DE PREDIKING VAN CALVIJN 7
7. DE ZEKERHEID DES GELOOFS
Voor Calvijn was de zekerheid des geloofs geen bijzondere, latere toegift aan het geloof, maar was kenmerkend voor het ware geloof. Zonder zekerheid des gelotofs kunnen we volgens hem geen christen zijn; zonder zekerheid des geloofs kunnen wij zelfs niet bidden (zie Jakobus 1 : 6 en 7) dus ook God niet recht dienen.
Fel gaat hij in tegen hen, die de zekerheid des geloofs ontkennen. Rome, verstrikt in de armelijke geest van werkheiligheid, leerde immers, dat zekerheid des geloofs, dat wil zeggen, de zekerheid van zijn heil, in dit leven vrijwel onmogelijk was. Dit was te hoog voor de sterveling en was ook gevaarlijk, omdat het een mens zou doen vertragen in het doen van het goede.
Daartegenover stelt Calvijn: , , Hoe zou men weerstand kunnen bieden aan smaad en vervolging, wanneer er geen ware zekerheid des geloofs in onze harten is ingeprent? "
, , Tot deze zekerheid zijn twee dingen vereist, namelijk; a. de zekerheid, welke de ware godsdienst is; b. de zekerheid van het hemelse leven en van de kroon, die ons daarboven beloofd is, indien wij hier beneden gestreden hebben".
Wanneer wij ons geruime tijd in Calvijns werken verdiepen, zoekend naar antwoord op de vraag, waarin voor hem toch wel de zekerheid des geloofs bestaat, dan dringt zich deze gedachte aan ons op: de zekerheid des geloofs is eigenlijk identiek met, in elk geval onlosmakelijk verbonden met de zekerheid des Woords. Omdat het Woord Gods zo zeker, zo betrouwbaar is, kan en mag de gelovige daarin onvoorwaardelijk geloven.
Maar dan moet u , , geloven" nemen in de enig ware zin van een innerlijk verzekerd zijn. Geloven in de ware zin van het woord is niet slechts een voor waar houden, een verstandelijk aannemen, maar een innerlijk overreed, overtuigd en daardoor omgebogen zijn. Reeds eerder wezen wij er op, dat Calvijn zo duidelijk spreekt over het tweevoudige werk van de Heilige Geest: ons bekend maken, wat wij geloven moeten èn ons overtuigen van de waarheid daarvan. De waarheid, die wij in de prediking beluisteren, wordt in onze harten ingegrifd.
Door velen wordt de zekerheid des geloofs allereerst gezocht in de vruchten — de heiligmaking — of in de werkingen des Geestes in het hart. Calvijn legt de zekerheid des geloofs primair in het geloof zelf, in de innerlijke verzekerdheid van de waarheid Gods.
In zijn Institutie (Boek III, hoofdstuk 2) heeft hij dit rustig en wel overwogen breder uiteengezet. , , Het geloof is een kennis van Gods Wil jegens ons, die uit het Woord verkregen is. En het fundament daarvan is de vaste overtuiging van de waarheid Gods". Vervolgens vraag hij, wat het geloof dan toch in dat Woord vindt, waarin het verontruste hart kan steunen en rusten en zijn antwoord luidt, dat, hoezeer het geloof het Woord Gods ook aanneemt, hetzij Hij dreigt, hetzij Hij belooft, toch de beloften van genade de eigenlijke grond des geloofs zijn. Zo komt hij tot deze eind-definitie van het geloof: het geloof is , , een vaste en zekere kennis van Gods welwillendheid jegens ons, welke gegrond op de waarheid van Zijn genadige belofte in Christus, door de Heilige Geest aan ons verstand wordt geopenbaard en in ons hart wordt verzegeld".
Het wezen van het zaligmakend geloof is dus (nog niet) een zekere kennis van Gods werk in ons, en zeker niet de zekerheid aangaande onze uitverkiezing, maar de zekerheid aangaande Gods welwillendheid jegens ons, in ons hart gewerkt door de Heilige Geest. Ook in bovenstaande definitie beluisteren wij weer dat tweevoudige ambt van de Heilige Geest: de waarheid Gods in ons verstand openbaren en verzegelen. Openbaren èn verzegelen. Let daar wel op.
De zekerheid des geloofs is voor Calvijn niet in eerste instantie, de zekerheid van het genadewerk in ons. Latere schrijvers gaan steeds meer de kant uit, dat zij leren: , , De Heilige Geest verzegelt ons, als Hij ons licht geeft over onze genaden", dat wil zeggen, over de genade, die Hij ons inwendig schonk. Calvijn legt de zekerheid des geloofs veel eerder en kan dat doen, omdat hij de mensen allereerst wijst op het Woord, als de enige grondslag des geloofs.
De zekerheid des geloofs wordt dus in onze harten ingegrifd door de Heilige Geest. Dit is dan ook één van Calvijns hoofdbeschuldigingen tegen Rome, dat Rome, door zijn ontkennen van de zekerheid des geloofs, de gelovigen van de Heilige Geest berooft! Als wij de gelovigen van de zekerheid beroven, zegt Calvijn, dan beroven wij óf de Heilige Geest van zekerheid, óf wij beroven de gelovigen van de Geest. Nu, dat zij de Geest niet zouden ontvangen is Godslastering. Christus kan niet van Zijn Geest gescheiden worden. Overal waar Christus is, is de Heilige Geest.
Ons ziekelijk missen van de zekerheid des geloofs, een kwaal die in menige kring schier chronisch geworden is, is dus in de grond der zaak een tegenstaan, een loochenen of een uitblussen van de Heilige Geest. Ieder mens is van nature ongelovig, maar door de lijdelijke gedachtengang van velen, is dit aangeboren ongeloof menigmaal nog extra verpanserd, nog extra gewapend. De prediking moet de mens de wapens tegen God en Zijn Woord uit handen slaan, de lijdelijke inslag van de prediking heeft velen juist wapens in de hand gegeven, om zich af te schermen tegen het Woord en tegen het Evangelie.
Wanneer wij bij Calvijn antwoord zoeken op de vraag, waarom zekerheid mogelijk is, wijst hij met name op twee dingen. Zekerheid des geloofs is mogelijk: 1e, omdat Gods Woord zo zeker is. Als Gods Woord niet zeker was, zou er nooit zekerheid mogelijk zijn, maar zou het hart eindeloos heen en weer geslingerd worden; 2e, omdat het heil geheel en al ligt in het werk van Christus. Als er van ons iets moest bijkomen, zou er geen volstrekte zekerheid ooit mogelijk zijn.
Als wij ons rekenschap geven van deze twee punten, moeten wij wel zeggen: hoe juist, bijkans hoe logisch is dit. In de verhouding van de mens tegenover God zijn er maar twee dingen, die in alle omstandigheden absoluut waar zijn en blijven, namelijk, dat Gods Woord, God's beloften, waar zijn en dat alleen in Christus ons heil ligt. Alle andere dingen zijn aan onzekerheid onderworpen. De vraag: , , Ben ik geroepen"! , , ben ik uitverkoren"; , , ben ik bekeerd"; , , ben ik genoeg overtuigd"; , , heb ik wel het ware geloof", zijn aan onzekerheid onderhevig. Zelfs stemmen uit de hemel — zie Johannes de Doper, Matth: 3 : 17 en Matth. 11:3 — kunnen geen onwankelbare zekerheid geven. De grondslag des geloofs ligt in het Woord en in Christus alleen. God verzegelt de waarheid Zijns Woords, de waarheid in Christus, in onze harten! Voor vele mensen is de zekerheid des geloofs identiek met gevoelige genade genieten. Maar hoe arm is men dan. Het gevoel ebt weg en wat blijft er dan over? Wat blijft er dan over, als God ons leven terugleidt tot de diepste diepten: , , Ik zal mij doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op de naam des Heren vertrouwen"?
Prof. dr. J. A. C. v. Leeuwen heeft er indertijd ook reeds op gewezen, dat gevoelszekerheid altijd nieuwe en sterkere impulsen nodig heeft, om op peil te kunnen blijven. En wat is dan de grond? Het altijd wisselend gevoelsleven. Neen, wij hebben een hechtere grondslag nodig, Christus, sprekende in Zijn Woord.
Wij moeten als predikers niet proberen de mensen zekerheid in te prenten. Dat werk mogen en moeten wij God toevertrouwen door Zijn Geest, maar hoe krachtiger gepredikt worden, die twee hechte peilers van het geloof: de waarheid van Gods beloften en de algenoegzaamheid van Christus, des te helderder en zuiverder zal het geloofsleven kunnen opbloeien. Laten wij maar, evenals Calvijn, voluit het Evangelie verkondigen. God belooft genade aan zondaren, die uiteindelijk maar één kenmerk in zichzelf vinden, dat zij verloren en verdoemelijk zijn in zichzelf. Het preken van vele kenmerken werkt er aan mede, dat wij in kenmerken en toestanden blijven hangen en niet recht grondig ontbloot en afgesneden worden en niet recht grondig in de Christus ingeleid. De armoede des geloofs is vaak veroorzaakt door de armoede van de prediking. Men zegt zo vaak, dat er gepredikt moet worden , , een arm zondaar en een rijke Christus". Het is niet onaardig gezegd, maar naar beide kanten is het veel vollediger, veel dieper. Het is een , , algenoegzame Christus, voor een verloren zondaar".
Men heeft mij wel eens met nadruk gevraagd, of in Calvijns preken het wel eens voorkomt, dat hij mensen bemoedigt op grond van hun hongeren en dorsten. Tot verbazing van de vraagstellers heb ik toen moeten antwoorden: , , Neen". Nadien heb ik gepoogd Calvijns prediking op dit punt dieper te ontleden en kwam toen tot deze ontdekking. Als Calvijn het geloof herleidt tot zijn grondvorm, tot zijn diepste kern, dan omschrijft hij het met deze woorden: , , Geen gerechtigheid in uzelf vinden, maar uw gerechtigheid zoeken in Christus Jezus". Elders zegt hij het met deze woorden: , , Wanneer er dus slechts een klein beetje geloof aanwezig zou zijn, om zo te zeggen, niet meer dan een vonk, is dat stellig voldoende, wanneer wij overtuigd zijn, dat wij een leven in onszelf hebben dan in Jezus Christus en dat in Hem de volheid des levens is, waaruit wij kunnen putten 'en verzadigd worden".
Wij niets, Christus alles, dat is de grondstructuur van Calvijns belijden en daarin heeft hij ons getoond de diepste kern van het ware geloofsleven. Het is een steeds meer zichzelf verliezen en Christus gewinnen.
Kohlbrugge heeft het eens krachtig doorleefd. In een periode van grote nood was het hem alsof God hem de vraag stelde: „Zijt gij vergenoegd met Mijn Lam? " en zijn antwoord luidde: , , Ja Here". , , Dan ben ik vergenoegd met u; sta op en schrijf". En Kohlbrugge werd volgegoten met licht en zekerheid.
Zijn wij vergenoegd met het Lam? Dat is eigenlijk de kernvraag. Alleen dan is zekerheid des geloofs mogelijk. Wie niet uit Hem alleen kan leven, kan ook in Hem alleen niet rusten.
Zekerheid des geloofs is alleen mogelijk als wij door de Heilige Geest leven uit Christin.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's