De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

9 minuten leestijd

De Russen en de Vrede door drs. A. C. J. van der Poel. Uitg. Van Keulen N.V., Den Haag. Prijs ƒ 2, 75.

„Als de Rus over vrede spreekt, dan bedoelt hij daar iets anders mee dan wij. En het is goed om te begrijpen, wat hij er mee bedoelt", zo merkt de schrijver op (blz. 5) en dit uiteen te zetten is de bedoeling van het boekje. Met name hoofdstuk 8 en 9 over de door de Sowjets opgezette „wereldvredesbeiweging" en deze „Wereldvredesbeweging en de kerk" zijn van belang om te verstaan, dat de Sowjetmachthebfoers met vrede iets anders bedoelen dan wij.

S.

Dr. H. Faber, Pastorale Verkenning, deel 14 van de serie Praktische Theologische Handboekjes, 84 pag., prijs ƒ3, 75, bij intekening ƒ3, 20. Uitg. Boekencentrum N.V., Den Haag.

Er verschijnt in de laatste tijd het één en ander over de vragen rondom het pastoraat; de tijd is voorbij, dat men meende, dat voor het pastoraat geen scholing nodig is „Er zijn begenadigde zielszorgers in de geschiedenis bekend, die zonder theorie hun werk deden. Maar dit charisma, dat ongetwijfeld bestaat, is alleen het voorrecht van zeer enkelen. Wanneer wij menen het zonder studie te kunnen doen, doen wij het alleen maar onnozel".

De problemen, die aan een predikant worden voorgelegd zijn anders en ingewikkelder dan vroeger; de oude gestalte van het pastoraat is bezig te verdwijnen. Dr. Faber wil nu een bijdrage geven aan en een bezinning op het „hoe" van het pastoraat in een moderne wereld; of zoals de ondertitel luidt: Een onderzoek naar de gevoelsrelaties in het pastorale gesprek.

Na een woord vooraf geeft schrijver een definitie van zielszorg, handelt over het gesprek in de zielszorg, over het bezoek (ziekenen huisbezoek) en eindigt met enige methodische opmerkingen.

Over de afbakening van het eigen terrein van de zielszorger is heel wat verschil van mening. Schrijver meent, dat het pastorale gesprek gekenmerkt is door een gevoelsrelatie; hier zou het verschil liggen met de arts, schrijver gevoelt zelf, dat hij hier op een glibberig pad loopt; een christenarts zal het er wel mee eens zijn, dat de medische wetenschap in de moderne cultuur tot een profane wetenschap geworden is, maar wanneer de arts met een eigen levenshouding en levensbeschouwing ook met eigen vragen en moeilijkheden met mensen, dus met levend materiaal omgaat, dan is hij meer dan technicus. Breed gaat schrijver in op het zielszorgelijke gesprek en haar psychologische aspecten. Er staan vele behartenswaardige wenken en opmerkingen in. Schrijver wijst op het gevaar van een vlucht in de routine; hij wijst er op, dat voorbereiden op de dood meer is en in vele gevallen iets anders is dan het inlichten van de patiënt over de ernst van de toestand. Men forcere, zegt schrijver, geen godsdienstig gesprek, maar ik zeg erbij: wee de pastor, die aan het diep religieuze niet toekomt; dat neemt men een pastor zeer kwalijk. Wij moeten luisteren en dat is verre van gemakkelijk; een zieke heeft het niet gemakkelijk en terecht zegt schrijver, zonder dit luisteren voelt de zieke zich niet begrepen. Of zouden wij er nog meer de nadruk op moeten leggen, dat de bezoeker en de zieke samen luisteren naar een Derde?

Simon ik heb u wat te zeggen? Met schrijver Iben ik het geheel eens, als hij  spreekt over de samenwerking met de behandelende geneesheer: „wij moeten met spijt vaststellen, dat van enig effect sorterend overleg over het algemeen maar weinig komt". Ten aanzien van de schuldgevoelens, dat men niet genoeg gedaan heeft voor de gestorvene, wijst de schrijver er op, dat deze schuldgevoelens vaak voorkomen en men zich er maar niet te ongerust over moet maken. Dit voldoet mij niet; deze raad sluit een gevaar van verdringing in zich. Een positieve aanwijzing om zich op de levenden te richten en op de roeping in het leven lijkt ons juister. Een belangrijk werkje.

Bt.

H. R. Müller-Schwefe, De wereld heeft geen vader, 100 pag., prijs geb. ƒ3, 95. Uitg. T. Wever, Franeker.

Dit door ds. W. Kreuzen uit het Duits vertaalde werk wil, zoals de ondertitel zegt, een schriftuurlijke benadering geven van het probleem der gezagscrisis. Wij leven in een wereld, waaruit de verbondenheid met de vader verdwenen is; maar wij blijven ook als verlatenen op hem betrokken.

Zoekende naar de oorzaken van de gezagscrisis, die een religieuze crisis is, poneert schrijver de stelling, dat de zonden der vaderen het vaderlijk gezag in de wereld ondermijnen. Daar ligt voor het Westen de eigenlijke bron van ellende: dat de mens zijn vaderambt niet meer ziet in relatie tot God de Vader. De vader bekleedt het ambt, waarin hij gesteld is, niet waardig. Daarom zegt schrijver, is het gezin zonder vader, het huwelijk zonder man, de school zonder leraar, de staat zonder leidsman, de kerk zonder herder.

Wij hebben nodig vaders in het gezin, een gezinsleven, waarin men elkaar onderdanig is in de vreze des Heren en opvoeders bij de gratie Gods; „alleen als de opvoeder weet, dat ook boven zijn leven het gericht der gerechtigheid hangt, zal hij als plaatsbekleder van de rechtvaardige God ook het kind in de ernst des levens binnenleiden".

Dit boekje, dat ons midden in de spanningen van het leven van deze tijd zet, geeft stof tot ernstige bezinning.

U Bt.

Gelijk ook wij vergeven, door Nelly van Dijk-Has. Uitg. J. H. Kok N.V., Kampen. Voor V.C.L.-abonnees ƒ2, 90 geb., anders ƒ 5, 80.

Het eerste boek in de nieuwe V.C.L.-serie is een vervolg op „Vergeef ons onze schulden", verschenen in de vorige reeks. Het zal voor nieuwe lezeresen niet gemakkelijk zijn zich de personen voor te stellen, zonder dit eerste deel te hebben gelezen. Mij lijkt dit tweede deel meer toe te spreken, de verschillende situaties zijn logischer, terwijl bovendien de figuren, ieder in zijn eigen omgeving, meer foöheerst zijn. Hat happy end is wel erg happy, doch beide boeken zijn beslist een mooi, goed geschreven geheel geworden.

S.

Dr. P. J. Roscam Abbing, De mondige Gemeente, 106 pag., prijs ing. ƒ1, 90. Uitg. Boekencentrum N.V., Den Haag.

Deze uitgave van de Raad voor de Catechese is bestemd voor hen, die zich voortoereiden op het afleggen van belijdenis des gelooifs en voor hen die daarop terugblikken. Het is de bedoeling, dat dit boekje een klein vademecum is voor de jonge lidmaten. De volgende onderwerpen worden behandeld: overzicht van de Bijbelboeken; betekenis van de H. Doop; de apostolische gelooifsbelijdenis; de betekenis van het H. Avondmaal; de uitleg van de tien geboden en het „Onze Vader"; kerkorde en graneenteleven; overzicht van de kerfegeschiedenis; de Herv. Kerk en de Oecumene.

Er is veel zorg besteed aan dit werkje. Het geeft goede overzichten, sprekende tekeningen, duidelijke uiteenzettingen, voorzichtige (soms al te voorzichtige, doorzichtige) formuleringen, b.v. „een toekomst voorbij de dood". Het standpunt van schrijver ten opzichte van de H. Schrift leidt soms tot formuleringen, waarmee wij het niet eens kunnen zijn; schrijver maakt onderscheid tussen de vorm, waarin de Bijbelschrijvers hun getuigenis gieten, die vorm is gebrekkig, menselijk, maar de inhoud van het getuigenis is gezaghebbend en onfeilbaar. Dat Nahum een liturgie is voor het feest, dat in Jeruzalem na de val van Ninevé gehouden wordt, is niet vol te houden'. Te spreken van het ambt der gelovigen, zoals schrijver doet, is op zijn minst verwarring wekkend; de Ned. Geloofsbelijdenis bedoelt het stellig anders.

Maar dit neemt niet weg, dat ik het een bijzondere gebeurtenis vind, dat van de zijde van de kerk een geschrift als dit verschijnt.

Bt.

André Parrot, De schatten van het liouvre en de Bijbel, 183 pag., prijs geb. ƒ—, —. Uitg. G. F. Callenbach, Nijkerk.

Het achtste deel van de serie Bijbel en Archeologie ligt hier voor ons en het einde van deze belangrijke reeks boeken rondom de Bijbel is er nog niet; want ik las in de aantekeningen, dat schrijver nog deeltjes zal wijden aan Maria en het Oude Testament, aan Egypte en het Oude Testament en een ander aan Ras Shamra en het Oude Testament. Nu, daarover verblijden wij ons. In het beroemde museum het Louvre te Parijs zijn in de loop van de jaren vele schatten uit het Oosten verzameld, waarvan een groot aantal, dat betrekking heeft op de Bijbelse tijd. Dit boek geeft van de vele vondsten, die het museum bevat en die de Bijbelse verhalen toelichten een zeer leesbaar en verdienstelijk overzicht. Hij vangt aan met de vroegste tijden en eindigt met een hoofdstuk over het Nieuwe Testament. Schrijver vertelt van de lotgevallen van de steen van Mesa, die in 1868 te Diban (het oude Dibon) gevonden werd en in het Louvre bewaard wordt; een bladzijde uit een geschiedenisboek, waar personen en gebeurteniissen worden genoemd, die ook in het tweede boek van de Koningen voorkomen.

Vooral de zwarte steen, die de wetten van Hammurabi bevat, trekt de aandacht van ieder, die het Louvre bezoekt; geen wonder, dat schrijver ettelijke pagina's aan deze steen wijdt. Er staan vele opmerkingen in, die nieuw licht werpen over sommige teksten, b.v. als schrijver een plaats uit Habakuk (1 : 14—15) verklaart door te wijzen naar een stele van koning Eannatum, die op het punt staat zijn vijanden, die in een net opgesloten zijn, te verbrijzelen.

Soms moeten wij met schrijver van mening verschillen b.v. als hij over het boek Ester zegt, dat het verhaal wemelt van onwaarschijnlijkheden.

Prachtige illustraties versieren het boek, dat door I. S. Herschberg op redelijke vrije wijze is vertaald.

Met belangstelling zien wij de volgende delen tegemoet.

Bt.

A. M. de Moor-Ringnalda, Moeder Ditta, 224 pag., prijs geb. ƒ5, 90. Uitg. T. Wever, Franeker.

Dit boek vertelt ons van het leven van een wijze moeder, van haar tact en haar liefde, van teleurstellingen en van uitkomsten, van haar levensavond en levenseinde; en van haar kinderen, ieder met eigen karakter en leven. „Ik dank U voor de ouders, die wij van U ontvingen", zo eindigt het naschrift van haar dochter.

Het is een boek, dat ons iets laat zien van de levenssfeer van een christelijk gezin. Aanbevolen lectuur. Het feit, dat dit werk een vierde druk beleeft, bewijst, dat velen het niet alleen wilden lezen, maar ook bezitten. Graag maak ik apart vermelding van de prachtige band en de sprekende bandversiering.

Bt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's