EEN ENIGE REACTIE
In het Utrechtse Nieuwsblad d.d. 11 november 1958 lezen wij het volgende:
Kerkelijke belangstelling is verzwakt
, , Wij hadden verwacht dat het artikel van ds. A. Weiland in, , Kerk en Wereld", weekblad voor vrijzinnig-protestanten, over de toenemende onkerkelijkheid, een stroom van reacties tengevolge zou hebben. Onder de titel , .Aflopend getij" schreef de predikant o.m., dat over veertig jaar de vrijzinnige groeperingen zouden zijn gereduceerd tot niets of vrijwel niets. Hij wekte op de voor de kerk zeer precaire toestand nuchter onder ogen te zien.
De enige reactie op dit stuk kwam van ds. W. de Weerd.
Uit zijn artikel nemen wij enkele passages over: , , .... je wilt protesteren, je wilt zeggen dat het allemaal zo somber niet is, je wilt bewijzen overleggen dat hij (ds. Weiland) de zaak eenzijdig ziet, vanuit een hoek waar juist een pastorale desillusie is geboekt. Maar diep in eigen hoofd en hart leeft dezelfde onrust, hetzelfde wantrouwen omtrent de toekomst der kerk."
„De achteruitgang wordt veelal geweten aan de predikant. Wij dominees plegen over kritiek aan ons adres te toornen of te glimlachen. Maar we trekken er ons gemeenlijk geen bliksem van aan, zeg zelf."
, , Wij predikanten hebben zeer grote schuld. Wij raken ons Godsvertrouwen en ons zelfvertrouwen kwijt, wij relativeren het heilige in ons leven, wij zijn jaloers op een collega, wij schrijven brieven aan een knaap, die doodgewoon hard werkt in zijn gemeente, dat hij een activist is, dat hij (en ik verzin dit niet!) aan , , geldingsdrang" lijdt. Wij donderjagen ter rechterzijde over de doemelijke staat des mensen en verzoenen ons ter linkerzijde met twintig of dertig kerkgangers. We durven met patiënten haast niet meer te bidden en zijn vreselijk bang een , , stichtelijke" indruk te maken en seculariseren steeds meer." Aldus ds. De Weerd.
In de laatste aflevering van , , Kerk en Wereld" zet ds. Weiland de discussie voort. De dragende kracht van de zichtbare kerk is zijns inziens steeds geweest de veiligstelling van de ziel in het leven na de dood. Dit subtiele egoïsme is steeds meer bezig te verdwijnen en mét deze angst-voor-straf en hoop-op-loon verdwijnt tevens de kerkelijke belangstelling. On enkele uitzonderingen na, zo zegt ds. Weiland.
Schrijver geeft ds. De Weerd toch gelijk wanneer deze de oorzaak van de onkerkelijkheid bij de predikanten zoekt. Want wij dominees, zijn het die de gemeente hebben geleerd dat God liefde is voor alle mensen, onverschillig of zij in de kerk komen of niet. Wij hebben hun voorgehouden dat het hemelen-helgeloof, dat ziele-zaligheid-christendom verwerpelijk is en onbijbels is. Wij hebben met Nietzsche hun toegeroepen: broeders, blijft de aarde trouw!" Tot zover het Utrechtse Nieuwsblad.
Slechts één reactie en men had een stroom van reacties verwacht. Indien er een stroom was gekomen, zou het een aanwijzing hebben kunnen zijn, dat ds. A. Weiland zich vergist had. Immers, al zijn alle reacties niet op gelijke waarde te schatten, een veelheid van reacties wijst toch op belangstelling.
Dat betekent ook nog niet zonder meer dat weinig reactie op een dergelijk artikel zonder meer het gelijk van ds. Weiland aantoont.
Ik stel mij zo voor als iemand zou beweren, dat de reformatorische belijdenis naar gereformeerde trant over één of twee generaties geen noemenswaardige aanhang meer zal vinden, dat er uit onze kring gene of weinige reacties op zouden volgen, niet uit gebrek aan belangstelling, maar omdat men van het tegendeel overtuigd is.
De reactie van ds. De Weerd is o.i. intussen zó verhelderend, dat wij aannemen, dat ds. Weiland (en ook ds. De Weerd) gelijk heeft en dat de kerkelijke belangstelling der vrijzinnigheid in sterke mate terugloopt. Mogelijk zal een generatie verder de vrijzinnigheid nagenoeg geheel de kerk verlaten hebben, d.w.z. de tegenwoordige vrijzinnigheid. Het staat immers te bezien in hoeverre de z.g. midden-orthodoxie doorzwenkt en dank zij haar kerkelijke traditie de plaats van de oude vrijzinnigheid zal innemen.
Daarom zij de z.g. midden-orthodoxie (dat blijft een onmogelijke term) gewaarschuwd en neme de woorden van ds. De Weerd ter harte, die, hoewel wat ruw van stijl, enkele gevoelige waarheden aan het adres van zijn geestverwanten richt. Men kan daarin klanken beluisteren, die in midden^orthodoxe kringen niet geheel vreemd zijn.
Men leze de laatste alinea in aangehaald stuk nog eens over.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's