De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vinden en Volgen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vinden en Volgen

7 minuten leestijd

Des anderen daags wilde Jezus heengaan naar Galilea, en vond Filippus, en zeide tot hem: Volg Mij. Johannes 1 : 44

Het vers van deze tekst vermeldt met weinige woorden de roeping van één der discipelen.

De wijze, waarop de roeping der verschillende discipelen plaats heeft en beschreven wordt, is zeer verschillend. Van Johannes en Andreas is het komen tot Jezus in de voorafgaande verzen uitvoerig beschreven. Straks wordt ook de roeping van Nathanaël, de vriend van Filippus en voor wie God Filippus gebruikt, in den brede verhaald.

Maar zeer sober is weer de mededeling omtrent de roeping van Filippus.

Er wordt niets verhaald van hetgeen aan deze roeping is voorafgegaan, waar Filippus zich bevond of hoe het in zijn hart geBiteld was. Jezus vond hem en zeide tot hem: Volg Mij.

Vinden veronderstelt zoeken.

Wanneer iemand tot Christus gebracht wordt is er van twee kanten een zoeken. God zoekt de Zijnen en Hij maakt, dat de Zijnen Hem zoeken. Die keerzijde komt aan de dag in de voorafgaande tekening van het komen van Johannes en Andreas tot Jezus. Hun vraagt Jezus: , , Wat zoekt gij? " En als Andreas straks bij zijn broeder Simon gekomen is, is zijn julchtoon: , , Wij hebben gevonden de Messias!"

Dat is de bekering, beschreven van de kant van de mens: zó als zij zich in de mens voltrekt.

Van nature zijn wij mensen God, onze Schepper, kwijt. Al de ellende van deze wereld en van het arme mensenhart vloeit daaruit voort. Zó weinig telt de mens God, dat hij Hem zelfs niet zoekt, althans niet met zijn ganse hart en met zijn ganse ziel. De mens zoekt wel een God. Maar wanneer hij de nadering gevoelt van de enige en waarachtige God, dan trekt hij zich terug en gaat in een andere richting zoeken, bang dat hij zijn leven zal moeten verliezen, in plaats van te beseffen, dat dit verliezen alleen winst zou opleveren, omdat wie zijn leven zal verliezen het juist zal vinden bij God.

Dat is het wonder van Gods- genade, wanneer er mensen zijn als Johannes en Andreas, die Jezus zoeken, om Hem te vinden.

Al wie Hem waarlijk zoekt, zal Hem ook vinden. Want Hij vervult Zijn belofte: Zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal worden opengedaan; bidt en u zal gegeven worden. Wie tot Hem komt, zal Hij geenszins uitwerpen.

Dat vinden is een vinden met blijdschap, met grote blijdschap als van de herders in Bethlehem. Het is een vinden van hetgeen men zoekt, maar nergens kan vinden buiten Hem. Hoe zal een zondaar God de Heere ook vinden buiten Christus, de Zaligmaker van zondaren? Hoe zal hij ook vinden, wat hij nodig heeft: genade en vrede, verzoening en vergeving, geïechtigheid en eeuwig leven, buiten Hem?

Maar hier wordt de toebrenging tot Christus beschreven van een andere zijde. Er staat hier niet, dat Filippus Jezus vond, maar dat Jezus Filippus vond. Dat is de keerzijde van dezelfde zaak.

De Heere Jezus trok het land door en zou gaan van Judea naar Galilea. Hij gaat het land door en zoekt. Hij zoekt degenen, die Hem de Vader gegeven heeft. Zoals de magneet het ijzer zoekt en tot zich trekt, zoals de kunstenaar zoekt degenen, die zijn werk verstaan zullen, zo trekt de Zone Gods door het land en Hij zoekt degenen wier oog en hart ontsloten zijn voor de heerlijkheid van Zijn Persoon en voor Zijn Middelaarswerk. Hij gaat daarmede aan duizenden voorbij, in wiens hart Zijn Woord geen plaats heeft die Hem een vriend van tollenaren en zondaren schelden, of hoogstens een profeet achten, die zij , , Hosanna" toeroepen.

Maar Hij zoekt en vindt degenen, die Hem belijden zullen als de Christus; de Zoon des levenden Gods, en tot wie Hij zal zeggen: Vlees en bloed hebben u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.

Zo vindt de Heere een Filippus. Zo vindt Hij' Levi, de tollenaar, in het tolhuis, en zegt tot hem, evenals tot Filippus': Volg Mij. Hij vindt Zacheüs in de vijlgeboom en zegt: Ik moet heden in uw huis blijven. Hij vindt Lydia onder de prediking van Paulus en de stokbewaarder van Filippi in de gevangenis.

Wanneer Hij zondaren vindt is het zoeken wederkerig geworden, en is het vinden wederkerig. Maar dan is ook de blijdschap wederkerig. De discipelen roepen uit: „Wij hebben gevonden de Messias!"

Maar ook de Herder, die Zijn verlorene S'chapen vindt, vindt ze met blijdschap en roept uit: , , Ik heb gevonden wat verloren was". Zo grijpt dit wederkerige zoeken en vinden in elkaar. Want wie waarlijk Hem zocht, is reeds van Hem gevonden. Want ons zoeken en vinden is niet de oorzaak onzer zalig­ heid, maar de weg tot de zaligheid.

Ik ben gevonden, zegt de Heere, van degenen, die Mij niet zochten: Ik ben openbaar geworden degenen, die naar Mij niet vraagden. Maar ook: Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen".

Zo vindt Jezus Filippus. En Hij vindt hem als één, tot wie Hij dit korte beslissende woord kan spreken: „Volg Mij'!"

Er zijn velen tot Jezus gekomen met opgeschroefde voornemens om Hem te volgen, waar Hij ook henen zou gaan. En dan heeft Jezus hun onberaden ijver doen bekoelen, door hen te wljlzen op al de moeilijkheden van de weg, waarop zij Hem zouden moeten volgen.

Het voornemen is immers niet voldoende om te volharden tot het einde toe. En toch is dat volgen noodzakelijk. , , Mijne schapen horen Mijne stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij", zegt Jezus.

Menigeen zou Jezus willen toebehoren maar zonder Hem te volgen. Men zou Zijn weg en Zijn werk willen bewonderen en prijzen en toch op zijn eigen weg willen voortwandelen. Men zou de vruchten des geloofs willen plukken, maar niet zelf de vruchten des geloofs willen voortbrengen. Men zou willen geloof zonder bekering. Maar dit is onmogelijk.

Eerst volgt de Herder het verlorene, tot Hij het vindt, op allerlei plaatsen, waar wij het niet verwacht zouden hebben. Maar dan neemt Hij het verlorene ook op in Zijn kudde, opdat het Hem volgen zal.

„Volg Mij", het is zulk een beslissend woord, dat de halfslachtigen met hun , , ja maar" terugwijst. , , Volgen"'betekent afscheid nemen, loslaten, verlaten, zoals Albram zijn land en zijn verwanten moest verlaten; zoals Mozes het hof van Egypte moest verlaten, om te gaan de weg, die God hun wijzen zou.

En al worden nu niet allen geroepen om op deze wijze huizen en akkers te verlaten, volgen blijft altijd inhouden, een verlaten en loslaten van alles wat ons zou verhinderen Jezus te volgen en Hem toe te behoren. Alle zondige wegen, alle zondige gewoonten, alle last en de zonde, die ons lichtelijk omringt, alle openbare, maar evenzeer ook alle verborgen zonde, ja ons eigen leven. Volgen wil zeggen: niet langer zijn eigen weg te bepalen en te kiezen, maar achter de Heere aan te komen, al is Zijn weg ook een smalle weg, waarop weinigen gaan. Die weg is hier op aarde een kruisweg. Want wie achter Hem wil komen, die neme zijn kruis dagelijks op en volge Hem.

Dat volgen is een met Hem en door Zijn kracht gekruisigd worden om ook met Hem en door Hem op te staan tot een nieuw leven. Het is de afsterving van de oude mens en de opstanding van de nieuwe mens. Dat volgen strekt zich zelfs uit tot in de eeuwigheid, al zal daar geen kruisweg meer zijn, omdat daar geen zonde meer zal zijn. Zij volgen het Lam, waar het ook henengaat.

Dat volgen is alleen mogelijk door Zijn kracht. Hij geeft de moeden kracht en vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft.

Laat ons dan afleggen alle last en de zonde, die ons lichtelijk omringt en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is, ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs. Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand van de troon van God.

Vinden en volgen, daarin ligt alles opgesloten: de genade en de kracht der genade van onze Heere Jezus Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Vinden en Volgen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's