„Grondstructuur van de Bijbel”
Het woord „grondstructuur" schijnt ook in de Synode gebruikt te zijn in de discussie aangaande de resolutie van de Hervormd-gereformeerde ambtsdragers en wel in verband met de gehoorzaamheid of ongehoorzaamheid aan de Heilige Schrift. Dat woord doet het klaarblijkelijk.
Als iemand een afwijkende mening, een eigen gezichtspunt aangaande de betekenis van de Schrift wil motiveren dan schijnt een beroep op de „grondstructuur" afdoende om te rechtvaardigen, dat de Schrift precies het tegengestelde zou zeggen van wat er duidelijk staat.
Het heeft zich in de geschiedenis der kerk meer voorgedaan, dat men onderscheid maakte tussen tweeërlei verstaan van de Heilige Schrift: een verstaan van de eenvoudige lezer, die er slechts van begrijpen kan, wat er zo voor het oog staat. Daarnaast voor meer ingewijden een mystieke wijze van verstaan, die er in leest, wat voor de eenvoudige verborgen is. Men zou dus kunnen zeggen, dat hierbij tweeërlei niveau van godsdienstig begrijpen, misschien ook tweeërlei niveau van godsdienstig leven wordt gesteld.
Het woord , , grondstructuur" en het verstaan van uit de „grondstructuur" van de Bijbel doet niet zozeer mystiek als wel technisch aan. Structuur, construeren, constructie, het wijst alles op bouwen, in elkander zetten. Als zodanig past het wellicht bij onze tijd en gebruikt men het woord, al weet men eigenlijk niet met welk recht en wat men zich daarbij moet voorstellen.
Structuur met toepassing op de Bijbel zal derhalve ook willen doelen op de bouw en de inrichting der Schrift, op de onderlinge samenhang der delen en grondstructuur zal dan alleen willen zien op de structuur van het fundamentele, op de grondpijlers en hoofdverbindingen met veronachtzaming van de ondergeschikte delen.
Gewoonlijk is de structuur, wat het fundamentele en principiële aangaat, in het bouwwerk verborgen, zodat men dit moet afbreken en ten dele slopen om de structuur te ontdekken. Degenen, die over de , , grondstructuur" van de Bijbel spreken, vertonen wel overeenkomst met dat afbreken en slopen, maar van een structuurontdekking komt weinig terecht. Dat kan trouwens ook niet anders, want hier wordt met de Schrift „al te menselijk" gehandeld.
Velen, die zo spreken in en buiten de Synode schijnen niet te verstaan, in hoe ernstige zaak zij positie gekozen hebben en dat in een verkeerde zin. Want wat kan men onder de idee structuur, grondstructuur, anders of meer willen verstaan dan een bloot menselijke ontleding van de Bijbel in haar samenstellende delen om het verband dier samenstelling op te speuren.
En welke andere methode zal men daarbij aangrijpen dan die, welke de letterkundigen op de wereldse geschriften toepassen, waarbij de Bijbel reeds onmiddellijk uiteenvalt in zovele afzonderlijke litteraire producten uit de Israëlitische oudheid en de oude christenheid ?
Hoe zal men de waarde en betekenis bepalen van die afzonderlijke stukken ?
Wel, uit het onderzoek naar persoon, levensomstandigheden en tijdsomstandigheden van de schrijvers. Uit deze gegevens zoekt men hun werk te verklaren en te verstaan.
U ziet, zo staan alle delen los en gescheiden van elkander in een zeker tijdsbestek en met een eigen uitlegging.
Het merkwaardige is nu, dat er een mysterie opduikt bij deze ontledende werkzaamheid. Die menselijke verklaringswijze reikt niet uit. Er blijft iets over, dat alle Oud-Testamentische boeken samenbindt en het geheel typeert: de profetische visie. Laat mij twee voorname kenmerken noemen: de profetische blik op de Messias en die op de eschatologische verwachting, die beide trouwens weer samenhangen. Het Nieuwe Testament is voorts niet te verstaan zonder het Oude en staat in het teken van de vervulling, de komst van de Messias in het vlees en de wederkomst van Christus om te oordelen de levenden en de doden.
De eerste ontleding heeft al een beduidende hoeveelheid gegevens afgeschreven op het persoonlijke, het aan de tijd gebondene, het overleefde en niet meer belangrijke of geldige.
Maar nu komt de tweede ontleding. Deze richt zich dan op dat de verschillende delen verbindende element, dat mysterieuse het profetische.
Let op het woord structuur, dat immers de verbinding der delen bedoelt. Nu komt de biblica aan het woord, de z.g. Bijbelse theologie, een kind van de Aufklärung en daarom reeds onder verdenking. Zeker niet ten onrechte. Nu moeten de boeken en met name de auteurs getoetst worden op dat gemeenschappelijke, dat hen allen schijnt te richten op hetzelfde. Hoe denkt de een daarover en hoe de andere ? Het spreken over leertypen is wel wat uit de tijd geraakt, maar het heeft zijn kwade vruchten nagelaten. Profeten en apostelen werden naast elkander getekend naar hun leertypen d.i. in de eerste plaats naar het eigenaardige, dat hen daarin onderscheidt.
En nu gevoelt gij het reeds. Dat onderscheidende komt op de voorgrond en dikwijls spitsvondig aangedikt, tekent het zich af tegenover het gemeenschappelijke, of wat er voor gehouden wordt.
Na deze tweede analyse is het gemeenschappelijke, het eigenlijk verbindende, de , , grondstructuur" niet zo nauwkeurig bepaald meer. Het gaat voor velen niet ver meer uit boven de redeneringen van een algemeen religieus gevoel. Bovendien, of eigenlijk juist daarom, is die , , grondstructuur" in haar vaagheid zeer geschikt om zijn subjectieve inzichten en eigen gevoelens te volgen en toch nog onder te brengen onder een soort Bijbelgeloof.
Er blijft alzo na aftrek van al het „individuele", het „tijdgebondene" en daarom niet meer geldende weinig over, dat op algemeen gezag aanspraak mag maken. Behalve dat de analyses een flinke dosis rationalisme ingevoerd hebben, wordt ook het als gezagvol geldende vrijwel door het redewezen bepaald. Men denke b.v. aan de heilsfeiten, met name aan de vleeswording des Woords en aan de opstanding, welke niet kunnen geloochend worden zonder hen, die dat doen, buiten het geloof in en de gemeenschap mèt Christus te zetten. (Vgl. Rom. 10 : 9; 1 Joh. 4:2). Er blijft waarlijk niet zoveel meer over dan een godsdienst-wijsgerig begrip „in de ruimte der kerk". Men houde ons ten goede, maar dit is ook zulk een nietszeggende mode-uitdrukking.
God woont niet in de „ruimte dèr kerk" en Hij openbaart zich niet in de , , ruimte der kerk". Dat zijn ijdele sophismen. God openbaart zich aan mensen door Zijn Woord en Geest en maakt woning in de harten van mensenkinderen. Daarom woont Hij in Zijn gemeente. De ruimte der kerk is een begrip, dat zelfs in het brein van een mens niet zou opgekomen zijn, als God zich niet een gemeente ten eeuwigen leven had uitverkoren en saam vergaderde.
Echt, godvrezend, bijbels realisme is waarlijk wat anders dan zulk een woordenspel, waarmede bovendien de ruimte der kerk in ontstellende mate wordt leeggepreekt. Dat behoeft trouwens niemand te verwonderen, want men vervlakt het Evangelie tot een platvloerse algemeenheid, die het onderscheid tussen kerk en wereld uitwist, en bijzondere belangstelling niet waard is, althans niet weet te wekken.
Niet ten onrechte sprak ds. J. Walstra op de najaarsvergadering van de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden te Leeuwarden van ondervoeding en verschraling. (Leeuwarder Courant, d.d. 20-ll-'58).
Wij nemen het volgende over:
Als hoofdoorzaken van deze verschraling en ondervoeding noemde ds. Walstra een ontstellend geringe kennis van de bijbel en het christelijk geloofsleven in vrijzinnige kring, veel te weinig positiviteit en te veel vrijblijvendheid en individualisme. We moeten grenzen durven trekken, aldus ds. Walstra. We moeten durven zeggen: , , Dit hoort er bij en dat niet". Spreker zou willen, dat men banger zou zijn voor het eigen slappe geloofsleven dan voor artikel 10 van de kerkorde, waar men vaak op een verkeerde manier mee schermt en werkt. Als remedie voor de ondervoeding van het vrijzinnig gemeenteleven, poneerde ds. Walstra de eis, dat de vrijzinnigheid weer met gezag haar eisen stelt aan het geloofsleven. De vrijzinnigheid moet karakter tonen en een eigen gezicht. Zij moet zich ook weer gaan concentreren op de waarheid, niet op een waarheid, maar op dé waarheid tegenover de leugen, de waarheid van het eeuwige leven tegenover de leugen van de wereld, de waarheid van de kerkgang tegenover de leugen van de ontspanning, de waarheid van het evangelische leven tegen de leugen van veel in het huidige politieke en sociale leven, aldus ds. Walstra.
(Cursivering van mij, S.).
Hier worden gevoelige dingen gezegd, maar wij vragen, hoe kan het anders dan dat men vervreemdt van de Bijbel, van het geloofsleven, van de kerk, en dus van de waarheid der Godsopenbaring en van het licht, dat zij doet opgaan over ons leven in tijd en eeuwigheid, als men de Bijbel eerst van zijn goddelijk gezag berooft en tegen de leugen inruilt?
Het is volmaakt overbodig met veel woorden en tegenredenen het bovenuiteengezette misbruik van de Heilige Schrift af te keuren, dat zich wellicht met een beroep op de wetenschap, op de rede en op de hoogheid van de moderne mens zoekt te rechtvaardigen, hoewei ten onrechte.
Want zonder tegenspraak, het wetenschappelijk onderzoek der Schriften heeft een bewonderenswaardige en waardevolle uitbreiding van kennis gebracht ten aanzien van de volken, hun leven, taal en historie, die in de Schrift voorkomen.
De winst echter van al deze schatten van kennis en wetenschap kan niet opgewogen worden tegen de schade aan het leven der cultuurvolken van het Westen toegebracht door de moedwillige afbraak van het Christelijk geloof en de versmading van zijn vernieuwende kracht, die niet alleen het kerkelijk leven verarmde en ondermijnde, maar heel de saamleving treffen moest.
Daarom heeft de laatste beslissing van de Synode de zaak zo scherp gesteld, omdat zij daarin bewijst in de weg der miskenning van het goddelijk gezag der Schrift, zoals de levende kerk van Christus dat belijdt, zelfs niet bedektelijk, maar openbaarlijk voor te gaan.
Uit dien hoofde moesten wij aanstoot nemen aan de toevlucht tot een idee van een z.g. , , grondstructuur", dienende om de duidelijke uitspraken van Gods Woord te negeren en de onwil om zich daaraan te onderwerpen als een , , andere" gehoorzaamheid voor te stelten. Het ware in het belang der kerk, als de Synode van die weg terugkeerde en dergelijke drogredenen van de hand wees.
Tegenover deze mishandeling der Heilige Schrift, stellen wij het voorbeeld van de Christus, die in stede van het Oude Testament in zijn delen van Wet, psalmen en profeten uitèèn te rafelen en aan menselijke maatstaf te meten, het als èèn geheel van Godsopenbaring proclameert en dit met Zijn goddelijk gezag dekt, als Hij het betitelt als de Schrift, die niet gebroken kan worden. (Joh. 10 : 35).
Als het dan zal gaan om het fundamentele, dan ga men in de leerschool van Christus, onze hoogste Profeet en Leraar. Hij dient zich zelf aan als het fundament en de hoeksteen van het Godsgebouw en als het Licht der wereld. Op Hem is de ganse Schrift gericht, van Hem getuigt zij. (Joh. 5 : 39). In het licht, dat de Geest van Christus over de Schrift doet opgaan, vergaan de menselijke structuren en inbeeldingen als sneeuw voor de zon. De werkelijkheid van ons bestaan voor de levende God gaat voor ons open met al haar verschrikking en vertroosting. Heel de Schrift wordt levend en wij worden betrokken bij de droim van getuigen van geloof en ongeloof, bij de worsteling , van de geest tegen het vlees, bij de alle eeuwen doortrekkende strijd tussen de geest dezer eeuw en de Geest Gods.
Niet een stukje profetie hier of een enkele Godsspraak daar, maar heel de Heilige Schrift wordt levende Godsopenbaring, ook de Godsspraken, en niet te vergeten het leven der profeten, der psalmisten, der leidslieden, der volgelingen en der weerbarstigen, het leven van de mensen, die ons worden voorgesteld, dat alles is èèn levende tekening van geloof en ongeloof, gericht en genade, van oordeel en van de barmhartigheid, die tegen het oordeel roemt, m.a.w. van de werking van Gods openbaring in de vaten Zijner barmhartigheid en van Zijn gericht over de ongehoorzaamheid en over de vaten Zijns toorns. De Schrift is ook openbaring van het geloofsleven en die daarbij betrokken worden leren haar kennen als het Woord Gods.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1958
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1958
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's