De intocht
Matth. 21:1-5
Juich, o dochter Sions, want uw Koning is gekomen!
Rijdend op een ezel; rechtvaardig, arm en zacht.
De mensen leiden kleedren; hieuwen takken van de bomen.
Zijn intocht was gespeend aan alle aardse pracht.
Het was Zijn tijd nog niet, op 't witte paard te rijden.
De vijand tegemoet, vol macht en majesteit.
Als 't Lam Gods wil Hij eerst voor onze zonden lijden.
Zo heeft Hij al Zijn volk de zaligheid bereid.
Eens kwaamt Gij op een ezel Uw Sion binnenrijden!
Hoe zit Uw Kerk alhier nog dikwijls hoog te paard!
De ene mag de ander om dit oi dat niet lijden.
En waar ze om twisten, is de moeite zelis niet waard.
Als Gij zó kwaamt, o Heer', waarop zal ik dan rijden?
Mijn paarden staan al lang te stampen in de stal.
O, laat mij gaan te voet; als knecht U begeleiden.
Ootmoedig achter U, de Heere van 't heelal!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's