Kroniek
Samenkomst van niet r.k. Kerken uit Europa — Geen „spectaculaire noviteit" — Informatie en contacten — Geen vast verband — Niemöller in Amsterdam — Barth's jongste brief — Doop, Chr. School en catechismus — Fedde Schurer over „Proeve Nieuwe Psalmberijming".
Onder de jongste gebeurtenissen op internationaal kerkelijk terrein, neemt de ontmoeting van Europese kerken in Denemarken wel een bijzondere plaats in. Die samenkomst had plaats in Hotel Nyborg Strand bij het stadje Nyborg op het eiland Funen. Ze ving aan begin januari en had wel een eigenaardig karakter en bedoeling. Op een persconferentie, welke de Nederlandse afvaardiging — de voornaamste personen daarin waren de praeses en secretaris-generaal der Generale Synode der Ned. Herv. Kerk en dr. Patijn — na afloop hield, is gezegd, dat deze conferentie geen „spectaculaire noviteit" bedoelde te zijn. Nu, dat neem ik gaarne aan. Doch een , , noviteit", een nieuwigheid, was ze wel. Ze was niet bijeen geroepen door de Wereldraad van Kerken, die er wel vertegenwoordigd was in de persoon van zijn secretaris-generaal, dr. Visser 't Hoofd. Uitgenodigd waren alleen niet r.k. Kerken in Europa. Waarom de Wereldraad van Kerken de conferentie niet samenriep? Dat kan gemeld zijn, doch dan is het mij ontgaan. Misschien was het, omdat het hier uitsluitend Europese kerken gold. Misschien ook, om een afvaardiging te krijgen uit de Geref. Kerken in Nederland. Deze waren vertegenwoordigd in dr. Kunst uit Amsterdam en drs. de Jong uit Winterswijk. Ze waren als , .waarnemers" doch werden als volledig afgevaardigd behandeld. Dr. Kunst was daar zeer over te spreken, blijkens verslag in „Trouw" d.d. 17-l-'59. Ze konden „oecumenische ervaring" opdoen, naar hij het uitdrukte. Die schijnt hij ook de Chr. Geref. Kerken en de , , vrijgemaakten" te gunnen, want hij drukte er zijn spijt over uit, dat aan die kerken geen uitnodiging was gezonden. Het kan zijn, dat dr. Kunst gehoopt heeft, dat via Nyborg nog een contact had kunnen gelegd worden met de , , vrijgemaakten", die op hun laatst gehouden Synode de rest van contact met de geref. kerken wel heel radicaal venbroken heibben.
Hoe dat ook zij, dr. Kunst verheugde zich zeer over de samensprekingen, vooral in kleine kring, gevoerd met verschillende europese kerken, van welke sommige afgevaardigden de geref. kerken alleen maar kenden als , , Kuyper-kerken''.
En wat kan nu als resultaat van deze ontmoeting in het , , (Mission) Hotel Nyborg Strand" geboekt worden? Voornamelijk het elkander ontmoet hebben. Er is natuurlijk over veel en velerlei gesproken. Het vraagstuk der atomaire bewapening is daarvan wel een voornaam stuk. Het is in kerkelijke en wereldlijke conferenties en samenkomsten aan de orde van de dag.
En voorts? Nyborg is vooral een informatorische bijeenkomst geweest. Dr. Dibelius, de leider der Evangelische Kerk in Duitsland, de man, die de kerk van Oost-Duitsland leidt in de strijd tegen de , , Jugendweihe", de communistische jeugdorganisatie was er en ook dr. Niemöller.
Zo hebben diverse vooraanstaande kerkelijke leiders elkander gesproken en van gedachten gewisseld. En gedachtenwisselingen kunnen vruchtbaar zijn. Misschien zal dat blijken op een tweede dergelijke ontmoeting, welke er wel eens weer zal komen. Een datum is daarvoor niet vastgesteld, want de samenkomst was niet bedoeld als conferentie naar gebruikelijke opzet. Een , , noviteit" zij het dan ook niet van , , spectaculaire" allure.
Ik noemde zo pas de namen van dr. Martin Niemöller en die van dr. Dibelius. Zij vormen in hun actie en streven wel een grote tegenstelling. Dr. Dibelius is de leider van het kerkelijk verzet tegen de aanvallen van het communisme in Oost-aDuitsland op de Evangelische Kerk. Er is, naar dr. Patijn zich ter persconferentie met de hervormde afvaardiging naar Nyborg uitliet, enige ontspanning, welke wel verband zal houden met Dibelius' leiding.
Dr. Niemöller neemt thans ten opzichte van de communistische agressie tegen de kerk het standpunt in van de geweldloosheid. Geweldloosheid is volgens hem, , , navolging van Christus". Dit is, kort samengevat, de overtuiging •van dr. Niemöller, gelijk hij in een oecumenische dienst in de Westerkerk te Amsterdam, zondag 18 januari j.l. gehouden op verzoek van ds. H. A. Visser, uitsprak. Als tekst was gekozen Lucas 9 : 51-56, de pericoop, waarin het gaat, over Jezus en de zonen van Zebedeüs, die willen bidden, dat vuur van de hemel nederdale om voor Christus plaatsruimte te verkrijgen in de stad der Samaritanen.
Met het antwoord, toen door de Heere Jezus gegeven, staafde dr. Niemöller zijn overtuiging betreffende de geweldloosheid. Hij zeide, dat hij zestig jaar nodig had gehad om tot dit standpunt te komen. Naar het verslag van de N.R. Crt, d.d. 19-l-'59, was hij in heel zijn optreden „ernstig, zeer rustig en beheerst, maar zeer diepe indruk wekkend".
In de , , Rotterdammer" d.d. 17-l-'59, las ik van een brief door Karl Barth geschreven aan een predikant in Oost- Duitsland, , , die leeft onder een overheid, die hem de mond wil snoeren". De brief, 45 pagina's lang, is door het blad gegeven naar zijn hoofdinhoud en dan gecommentarieerd. Het is altijd risquant om conclusies op zo'n exposé te baseren. Maar afgaande op wat de „Rotterdammer" hier uit de brief overneemt, schijnt ook Barth veranderd te zijn sedert de 2e wereldoorlog. Als tenminste uit de brief is af te leiden dat Barth op grond van Jeremia 29, waar de profeet de ballingen opwekt voor de welstand van Babels heerser te bidden, aan de in Oost-Duitsland levende christenen aanbeveelt de loyaliteits-verklaring door het régime geëist te ondertekenen, dan is hij wel zeer veranderd, vergeleken bij wat hij tijdens de 2e wereldoorlog zijn Nederlandse vrienden schreef in een brief, welke als microfilm in een holle kies van een koerier Nederland bereikte. In die brief stond o.m. dat het gebed voor de Koningin moest gezien worden als „articulus stantis aut cadentis ecclesiee" d.w.z. als een artikel waarmede de kerk stond of viel.
Of Barth nu is aangeland bij „weerloosheid" en , , fatalisme", gelijk dé commentator in de „Rotterdammer" wil, laat ik in het midden. Maar op z'n minst kan èn van Niemöller èn van Barth — deze brief is niet het enige symptoom dat daarop wijst — gezegd worden: , , Quantum mutatus ab illo", hoeveel sedert dien veranderd.
De problemen, waarvoor waterstofbom en kobaltbom ons stellen zijn niet eenvoudig. Doch dat het de weg door Niemöller en Barth gewezen op moet, meen ik op grond van de H. Schrift — men denke aan , , de overheid draagt het zwaard niet tevergeefs" Rom. 13 — te moeten betwijfelen en betwisten.
In „Hervormd Weekblad De Gereformeerde Kerk" publiceerde dr. W. J. de Wilde uit 's-Gravenhage een drietal artikelen met als titel: , , Uw Doop en de doop van uw kind", van welke ik in het algemeen met instemming kennis nam.
Ze zijn. bevattelijk geschreven, maar niettemin gefundeerd en kunnen zeer zeker dienen om de doop te leren verstaan. Maar in het derde artikel — het is van 8 januari j.l. — frappeerde mij, — het is in dat gedeelte, waarin de W. handelt over „de verplichting", die de ouders op zich nemen om hun kinderen „naar vermogen te onderwijzen of te doen en te helpen onderwijzen" — verwijst hij naar de middelen, welke de kerk (en ook de school) hun biedt, en legt er de nadruk op die te gebruiken. Doch in de opsomming dier middelen, welke volgt, staat voorop de , , zondagsschool" en dan worden „catechisatie, de cursussen, en bijlbelkringen en de Jonge Kerk" genoemd, doch ik mis daarbij de christelijke school. Nu wil ik gaarne aannemen, dat dr. de Wilde een hartelijk voorstander is van de christelijke school en dat, wat ik miste, een onwillekeurige weglating is.
Maar het trof mij, omdat ik juist een artikel van J. M. Gilhuis had gelezen, dat tot titel draagt: : , , Afgoderij"? Die titel is afgestemd op een stroming, , , een nieuwe paedagogiek", aangediend als „Evangelische leer der opvoeding", waarvan Oskar Hammelsbeek „de promotor" is. Naar deze zienswijize moeten , , school en Bijbel, opvoeding en Evangelie, cultuur en Kerk, streng gescheiden gehouden worden. Van een verbinding tussen die twee, zoals die gevonden wordt in de christelijke opvoeding en de school met de Bijbel, wil men niet weten". Dientengevolge wordt geponeerd, dat men „in de huidige christelijke school afgoderij bedrijft met een z.g. christelijk mensbeeld, waarnaar men de kinderen wil vormen". Men leert, dat de school thuis hoort „in de orde der schepping en de kerk in de orde der verzoening". Bij dit standpunt, — Gilhuis ziet er in een gevolg van Barth's invloed, die zou gezegd hebben, dat „jeugdonderwijs als zodanig heeft te beleren en niet te bekeren" — is er geen plaats voor de school met de Bijbel. Ik ben het met de schrijver van dit artikel eens, — , , Trouw dd. 8-l-'59 gaf het — dat doorwerking van deze leer betekent „liquidatie van de school met de Bijbel".
Maar werkt deze leer niet al reeds door? Neen, nu heb ik niet het oog op wat dr. de Wilde schreef, hiervóór weergegeven. Ik kan niet merken dat zijn artikelen afgestemd zijn op of geïnfecteerd zijn door deze leer der , , twee terreinen". In „Trouw", dd. 17-l-'59 stond 'n artikel over, , De catechismus als leerhoek op school"? Deze vraag werd geplaatst naar aanleiding van een artikel in het , , Chr. Paedagogisch studieblad", waarin vóór en tegen , , de catechismus als leerboek op school" werd behandeld. Nu ga ik op de wederzijdse argumenten hier niet in. Persoonlijk vind ik het nog zo dwaas niet, de Heidelberger als leerboek op school te gebruiken en van buiten te laten leren. Doch dat zal wei ouderwets zijn, althans niet naar de nieuwere onderwijssystemen. Doch dit terloops.
Een tegenstander motiveerde zijn afwijzen o.m. met de volgende uitspraak: „Wij zijn onderwijzer en geen Dienaar des Woords, wij staan in de wereld en niét in de kerk, niet in het Evangelie, maar in de cultuur". Is hier geen doorwerking van de leer der , , twee terreinen"? Misschien is het zo niet be doeld. Doch ik kan me niet losmaken van de gedachte, dat hier de nieuwere paedagogiek infecterend heeft gewerkt. Die kant moeten we niet op. Ons Christelijk onderwijs kan niet bekeren. Bekering is vrucht van Gods genade. Doch onze scholen hebben in haar onderwijs ook een middel te zijn tot bekering, onze kinderen mede te onderwijzen naar eis van hun doop. Dat was de inzet van onze strijd voor Chr. onderwijs. Men leze de geschiedenis, met name die van het volkspetitionnement er maar op na. Was het niet Kuyper, die de christelijke onderwijzers eens in hun vergadering sprak van , , met het kind in de armen de wacht betrokken te hebben bij het Kruis", en toen eindigde met de woorden: , , Laat het Kruis niet los en laat het kind niet los"? Zo was het. Zo blijve het.
Tenslotte nog iets over de , , Proeve van nieuwe Psalmberijming", welke werd aangeboden. In , , Weekbulletin, dd. 17 januari jl.. Persbureau Herv. Kerk", staat een stuk van de dichter Fedde Schurer, redacteur van , , de Friese Koerier". Zijn oordeel is niet onverdeeld gunstig. Eer het tegendeel. Men oordele zelf als hij schrijft:
„Deze proefbundel doorlezende, krijg ik telkens de sensatie van een wandeling door een schilderijententoonstelling, waar de werken der schilders op verschillende plaatsen door amateurs zijn bijgeflikt. Men herkent wel eens het oorspronkelijk werkstuk, maar het is geschonden en versierd met pijnlijke en soms ronduit belachelijke effecten. Een van de eerste eisen, die men aan een gedicht, ook aan een eenvoudig gedicht, mag stellen, is de zuiverheid van beeldspraak. Vooral waar, als in de psalmen, die beelden soms tot complete metaforen zijn verwerkt. De ongelukken daarmee zijn in deze bundel talloos. Dit zijn geen spijkers op laag water. Deze verschijnselen duiken op schier elke bladzij van de „Proeve" op; ze wriemelen door het werk der dichters als maden door een kaas. Het gevolg van het gezamenlijke en overbewuste gepruts is geweest, dat bijna nergens het gedicht vrij ademhaalt, dat maar zelden de ritmische vaart is bijgehouden, en dat de verzen zich moeizaam en astmatisch kuchend naar het einde slepen. U kunt dit constateren aan mijn laatste voorbeeld: een vergelijking tussen de oude en de nieuwe berijming van psalm 103 : 8, een vers, dat ook in nietkerkelijke kring algemeen bekend is.
Gelijk het gras is ons kortstondig leven
Gelijk een bloem, die op het veld verheven
Wel sierlijk pronkt, maar krachtloos is en teer.
Wanneer de wind zich over 't land laat horen
Dan knakt haar steel, haar schoonheid gaat verloren.
Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.
Nieuwe proef:
De mens is aan hét sterven prijs gegeven,
Gelijk het gras kortstondig is zijn leven,
En als een bloem, die naar de zon zich wendt,
Waar die ten prooi valt aan de barre winden,
En knakt en sterft, en is niet meer te vinden,
Zelfs waar zij heeft gestaan is onbekend.
Wat moet de kerk, wat moeten de kerken met deze proeve doen? Men kan wel een haastig besluit nemen en zeggen, dat het zonde is van alle tijd en moeite en dat er eenmaal spijkers met koppen geslagen moeten worden — ik weet het allemaal wel. Maar mijn grote bezwaar is, dat dit spijkers zonder koppen zijn, zonder koppen en zonder punten. Die oude berijming, zo slecht als ze is, doet in haar geheel voor deze nieuwe niet onder, en dat is niet zozeer als een compliment voor de oude dan wel als een oordeel over de nieuwe berijming bedoeld. Bovendien mist dit allegaartje de traditie van ruim twee eeuwen, die het werk van 1773 schraagt.
En dan — het gaat hier niet om een bruiloft of een révue voor de NCRV. Het gaat om het loflied van de kerk, en daarvoor is het beste niet goed genoeg. Het is met grote smart om alle ijver en goede bedoelingen, dat ik het zeg, maar ik hoop, dat de kerken deze proef, evenals die van Hasper, zullen afwijzen. Dit zijn slechte gedichten, ondanks de enkele gunstige uitzonderingen. En slechte gedichten, waar geen aards uitgever in zou trappen, mag men God niet aanbieden."
Ik stelde er prijs op dit citaat, dat wat lang uitviel, in zijn geheel te geven, wijl hier een deskundige spreekt. Schurer is de auteur van de „Friese Psalmberijming".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's