De Man tussen de mirten
Zach. 1 : 8.
Eens kwam mijn Jezus hier in mirtehof.
Uit 's hemels hoogten naar dit dal der tranen;
Opdat vandaar weerklinken zou Zijn lof,
Wanneer Hij uit de diepte een weg zou banen.
Want daar beneden lag Zijn volk terneer.
Het dacht alree: „de Heer' heeft ons verlaten."
Maar 't is een mirtebos van God de Heer'.
Hij was nabij, terwijl zij Hem vergaten.
Ik zie de kribbe tussen 't mirtelbosje staan;
De Koning, schoon en teder, ligt er in verborgen.
Reeds komen daar de mensenmirten aan
Met al hun zonden en met al hun zorgen.
Nu rijst Hij op; de bittre strijd vangt aan.
De rode en bruine paarden rennen heen en weder.
Stil blijft de Heer' in 't mirtebosje staan
En buigt Zich daar in hellediepten neder.
O zie! daar staat Zijn kruis: Hij hangt er aan.
De Man van smarten bloedt uit vele wonden.
Hij blijft maar steeds in 't mirtebosje staan.
En schenkt vergeving nu van alle zonden.
Wat is het mirtebos nu schoon door Hem!
Ofschoon heel laag, is het zo hoog gelegen,
't Mag overal vernemen Zijne stem.
Zijn liefdegeur wil Hij de mirten geven.
„O Heere, Die daar tussen de mirten staat:
Bij U alleen is ook voor mij nog raad.
Want in mijn hartehof alleen de distlen groeien.
Ach, wil de mirten scheppen; mógen z' ook nog bloeien;
Opdat 'k in stilheid U mijn lofzang wijd
En in de Mirtekoning zich mijn ziel verblijdt."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1958
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1958
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's