De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN VISIE OP DE DIENST VAN DE KNECHT DES HEEREN IN ZIJN LIJDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN VISIE OP DE DIENST VAN DE KNECHT DES HEEREN IN ZIJN LIJDEN

6 minuten leestijd

Gelijk als velen zich over U ontzet hebben... alzo zal Hij vele heidenen bespiengen. Jesaja 25 : 14a en 15a.

Het slot van Jesaja 52 vormt met Jesaja 53 één geheel. Dit stuk van de profetie is naar z'n stijl een lied. Tussen verschillende boodschappen in staat het als het vierde lied over de Knecht des Heeren.

Velen konden in de tijd van de ballingschap niet meer zingen. Hoe zouden wij een lied des Heeren zingen in een vreemd land. Zo motiveerde menigeen z'n stilzwijgendheid. De jaren in de vreemde stemden somber. Men droeg gedrukt het lot, dat een gevolg was van eigen schuld.

Maar de profeet moest zingen. God had hem een betere toekomst getoond, want Hij had hem gewezen op de verschijninig van Zijn bijzondere Knecht. Op Hem werd z'n ziel gericht: Zie... ., Mijn Knecht. En de profeet schouwde Hem bij het bestijgen van een buitengewone hoogte onder de mensen. Hij zal verstandig handelen, d.w.z. Hij zal voorspoedig zijn in Zijn optreden, Hij zal verhoogd en verheven, ja zeer hoog worden. Deze Knecht zou bij de allerhoogste Koning dus een heel aparte positie innemen.

Wanneer iemand in het oude Oosten was uitgekozen tot een knecht van de vorst, dan had hij een speciale waardigheid. Aan het hof bekleedde hij immers een ambt. Om zijn dienst werd hij beschouwd als rechterhand van de vorst. Mede door middel van z'n knecht voerde de vorst heerschappij over het volk. Toch bleef de knecht maar een slaaf, die hem gehoorzaamheid schuldig was.

In de gedaante van zo'n slaaf verrijst voor het oog van de profeet de Komende. Een buitengewone plaats gaat Hij innemen. Want de allerhoogste Koning maakte Zijn plaats steeds luisterrijker.

Plotseling ziet de profeet deze Knecht echter staan in een diepte van lijden. Op weg naar de verhoging is Hij neergedaald. En wat voor een geweldige diepte! De aard van Zijn lijden onderscheidt hij' nog niet. Het gaat hem als iemand, die van een hoge kerktoren af naar beneden kijkt. Nauwelijks is dan de ene mens van de ander te onderscheiden. Evenzo kan hij met de blik naar beneden voorlopig niet de aard van 't lijden in 't oog krijgen. Hij beschrijft tenminste alleen de indruk, die het lijden maakt op de omgeving van de Knecht. Zijn lijdende gestalte wekt ontsteltenis. Onder de mensen wordt er gehuiverd bij het zien van zulk een vreselijk lijden. Zo misvormd, niet meer menselijk was Zijn verschijning, en niet meer als der mensenkinderen Zijn gestalte.

De ontsteltenis over deze Lijder herinnert aan de ontsteltenis over andere lijders onder Israël. De leden der gemeente waren weleens ontsteld, wanneer zij een lijdende beschouwden als een gestrafte door God. In zo'n lijden droeg hij of zij de vloek — ontstellend! Die bepaalde ontsteltenis kwam de profeest voor de geest, toen hij de lijdende gestalte van de Knecht zag. Hij stond daar in de toekomst, torsend de vloek. In het lijden was de Knecht gebracht door de allerhoogste Koning wegens de zonden. Niet om de zonden van Zichzelf, maar om de zonden van Zijn volk, verklaart de profeet verder in zijn lied. Juist in deze gestalte verricht de Knecht Zijn bijzondere dienst onder de mensen. Behalve uit Israël naderen Hem ook velen uit de volkeren der wereld. Als heidenen stonden zij bij Israël bekend; zij waren niet opgenomen in het verbond. In Zijn lijdende gestalte ontvangt Hij hen en besprengt hen. Hij deed dus, wat er in de tempel op de Sion gedaan werd. De ouderen van de ballingen kenden deze handeling uit de eredienst. Met eigen ogen hadden zij in 't verleden gezien, wat de hogepriester deed op de grote verzoendag. Tegen het altaar wierp hij met kracht het bloed van een onschuldig dier. Dat bloed verving het bloed van de schuldige mens. Symbolisch stelde de hogepriester de kracht van het bloed buiten werking; het bloed van de schuldige mens had sneller gestroomd, toen hij zich vijandig tegenover God toonde. Ook na een genezing vond deze handeling plaats in een andere vorm. De priester was gewoon om mensen, die melaats waren geweest, te besprengen. Na deze handeling werden zij „rein" geacht, d.w.z. zij waren in staat om deel te nemen aan de eredienst. Bij de wijding tot de dienst des Heeren onderging ook de priester een besprenging.

Besprengen zou de Knecht in Zijn lijdende gestalte. Het werk van de hogepriester of de priester ging Hij overnemen. De dag van Zijn vreselijk lijden zou de grote verzoendag worden voor al de volken. De allerhoogste Koning bestemde Zijn Knecht tot bron van heiliging. Wie zich zou laten heiligen, zou rein zijn voor God. Zonder onderscheid zouden mensen in dienst genomen worden om priesterlijk te leven.

Bij het begin van de lijdensweken ontvangt de gemeente uit dit profetische lied een visie op de dienst van de Heere Jezus. De evangelisten zullen ons weer Zijn heilige dienst voorstellen op de weg in ''t lijden. In Gethsemané en op Golgotha bevindt Hij Zich ten volle in een diepte, die beneden het menselijke lag. Misvormd werd Zijn gelaat, terwijl Hij kroop in het stof en terwijl Hij hing in de spijkers. Op de dag van Zijn vreselijk lijden ontstelden de omstanders, al peilden zij niet bij benadering de diepte van Zijn lijden. Lucas deelt ons mee dat zij naar Jeruzalem terugkeerden, slaande op hun borst. Zijn kostbaar bloed was weggevloeid langs de harde balk van het altaar. Hij had Zijn eigen leven geofferd en de vloek weggedragen tot in de dood. Door Zijn sterven was de dag der verzoening aangebroken voor velen uit al de volkeren. Het is geen voorbijgaande dag geworden, maar een telkens weer aanbrekende stonde. Zijn heengaan in de buitengewone diepte is immers geworden het heengaan naar de buitengewone hoogte. Met de littekens van Zijn misvorming is Hij verschenen voor het aangezicht van de Allerhoogste Koning. Daar blijft Hij Zijn ambt bekleden tot in eeuwigheid tot heiliging van de Zijnen. Deze heeft een onvergankelijk priesterschap, gewaagt de schrijver van de Hebreeën-brief, waarom Hij ook volkomen kan zaligmaken allen, die door Hem tot God gaan.

De verkondiging van 't lijden zal de misvorming van Zijn gelaat voor ogen schilderen. Zullen wij daarbij de misvorming van het gelaat van ons hart herkennen? Zijn gelaat werd misvormd, omdat de zonde ons misvormt. God enkel licht... ziet ons misvormd door duizend zonden. Onafgebroken is de Knecht des Heeren bezig met Zijn dienst, even machtig als de Allerhoogste Koning. Hij zal onder de verkondiging van 't lijden velen trekken naar Zijn gestalte in 't lijden. Verzet u maar niet, wanneer Hij door dit machtige trekken ontsteltenis teweeg brengt. Onder ontsteltenis zal erkend worden: Ik deed door mijne zonden Hem al die jamm'ren aan. Zoals Hij ontsteltenis teweegbrengt, brengt Hij ook de overgave aan Hem teweeg. Door Zijn Woord wekt Hij vertrouwen in' Zichzelf als de volkomen Middelaar der verzoening. Die de doodschuldige heiligde door Zijn offer. Waar ergens Zijn liefde onder de volkeren gekend wordt, dwingt deze het hart om priesterlijk voor Hem te leven. En dat priesterlijk leven geeft gedurig weer vreugde over' Zijn heerlijkheid. Vele heidenen zal Hij doen opspringen, luidt de vertaling in het N.B.G.

Everdingen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EEN VISIE OP DE DIENST VAN DE KNECHT DES HEEREN IN ZIJN LIJDEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's