’n LEERZAAM GESPREK
„Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien!"Johannes 3 vers 3.
Wedergeboorte — ziedaar het onderwerp, waar de Heere Jezus over gesproken heeft met Nicodemus. 'n Belangrijke zaak, waarde lezers. Wedergeboorte, dat is toch dat werk Gods in ons, waarmee Hij begint, om de weldaden, door Christus verworven aan het kruis, door de Geest uit te delen en toe te passen. Dat is dat grondleggende werk in ons en zonder ons, bij de zaligmakende bearbeiding der zielen door Gods genade. Wedergeboorte is een uitdrukking die in de Indise godsdiensten reeds gebruikt werd bij de leer der zielsverhuizing. Als men stierf, ging men terstond over in 'n ander lichaam. Dat was , , wedergeboorte". Zo ging dat steeds maar door. Dus men kreeg 'n reeks van wedergeboorten, allen ongeveer op hetzelfde peil, of hoger bij 'n goed leven óf lager bij 'n zondig leven, totdat eindelijk de dorst naar het zijn gestild was en verdoving van het bewustzijn bereikt in het Nirwana.
Dit woord heeft echter een geheel andere betekenis in de Bijbel. Als twee hetzelfde zeggen, is het nog niet hetzelfde. Bij woorden als vrijheid, vrede, verlossing enz. zien we dat duidelijk. Zo ook hier. Wedergeboorte wordt trouwens in 3e betekenis gebruikt. In Matt. 19 vers 28 is sprake van 12 tronen, waar de apostelen op zitten zullen en meeoordelen, bij de vernieuwing der wereld. , , In de wedergeboorte" staat er dan merkwaardig. Ja, dan zal de nieuwe aarde en nieuwe hemel, in het rijk der heerlijkiheid, in hernieuwde glorie, als 'n nieuwe geboorte opgeleverd worden, in de wederherstelling aller dingen, als het paradijs hersteld is. In Titus 3 : 5 vinden we weer 'n andere betekenis, waar Calvijn zich veelal bij aansluit in zijn spraakgebruik. Paulus zegt daar, dat God ons zalig gemaakt heeft, niet uit onze werken, maar naar Zijne barmhartigheid, door middel van het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes. Hier worden wedergeboorte en gehele vernieuwing van de mens- door de Heilige Geest vereenzelvigt, zodat we hier de betekenis hebben van de geestelijke zedelijke verandering van de mens, in de bekering der gelovigen. Hier is dus bedoeld de gehele verandering, van de enkele gelovige als individu, afsterven van de oude mens en opstanding van de nieuwe mens, der goddelijke natuur deelachtig worden, herstelling van het beeld Gods, in één woord het grote proces der heiligmaking, geschapen tot goede werken. Daarnaast is dan een derde betekenis van het woord wedergeboorte, als eerste begin der genade-toepassing in het hart, de levendmakende-daad. Daarbij dringt God door in de binnenste delen van ons zielsbestaan, ons diepere ik, met de krachtige werking van Zijn Geest. De Dordtse Leerregels III-IV, 11, 12, noemen dat een gans bovennatuurlijke, een zeer krachtige en tegelijk zeer zoete wonderbare verborgene en onuitsprekelijke werking, waarin de kracht Gods niet minder noch geringer openbaar wordt dan in de schepping of de opwekking der doden.
In deze betekenis komt de zaak der wedergeboorte hier voor. Het wordt hier als de poort van het Koninkrijk Gods gezien. Van nature zijn we zonder God in de wereld, vervreemd van het leven Gods, zonder Christus, dood in de zonde en misdaden. In Adam hebben we ons losgerukt van God, het contact verbroken, en nu staan we met de rug naar God ons zelf in het licht, de duisternis liever hebbend dan het licht, beroofd van ale geestelijke gaven, verduisterd in het verstand, ons niet onderwerpende aan de Wet Gods, het niet willende en het niet kunnende. Onze toestand is dus wel hopeloos. Uit ons geen vrucht in der eeuwigheid. Wat uit het vlees: is kan Gode niet behagen. Paulus had het, door genade geleerd — na jarenlang zeer ingenomen met zichzelf te zijn geweest — dat in hem geen goed woonde. Niet iedereen heeft dit geleerd of wil dit erkennen. Zij stoten zich dan ook aan de leer der wedergeboorte. Zoals iemand de uitverkiezing zal verwerpen, die de onwil des harten niet kent, zo zal men de wedergeboorte niet kunnen plaatsen, die de onmacht ten goede niet heeft leren kennen. Het is de vraag of Nicodemus deze dingen al geleerd had. , , Zijit gij een leraar Israels, en weet gij deze dingen niet? " Ja, droevig, als we deze wel gewichtige, doch toch noodzakelijke zaken niet kennen. Er mag verschil zijn in gaven en talenten onder de leraars, ook in kennis. Het behoeven niet allen , , doctores ecclesias". te zijn, doch deze grondleggende dingen, onze val in Adam en onze oprichting in Christus, zonde en genade, dat moeten dingen zijn, die ondier ons volkomen zekerheid hadden niet alleen, doch ook door allen waren gekend erii doorleefd.
Het Oude Testament sprak toch ook steeds weer van 'n nieuw hart, 'n vlesen hart, 'n nieuw verbond. Jeremia 31, besnijdenis van de voorhuid des harten, enz. Nicodemus had het kunnen weten, dat God niet het hart, en niet alleen met de uitwendige vormen en daden gediend wilde worden.
Nicodemus heeft op dit punt blijkbaar onderwijs nodig. De Heere Jezus wil hem gaarne verder onderrichten. Ach, als wij maar onderwezen wilden worden. Hij staat klaar. Hij wil gaarne z'n nachtrust er aan opofferen. Is hier een zoekende ziel, waarde lezer. Hij is wel wat bevreesd voor de Joodse machthebbers. Wie kent het niet, die vrees voor de mensen, die valse schaamte. We willen zo graag des keizers vriend zijn. , , Uit de Synagoge geworpen te worden" — het is 'n schrikbeeld voor deze overste der Joden, lid van het Sanhedrin. Toch wil Hij met Jezus spreken. Hij zoekt nader contact, zij het beschut door de vale vleugelen van de donkere nacht. Ja, de uitverkorene komt tot het Woord of het Woord tot de uitverkorene, zegt men weleens. Zo ook hier.
Nicodemus begint het gesprek met 'n hooggestemde lofzegging, waaruit zijn hoogachting blijkt, 'n Leraar van God gezonden. Deze erkenning valt hem licht. Wie zulke tekenen doet als Jezus, die wordt van God geholpen....
Het valt ons op, dat Nicodemus, tekenen 'n prachtig ding vindt. Ook wij geloven met de Heilige Schrift, dat de wonderen van Christus als onderschrijvingen Gods gezien moeten worden, waar God meer nadruk legde op de leer, het Woord van Christus, opdat wij zouden geloven dat Hij was die Hij zei te zijn. Credentie-brieven, geloofsbrieven, opdat wij' Hem zouden aanvaarden als waarlijk Gods Zoon, van Boven gezonden.
Toch zou een Leraar Israels mogelijk meer oog kunnen hébben voor de Waarheidsprediking op zich zelf. Johannes deed geen tekenen — sprak die dan niet de waarheid? Is hier bij Nioodemus een specifiek Joods karaktertrekje?
De Heere Jezus gaat niet op Zijn persoon, of de vriendelijke beschouwing van Nicodemus over Hem. Maar, wil Nicodemus spreken over de manier waarop men Hem kan leren kennen? Of wil hij spreken over de ingang in het Koninkrijk Gods....
Zie, dat is een zaak van genade alleen.
Daar komt de verdienste van de mens niet bij te pas. Het gaat daarbij niet om een daad van de mens, doch veelmeer om 'n daad van Gods reddende genade. Zonder die daad Gods blijft de mens in zichzelve, in het vlees, buiten het licht der genade. Weet Nicodemus dit al wel. Mogelijk is het een harde leer voor hem, doch dit punt zal hij' moeten leren.
Voorwaar, voorwaar zeg Ik u; luister goed, Nicodemus, dit is de waarheid, waar we van nature niet aan willen, waar we geen oog voor hebben; als 'n mens niet wedergeboren wordt, kan hij de geestelijke dingen, het genade-werk, persoon en werk van de Christus, het Koninkrijk Gods in één woord, zelfs niet zien.
Gefweldige, uitspraak, waarde lezer. Afgesneden onze goedwilligheid, om Gods heerschappij te erkennen, ons zoeken naar God, ons opklimmen tot het eeuwige leven, ons ontdekken van de waarheid uit ons zelf, ons aanvaarden van het Koningschap Gods' in ons leven.
Zullen we ingaan in dat Koninkrijk van God, ja, zullen we het in Zijn rijkdom, van waarheid en recht, genade en vrede zien slechts, dan zal er een werk van Boven aan ons moeten gebeuren, a.h.w. 'n nieuwe geboorte.
Hier wordt de mens er buiten gezet, waarde lezer. Er is niets, dat de mens in staat stelt of brengt, uit zichzelve God te zoeken of te vinden. Met Hem in gemeenschap te komen. Hem te kennen of te dienen. Niets werkt in de mens of onder mensen, wat het ook zij, mede. Alleen dat werk Gods, dat hier bij 'n geboorte vergeleken wordt, zal in ons het willen en werken moeten brengen. Geen , , voorbereidende" genade. Geen , , medewerkende" genade dus. De wedergeboorte alleen maakt de mens ontvankelijk voor God, brengt hem dichter bij God. Deze daad Gods is de eerste genade-daad Gods in de mens.
Zeker, God moet reeds in de eeuwigheid Zijn verkiezende genade, in Christus over ons hebben laten gaan. Als Hij ons in de Christelijke kerk deed geboren worden, spreken we van , , Verbondsgenade". Hij zal, zullen we behouden worden, veel in ons en door ons zielsbewustzijn moeten werken — wij zullen schuld moeten belijden, (de Heilige Geest behoeft geen tranen te schreien!) wij zullen moeten smeken om genade, de zonden loslaten, naar Gods heil vragen, op Zijn genade pleiten, in Zijn wegen wandelen, enz. enz. — doch het allereerste wat moet gebeuren, is een hartveranderende, leven-schenkende daad Gods- in ons, zonder ons. Dit is die vrijmachtige goddelijke genadedaad, waardoor Hij de zondaar van dood levend maakt, met God in verbinding stelt, Christus inlijft, in contact stelt met de goddelijke kracht- en licht- Centrale, overgeplant, ingeënt in de ware wijnstok. En nu zullen de krachten uit de Wijnstok gaan overvloeien in de zondaar. Nu zal heiligende kracht, ontdekkend en reinigend licht invloeien in de ziel, door al z'n vermogens, in al z'n functie's. En zo zullen straks de werkingen naar buiten openbaar worden, zoals de onzichtbare, ongrijpbare wind z'n geluid doet horen en z'n kracht laat voelen.
Nicodemus haakt vast aan het woord „geboorte", waarde lezer. Opnieuw geboren worden.... moet 'n mens dan weer dat ontwikkelingsproces in de moederschoot meemaken: ontvangenis, ontwikkeling, geboorte. ... Hij kan niet nalaten deze vraag te uiten, vol verbazing. , , Hoe kan 'n mens geboren worden, nu oud zijnde? " zegt hij. Hij begrijpt het nog niet. Toch is hier duidelijk onderwijs, waarde lezer.
Zoals de lichamelijke geboorte een werk is van Gods scheppende almacht, zo is het ook met dit priniordiale levenwekkende werk Gods in de ziel. 'n Nieuwe schepping, of liever herschepping. Geen predikant kan dit werken. Geen vader of moeder ons dit schenken. Hier is geen eigen kracht of werk.
Tevens is hier 'n onnaspeurlijke verborgenheid. De Psalmist en Job beiden hebben zich verwonderd over het kostelijk borduursel, dat God had gewrocht in hun natuurlijke geboorte. Het was hun te wonderbaar. Ze konden er niet bij. Zo ook moeten we verwonderd staan over de verborgen werkingen in' het hart van de zondaar, die wel gegrepen werd, met voorbijgang van anderen.
In de derde plaats is er noch bij de natuurlijke geboorte uit de moeder, noch bij de geestelijke geboorte uit God sprake van medewerking der mensen. De zondaar, die God wederbaart, is even lijdelijk als het kind bij de geboorte uit de moeder, 't Is niet uit ons, maar al uit Hem. Zo roemt de levende kerk op weg naar Jeruzalem.
Naast deze overeenkomst doen we goed om op te letten op het verschil tussen de natuurlijke en geestelijke geboorte. De eerste stelt ons in verband met de eerste Adam, met al de gevolgen van dien; erfschuld en erfsmet. De tweede met Christus, de tweede Adam, het Hoofd van het Genade-Verbond, met al Zijn weldaden, Zijn schatten. Zijn volheid van genade. De natuurlijke geboorte doet ons gelijken op onze ouders, met vele erfelijke eigenschappen, aan hen verwant, naar lichaam en ziel, de wedergeboorte op God, naar Wiens beeld wij herschapen moeten worden, der Goddelijke natuur deelachtig wordende. In de derde plaats is er dit grote verschil, dat op de natuurlijke geboorte, na korter of langer tijd, de dood volgt, terwijl het leven, door de wedergeboorte gewekt, van eeuwige waarde is.
We mogen aannemen, dat Nicodemus én de zaak der wederbarende! genade heeft ontvangen én later deze dingen heeft mogen verstaan, waarde lezer. Straks neemt hij het voor Jezus krachtig op. Johannes. 7 : 50. En, als Jeruzalem vol haat en vijandschap Jezus aan het kruis nagelt, komt hij manmoedig voor Christus uit, dragende zijn mirre en aloë, trotserend het gevaar voor eigen persoon.
De grote vraag is thans, of wij dit onderwijs met vrucht hebben genoten, waarde lezer. Niet door wetsbetrachtiiug, door ons geloof, onze liefde, onze tranen, kan men onderdaan worden van het Koninkrijk der hemelen, m.a.w. geen daad van de mens brengt hem in de zaligheid, maar alleen een daad Gods. Bij de absolute verlorenheid van de mens straalt slechts uit de absolute genade. Alle roem is uitgesloten. Buiten wedergeboorte om is het beste nog niet goed genoeg om in te gaan. Te kort en te smal. De wedergeboorte leert ons verstaan het woord van Christus, dat eerst de boom goed moet worden, zal de vrucht ook goed worden. Het zuurdeeg moet komen, om alles te doorzuren. De wortel der zaak is van het hoogste belang.
Wedergeboorte! Zonder voorbereidende of helpende genade! Zij is onzichtbaar, als de zaadkorel in de akker, doch wordt openbaar in de werkzaamheden en nieuwe uitgangen der ziel, in geloof en bekering, in zuchten en bidden, in walging aan uzelve, in breken met de zonden, in liefde tot Gods Naam, Zijn dag, Zijn Woord, Zijn dienst, Zijn volk.
Die uit God geboren is, hoort Zijn stem!
Die uit God geboren is, zal in de duisternis niet wandelen, maar in het licht, dat alles openbaar maakt, èn Gods heiligheid èn onze vloekwaardigheid èn Christus' dierbaarheid.
Die uit God geboren is, heeft ook lief de anderen, die uit God geboren zijn.
Die wedergeboren is, heeft in beginsel het eeuwige leven, en zal niet verloren gaan. Dat we dan , , de levenstekenen" mogen openbaren, waarde lezer, in het hongeren naar gerechtigheid, in de armoede des Geestes, in het treuren, de reinheid des, harten, de vreedzaamheid, enz. vgl. de zaligsprekingen, 'n Pas geboren kind heeft toch ook behoefte aan voeding, aan reiniginig, aan liefde. Het moet ademen, enz.
Dat we de zonde niet liefhebben, noch goedpraten, Christus 'n vervloeking noemen, in het vlees betrouwen echte , , doodstekenen". Laten we oppassen met de wedergeboorte te , , veronderstellen", en dat we bedenken dat we aan 'n , , sluimerende wedergeboorte" niets hebben, doch dat het gaat om de kracht Gods in onze zwakheid, het licht Gods in onze duisternis, de genade-toepassing in onze schuld, , , tot zaligheid". O neen, niet altijd in de grond wroeten om de wortel te zoeken: als ik de plant zie groeien en bloeien en vruchten dragen, dan mag ik geloven dat de wortel er is, dat de wortel leeft. De boom zal uit de vruchten worden gekend.
Vraag veel om , , leven aan de ziel". Neig mijn hart en voeg het saam, tot de vrees van Uwe Naam.
God ziet het hart aan. Uit het hart zijn de uitgangen des. levens.
Van , , Boven" geboren, uit God, uit de Geest, zo worden we geestelijke mensen, die geestelijk berouw hebben, en niet vleselijke spijt alleen, die geestelijk geloven, en niet historisch alleen. Dat we dan niet het beeld van de aardse mens dragen, doch het beeld van de tweede mens vertonen, de Heere uit de hemel, niet naar het vlees wandelen, maar door de Geest.
Ons ik met Christus gekruisigd en met Christus opgestaan, herboren tot een levende hoop.
De Geest werkt door het Woord. Stel onder het Woord, met de bede: , , Maak mij' levend door Uw Woord en Geest". Wedergeboorte: geen product van een langzame, geleidelijke ontwikkeling des natuurlijke zedelijke levens, doch 'n breuk ermee, en de herscheppende aanvang van 'n nieuw geestelijk leven uit God.
Zo is , , de tweede-mens" geboren; de strijd tussen vlees en' Geest, doch straks zal de Geest volkomen overwinnen. Het oude niet z'n zonde is dan voorbij-gegaan. Ziet, het is alles nieuw geworden. Hebt ge zo al , , oud en nieuw" gevierd?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's