„SCHRIFTUURLIJK VERANTWOORD EN BIJ HAAR WEZEN BEHORENDE”
PROF. DR. J. SEVERIJN
1
In het antwoord van het breed moderamen op de resolutie van de vergadering van ambtsdragers doet het o.a. een beroep op ons, waarbij „ook verder zal moeten worden gezocht naar de Schriftuurlijk verantwoorde en bij haar wezen behorende plaats van de vrouw in de gemeente". (Cursivering van ons).
Deze formulering is mogelijk niet erg gelukkig. Het kan althans zijn, dat zij een hinken op twee gedachten verraadt: , , Schriftuurlijk verantwoord, maar ook bij haar wezen behorende". Wij willen dit echter voor goed nemen. Immers, wat men ook onder het wezen der vrouw meent te kunnen verstaan, bij het , , Schriftuurlijk verantwoord" zal men zich toch moeten laten leiden door wat de Schrift aangaande het wezen van de vrouw leert. Daarom reeds is die bijvoeging overbodig, tenzij men er nog wat anders mede op het oog heeft. Dat zou dan niet anders kunnen zijn dan een menselijk 'begrip omtrent datgene, wat men voor het wezen houdt. Immers kennis van het wezen der dingen hebben wij mensen niet, omdat wij aanzien, wat voor ogen is.
En wat leert de Schrift omtrent het wezen der vrouw?
God schiep de mens, mannelijk en vrouwelijk (Gen. 1 : 27). Dat wil dus zeggen, dat de aardse mens als man en vrouw toestaat. Dat betekent niet, dat ons geslacht in twee variaties voorkomt; nl. mannen en vrouwen, want er is geen geslacht van mannen en een geslacht van vrouwen, maar het geslacht mens is er in de binding van mannelij'k en vrouwelijk. Daarom zegt Christusi: wat God saamgevoegd heeft, scheide de mens niet (Matth. 19 : 4-6).
Onder verwijzing naar 1 Cor. 15 : 42- 48, spreken wij van de aardse of psychische mens in tegenstelling met de in Christus verheerlijkte of pneumatische mens, die niet is van de aarde, maar een hemelse mens wordt genoemd (1 Cor. 15 : 48). Die mens zal echter zijn als de engelen. In Christus is noch man, noch vrouw (Gal. 3 : 28).
Aangezien die binding van mannelijk en vrouwelijk in de orde der schepping van de mens gegeven is, dient zich onmiddellijk de vraag omtrent de verhouding van man en vrouw aan. Immers in die binding ligt besloten, dat zij beiden deel hebben aan het wezen mens, deel hebben aan de roeping en de goddelijke bestemming van de mens, zowel naar 'de orde der schepping, als naar de orde der verkiezing.
In welke verhouding staan zij nu tot elkander bij de vervuiling van die roeping en levensbestemmlng?
Ook daarop geeft de Schrift een duidelijk antwoord als zij spreekt over de schepping van de vrouw: , , Ook had de Heere God gesproken: Het is niet goed, dat de mens alleen zij: Ik zal hem een hulpe maken, 'die als tegen hem over zij" (Gen. 2 : 18). Prof. G. Ch. Aalders vertaalt: , , Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past". (Korte verklaring, Genesis blz. 105).
De vrouw door God geschapen en derhalve geordineerd om een hulp te zijn, die bij de man past. Dat wil derhalve zeggen, dat de vrouw in alles, wat in de roeping van de man ligt, in alles, wat de vervulling van die roeping voor God dienen kan, tot een hulp is gesteld, en als zodanig deel heeft aan de roeping van de mens.
In die betrekking van hulp wordt de vrouw door de Heilige Schrift in geen ding uitgesloten, zodat zij in alle relatieën, die in de roeping des mensen zijn gelegen, een taak kan hebben.
De vrouw door God de Heere tot een hulp van de man geordineerd, wil ook zeggen, dat voor de man de leiding in de vervulling van zijn roeping en levenstaak is weggelegd en dat God hem tot een hoofd der vrouw heeft gezet. • , , Doch ik wil, dat gij weet, dat Christus het Hoofd is eens iegelijken mens, en de man het hoofd der vrouw, en God het Hoofd van Christus" (1 Cor. 11:3; Efeze 5 : 23). Deze verhouding wordt ten zeerste bevestigd, als de apostel er aan toevoegt: , , Daarom, gelijk de gemeente aan Christus onderdanig is, alzo ook de vrouwen aan haar eigene mannen in alles". Immers een hulp, die zich niet onderwerpt aan, de leiding kan niet bevorderlijk zijn aan de zaken, die gediend behoren te worden. En, opdat de eensgezindheid worde betracht en gevonden, die Gods zaak naar Zijn gebod eist, wordt door de apostel een onmiddellijk verband gelegd met de gehoorzaamheid der gemeente aan Christus.
Als dit alles nu in de scheppingsorde ligt, spreekt het dan niet vanzelf, dat de menselijke natuur zich ook naar die orde gedraagt? Wat is natuurlijker? zou men zo zeggen.
Inderdaad kan men vele tekenen en symptomen aanwijzen, die op de , , natuurlijke gang" van de schepplngsorde terug gaan, doch de apostel zou niet met zoveel nadruk de aandacht op de zoëven genoemde verhoudingen vestigen, indien de gehoorzaamheid van de mens zo vanzelfsprekend ware. Gehoorzaamheid is echter niet een van zelfsprekende zaak, want de eis van gehoorzaamheid tekent die mens als zedelijk wezen! Hij is geen machine!
Hij kan zich tegen zijn Schepper verzetten en hij heeft zich tegen Zijn gebod verzet, opdat hij zijn leven in eigen hand zou nemen. Hij heeft zich verzet met het gevolg, dat hij de weg der gehoorzaamheid buiten de genade niet kan vinden en volhardt in eigenwilligheid.
De vrouw een hulpe van de man, en daarom hem onderdanig? Uit de tijd, zegt men. Ja, maar God heeft het zo geordineerd. Het is Gods wil ! Het staat geschreven!
Het staat geschreven? Uit de tijd! Wij lezen de Bijbel tegenwoordig anders.
Maar wat er nu toch duidelijk staat!
Ik zeg u, wij lezen de Bijbel anders. Gij zijt zo ouderwets. Wij denken tegenwoordig anders over die dingen en achten ons niet gebonden aan dergelijke uitspraken.
Gode zij dank, zijn er nog van die ouderwetse christenen, die de Heilige Schrift in eenvoudigheid des harten omhelzen als Gods Woord.
De vrouw naar de ordening Gods een hulp, die bij de man past.
Men zou dat zo op het eerste gezicht niet ongeschikt kunnen vertolken, de vrouw naar de orde der schepping diacones van de man in alles. Het is het charisma van de vrouw diacones te zijn. Zij behoeft daarvoor niet benoemd te worden, want het is haar goddelijke roeping 'krachtens de plaats, welke God haar heeft gegeven. Dat is haar plaats door de Schrift geopenbaard en aangewezen. Het synodale antwoord spreekt van , , behorende bij haar wezen", doch, laat mij mogen zeggen: dat is haar natuur !
Derhalve spreken wij niet van diacones bij de gratie Gods, maar zij is het volgens de orde der schepping.
Men zou kunnen zeggen, dat het woord diacones niet helemaal juist is gekozen, omdat het al te zeer een nieuw-testamentisch karakter heeft.
Als men het onmiddellijk in de bijzondere ambtelijke zin wil verstaan, dan zeker niet, maar dat is de bedoeling niet en dat zou ook niet juist zijn. Diaconia heeft van ouds een veel ruimer gebruik en het kan niet toevallig zijn, dat het in de gemeente een meer algemene toepassing en een bijzondere zin en betekenis verkregen heeft, zodat ook de helper van de bisschop diaken wordt genoemd.
Bovendien heeft de ganse dienst van man en vrouw wegens de ordening der schepping een algemeen-ambtelijke zin. Heel die dienst is ambtelijk bepaald krachtens, de verhouding van het schepsel tot zijn Schepper. Vgl. Art. XII NGB: Wij geloven, dat de Vader, door Zijn Woord, dat is door Zijn Zoon, de hemel., de aarde en alle schepselen uit niet heeft geschapen, wanneer het Hem goed gedacht heeft, aan een iegelijk schepsel zijn wezen, gestalte en gedaante, en onderscheidene ambten (d.w.z. diensten) gevende, om zijn Schepper te dienen. Dat Hij ze ook nu alle onderhoudt en regeert naar Zijn eeuwige voorzienigheid en door Zijn oneindige kracht, om de mens te dienen, ten einde dat de mens zijn God diene! (Cursivering van mij, S.).
Alle diensten door God naar de orde Zijner schepping de schepselen opgedragen en 'bevolen, dragen een algemeen ambtelijk karakter, omdat God hun souvereine Schepper is. In die algemene ambtelijke zin dienen man en vrouw in de goddelijke roeping van de mens. Dat zijn zij althans schuldig te doen. De man ambtshalve hoofd, de vrouw ambtshalve zijn helpster in alle dinigen.
Hoewel de harmonie in ons leven verbroken werd door de zonde en ondanks ook zoveel verzet van onze kant tegen de ordeningen Gods, kunnen deze niet ganselijk uitgewist worden. Ook in onze gevallen wereld kunnen de tekenen daarvan worden opgemerkt, omdat God de wereld niet heeft losgelaten. Ja, door de genade Gods wordt ook de dienst naar de orde der schepping vernieuwd in het ambt der gelovigen en betracht in een nieuwe gehoorzaamheid door het geloof in de Heere Jezus Christus.
Onder de genade Gods wordt het huwelijk geheiligd. Een nieuwe glans gaat over het leven op. De liefde van Christus geeft binding aan de geboden des Heeren en bindt ook aan elkander. Zo bloeit ook de gave der vrouw van een hulp te zijn weer op en maakt haar tot een diacones bij' de gratie Gods. Geen wonder, dat haar dienen allereerst gaat over de huiselijke aangelegenheden en zorgen voor de nooddruft des levens. Wij noemen de schoonmoeder van Petrus '(Luk. 4 : 39) en Johanna, de huisvrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes en Suzanna, en vele anderen, die Hem dienden van haar goederen (Luk. 8:3). Voorts Matth. 27 : 55: En aldaar waren vele vrouwen, van verre aanschouwende', die Jezus gevolgd waren van Galilea, om Hem te dienen.
En zo straks wordt deze dienst der vrouwen tot een dienst der liefde en der barmhartigheid in het midden van de gemeente des Heeren.
(Wordt voortgezet)
S.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's