uitspraken van prof. Kraemer gememoreerd, die — aangenomen, dat zij juist zijn geciteerd — de belangstelling van ons Hervormden verdienen. Prof. Kraemer toch heeft een belangrijk aandeel gehad in de gang van zaken van de Hervormde Kerk tijdens de bezetting en na de oorlog. Reeds uit dat oogpunt is het van betekenis uit hetgeen in gemeld verslag wordt medegedeeld, voor zover dit althans mogelijk is, een voorstelling te maken van de idee, waarvan hij is uitgegaan bij zijn initiatief van , , vernieuwing" van het kerkelijk leven.

Wij treffen o.a. deze uitspraak aan: , , Daarom gaat het om een nieuw verstaan van de Bijbel door alle kerken. „Ook de gereformeerde leer beantwoordt niet aan de dynamiek van het Evangelie".

Verder: dat we bereid moeten zijn op een nieuwe manier ons te buigen onder Gods Woord, (cursivering van mij, S.).

Laat mij eerst omtrent de betekenis van het nieuw verstaan en een nieuwe manier om te buigen onder Gods Woord enig nader licht trachten te verkrijgen.

Als prof. Kraemer zegt, dat het nieuw verstaan van de Bijbel alle kerken betreffen moet, ligt de conclusie voor de hand, dat de Bijbel op verschillende manieren verstaan kan worden, en dat de kerken tot op vandaag een verkeerde manier van verstaan hebben. Moeilijk kan worden ondersteld, dat wij prof. Kraemer hierin misverstaan, want volgens het verslag moet hij ook gezegd hebben, „dat wij niet minder dan duizend jaar kerkgeschiedenis moeten overdoen". Duizend jaar kerkgeschiedenis in de war!

Wij willen dat ernstig nemen, want het zal zeker ernstig bedoeld zijn. Maar dan is het ook ernstig, want duizend jaar kerkgeschiedenis is ook duizend jaar geschiedenis van Europa en al kunnen we zo maar niet zeggen ook duizend jaar wereldgeschiedenis, toch is de geschiedenis van Europa niet zonder buitengewone invloed op het gebeuren in de gehele wereld geweest gedurende de laatste tien eeuwen: gelijk de geschiedenis van de kerk gedurende die periode niet weinig van invloed is geweest op de historie van ons werelddeel. Wij noemen slechts de kruistochten, de reformatie, de grote ontdekkingen .aan het begin der nieuwe geschiedenis, de emigratie en de vestiging van koloniën, etc.

Als de kerken gedurende al die tijd de Bijbel niet goed hebben verstaan en hebben gefaald, dan is alles scheef en verkeerd uitgekomen. Voor zover het mensenwerk betreft, kan weinig anders verwacht worden dan verkeerd verstaan van. de Bijbel en verkeerd handelen, aangezien wij een zondig en verdraaid geslacht zijn.

Maar, wie geeft ze nog gelijk, die zo hoogmoedig en vermetel riepen, dat de mens de geschiedenis maakt?

Zo waarlijk God Zijn genade over deze wereld heeft doen opgaan, die Hij ook geschapen heeft, zo waarlijk is Hij de Leidsman der geschiedenis, gelijk Hij ook is de Leidsman des geloofs.

Of Is Hij het niet, die ook de plaats onzer woning bepaalt, en heeft Hij ook Zijn Heilige Geest niet uitgestort om de Zijnen te leiden in de Waarheid en indachtig te maken alles, wat Hij gezegd heeft? (Joh. 14 : 26; 16 : 13)

Als het zo bedoeld is, dat alle kerken de Bijbel verkeerd hebben verstaan, dan kan dat met de Schrift zelf toch niet wel in overeenstemming zijn en is deze voorstelling geheel aan het werk van de Heilige Geest voorbij gegaan. Op zich zelf is dat weer niet te rijmen met een uitdrukking als deze: , , Maar we moeten de Heilige Geest en de kracht van het gebed niet uitschakelen", die wij ook in het verslag aantreffen.

Heel duidelijk afkeurend is voorts een zinsnede als deze: , , Ook de gereformeerde leer beantwoordt niet aan de dynamiek van het Evangelie".

Het kost inderdaad moeite om zulk een woord ernstig te nemen, want daarmede is de reformatorische belijdenis ten enenmale verworpen. En toch schijnt dit te passen in het oordeel over de duizend jaar kerkgeschiedenis, die volgens prof. Kraemer moet worden overgedaan, - want daaronder valt ook de reformatie.

Van een nieuw beiijden wordt intussen niet gesproken in het verslag, doch wel deelt het mede, dat op de vraag naar de vrijzinnigen door prof. Kraemer werd geantwoord: , , We hebben een vernieuwde kerk nodig, een waarachtig getuige van wereldvernieuwing, en zullen we dan eerst de mensen examineren? "

Waarop anders dan op hun belijdenis kan dit slaan? Derhalve geen belijdenis, en dat past ook bij de stelling van een nieuw verstaan van de Bijbel. Wij zouden mogen zeggen, dat moet er dan eerst zijn.

Hoe dit is, wordt niet, althans niet duidelijk gezegd, maar, waar door prof. Kraemer de fout wordt gezocht, kunnen wij enigermate benaderen in het licht van een citaat uit, , Communicatie" door Getrouw aangehaald, (blz. 2)

„De opkomst en bloei van het modern wetenschappelijk onderzoek van de Bijbel ten gevolge van het sterke secularisme in de moderne wereld, is, niettegenstaande vele verkeerde bedoelingen, een instrument in Gods hand om Zijn Kerk en de Christenen te bevrijden uit de loopgraven en schuilplaatsen die ze zich op verkeerde punten hebben gedolven. De Kerk had deze grote schok nodig, omdat ze op een verkeerd fundament bouwde, nl. dat de Bijbel de waarheid is, vergetend dat de Bijbel leert dat Jezus Cliristus de Waarheid is.

Van dit standpunt beschouwd is de enorme groei van het fundamentalisme met zijn fanatieke nadruk op de letterlijke onfeilbaarheid van de Bijbel als het eerste geloofsartikel een geestelijke krankheid. Deze hele nadruk op onfeilbaarheid is een grof soort intellectualisme, een triest voorbeeld van verkeerde godsdienstige gerichtheid. Het klinkt vals als we over Gods Woord spreken als onfeilbaar. Het is on-Bijbels. De Bijbel spreekt over het Woord van God als waar en betrouwbaar. Het fundamentalisme is een verontrustende zaak. Het is in ons historisch tijdsgewricht een quasi heroïsch , , escapism". Het is een weigering om de situatie onder de ogen te zien waarin God ons geplaatst heeft".

Let op het verkeerde fundament, waarop de kerk bouwde volgens prof. Kraemer; zij leerde nl. , , dat de Bijbel de waarheid Gods is, vergetend, dat de Bijbel leert, dat Jezus Christus de Waarheid is".

Dat heeft de Reformatie inderdaad ook geleerd en wij belijden dat met de reformatoren (vgl. Art. VII van de Nederlandse Geloofsbelijdenis).

En nu leert de practijk, dat wij in het geloof leren, dat Jezus Christus de Waar'heid is, omdat de Heilige Schrift het zegt en de Heilige Geest getuigt, dat het zo is. Hoe kan de Heilige Schrift, die van de Waarheid getuigt, (en dat door de Geest der Waarheid), anders dan Waarheid zijn? Indien haar getuigenis niet waarachtig ware, wij zouden geen kennis van de Waarheid hebben.

Als de kerk deze belijdenis moet prijsgeven, moet zij het fundament der apostelen en profeten verwerpen, en waarop zal zij dan kunnen bouwen (Vgl. Efeze 2 : 20).

Hoe toch zal zij tot kennis der Waarheid komen, als zij door de Waarheid zelf niet onderwezen wordt, die zich in het Woord openbaart?

Edoch, Kraemer noemt het zelfs on- Bijbels, om over Gods Woord te spreken als onfeilbaar.

Als dat zo is, hebben de Reformatoren het toch volkomen mis gehad door te spreken van een onfeilbare regel des geloofs nl. een onfeilbare regel van het geloof in Jezus Christus, die het gezegd heeft: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven, en die ook gezegd heeft, dat Hij der Waarheid getuigenis geeft.

En dat reformatorisch geloof nu wordt door prof. Kraemer voor fundamentalisme uitgekraamd en afgewezen. Wij betreuren dat ten zeerste en prof. Kraemer kan alleen zo spreken, omdat er, Gode zij dank, nog altijd velen zijn, die aan het Schriftgeloof vasthouden. Van fundamentalisme gesproken, op het fundament der apostelen en profeten bouwt Christus Zijn Kerk.

Wat prof. Kraemer dan wil?

Zonder enige theorie omtrent de Bijbel, de Schriften onderzoeken met ieder, die zich daartoe laat overreden. M.a.w. dekerkgeschiedenis, de dogmenhistorie, de Schriftcritiek — vergeten. Zonder vooroordeel de Schrift onderzoeken.

Het voorbeeld van de Moorman komt ons in de gedachten. In hoeverre hij onbevooroordeeld was naar de bedoeling van prof. Kraemer valt moeilijk te zeggen. Hij was in ieder geval geen Jood en niet opgegroeid in de Joodse traditie. En hij las de profeet Jesaja.

Maar nu de vraag van Filippus: , , Verstaat gij ook, wat gij leest? " En het antwoord van de Moorman: Hoe zou ik toch kunnen, zo mij niet iemand onderricht? (Hand. 8 : 30 w.) Vergelijken wij ook het gesprek van Christus met de Emmaüsgangers (Lukas 24 : 27) waar geschreven staat: , , En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, leide Hij hun uit in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was".

In deze plaatsen gaat het niet om enige theorie, maar om het verstaan der Schriften en haar uitlegging.

En nu moeten wij zeggen, dat wij waarlijk niets dan verwarring verwachten van een biblicisme, waaraan ieder deelneemt. Zulk een individualisme wordt ten enenmale uitgesloten door het feit, dat Christus een gemeente bouwt, herders en leraars over haar stelt, die haar weiden en onderrichten in het geloof, dat de heiligen is overgeleverd.

Daardoor verkrijgt ook de belijdenis der kerk een objectieve waarde boven individuele meningen. Zij vertegenwoordigt een vertolking van het geloof der gemeente en van haar leven in Christus. Niet ten onrechte wordt zij daarom norma normata voor de uitlegging der Schrift en voor de prediking des Woords genoemd.

De nadruk door prof. Kraemer op „wereldvernieuwing" en op , , een kerk, die waarachtig getuige is van wereldvernieuwing", gelegd, doet de vraag rijzen, of hij de vernieuwing der wereld in deze eeuw verwacht en de kerk houdt voor het eigenlijk orgaan der vernieuwing.

Ook de kerk, die de Bijbel verkeerd zou verstaan, naar zijn oordeel, verwacht een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, doch in de toekomende eeuw. Veeleer legt de Heilige Schrift, wat de prediking in de wereld betreft, de nadruk op de toevergadering tot de gemeente, die zalig wordt.

Veel moge in de wereld veranderd zijn, waar de banier van het kruis geplant werd, doch men kan niet ontkennen, dat de apostelen, die naar het bevel van Christus de wereld introkken, veelmeer op persoonlijke bekering en vernieuwing aandrongen dan op wereldvernieuwing.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Hoe moet men dat zien?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's