De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HEDENDAAGSE LITURGIE (7)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HEDENDAAGSE LITURGIE (7)

8 minuten leestijd

Dat wij hier niet op bijbelse bodem zijn, is alleen reeds duidelijk door het feit, dat wij nergens in de Heilige Schrift deze liturgische orakeltaal tegen komen, „dat des mensen stoffelijkheid geestelijk en zijn geestelijkheid stoffelijk is", en wat daar nog meer bijgevoegd wordt. Op blz. 14 van zijn „Liturgiek" bekent Van der Leeuw dan ook openlijk, dat hij aanknoopt bij het scholastisch woordgebruik (dus der middeleeuwen) en dat weer op zijn beurt bij Aristoteles, bij wie de vorm als het wezen beschouwd wordt.

De vier elementen, uit de metaphysica (leer der bovennatuurlijke dingen) van deze wijsgeer, die het wezen van een plant, dier of mens zouden uitmaken, worden hier zelfs met de oorspronkelijke namen genoemd. In deze vorm bereikt het wezen zijn doel. Het is niet te ontkennen, dat aldus Aristoteles een schitterende doelmatigheidsleer heeft opgebouwd, maar zij is heidens. Vandaar, dat hij niet weet van een door God ingeblazen geestelijke onsterfelijke ziel van de mens. Bij hem is „de ziel de vorm (= wezen) van een organisch lichaam". Zij is een zich ontwikkelende kracht, , , die het levend wezen draagt, en tot volkomene ontwikkeling brengt". Maar deze , , ziel' is aan het lichaam verbonden, en sterft, als het lichaam sterft. De zo te noemen lichaamsziel is geen aparte wezenheid, er is nog een andere, een , , goddelijke" ziel, de nous, d.i. het redelijk element, dat, onverklaarbaar, , , van buiten" (hoe? , wordt in het duister gelaten) toekomt.

Deze tweede ziel is de rede, die het zelfbewustzijn geeft en ook de wil zou beheersen. Toch wordt die „goddelijke" ziel gedacht als niet tot het lichaam te behoren, die daarom, bij het sterven, als goddelijke vonk tot de godheid terugkeert en in haar wordt opgelost. Dit is dan de wijsgerige onsterfelijkheid, niet van een menselijke ziel, maar van een de mens tijdens zijn leven begeleidend deel der godheid, dat uiteraard aan de dood niet onderworpen kan zijn 1). Doch wat dan hier onsterfelijk geacht wordt, is een onpersoonlijk iets, en de godheid eist bij de dood des mensen het , , zijne" weer terug. Dat is radicaal iets anders dan , , dat mijn ziel na dit leven van stonde aan tot Christus, haar Hoofd, zal opgenomen worden" (zondag 22, Held. Cat.), en dan het woord des Heren tot Martha (Joh. 11 : 26): „en een iegelijk, die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwiglieid; gelooft gij dat? "

Volkomen in tegenspraak daarmee zijn de opvattingen van prof. Van der Leeuw c.s., en volkomen in overeenstemming met de heidense Aristoteles is het, als gewaagd wordt van de ziel „als iets, dat niet bij de mens behoort", zij het dan dat de goddelijke en zedelijke nous hier vervangen wordt door „pneuma (geest) in de paulinische zin", doch met de beperking: „maar in geen geval zijn (des mensen) eeuwig deel of zijn hoogste eigenschap".

Het is nodig geweest, even deze uiteenzetting te geven, om te doen zien, hoe de liturgische incarnatie-theorie past op dit Griekse denkschema, en dat we aldus op natuurlijk terrein zijn terecht gekomen, en niet op dat van het geloof van Gods Kerk. Prof van der Leeuw geeft in zijn , , Inleiding tot de theologie", 1935, zelfs een totaal nieuwe opvatting van het wezen der theologie en haar taak. Alles cirkelt om de ook daar ontwikkelde incarnatie-theologie, blz. 113—121. , , Immers, wil men het Evangelie met inhoud vullen, dan zal men die in de menselijke realiteit der (ook buiten-christelijke, Br.) religies moeten vinden" 2). Nog mooier: „Met andere woorden: de ganse geschiedenis der godsdiensten (het onderwijsvak van prof. Van der Leeuw, Br.) is, krachtens theologisch gezichtspunt. Kerkgeschiedenis" 3). Dat woord , , theologisch" wil ons leren, dat er , , geen Godswetenschap is zonder godsdienstwetenschap", n.l. van de natuurlijke religies. , , En het Christendom, beter Christen-zijn, dat bestaat in het dienen van God, kan ook in het historisch heidendom worden gevonden" 4).

In 't kort: prof. Van der Leeuw beweert, dat het geloof uitgaat van de incarnatie, daad Gods; dat is de eigenlijke theologie (dus niet de geopenbaarde kennis Gods); dat heet voorts herscheppings-theologie, en herschepping veronderstelt schepping, en die is critiek, scheiding, maar ook vorming, formatie  5). Daarom mogen wij de , , Fremdreligionen" niet als , , vreemd" beschouwen. Ze zijn dat noch historisch, noch phaenomenologisch (d.i. wat de verschijningsvormen betreft), noch theologisch. De catholiciteit der kerk brengt voor de theologie mede, dat zij geen terrein als niet het hare beschouwt. Christus is Koning. Wat is tussen mens en God (dus van de oudste tijden af, Br.), is door Christus" 6).

, , Schepping en verlossing vormen samen het heil". Zo gaat het om vaststelling en waardering van z.g. structuren in de religie, in heel de wereld, als van heilands-verwachting, zonde en schuld, opstanding uit de dood, ook van wat sacrament wilde zijn, enz. Ten slotte: , , Het Christendom toont zo een eigen structuur naast Jodendom, Boeddhisme, modern idealisme, enz." 7).

Op deze cultuur-theologie  8), die beweerd wordt herscheppings- en daarom ook scheppingstheologie te zijn, rust nu de door prof. Van der Leeuw geschapen sacramentstheologie. Van , , natuur" zouden we niet meer mogen spreken; vanuit de incarnatie is alles „creatuur", schepping en schepsel Gods, door de incarnatie voor en na , , geheiligd". Van algemene en bijzondere genade wil Van der Leeuw echter niet weten: „Het aanknopingspunt in de mens voor de verkondiging van het Evangelie ligt niet in iets algemeens, maar in het feit, dat de mens geschapen is, d.w.z. in genade, zij het in een genade, die moet worden onderscheiden van de herscheppende genade — onderscheiden, niet gescheiden" 9). Wat zulk een genade nu betekent, blijft in het duister. Ik kan het niet van mij afzetten, of daar mogelijk ook niet achter schuilt het geloof aan een voor-wereldlijke val in een vóór-wereld­lijke eerste wereld, waarbij dan een in die wereld optreden van Satan gemoeid is en waardoor de chaos is ontstaan.

Deze is wel bedwongen, maar God wil zich van de nu geschapen mens bedienen, om tot die volkomen overwinning met Hem te geraken, maar ook deze valt door Satan, en nu gaat alles weer naar de chaos terug. De schepping van Gen. 1 zou dan zijn een geleidelijk terugscheppen van de chaos in kosmos. En vandaar nog 't strijdkarakter van alle leven, tot op de huidige dag. Deze opvatting is, via Origenes (185—254), gelanceerd door een vroege leermeester van prof. Van der Leeuw, n.l. dr. J. H. Gerretsen 10). Alzo zou dan ook het proces der natuurreligies een phase betekenen in de uiteindelijke verlossing, herschepping van mens en wereld.

Zeer kenmerkend voor het boek , , Sacramentstheologie" is nu, dat het in drie delen uiteenvalt: I. Historisch exegetisch deel; II. Phaenomenologisch deel (de buiten-christelijke religies) ; III. Theologisch deel. 't Eerste (124 blz.) bevat alles, wat, vanaf Heilige Doop en Heilig Avondmaal tot aan het Laatste Oliesel toe in de kerk tot sacrament werd gerekend; 't tweede (107 blz.) begint met de stelling, als allereerste woord: „Het sacrament staat in de wereld, d.w.z. in een geheel van verschijnselen". Ter sprake komen de , , sacramentele" handelingen bij de natuurvolken; 't derde (111 blz.) geeft des schrijvers standpunt weer voor de liturgie. Ook naar 't aantal bladzijden dezer drie delen blijkt, dat we niet op veel verschil van waardering hebben te rekenen. En wij kunnen volkomen instemmen met wat Noordmans hieromtrent opmerkt: , , Zo kan, wat er groeit op de akker van de primitieven, na op de liturgische molen gemalen te zijn, in een Handboek voor Liturgie als dagelijks brood aan een Hervormd mens worden voorgezet" 11).

Moderne , , sacramentariërs" blijken, ondanks hun sacramentarisme, zin, betekenis en doel van het sacrament (er zijn er maar twee) verloren te hebben en ingeruild voor iets, dat voor ogen is, Om niets ergers te zeggen.

Ze hebben dan ook andere mensen op het oog, dan die daarin zien „heilige zichtbare waartekenen en zegelen, van God ingezet, opdat Hij ons door het gebruik daarvan de belofte des Evangelies des te beter te verstaan geve en verzegele" (Zondag 25, vraag 66, Heid. Cat.).

Het is echter te verstaan, dat het woord sacrament als onbijbels en bij Rome zo misbruikt, de Hervormers als erfelijk belast is voorgekomen, maar zij zomin als wij kunnen voor de beide „waartekenen" een beter woord vinden.

Evenzeer is echter te verstaan, dat prof. Doedes eens verklaard heeft, dat het jammer is, dat men met de sacramenten der Roomse Kerk niet tegelijk de benaming heeft verworpen en van Doop en Avondmaal eenvoudig gesproken als' van tekenen en onderpanden, of iets dergelijks. Wij vinden deze opmerking bij dr. F. J. Los, , , Tekst en toelichting van de geloofsbelijdenis der Ned. Herv. Kerk", 1929, blz. 272, 273. De schrijver stemt daar volkomen mee in. Er is grond, er over na te denken.


1) Vgl. Visscher, „De oorsprong der ziel", blz. 17 V.V., Prof. Dr. B. J. Ovink, „Overzicht der Griekse wijsbegeerte'", 1895, blz. 116— 118, en W. Jansen, „Geschiedenis der wijsbegeerte", 1919, I, blz. 196—198.

2) A.W., blz. 140. Men staat hier eenvoudig perplex, tegenover een onwaardige uitdrukking als „het Evangelie met inhoud vullen".

3) A.W., blz. 142.

4) A.w., blz. 141.

5) A.W., blz. 119.

6) A.W., blz. 142.

7) A.W., blz. 151.

8) Liever: philosophie.

9) A.W., blz. 149.

10) „De val des mensen", 1909, blz. 47 v.v. en „Christologie", 1911, blz. 103 v.v.

11) Noordmans, „Liturgie", 1939, blz. 102. •

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HEDENDAAGSE LITURGIE (7)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's