De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Opmerkelijke reactie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Opmerkelijke reactie

5 minuten leestijd

Dezer dagen kregen wij het , , Groninger Kerkblad" onder de ogen, waarin o.a. ds. C. M. Luteijn onder het hoofd: „Brieven uit de Synode" reageert op de laatste zitting van de Generale Synode. Hij zou haar willen typeren als de Synode van de Gereformeerde Bond, omdat , , de besprekingen en besluiten op buitengewone wijze beïnvloed zijn door de houding en de toegezonden brieven van deze Bond".

Een vriendelijke methode om aan de behartiging van kerkelijke zaken een stempel van partijschap op te dringen. Alsof ambtsdragers, vertegenwoordigers van kerkeraden en classicale vergaderingen geen recht zouden hebben in de kerk op te komen voor haer belangen en voor de handhaving der reformatorische belijdenis.

Allereerst van een voorman van de Confessionele Vereniging zou men mogen verwachten, dat hij zich daarin verblijdde en zich aan hun kant schaarde. Ds. L. gaat zelfs zover, dat hij het be­leid der Synode bij de benoeming van twee kerkelijke hoogleraren in het kader van „partijpolitiek" wil zetten.

Wij laten geheel en al in het midden, wat er in de Synode gezegd is, want wij weten daarvan niets meer dan in de pers is gelanceerd. Ds. L. is blijkbaar getuige geweest en zegt, dat hij zijn vinger op de mond legt, maar laat niet na daaraan toe te voegen, dat het , , voor een ieder, die met de kerkelijke situatie maar een beetje op de hoogte is, zonneklaar is, dat bij deze benoemingen de partijpolitiek de boventoon gevoerd heeft: de vrijzinnigen een brok en de Bonders een brok".

Nog eens wij weten niet, wat er in de Synode al of niet gezegd is, maar als er geestverwanten om niet te zeggen partijgenoten van ds. L. zich mede hebben geroerd in de discussie, kunnen er nog wel enkele „vriendelijkheden" aan het adres van de Hervormd-gereformeerden zijn gericht.

Indien wij nu het beleid der Synode eens zien in het licht van de feitelijke situatie, dan komt het wel een beetje anders te staan en dan zal het er nog om gaan, wie uit partijschap redeneert.

De feiten zijn n.l. zo, dat de Confessionelen, onder de nieuw-modische vlag van midden-orthodoxie, met de vrijzinnigen optrekken en de synodale handelingen reeds jaren op buitengewone wijze beïnvloed hebben en nog altijd beïnvloeden.

Tal van voorbeelden krmnen worden aangevoerd, waaruit dat blijkt. Doch blijven wij slechts dicht bij de zaak in kwestie: de benoeming van kerkelijke hoogleraren, en laat ds. L. zich eens rekenschap geven van het feit, dat tot vóór de benoeming van dr. Jonker, geen enkele man uit de kring der Hervormdgereformeerden werd benoemd. Van de acht leerstoelen viel aan hen niet eenmaal èèn toe, maar zij werden en worden nu, behalve die ène te Utrecht, alle bezet door mannen uit de midden-orthodoxie en de vrijzinnigheid.

Ziedaar een sprekend voorbeeld van de buitengewone invloed van de midden-orthodoxie, die ook aan de vrijzinnigheid ten goede kwam.

En nu schrijft een der voornaamste vertegenwoordigers van die richting een groot stuk in de krant over partijpolitiek der Synode, omdat zij een Hervormd-gereformeerd man in Utrecht benoemde.

Ds. L. moest zich ook nog eens op de hoogte stellen omtrent het aantal studenten in Utrecht, die zich voorbereiden om in de Hervormd-gereformeerde gemeenten te dienen en in welke verhouding dat aantal staat tot die van andere richtingen. Dan zou hij wellicht anders oordelen over de benoeming te Utrecht dan hij nu deed, tenzij zijn kerkelijke denkbeelden hem in de weg staan om een alleszins gerechtvaardigd© benoeming te kunnen billijken.

Of die denkbeelden overwegende waarde hechten aan de belijdenisgeschriften is een vraag, die bij ons opkomt, als wij zijn reactie lezen aangaande de resolutie van Hervormd gereformeerde ambtsdragers. , , U ziet", schrijft hij, , , deze resolutie is niet mals: hier wordt aan de Synode een hoogst ernstig verwijt gericht en hier wordt gedreigd met ongehoorzaamheid".

Juist op dit punt zouden wij gaarne meer gehoord hebben van ds. L. Een mens is altijd nog geneigd te geloven, dat het bloed kruipt, waar het niet gaan kan. Wij bedoelen dat het confessioneel geweten hier nog wel eens kon gaan spreken, waar het gaat over de gehoorzaamheid aan de Schrift.

Wij vragen: Komt gehoorzaamheid of ongehoorzaamheid aan de Heilige Schrift hier in het geding of niet?

Het geldt hier waarlijk geen zaakje van de Gereformeerde Bond, al wil de schrijver het klaarblijkelijk die kant opdringen. Of zou men menen, dat er buiten de z.g. Bonders niet tal van mensen in de kerk zijn, die de Heilige Schrift lezen, zoals het er staat, haar zó met de kerk der eeuwen ontvangen en beleven als Gods Woord, en haar zó verstaan?

Zou men menen, dat deze mensen kunnen aanvaarden, dat er ook een gehoorzaamheid kan zijn aan de Heilige Schrift, als men precies het tegendeel doet van wat zij duidelijk leert?

Het helpt waarlijk niet, of men hierbij een begrip grondstructuur der Schrift invoert, waardoor de uitlegging zou worden beheerst. Dermate worden beheerst, dat, wat er duidelijk staat, ons niet zou binden en, wat er niet staat, goddelijke waarheid zou onthullen.

Op die manier kan men dromen van tweeërlei gehoorzaamheid: een gehoorzame betrachting van de duidelijke uitspraken der Heilige Schrift en een gehoorzaamheid volgens de idee van een grondstructuur, aan welke men haar onderwerpt, zo nodig met verwerping van haar duidelijke uitspraken, voorzover zij in de idee van een grondstructuur niet wel passen.

Wie twijfelt er nog aan, of hier het goddelijk gezag der Heilige Schrift, zoals de belijdenis daarvan getuigt, niet in het geding is?

En wie ontzegt aan ambtsdragers en leden der kerk het recht om de Synode daarop te wijzen?

Wel doet het vreemd aan, dat een man, die zich onder de confessionelen schaart, daarover laatdunkend kan schrijven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Opmerkelijke reactie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's