De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JOZEF EN JEZUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JOZEF EN JEZUS

8 minuten leestijd

„... en noemde Zijn Naam Jezus" Matth. 1 : 24 en 25.

Wij leven in de dagen, die ons dicht ; bij het Kerstfeest brengen. De adventsweken naderen hun einde en wat hebben zij ons gebracht? Verwacht onze ziel de geboren Zaligmaker reeds of kunnen wij rustig zonder Hem voortleven? De Bijbel geeft ons voorbeelden van mensen, wier ziel advent beleeft, zo ook Jozef, de pleegvader van Jezuts Christus. Wat van Jozef beschreven staat in de tijd voor de geboorte van de Zaligmaker is voor ons zeer leerzaam tot zelfonderzoek en ook bemoediging.

Daarom noemen wij ons onderwerp niet Jezus en Jozef, maar Jozef en Jezus. Dit wil niet bedoelen, dat wij Christus niet boven alles stellen, maar dat wij als Jozef tot Jezus zullen gebracht moeten worden, willen wij door Hem gezaligd worden. Het horen van Hem doet geen advent van Hem in mijn hart komen; de H. Geest zal mij tot Hem moeten trekken en door het ware geloof aan Hem moeten verbinden. Dit Goddelijke genadewerk bij Jozef willen wij overdenken. Wij zien dan bij Jozef een verlangen naar, een wachten op en een noemen van Jezus.

a. Jozefs verlangen naar Jezus.

Jozef dan, opgewekt zijnde uit de slaap, deed gelijk de Engel des Heren hem bevolen had en heeft zijn vrouw tot zich genomen (vs. 24). Door de boodschap van de Engel werd in Jozef een verlangen geboren naar de Zaligmaker. Dit verlangen naar Hem komt nooit van nature in de mens op; dan heeft hij geen behoefte aan genade en verzoening en houdt de duivel onze ogen daar wel voor gesloten. De duivel houdt ons in slaap en doet ons dromen van valse vrede en geen gevaar, maar God wekt op uit deze slaap. Kent u hier ook iets van in uw leven of slaapt gij nog steeds voort?

Jozef behoorde tot degenen, die de vertroosting Israels verwachtten en die vervuld waren met de heilsbeloften Gods. Maar toen de vervulling nabij kwam en de maagd inderdaad zwanger werd, wilde hij Maria juist heimelijk verlaten. Het hopen op de beloften Gods is nog geheel iets anders dan het leven uit de vervulling van de beloften Gods. Nu opent God de ogen van Jozef, dat in dit Kindeke de verlossing naderbij komt en nu wordt alles anders. Er komt een levendig adventsverlangen in zijn ziel, dat zioh openbaart in: , , en heeft zijn vrouw tot zich genomen". De beloften Gods gaan nu gestalte in zijn ziel krijgen; hij ziet de Christus in de verte, al bezit hij Hem nog lang niet. Kent u dit zaligmakend begin van het werk des Geestes in uw hart of wordt het door de adventsprediking weer opgewekt en levendig? Wat verandert er dan veel. De wanhoop bij Jozef wordt omgezet in de hoop op de komst van Christus. Of hebt u nog nooit echte wanhoop gekend, waardoor u u leerde schamen niet allereerst voor de mensen, maar voor de heilige God? Er is nu geen vaag verlangen meer bij Jozef, maar zulk een sterk verlangen, dat zijn leven alleen vol is van Jezus. Geef mij Jezus of ik ben verloren! De smaad der mensen vreest hij niet meer en neemt daarom Maria tot zich en doet, wat de Engel zegt en gelooft het: „want hetgeen in haar ontvangen is, dat is uit de Heilige Geest".

b- Jozefs wachten op Jezus.

, , en bekende haar niet, totdat zij deze haar eerstgeboren Zoon gebaard had". Het was voor Jozef een tijd van wachten, die nu aanbrak. Opgewekt uit de slaap is er wel een zien op Jezus gekomen, maar het bezitten van Hem zou nog lang op zich laten wachten. Ook hier is het weer zo duidelijk, dat het natuurlijke een beeld is van het geestelijke.

Dit wachten en hopen is het kenmerk van de adventsmensen, dus van de ware gelovigen. Wachten is het tegengestelde van het zelf willen doen, zoals dit de natuurlijke mens eigen is. De geboorte van de Christus in onze ziel is niet ons werk, maar alleen het werk van God de H. Geest. Dat zien wij ons voorgesteld in de adventstijd van Jozef.

Toch is dit wachten niet een niets doen. Zal Jozef niet veel gebeden hebben om de komst van Christus, gelijk elke vader in deze tijd veel zijn toevlucht tot het gebed zal nemen? Kent u dit bidden in deze adventstijd tot de troon van Gods genade? Of doet u werkelijk niets, omdat uw zaligheid althans voor u nog geen hoofdzaak is geworden? Hoe leeft u in deze tijd?

Maar het gebed is ook het enige, waartoe God ons bewege, en dan wachten en nog eens wachten. Daarom staat er: , , Advent", Wat kan dat lang duren, letterlijk maar ook geestelijk. Hoe lang laat God soms een ziel wachten op Het doorbreken des heils in de ziel, opdat ons gebed des te vuriger en smekender zal worden, Wanneer dan ook Christus in ons geboren wordt, is de vreugde en zaligheid des te groter. Hebt u daar al eens iets van mogen beleven?

Want veel zullen de gedachten en zorgen van Jozef in deze tijd zijn geweest; wat is er altijd veel bestrijding en aanvechting van de kant des duivels. Het lijkt soms een onmogelijke zaak.

Maar Jozef heeft niet tevergeefs gewacht; Gods belofte is heerlijk vervuld; Maria heeft haar eerstgeboren Zoon gebaard. Christus is mens geworden, in alles aan ons gelijk, uitgenomen de zonde. Hij is de Immanuël, de God met ons. Zo gaat het met al Gods kinderen. Vroeg of laat komt God Christus hun te geven en weten zij, dat niet alleen anderen, maar ook zij zelf in Christus vergeving der zonden, gerechtigheid en eeuwig leven ontvangen hebben.

c. Jozefs noemen van Jezus.

God vervult altijd Zijn beloften, maar op Zijn tijd. Lang heeft Jozef moeten wachten en in die tijd veel geduld geleerd, maar het is gebeurd. Op de tijd, door God bepaald, baarde Maria haar eerstgeboren Zoon als de volkomen Zaligmaker, van God gegeven. Jozef ziet nu het Kindeke Gods in de kribbe; nu is het niet meer een horen en verlangen en wachten, nn ziet zijn oog Hem, Nu hebben mijne ogen Uwe zaligheid gezien, mag ook hij thans uitroepen.

Wat een blijdschap des harten ligt er in deze woorden. Het is voor Jozef de vindenstijd geworden. Kent u deze al in uw leven? Want dan is er pas de rust in de ziel geboren. Dat u er maar veel om moogt bidden in deze adventsdagen, want nog kan het. Jozef is voor u en mij het voorbeeld, dat God het gebed van de rechtvaardige altijd hoort.

En wat is nu het leven van degene, die aldus door Gods genade zijn Zaligmaker vinden mag? Dit leert Jozef ons ook, opdat wij onszelf er aan toetsen kunnen, want zelfonderzoek is steeds nodig vanwege de vele listen en bedreigingen van de duivel.

En hij noemde Zijn naam Jezus. Dat moeten wij ook leren, zal het goed met ons zijn.

Jozef noemt, doet zijn mond open en wordt een Godlover. Dat is wel een voornaam kenmerk van al Gods gunstgenoten; zij moeten spreken en kunnen niet meer zwijgen; hun tong is en wordt door de H. Geest losgemaakt en dat niet meer om zichzelf te verheerlijken, wat wij van nature genoeg doen.

Spreekt uw mond ook alleen van uw Zaligmaker, of zwijgt gij nog steeds van Hem?

Hoe noemt Jozef dit Kind Gods? Met de naam Jezus, die Zaligmaker betekent. Ook hier vinden wij weer de volkomen gehoorzaamheid aan God, Die deze naam hem immers voorgezegd had door middel van de Engel. Het ware geloof leert God steeds meer na te spreken! Wat een geloof. Jozef zag een Kind en gelooft dat dit Kind is Jezus, want Hij zal Zijn volk zaligmaken van hunne zonden. Dat is nu het zaligmakende geloof, dat de H. Geest nog altijd werken wil en kan.

Jezus! Jozef zegt dit vol aanbidding en dank en heel zijn leven zal vol zijn van deze Jezus, dit Gods Geschenk, dat het hart verheugt.

Kunt u Jezus zeggen? Velen spreken wel van Christus, want dit is algemener en raakt niet direct het hart. Maar wie Jezus kan zeggen, kent iets van de verborgen omgang met Hem en beleeft de genade Gods. aan zijn hart. De ware vroomheid kent Jezus en noemt Hem het liefst bij deze naam. Hoe staat het met uw ziel? Kent u dit noemen van de naam Jezus of voelt u uw gemis en bidt u van de wegneming ervan?

Jozef en Jezus. Kan uw naam in de plaats van Jozef hier reeds staan? Dan moogt gij weten te behoren bij dat gekende volk Gods, dat Jezus zal zalig maken van al hun zonden. Het zal met veel strijd gepaard gaan, maar eens gevonden, blijft gevonden, want Jezus bewaardt de Zijnen en brengt ze in de eeuwige zaligheid. Zult u er ook bij zijn?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

JOZEF EN JEZUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1958

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's