RECHTE WEGEN IN KROMME TIJDEN
„En hij deed dat recht was in de ogen des HEREN..." 2 Koningen 18 : 3a.
U hebt het natuurlijk erg druk, dat is zowat met iedereen het geval tegenwoordig. Maar toch moet u de geschiedenis van Hizkia nog eens nalezen. Waar u die kunt vinden weet u, als trouwe lezer van De Waarheidsvriend wel. Waarom ik daar zo op aandring? Wel, omdat ik meen, dat die geschiedenis ons ook in deze tijd veel te zeggen heeft. U weet, dat Hizkia een van de koningen van Juda geweest is, de zoon van koning Achaz. Die Achaz was een van de meest goddeloze koningen van dat volk van Juda. Hij haalde de gruwelen van het heidendom met open armen binnen en leefde uit het beginsel; laat ons eten en drinken en vrolijk zijn. Intussen was hij erg „voorzichtig" in de politiek. U moet weten dat juist in die tijd het machtige Assyrische rijk opkwam en dat had zich al zo uitgebreid, dat het kleine volkje Juda vlak tegen zijn grensi aanlag. We zoudten vandaag zeggen: tegen het IJzeren Gordijn! En vader Achaz zorgde wel, dat hij met Assyrië goede vrienden bleef. Maar Achaz stierf en werd begraven. En toen kwam Hizkia op de troon. Hij was toen vijf en twintig jaar oud.
En van hem lezen we: „en hij deed dat récht was in de ogen des HEREN". Wel, zegt u, daar kijk ik van op! Zo'n goddeloze vader en dan een Godvrezende zoon! Ja, Gods Woord staat vol van verrassingen. En voor het overblijfsel in Juda heeft de Here Zich toen ook een God van verrassingen getoond. Want wie had dat nu gedacht, zo'n jongen nog, opgegroeid aan een goddeloos hof, opgevoed door mensen, die de Here niet vreesden, geen catechisatie, geen christelijke vereniging, geen christelijke school, en toch: , , hij deed, dat recht was in de ogen des HEREN!" Zo ergens dan toch wel hier, dat Godsvreze geen werk van mensen is.
Hebt u wel eens opgemerkt, dat de Here vaak juist in donkere tijden jonge mensen de rechte weg leerde? Denk maar aan Jozef, aan Samuel, aan Obadja. Ik weet niet, of er onder de lezers ook zijn, die veel klagen over de jeugd van tegenwoordig. Dat wordt anders wel veel gedaan en vaak is er ook wel reden voor. Velen schudden het hoofd en zeggen: dat was in ónze tijd toch wel anders! Gelukkig als ü dan doet dat recht is in de ogen des HEREN en uw kinderen voorgaat in de vreze Gods. Als u de controle hebt over de knop van de radio en op wat uw kinderen lezen en op de omgang met anderen. Maar u moet niet denken dat er nu geen jonge mensen meer zijn, die de Here vrezen. God is niet aan leeftijden gebonden en ook niet aan tijden. Zijn Geest werkt krachtig en onweerstandelijk en Hij heeft beloofd: , , Zolang als er de zon is, zal Zijn Naam van kind tot kind worden voortgeplant".
Hizkia deed dat recht was in de ogen des HEREN. Aan dat wereldse hof met zijn heidense dansgroepen en toneelspelen was. er een jongen, die de Here vreesde! En waar men zich niet bekommerde om God en Zijn gebod, daar vroeg een jongeman naar de HERE en Zijn sterkte. Dat betekende immers ook zijn naam: „Mijn sterkte is de HERE!" Hij zocht zijn sterkte in de God van zijn voorvader David en dat gaf hem kracht om neen te zeggen tegen de wereld rondom hem en om te volharden in de belijdenisi: , , ik zet mijn treden in Uw spoor". Dat is immers doen wat récht is: wandelen naar de Wet, naar het Woord, naar Gods inzettingen en rechten. En dat kan alleen om Christus' wil. Die de Weg, de Waarheid en het Leven is. Het is om Zijnentwil, Die de Middelaar van het verbond is, dat God de Heilige Geest ook jonge mensen leidt op de rechte wegen.
't Was anders niet gemakkelijk voor Hizkia, in die tijd, onder die omstandigheden! Op de troon, 25 jaar, koning van een klein volk, dat vlak tegen het IJzeren Gordijn ligt. Toen kwam eerst duidelijk openbaar, dat hij de HERE vreesde. Want hij brak af, alles wat met Gods eer en dienst in strijd was en het eerste wat hij deed was de deuren van het Huis des HEREN openzetten en de dienst des HEREN herstellen, want onder Achaz was het een grote rommel daarbinnen geworden. Er zullen er wel veel geweest zijn, die hem eigenwijs genoemd hebben en die naar hun voorhoofd gewezen hebben, vooral toen hij afviel van Assyrië en tot zijn volk sprak: , , Het is in mijn hart om een verbond te maken met de HERE".
We zouden zeggen: houd maar op, Hizkia, er is toch niets meer aan te doen, wat kun je bereiken in zo'n donkere tijd? Maar hij kón niet anders en... zijn sterkte was de HERE! En als het er op aankomt, als de Assyrische beer zijn klauwen naar hem uitstrekt, als de heuvels rondom Jeruzalem bedekt zijn met honende vijanden, dan staan — o wat een zegen! — de deuren van het Huis Gods open en kan Hizkia daarin gaan om zijn God om hulp te vragen. En dan liggen er 185.000 dode Assyriërs in het veld! Zou God geen recht doen aan degenen, die rechte wegen gaan?
Misschien zijn er ook wel jonge lezers. Onze tijd is ook donker. Je vraagt: wat is nu eigenlijk waarheid? En wat is er nog te doen in de rommel van het kerkelijk leven van onze dagen. Maar wie de HERE vreest, kan niet anders dan tóch de hand aan de ploeg slaan. En wanneer je ermee tobt, lees dan maar weer eens- de geschiedenis van Hizkia. Die God is ook de God van het late nageslacht! Deze tijd is ook vol van kwaad en vol van verwarring. En niet alleen buiten, maar ook in de kerk, helaas! Wat moet er van onze jonge mensen worden? God zegt: „Mijn trouw rust zelfs op het late nageslacht, dat Mijn verbond niet trouweloos wil schenden, noch van Mijn Wet afkerig de oren wenden, maar die, naar eis van Mijn verbond, betracht". En zou iets voor de HERE te wonderlijk zijn, vaders- en moeders, jongens en meisjes?
't Is maar de vraag waar wij onze sterkte zoeken. Wanneer we opgaan in de wereld, of misschien ook wel uitwendig godsdienstig met een gereformeerde belijdenis op de lippen onze sterkte in onszelf zoeken, dan is daar het voorbeeld van. Achaz, wiens einde eeuwige duisternis was. En dan zal het Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in de dag des oordeels. Moge het door Gods onuitsprekelijke genade in Christus zijn als bij Hizkia, die de HERE mocht aankleven en rechte wegen ging en mocht ondervinden: „Mijn oog zal op u zijn". Dan komt er ook nu veel tegenop, van binnen en van buiten, maar dan zijn de deuren van het Huis Gods geopend door Christus Jezus en is er in Hem een vrije toegang tot de troon der genade. Mag u al zeggen: „mijn sterkte is de HERE"? Hij is in deze kromme, verwarde, tollende wereld nog altijd Dezelfde. En we hebben nog het profetische Woord, dat zeer vast is en dat de rechte weg aanwijst achter de Here Jezus aan.
Die weg te mogen gaan is het werk van God. Maar - wie Hem nederig valt te voet zal van Hem Zijn wegen leren. En... Zijn trouw en waarheid houdt haar kracht tot in het laatste nageslacht!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's