Nabetrachting over een verkeerde beslissing
Tijdens de behandeling van de resolutie der Herv.-Gereformeerde ambtsdragers, betreffende de openstelling van de ambten voor de vrouw, is er volgens het persverslag in de vergadering der Synode op gewezen dat de tegenstanders van de openstelling , .er zo weinig oog voor hebben dat de Synode bij haar handelingen en beslissingen steeds weer let op de grondstructuur van de Heilige Schrift"
„De Synode" — lazen we verder — „wil niet anders dan steeds weer opnieuw belijden in een eerbiedig bezig zijn met de Heilige Schrift. Dit werk geschiedt bovendien in de grote ruimte van de wereldkerk. Daarin letten wij op elkaar en helpen wij elkaar. Dit is het fundament van ons werk. Dit is gereformeerd". Aldus het persverslag.
Nu heeft nakaarten over de in juni jl. gevallen beslissing weinig zin. De teerling is geworpen en de Synode denkt er niet aan haar besluit in te trekken, zoals in de resolutie met klem is bepleit. Toch is het meen ik goed in een nabetrachting het werk van de Synode in haar letten op de grondstructuur van de Heilige Schrift en in haar eerbiedig bezig zijn met de Schrift wat nader te bezien.
Voor velen in onze Kerk zullen deze blijkbaar nieuwe formuleringen — ik herinner me niet ze eerder gelezen te hebben — op het eerste gehoor wel aannemelijk klinken. Gelet op de gevallen beslissing blijkt dit eerbiedig bezig zijn met de Schrift in de praktijk van het Hervormd kerkelijk leven echter een bij uitstek gevaarlijke bezigheid te zijn. Want hoe licht ontaardt dit bezig zijn mèt de Schrift niet in een heerschappij voeren óver de Schrift! Terwijl het in een kerk der Reformatie toch vóór alles moet gaan om het getuigenis geven van de waarheid, in onderworpenheid aan de Schrift.
Het is een verwonderlijke zaak: veel van wat men tegenwoordig in de Bijbel „leest", staat er niet in, ja is met het Schriftgetuigenis, in flagrante strijd, en veel van wat er wel in staat, wordt — omdat men het niet wil horen — genegeerd en verzwegen of als „tijdgebonden" aan d© kant gezet. En dit werk geschiedt dan in de „ruimte" van de oecumene! In deze werkplaats nu wordt de vreugdevolle belijdenis der Reformatie aangaande het goddelijk gezag van de Heilige Schrift uitgehold en daardoor van haar kracht 'beroofd. De beslissing der Synode is daarvan het duidelijke bewijs. Zij ruilde de gehoorzaamheid aan de Schrift in tegen een eerbiedig bezig zijn met de Schrift. En dat is verre van gereformeerd!
Maar, zal men tegenwerpen, de Synode wil toch bij haar handelingen en beslissingen altijd weer letten op de grondstructuur van de Heilige Schrift. Op grond van die structuur heeft zij haar beslissing genomen. Daarvan hebben de tegenstanders niet het minste begrip. Ik antwoord: van een , , grondstructuur" der Heilige Schrift weet ik niet. We hebben hier te doen met een wijsgerige abstractie, waarnaar men de Schrift , , verklaart" en waardoor men haar kan laten zeggen wat zij beslist niet zegt.
Ik ben geen theoloog, maar door de dagelijkse Schriftlezing is het mij de laatste jaren duidelijk geworden dat de positie van de vrouw in de Schrift volgens de duidelijke uitspraken der Schrift een wezenlijk andere is dan een meerderheid in de Synode ons wil doen geloven.
In het eerste hoofdstuk van de Bijbel wordt gezegd dat God de mens schiep, niet de man alleen, maar man èn vrouw. In het tweede hoofdstuk wordt de vrouw gesteld tot een hulp voor de man. Hierdoor wordt een bepaalde goddelijke bedoeling omtrent de positie der vrouw uitgedrukt. In het Nieuwe Testament wordt over de man gesproken als „het hoofd der vrouw". In de gehele Bijbel wordt sterke nadruk gelegd op de dienende functie van de vrouw. Zij wordt allerwegen vermaand onderdanig te zijn aan haar man.
Nadrukkelijk betuigt de Schrift echter de gelijkwaardigheid van man en vrouw voor God en in de verzoening met Hem: , , In de Here is evenmin de vrouw zonder man iets, als de man zonder vrouw" (1 Cor. 11 : 11). „In Christus is niet meer man en vrouw, neen gij zijt allen één in Christus Jezus" (Gal. 3 : 28). Maar in deze gelijkwaardigheid voor God is er tussen man en vrouw wezenlijk verschil in functie en bediening. En bij elke poging de plaats van de vrouw in de gemeente te bepalen, zal men zich terdege afvragen of het inderdaad gaat om een plaats die door de Schrift gerechtvaardigd wordt. Wat de vrouw in het ambt betreft, is de grens van het toelaatbare ten enenmale overschreden. Immers, de vrouw wordt in de Schrift niet geroepen een kerkelijk ambt te bekleden. Niemand onder ons zal willen ontkennen dat de Here Jezus Christus aan Zijn gemeente, aan mannen èn vrouwen, de opdracht gegeven heeft om te dienen, naar het voorbeeld dat Hijzelf gegeven heeft. Dat deze opdracht in zijn consequenties moest leiden tot de openstelling van de ambten voor de vrouw, moet op grond van tal van Schriftplaatsen worden afgewezen. Mogelijke bekwaamheden van de vrouw die haar, naar menselijke overwegingen, meer nog dan de man geschikt zouden maken het ambt te bekleden, doen hier niet ter zake. Er is een in de Schrift gegeven scheppingsorde en er is verschil van functie en bediening. Door duizenden Hervormde vrouwen wordt dit verstaan. Zij weten zich niet gerechtigd het ambt te bekleden; haar taak als „dienaressen der gemeenten" (vgl. Rom. 16 : 1) is een andere.
Enkele dagen nadat de Synode de vrouw tot de ambten had toegelaten, schreef een lidmate der Gereformeerde Kerken (!) in het dagblad , , Trouw" dat men zich in de Hervormde Kerk van nü druk maakt over een zaak die oVer enkele tientallen jaren door iedereen als vanzelfsprekend zal worden beschouwd.
Van harte hoop ik dat de mannen en vrouwen van de Gereformeerde gezindte in onze Kerk deze , , profetie" teniet zullen doen en dat zij, in de (wijk)gemeenten waartoe zij behoren, zich. blijvend zullen verzetten tegen elke poging een vrouw in het ambt te verkiezen.
Want nooit ofte nimmer zullen we de gesignaleerde dwaalleer, product van de in onze Kerk heersende geest, kunnen en mogen aanvaarden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1958
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's