DE SAMARITAANSE VROUW
.... Wij geloven niet meer om uws zeggens wil, want wijzelf hebben Hem gehoord " Johannes 4 : 42.
Verstaan we deze tekst goed, dan moeten we daarin toch wel horen een terechtwijzing voor deze vrouw uit Sichar, een stad van Samaria. Een terechtwijzing waardoor zij moet worden teruggebracht naar 'n nederiger plaats.
De Samaritanen in Sichar hadden leren verstaan dat die Man, Die ze daar bij de Jakobsbron hadden aangefroffen, de Messias was, , , de Zaligmaker der wereld", gelijk ze Hem ook belijden.
Waar nu deze Zaligmaker werkt, daar moet het telkens weer gebeuren, dat het werk van de mens wordt afgebroken. Waar Hij komt, moet de mens opzij. Zo heeft Christus ook eerst met die vrouw gehandeld: Hij maakte haar begerig naar het levende water (vs. 15), en maakte haar beschaamd over haar leven (vs. 16). Hij heeft haar geraakt tot in het geweten. Want wanneer ze is teruggekeerd in Sichar, dan zegt ze alleen van dat gesprek: , , Komt, ziet een mens, die mij gezegd heeft alles wat ik gedaan heib; is deze niet de Christus". Dat heeft haar het meeste getroffen en verbrijzeld.
Maar toen Christus twee dagen in Sichar bleef, is dat vernederde hart weer langzaam aan op de troon geklommen: Was het immers niet door haar toedoen, dat de Messias naar Sichar was gekomen, zij had Hem toch maar het eerst bij de Jakobsbron ontmoet en zij had gezorgd dat ook de anderen het te weten kwamen. Wanneer zij niet gesproken had, dan waren er nu niet zoveel geweest, die in Hem geloofden. Maar zo gaat het verkeerd met haar: ze moet minder worden, niet groter. Daarom is die terechtwijzing zo op haar plaats.
Daar ligt een leerzame onderwijzing. Misschien zijt ge, lezer (es), een mens die mag roemen in de genade Gods. Dat is groot en heerlijk. Maar het is toch niet uit u, wel? Genade is iets bijzonders, dat niet uit de mens is. Maar dat bijzondere is niet uit de mens. Dan is het toch altijd de Here, Die scheiding maakte, waar van nature geen scheiding is, want dan zijn alle mensen voor Hem gelijkelijk schuldige zondaren. Daarom is het zo droevig wanneer een mens zichzelf gaat verheffen, omdat hij genade ontvangen heeft. Zo'n mens heeft een terechtwijzing nodig.
Misschien moet ge zeggen, dat zelfs de aanleiding om u daarover te kunnen verheffen in uw leven ontbreekt. Ook dan kan Johannes 4 u onderwijzen. Er staat, dat velen der Samaritanen uit die stad geloofden in Hem, om het woord der vrouw (vs. 39). Waar slaat dat op, wat is dat voor een geloof? Calvijn heeft er op gewezen, dat dat eigenlijk géén geloof is. Hier wordt n.l. gezegd, dat deze mensen zich door het woord van die vrouw — toen ze nog een nederig getuigenis gaf zonder zelfverheffing (vs. 29) —• lieten bewegen om ook naar de Jakobsbron te gaan. Toch noemt de Here dit zwakke begin in Zijn Woord al geloof om ons daarmee te laten zien hoe hoog Hij de eerbied voor Zijn Woord wil schatten. Deze Samaritanen immers begeren dat Woord te horen, ze willen er meer van weten (vs. 40). Is dat niet vertroostend? Misschien bent u geneigd om uzelf uit te sluiten van de genade Gods, wellicht maakt ge u zorgen over de zwakheid van het kleine beginsel der genade in uw leven. Laat u dan nooit door de listen van de satan zo verstrikken, dat ge anders oordelen zoudt dan de Here, want ook dat is een vorm van het op de troon klimmen van de mens. Zie hoe God hier handelt met het zwakke, met dat wat eigenlijk nog beginnen moet te groeien, opdat ook gij niet zoudt vertrappen wat er in uw hart leeft. Wat daar leeft aan eerbied voor het Woord des Heren, wat daar leeft aan wat voor klein vonkje van levensvernieuwing ook. Ge moet niemand geloven om „zijns zeggens wil", maar dat moet ge ook uzelf niet doen. Er is er maar Eén, Die te geloven is op Zijn Woord, dat is de Here Christus, Sla er dan toch acht op hoe Hij in Zijn Woord, dat kleine begin van geloof in het leven van die Samaritanen met zorg gadeslaat, met liefde beoordeelt, en het meerdere wasdom geeft door Zijn onderwijs, zodat ze het straks kunnen zeggen tot die vrouw: nu geloven we (en dan is dat een écht geloof), niet om wat gij tot ons zeide, maar nu hebben we Hemzelf gehoord. Nu is het nog altijd dezelfde God, dezelfde Christus en dezelfde Geest. Zoudt ge dan menen, dat Hij nu ook anders handelt, als deDrieënige God, inhet toebrengen van zondaren? Zoudt ge dan een Vader wantrouwen. Die Zijn eniggeboren Zoon overgaf, tot in de dood, ja de dood des kruises, opdat behouden zou worden een ieder die gelooft? Zoudt ge dan een Christus te kort doen. Die nog nooit één zondaar, zelfs geen verachte Samaritaan, heeft laten staan, die tot Hem kwam? Zoudt ge dan aan de Heilige Geest vertwijfelen. Die door de onderwijzing uit Christus' mond wist te bewegen tot het geloof?
Dan maakt ge u toch wel schuldig aan een vreselijke verharding tegenover zulk een goed en goeddoend God. Dat het voorbeeld van die inwoners van Sichar dan nog ons beschamen zou over ons geloof of klein geloof, dat het ons bevestigen zou in onze verwachting van de Here en de vertroosting der genade. In Sichar vond Hij geloof bij velen, hoewel Hij er maar twee dagen bleef. In Jeruzalem, dat met verachting op de Samaritanen neerzag, vond Hij zulk een geloof niet (Luc. 13 : 34). Ook dat is een dringende waarschuwing, dat wij als mensen, die behoren tot verbond, niet door de heidenen beschaamd zouden worden.
Er zullen weinig lezers van , , De Waarheidsvriend" zijn tot wie de Here al niet véél langer dan 2 dagen Zijn bemoeienissen uitstrekt. Staat ge nog steeds door uw hoogheid Christus in de weg? Ga dan toch opzij voor Hem en voor Zijn Woord, zoals die Samaritaanse daarvoor opzij moest. Zelfverheffing is altijd, in welke vorm dan ook, dodelijk voor ons. In de weg van het buigen voor God wordt de genade gesmaakt en het leven gevonden. Buigen onder onze schuld, buigen onder het Woord des Heren in de gehoorzaamheid des geloofs, dat is ten leven.
Gelijk het water in de natuur stroomt naar de laagste plaatsen, om dorre woestijnen tot leven te wekken, stroomt het levende genade-water naar de nederigen. Daarom hebben de nederigen en verbrijzelden van geest, vanwege hun zonde en schuld verootmoedigd, een goddelijk recht op Gods genade te betrouwen. Want hoe hoog de Here ook is, nochtans ziet Hij de nederige aan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's