De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

13 minuten leestijd

De november-zltting van de Generale Synode — De resolutie van 13 oktober j.l. — Inschrijving naar art. 238 — Adjunct- Predikant — Over de Avondmaalspractijk — De P.K.V. van Zuid-Holland en de „minderheidsgroeperingen" -  25-jarig jubileum van de „Mannenbond" — Zijn appèl — Eén wens naar aanleiding van 15 november 1658 — Dr. H. Jonker, hoogleraar te Utrecht — Dr. De Jong, opvolger van prof. Haitjema.

De November-zitting van de Generale Synode der Ned. Herv. Kerk heeft maar enkele dagen geduurd, doch ze is niet onbelangrijk geweest. In een der verslagen door , , Trouw" en de N.R.Crt. gegeven las ik van 115 benoemingen. Laten vele wellicht herbenoemingen geweest zijn en dus niet veel discussie vereist hebben, het getal zegt toch in dezen wel iets. Vooral, wanneer men denkt aan de voorbereidingen, hierbij vereist.

Maar ik bedoelde iets anders, toen ik van , , niet onbelangrijk" repte. Ik las van een tamelijk intense discussie over de resolutie, 13 oktober j.l. in de vergadering van , , gereformeerde ambtsdragers uit Herv. Gemeenten", aangenomen en door bemiddeling van het hoofdbestuur van de G. B. aan de Synode gezonden.

In bedoelde resolutie wordt geyraagd om intrekking van het besluit om de ambten voor de vrouw open te stellen en voorts gezegd, dat , , de synode niet op hun (n.l. van de opstellers der resolutie) gehoorzaamheid kan rekenen".

In het , , concept-antwoord" merkt het moderamen op, dat , , de toelating van de vrouw tot de ambten niet verplicht is gesteld. De synode heeft dan ook geen gehoorzaamheid gevraagd. Zij heeft al­leen het verkiezen van de vrouw tot de ambten mogelijk gemaakt." Dat is natuurlijk waar. Het was bekend. Alleen is vergeten, dat ondanks de gememoreerde juistheden, door toepassing dier besluiten de ambtsdragers, die de resolutie zonden en ook zij, die met hen zich ééns; geestes kennen, in een dwangpositie kunnen komen. Dat heeft het moderamen toch ook wel beseft? Zo niet, dan zal het licht wel zijn opgegaan, door wat ter vergadering is gezegd. Uit het verslag in de N.R.Crt. d.d. 21-ll-'58 neem ik het volgende over: , , Ds. L. Vroegindeweij (Bommel) zei niet te weten of de Synode er wel begrip voor heeft, hoe scherp de zaak staat. In feite wordt in de kerk de situatie zo, dat de middenorthodoxie en de vrijzinnigheid het beleid stempelen en de gereformeerde bond hen moet vasthouden."

En verder: „Dr. J. C. de Vos (Arnhem) zei dat het bezwaarschrift door een bredere groep gedragen wordt, dan door de Gereformeerde Bond. De Synode zorge er voor, dat het geweten van niemand geweld moet worden aangedaan."

Het is goed, dat dr. De Vos deze waarschuwing plaatste en wees op , , de bredere groep". We waren blij, dat we ook op 13 oktober meerderen uit die , , bredere groep" ter vergadering zagen. Wat nu het antwoord, waarvan de eindredactie aan het moderamen werd opgedragen, zal bevatten, zal te zijner tijd wel gepubliceerd worden. We wachten het rustig af. Het verheugt ons, dat aan de resolutie de nodige aandacht werd gegeven. In dat opzicht kunnen degenen, die haar inzonden, dankbaar zijn.

„Trouw" dd. 20-ll-'58 meldt van een brief van een zestal gemeenten (Barneveld e.a.), waarin zij mededelen, dat het hun niet mogelijk is te voldoen aan het bepaalde in overgangsbepaling 238 (inzake noodgemeenten) om gedoopte kinderen en huwelijksinzegeningen in te schrijven. Het doet goed, dat ook daaraan zo spoedig aandacht werd besteed ter Synode. Wat de Synode besloot is in het verslag niet vermeld.

Verder was te lezen, dat de Synode heeft gehandeld over de figuur van de „adjunct-predikant". Een nieuwe functionaris op het kerkelijk erf. Hij zal tussen vicaris en gewone predikant in komen te staan, indien het voorstel, dat uitgaat van „de commissie voor hoger onderwijs", wordt aanvaard. Die kans schijnt mij voorshands niet groot. De commissie van rapporteurs stond afwijzend. Ik neem uit het verslag van de discussie het volgende over:

„Ds. F. H. Landsman, secretaris van alg. zaken, ging in op de rechtspositie van de adjunct-predikant. Hier komt een volledig predikant, maar hij kan met 3 maanden worden ontslagen. De rechtspositie van degenen, die in de bediening staan, is beter. Men achte deze onzekerheid niet licht. Hij zal dezelfde zekerheid moeten hebben als b.v. de wika's. Daarvoor zal echter veel geregeld moeten worden, o.a. de selectie, de plaatsing en de overplaatsing. De adjunct-predikant zou dan een bedieningsachtige positie krijgen waarvoor de kerk volledige verantwoordelijkheid zou dragen. Daar zit inderdaad perspectief in, maar dan moet men zijn bezwaren tegen een zekere hiërarchie opgeven. Zonder deze achtergrond is de figuur van adjunct-predikant verwerpelijk".

Hier is waarlijk een hiërarchisch insluipsel, naar het mij wil voorkomen, d.w.z. bedoelde functionaris zal, hoewel predikant genoemd, een ondergeschikte positie innemen onder de predikant aan wie hij wordt toegevoegd. Dat is niet schriftuurlijk, niet gereformeerd, niet presbyteriaal. Ik hoop van harte, dat we voor deze nieuwigheid bewaard blijven. Het voorstel is verwezen naar de commissie met verzoek om bredere uitwerking. Een principiële beslissing kon niet genomen worden. Naar onze wens blijve die rusten. Maar of dit niet behoort tot , , de vrome wensen" is een andere vraag.

De Synode heeft zich ook bezonnen op de avondmaalspractijk. Zowel in , , Trouw" als in de N.R.Crt trof ik deze materie aan, doch geef door, wat „Trouw" erover schrijft, tevens met vermelding van 'n stuk discussie. „Trouw" dd. 20 november j.l. schreef:

, , De Synode hield zich daarna bezig met het rapport van de commissie tot behandeling van de vragen rondom de avondmaalsviering door ambtsdragers n.a.v. het feit, dat er ambtsdragers zijn, die menen zich van het avondmaal te moeten onthouden.

Bij de discussie zei ds. L. Vroegindeweij (classis Bommel), dat er ambtsdragers zijn, die niet aan het Heilig Avondmaal deelnemen, niet omdat zij niet willen, maar omdat zij een innerlijke strijd voeren over hun deelneming. De oorzaak hiervan is niet, zoals wel gezegd wordt, een onjuiste prediking of catechese. Men moet deze zaak in eigen sfeer oplossen. Diaken R. J. van Ganswijk (classis Harderwijk) pleitte ervoor deze gehele aangelegenheid buiten het opzicht te houden.

Dr. J. C. de Vos (classis Arnhem) waarschuwde ervoor de praktijk van het avondmaal bij de middengroep van de kerk te overschatten. Ook hier zijn vele ambtsdragers vaak zeer ontrouwe avondmaalsbezoekers.

Dr. E. Emmen, secr.-generaal, zei dat van de Synode uit op pastorale wijze in een herderlijk schrijven over deze zaak gesproken zal moeten worden. De armoede onzer kerk hangt voor een groot deel samen met de armoede van de avondmaalsviering".

Niemand zal willen betwisten, dat men het ter Synode bij bespreking van deze zaak moeilijk heeft gehad. Het blijkt uit de discussie wel, dat het euvel van de niet ten avondmaal gaande ambtsdragers niet uitsluitend in de „Bondsgemeenten" is te zoeken, al zal het daar wellicht meer voorkomen, dan in de andere sectoren. Ik neem direct de juistheid aan van wat ds. L. Vroegindeweij in het midden heeft gebracht, maar merk toch op, dat hier wel zal doorwerken de neerslag van vroegere prediking en catechese. Het feit, dat de openbare belijdenis des geloofs niet zelden werd (of nog wordt) geplaatst even na of ver vóór de viering van het H.A., zegt in dezen wel iets. In dit alles werkt wel door een erfenis van vorige tijden. Ik heb eens op een kerkelijke vergadering een predikant horen zeggen — was het een schuldbelijdenis? —, dat het gemakkelijker is tien volle avondmaalstafels leeg te preken, dan één lege avondmaalstafel vol. De avondmaalszondagen, die feestdagen voor de gemeente moesten zijn, zijn vaak dagen van spanning, strijd en droefheid, hoewel, ondanks deze dingen, toch ook wel wonderlijk, dwars daar doorheen, de Here de blijde genieting doet smaken: „Gij en laat niet één bezwijken, die met U ter bruiloft gaat". Dan is het toch feest. Een zeer schriftuurlijke, pastorale bearbeiding kan hier gezegend werken. Volle avondmaalstafels zonder meer, zullen hier het feest niet geven. Gezegend de gemeente, welke door prediking en pastoraat iets leert kennen van wat wijlen prof. dr. H. Bavinck eens treffend noem, de de spanning van het moeten en het mogen gaan, of nog juister, die van de plicht en de behoefte.

Ik wacht met belangstelling , , de herderlijke brief" af, die op voorstel van de praeses synodi, dr. A. A. Koolhaas, zal worden opgesteld. Moge hij onder de zegen des Geestes meewerken om de inzinking in ons kerkelijk en gemeentelijk leven te cureren in echt reformatorische geest.

De behandeling van de avondmaalsmoeilijkheden ter Synode brachten mij een schrijven in herinnering, dat indertijd de P.K.V. van Zuid-Holland rond zond in haar ressort, in welk schrijven ook over het afblijven van ambtsdragers van het H. A. werd gesproken. Ik zeg , , ook", want vergis ik mij niet al te zeer — ik heb het authentieke stuk niet bij de hand — dan bevatte die „herderlijke brief" ook het een en ander over „minderheden" en , , minderheidsgroeperingen", welke in meerdere gemeenten der kerkprovincie van Zuid-Holland voorkomen. Nu weet ik niet, wat genoemde P.K.V. inzake de avondmaalsmoeilijkheden verder heeft gedaan. Wel zijn bekend maatregelen, door die kerkvergadering inzake het „minderhedenvraagstuk". In Slikkerveer-Bolnes (gem. Ridderkerk) is door haar toedoen een vrijzinnige gemeente volgens overgangsbepaling 238 a.h. tot stand gekomen. De 14e september 1.1. zijn de kerkeraadsleden dier gemeente in de Pauluskerk te Dordrecht bevestigd door de scriba der .P.K.V., ds. Benes van Rotterdam- Hillegersberg; en de beroepen predikant der „scheurgemeente" in de namiddag van die zondag in de eigen kerk der gemeente bevestigd door de praeses van de P.K.V., dr. Honders, te Wassenaar.

Op de laatstgehouden Provinciale Kerkvergadering van Zuid-Holland is de vrijzinnige groepering te Delft gepromoveerd tot , , noodgemeente" volgens overgangsbepaling 238 a.h. Maar een verzoek van de evangelisatie (confessioneel) te Oostvoorne is niet ingewilligd, tenminste alsnog niet.

De voorganger dier evangelisatie, ds. Jac. de Vries, heeft onlangs afscheid gepreekt, omdat hij een beroep naar Woudrichem had aangenomen. Van dat afscheid, waarbij de (vrijz.) predikant van Oostvoorne aanwezig was en sprak, kwam verslag in „Herv. Weekblad de Gerëf. Kerk" dd. 13-ll-'58 voor. In het nr. van de volgende week stond een ingezonden stuk van de pastor loci van Oostvoorne, met critiek op het verslag. Het zou teveel plaats innemen als ik hier de inhoud van „verslag" en , , Ingezonden" zou pogen weer te geven. Misschien geef ik, voorzover ik uit beide stiikken mij een enigszins objectieve mening kan vormen, de situatie het best weer door: hoop op begrip en oplossing over en weer gewekt en verijdeld.

Hoe dat ook zij, de P.K.V. van Zuid- Holland, die in grote meerderheid orthodox is, heeft de twijfelachtige eer, dat zij twee verzoeken inzake overgangbepaling 238 a.h. van vrijzinnige zijde inwilligde, eveneens een van confessionele zijde— het geval Waddinxveen — en een — voorlopig dan misschien — van confessionele zijde — Oostvoorne — afwees.

Op zaterdag 15 november j.l. heeft onze „Bond van Ned. Herv. Mannenverenigingen op Geref. grondslag" zijn 25-jarig jubileum herdacht. Er lag over deze herdenking een diepe schaduw door het overlijden, enige weken vóór deze datum, van de voorzitter van de Bond, de heer M. Noteboom. Hij was zovele jaren de be'zielde en bezielende leider van de Bond geweest, zodat zijn sterven niet anders dan een tempering van de blijdschap in dit gedenken kon zijn. Waar en wanneer is er in dit leven een vreugdedoorleving, waarover geen schaduw valt? De ontslapen voorzitter heeft nog zijn volle kracht kunnen inzetten ter voorbereiding van dit jubileum. Maar aan het einde van die arbeid plaatste God voor hem het stopteken, gelijk hij het op zijn ziekbed uitdrukte, een zinspeling op het stopteken, dat hij geplaatst had op een concept-folder, welke de verenigingen moest dienen voor werving van nieuwe leden. Ja, God de Here nam Noteboom het werk uit handen, maar wil Zijn werk voortgezet hebben. Zo is het gevoeld en uitgesproken in het „In Memoriam M. Noteboom", dat de vice-voorzitter, ds. A. Vroegindeweij in het laatst verschenen nr. van de „Herv. Vaan" plaatste, en in de rede, waarmede hij 15 november de herdenking opende.

De herdenkingsbijeenkomst werd gehouden te Utrecht in Tivoli, en was druk bezocht.

Nieuw was het „appèl" door 't Hoofdbestuur van de Bond „gericht tot kerk en volk in het algemeen en tot de leden van onze Herv. Geref. mannenbond en hen, die zich daarmede verwant gevoelen in het bijzonder". De aanhef luidt aldus:

„Met bezorgdheid zien wij, hoe de verdeeldheid in onze Ned. Herv. kerk ook de geref. gezindte hoe langer hoe meer doortrekt en dat terwijl het meer dan ooit nodig is, dat wij eendrachtig, in gehoorzaamheid aan het woord van God, staan tegenover alles wat daarvan afwijkt of ermee in strijd is".

Daarna wordt opgeroepen tot een pal staan tegen de „ontwaarding van de Heilige Schrift" en stand houden in ons kerkelijk leven, ondanks allerlei verontrustende verschijnselen daarin. De oproep eindigt met de woorden:

, , Derhalve roepen wij u allen op tot ernstig onderzoek van het Woord van God als het enige richtsnoer van ons geloof en leven, en tot bestudering van de belijdenisgeschriften ons door de vaderen overgeleverd. Dit zal ons allereerst brengen tot ootmoedige schuldbelijdenis omdat niet alleen anderen, maar óók wij zijn tekort geschoten in hetgeen God van ons eist. Daarom dringen wij aan op bezinning en bekering, oprechtheid en liefde, een wandel naar de geboden Gods, waaraan de Here rijke beloften heeft verbonden".

(„Trouw" dd. 17-11-'58)

De Bond mag terugzien op een uitnemende jubileumviering, waarmede wij hem van harte gelukwensen. Moge de Here zijn arbeid zo zegenen, dat hij meewerke tot scholing in de waarheid Gods, tot vernieuwde en verdiepte beleving van de erfenis ons door de reformatie geschonken, en tot eendrachtig opkomen voor onze , , legitieme" plaats in onze kerk.

Men wil komen „tot stichting van een fonds, voor uitgave en verspreiding van geschriften, waaraan alle Herv.- Geref. Bonden zullen meewerken en aldus hun samengaan realiseren" (Trouw d'd. 17-ll-'58). Dit plan juich ik zeer toe. Als ik in dezen een wens mag plaatsen, is het deze, dat men zijn aandacht ook eens wijde aan het dichterlijk oeuvre van Jacobus Revius, terecht genoemd, de „zanger van het Calvinisme". Die wens kwam in mij leven, doordat ik mij nog eens weer verdiepte in zijn levensbericht, dat gepubliceerd werd zo rondom 15 november j.l., de datum, waarop het precies 300 jaar geleden was, dat hij te Leiden stierf, waar hij in de Pieterskerk werd bijgezet. Wij kennen enkele verzen uit bloemlezingen, maar zijn , , Overijsselsche Sangen en Dichten" zijn te weinig bekend, om maar te zwijgen van zijn „herziening van Datheen's psalmberijming en zijn , , prachtige dichterlijke parafrase van het Hooglied". Maar genoeg hiervan. De wens kwam bij mij op, door het samenvallen van de jubileumdatum van de , .Mannenbond" met Revius' sterfdag.

Ik wil niet eindigen zonder een woord van hartelijke gelukwens aan dr. H. Jonker, met zijn benoeming tot kerkelijk hoogleraar aan de universiteit te Utrecht. Dat was een verrassing, waarmede we zeer verheugd zijn, om de benoemde zelf, maar niet minder om de theologische studenten. Wij danken God voor deze gave, maar zijn tevens onze Synode erkentelijk, dat zij deze jonge doctor uit onze kring wilde benoemen. Zij heeft getoond ook mannen van wetenschap uit onze kring te waarderen. Zij ging nog verder, en benoemde ds. Tukker tot docent aan „Kerk en Wereld". Ook ds. Tukker onze hartelijke gelukwens.

De Synode deed in haar novemberzitting nog een hoogleraarsbenoeming. Dr. de Jong, conrector van het seminarium werd benoemd tot opvolger van prof. Haitjema. Naar verluidt, stond ook dr. Lekkerkerker te Utrecht op de voordracht. Jammer voor dr. L., wie wij gaarne hadden gegund opvolger van prof. Haitjema te worden. We hadden dit ook prof. Haitjema en de Groningse theologisch faculteit van harte gegund, temeer, wijl dr. de J., welk een bekwaam docent en wetenschapsbeoefenaar hij ook moge zijn, behoort tot de vrijzinnige groepering. Gods zegen zij over allen, hier genoemd, in het onderwijs, dat zij hebben te geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's