HET BREED MODERAMEN DER GENERALE SYNODE ANTWOORDT OP DE RESOLUTIE VAN AMBTSDRAGERS
Wij laten dit antwoord, welks zwakheid evenredig is aan zijn lengte eerst in zijn geheel volgen, terwijl wij in ditzelfde nummer ook ons; wederwoord daarop aan het breed moderamen van de synode doen afdrukken, dat, zoals men zal opmerken, een voorlopig karakter draagt.
Tot onze verwondering heeft het Gereformeerd Weekblad het antwoord der synode reeds gepubliceerd en gaf daardoor aanleiding dat ook andere bladen daaruit overnamen.
Het moet ons van het hart, maar daarin is toch iets niet in orde, dat een brief, die aan ons is gericht, buiten onze medewerking aan anderen, in casu aan de redactie van het Gereformeerd Weekblad, ter beschikking werd gesteld en afgedrukt.
Hier volgt het antwoord van de synode (of eigenlijk van het breed moderamen der synode).
Waarde broeders,
De generale synode heeft zich in haar vergadering van 19 november jl. ernstig beraden over de door u ondertekende resolutie van ongeveer 750 ambtsdragers, bijeen in een vergadering te Utrecht op 13 October 1958.
De synode droeg ons als breed moderamen op u te antwoorden in de geest waarin de resolutie ter synodevergadering werd besproken. Wij willen hierbij trachten duidelijk te maken waarom de synode meent geen gevolg te kunnen geven aan het in uw resolutie gedane verzoek en tevens uitdrukking geven aan ons leedwezen en onze bezorgdheid over de wijze waarop door u in deze resolutie de toelating van de vrouw tot het ambt opnieuw aan de orde werd gesteld.
Uit de herderlijke brief van de generale synode d.d. 3 juli 1958 ter begeleiding van de desbetreffende beslissing had u reeds kunnen blijken, dat bij de synode het besef leefde, dat door het genomen besluit zij, die overtuigd zijn, dat de H. S. de toelating van de vrouw tot het ambt verbiedt, voor grote moeilijkheden kunnen komen te staan zowel wat hun zijn als hun verkeren in de Nederlandse Hervormde Kerk betreft.
De synode zou het daarom hebben kunnen verstaan wanneer door uw vergadering was besloten de betreffende zaak met de grootste ernst op de kerkelijke vergaderingen langs kerkordelijke weg aan de orde te blijven stellen en de Ned. Herv. Kerk terug te roepen tot hetgeen de H. S. naar uw inzicht in dezen duidelijk gebiedt.
De wijze echter waarop in uw resolutie de door de synode genomen beslissing wordt veroordeeld, de gehoorzaamheid hieraan wordt geweigerd en te uwer vergadering is opgeroepen tot een gemeenschappelijk vastberaden verzet, is in strijd met het rechte kerkelijk handelen en spreken en is, naar wij menen, niet overeenkomstig het gereformeerde denken en belijden.
De beslissing toch om de ambten — met bepaalde niet onbelangrijke restricties, die in de resolutie ten onrechte worden genegeerd — ook voor vrouwelijke leden der gemeente open te stellen, werd genomen in een wettige vergadering van de generale synode der Ned. Herv. Kerk na ernstig gebed om de leiding van Gods Geest en na herhaald beraad ook in de grondvergaderingen onzer kerk welke laatsten zich tenslotte met een duidelijke meerderheid vóór de openstelling uitspraken.
In de resolutie wordt de synode gevraagd dit besluit nu weer in te trekken als ware deze beslissing op onwettige wijze, in strijd met de orde der kerk, tot stand gekomen zonder een biddend luisteren naar Gods Woord. Indien de synode hieraan gevolg zou geven zouden echter de dingen in onze kerk niet wel en ordelijk, naar de , , geestelijke politie", toegaan, — om met de woorden van art. XXX der N.G.B, te spreken —.
Hiermede willen wij intussen niet zeggen, dat, nu de beslissing inzake de vrouw in het ambt is gevailen, de synode niet meer open zou behoeven te staan voor een nieuw of herhaald beroep op de H. S. Dit beroep op het Woord, dat in de kracht van de Heilige Geest door eigen evidentie de harten overtuigt, staat vanzelfsprekend open en hiernaar, maar ook hiernaar alleen, zal de synode steeds moeten blijven luisteren. Het is immers een kenmerk van het gereformeerd protestantisme — min of meer in onderscheiding van het lutheranisme — dat het gezag van de H. S. niet als een uiterlijke autoriteit behoeft te worden aanvaard, omdat de Kerk de boeken voor heilig houdt, maar omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten dat zij van God zijn, gelijk in art. V der N.G.B, wordt beleden.
Van verschillende zijden — 'n bredere groep dan die der Gereformeerde Bond — is gepoogd, reeds tijdens de voorbereiding van de beslissing, aan te tonen, dat de toelating van de vrouw tot het ambt tegen Gods Woord is. Op de verschillende vergaderingen zijn de ambtsdragers samengekomen om met elkander — overeenkomstig het gereformeerd belijden — te trachten Gods Woord in dezen te verstaan. Naar het (beroep van hen die in de H. S. een duidelijk verbod meenden te lezen is in vaak diepgaande en eerbiedig-zoekende discussies geluisterd, waarbij het Woord , , grondig en oprecht" werd onderzocht. Dit beroep heeft echter tenslotte de meerderlieid niet kunnen overtuigen.
Het is dan ook ten enenmale onjuist wanneer in de resolutie wordt gesteld, dat de synode welbewust de duidelijke uitspraken van de H. S. negeerde. Wij moeten u broederlijk maar eerlijk en scherp zeggen, dat dit hoogmoedig, wettisch en ongeestelijk gesproken is. Het kan toch niet naar de geest van Christus zijn u op deze wijze tot de synode uwer kerk te richten. Door deze dingen zo te stellen, gaat u ten onrechte uit van de onderstelling, als zouden zij, die in de generale synode vóór de toelating van de vrouw tot de amhten hebben gestemd, daartoe zouden hebben besloten, hoewel zij wisten dat deze toelating in strijd met de H. S. was, aldus, willens en wetens ontkennende dat de , , H. S. ons als het Woord van God is gegeven".
Uitermate ernstig achten wij vervolgens, het feit, dat u in uw resolutie zo ver gaat te concluderen, dat door het nemen van de gewraakte beslissing inzake de vrouw in het ambt een zodanige schriftbeschouwing en schriftgebruik plaats heeft gekregen in de Ned. Herv. Kerk, dat de synode onze kerk hierdoor heeft overgeleverd aan een chaos van meningen. Blijkens het verslag van de vergadering in de , , Waarheidsvriend" van 23 October 1958 is hiermede inderdaad bedoeld dat de ganse verkondiging en de zekerheid van de beloften van het Evangelie nu op losse schroeven zijn komen te staan.
Uit het toekennen van een dergelijke draagwijdte aan de door de synode genomen beslissing blijkt o.i. een niet recht verstaan van de gereformeerde leer van de „helderheid en doorzichtigheid" van de H. S. Deze „doorzichtigheid" geldt wel alle zaken, die betrekking, hebben op het heil, dat ons in Jezus Christus is geschonken. In de H. S. Wordt „voldoende geleerd al wat de mens heeft te geloven om behouden te worden" (art. VII N.G.B.). Deze leer mag echter niet zo worden verstaan, dat de Schrift t.a.v. alle vragen op het terrein van geloof en kerkorde voor een duidelijke en zekere uitleg vatbaar is. Dit nu geldt ook van de onderhavige kwestie waarin de meningen van serieuze schriftonderzoekers uiteengaan. Het zou u toch ook iets te zeggen moeten hebben, dat theologen wier gereformeerde schriftbeschouwing niet in twijfel mag worden getrokken t.a.v. de vrouw in het ambt toch niet die verhinderingen in de H. S. lezen, die u hierin met zo grote stelligheid meent te kunnen aanwijizen.
Bovendien menen wij dat de synode in deze zaak terecht ook heeft geluisterd naar wat andere kerken ons te zeggen hebben. Aan het gereformeerd protestantisme is van zijn oorsprong af een brede oecumenische trek eigen geweest. Van Calvijn is de uitlating bekend dat hij wel 10 oceanen wilde oversteken om de eenheid van het verscheurde lichaam yan Christus te herstellen. Er zijn reeds vele kerken in de wereld, waaronder ook van gereformeerde signatuur, die in deze eeuw de vrouw in het ambt reeds kennen en dit als een zegen hebben ervaren. Deze brede oecumenische toon klonk ons. uit uw schrijven allerminst tegemoet. Wij moeten ons helaas afvragen of uwerzijds nog wel goede trouw aanwezig is bij het uitspreken van een zo ernstige aanklacht als het , , overgeven aan een chaos van meningen".
Van het tegendeel heeft de Synode in de afgelopen jaren herhaaldelijk blijk gegeven waartoe wij u slechts herinneren aan het doen uitgaan van geschriften als „Fundamenten en Perspectieven van belijden", het Herderlijk Schrijven over het Rooms-Katholicisme en de recente Verklaring over enige stukken van het belijden en over de uitlegging van art. X van de kerkorde.
Wij moeten vrezen, dat door uitspraken, als in uw resolutie en ter vergadering van 13 October j.l. gedaan, dát deel van het kerkvolk voor welks leiding u in het bijzonder mede-verantwoordelijkheid draagt, van onze kerk zal worden vervreemd. Hierdoor zou een ontwikkeling kunnen worden ingeleid die door u niet meer in de hand kan worden gehouden en die tot nieuwe afscheidingen zou kunnen voeren.
Met grote ernst willen wij daarom een beroep op u doen niet voort te gaan op de weg die op de 13e october werd ingeslagen. Wij doen dit in het besef, dat het behoud van het bovengenoemde deel van het kerkvolk voor het geheel van de Ned. Herv. Kerk van de grootste betekenis is. Bij dit beroep weten wij u te kunnen aanspreken op uw gereformeerd-kerkelijk denken. Daarom houden wij ons overtuigd dat het beroep dat wij op u doen niet tevergeefs zal zijn en , u dit ons antwoord eerlijk wilt overwegen en samen met ons in de ene hervormde kerk voort wilt gaan naar de wegen te zioeken om de kerk te bouwen in de waarheid en de eenlheid, die in Christus zijn. Hierbij zal ook verder moeten worden gezocht naar de schriftuurlijk verantwoorde en bij haar wezen behorende plaats van de vrouw in de gemeente.
Teneinde te verzekeren, dat dit ernstige en rustige zoeken in het licht van de H. S. niet wordt gehinderd door het ontstaan van conflictsituaties, is de kerkeraden gevraagd met wijsheid en begrip voor elkander van de nieuwe mogelijkheden gebruik te maken. In haar laatste vergadering besloot de synode bovendien aanvullende, mede door u voorbereide. voorstellen aan het oordeel van de kerk voor te leggen, teneinde het ontstaan van moeilijkheden voor de bezwaarden zoveel mogelijk te voorkomen. Bij het voortgaande gesprek in de komende jaren kunnen uw bezwaren op een geestelijke en waarlijk kerkelijke wijze in het midden worden gebracht. Het spreekt daarbij vanzelf dat de geest van sekte en scheurmakerij., die ondanks uw eigen diepste bedoeling toch uit uw schrijven scheen te spreken, onder ons geweerd moet worden. Het gaat immers niet om gehoorzaamheid aan kerkelijke vergaderingen en uitspraken, maar om een broederlijk met elkander leven onder de heerschappij van Christus, die over ons regeert door Zijn Woord en Geest.
Namens het breed moderam.en der generale synode:
w.g. A. A. Koolhaas,
praeses,
H. E. Emmen,
scriba.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's