De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zaligheid VOOR VERLORENEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zaligheid VOOR VERLORENEN

7 minuten leestijd

Want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te'maken, dat verloren was. Lucas 19 : 10.

Aardse goederen kunnen de mens het ware geluk niet verschaffen. Het geeft ons bovendien geen rust, zo zij oneerlijk verkregen zijn.

Hoe duidelijk blijkt dit bij Zacheüs; de overste der tollenaren. Aan rijkdom ontbrak het hem niet, en toch gevoelde hij zich diep ongelukkig. Het werd hem tot schuld, dat hij zo gehandeld had. Vandaar dat de begeerte naar andere, schatten in hem werkzaam werd.

Schatten, die eerlijk verkregen, de mens alleen het ware geluk kunnen schenken. Bij zulke schatten kan geen dief komen en geen roest verderft ze, bovendien kan ook geen mot ze opeten. Deze: schatten waren alleen bij de Heere te verkrijgen. Vandaar zocht hij Jezus te zien.

En waar de Heere altijd van twee zijden, werkt, wilde de Zoon des mensen Zacheüs ook wel zien. Ja, véél meer nog: Hij wilde hem het grootste geluk geven, waarnaar hij zo met ernst en begeerte zocht.

.Zie eens, wat gebeurt. Zacheüs klimt in een boom om de grote Meester te zien voorbijgaan. Straks komt de deinende schare nader en temidden daarvan: Jezus van Nazareth, de Profeet, groot in woorden en werken. En als Hij dicht nabij is gekomen, ziet Hij op tot de tollenaar en Zacheüs hoort zich toespreken: Haast u en kom af, want ik moet heden in uw huis blijven.

Zacheüs haast zich naar beneden en ontvangt de Heere met blijdschap. Murmurerend staat het volk er bij. Het begrijpt dit niet. Hij is tot een zondig mens ingegaan. Een mens, die bekend staat als een vijand van het eigen volk. Wil de Heere daar gemeenschap mee hebben?

Maar in het huis. van Zacheüs gebeurt het wonder. Daar wordt de gierige schraper van geld en goed een gever! De helft van alles geeft hij de armen en wat hij door bedrog ontvreemd heeft, zal vierdubbel worden teruggeschonken.

En Jezus zeide tot hem: Heden is deze huize zaligheid geschied, nademaal oók deze een zoon van Abraham is.

Een wonder heeft zich voltrokken, — een wonder van gadeloze genade. Hoe beschamend voor allen, die op hunne eigene gerechtigheid het huis hunner zaligheid bouwen.

Neen, een berouwheibbend zondaar, zoals Zacheüs, zal niet worden verworpen, maar dezulken, die in eigen oog zulke beste en brave mensen zijn. Natuurlijk zijn de zonden niet goed te keuren, o, neen, het volk des Heeren leert wel, hoe bitter de zonden zijn.

Droefheid en smart worden gekend, en tranen van diepgaand berouw worden niet over enkele, maar over al de zonden geschreid. Zij. wensten wel dat zij de zonde nooit gediend hadden. Doch anderzijds het wonder van de genade des Heeren! Waar oprecht wordt beleden:

Ik bekende o Heere, aan U oprecht mijn zonden;

Ik verborg geen kwaad, dat in mij werd gevonden.

Maar ik beleed, na ernstig overleg,

Mijn boze daan.

Daar zal de Heere Zich evenals aan Zacheüs openbaren als een God van volkomen zaligheid.

Deze woorden, zij mogen beschamend zijn voor allen, die hunne zaligheid buiten Christus zoeken, zij zijn anderzijds zéér bemoedigend voor allen, die door wederbarende genade in hun diepe verlorenheid zijn ingeleid.

Dezulken worden geleerd door de Heilige Geest dat het onmogelijk is dat onreine, goddeloze schepselen ooit tot God zouden, kunnen komen. Is het dan niet van oneindige waardij, dat de Drieënige Verbonds-God gedachten des vredes heeft gehad over zulke schepselen? In de stilte der eeuwigheid heeft God een weg uitgedacht, om zonder krenking van Zijn heerlijke deugden en met behoud van Gods recht, de zaligheid te laten verwerven en ook wég te schenken in Zijn Zoon Jezus Christus.

Want de Zoon des mensen is gekomen. Gekomen, omdat Hij de Zijnen liefhad met een eeuwige liefde. Ja gekomen in deze wereld van uit Zijn heerlijkheid, ons vlees en bloed aangenomen hebbende, ons in alles gelijk geworden zijnde, uitgenomen de zonde. Zijn ganse leven op aarde is één lijdensweg geweest als Borg en Zaligmaker voor de Zijnen.

En zo lief had Hij Zijn volk, dat Hij een vloek werd aan het kruishout en Zichzelf gaf in hunne plaats. Dat is gadeloze liefde.

Hij is gekomen om geboren te worden.

Dat was een goddelijke daad. Hij wilde geboren worden.

In de schande van de Zijnen lag Hij daar als een hulpeloze. Mochten de kinderen des Heeren maar veel verkeren, in diepe verwondering over des Heeren aanbiddelijke weg der verlossing.

Niet alleen geboren als een hulpeloos Kindeke, maar Hij wilde ook lijden als een schuldige, en dat, opdat de Zijnen voor eeuwig zouden vrijgekocht worden.

Doch ook sterven wilde Hij als een vervloekte. Dat wil Hij om door Zijn dood de dood voor de Zijnen te smaken, opdat straks kon worden uitgejubeld: De dood is verslonden tot overwinning. Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning? De prikkel des doods is de zonde, en de kracht der zonde is de wet. Maar Gode zij dank. Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus.

En dit alles wordt nu geschonken uit genade. Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.

Hij komt de Zijnen zoeken en waar vindt Hij ze? Och! in de macht des satans en der wereld en der zonde.

En nooit zouden zij Hem gezocht en gevonden hébben, zo Hij niet tot hen gekomen was. Om door Zijn Geest hunne harten te vernieuwen, te onderwijzen en te ontdekken, zodat straks maar één begeerte hun ziel vervult, dat Hij kennen mocht. Die alleen al hunne zielsbegeerten kan vervullen.

En wanneer Hij hen door Zijn Geest opzoekt, dan weet Hij waar ze gezocht moeten worden, en niet één der Zijnen zal door Hem vergeten worden, in welke verborgen plaatsen zij zich ook mogen bevinden.

Hij zoekt ze op en zal ze brengen aan de voetbank Zijner gezegende voeten.

En hoe vindt Hij ze dan; als verlorenen. Zo en niet anders leert Gods volk zich kennen; niet als dezulken die verloren gaan, maar die verloren zijn. Die zichzelven nimmer kunnen verlossen.

Hij vindt ze als in de kuil, waar geen water in is; als gevangenen in de macht des satans; als gebondenen in de banden der zonden; ellendigen, die water zoeken, maar er is niet. En hoe kwamen zij in zulk een toestand? Wel, door moed- en vrijwillig in hun bondshoofd Adam tegen de Heere te zondigen. In het paradijs, daar ligt de breuke. Zij allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijne genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is. Daar ligt des Heeren volk evenals andere schepselen verdoemelijk voor het aangezicht des Heeren. Doch wat gebeurt? Hij, Die de zaligheid voor hen verworven heeft, zal het ook in hen toepassen.

Het wordt hun geleerd door de werking van de Heilige Geest.

In de gevangenis, waarin de sterk gewapende hen gevangen houdt, wordt het geroep gehoord om verlossing. In de gebondenheid der zonden wordt eigen schuld diep betreurd en beweend, en als ellendigen kennen en zuchten zij om behoud.

Welk een blijde boodschap voor verlorenen!; Hij komt, de sterke Held, Die alleen verlossen kan.

Zalig worden, dat was de begeerte hunner ziel, zichzelf uit de benauwdheid brengen, dat was hun hope.

Wat al gebeden, worstelingen, smekingen zijn er gedaan. En wat al goede werken! O! indien het door doen had verkregen kunnen worden! Maar alles brak als 'bij, de handen af.

Het gebed, hoe noodzakelijk ook, kon niet verlossen, hun tranen evenmin, ja, wat zij ook voortbrachten, niets kon Gode als grond behagen.

Totdat die heerlijke Koning kwam om hen zalig te maken.

Hij alleen verlost uit de kuil, verbreekt de banden der zonden, ontsluit de gevangenis. Tot de heerlijke vrijheid der kinderen Gods.

De Zoon des mensen kwam om te behouden. Zeker, eerst om te zoeken; maar, -als Hij de Zijnen gevonden heeft en Zichzelve aan hen heeft geopenbaard, dan zal Hij hen ook behouden. Nimmer zal er één der Zijnen omkomen. Dit is tot bemoediging der bekommerde kerk. Ook dat volk, dat zijn verlorenheid leert kennen en bewenen, wie alle leunsels ontvallen, ook hen geldt de blijde tijding: Hij komt ook u verlossen en behouden. Opdat gij met al Gods volk moogt zingen;

't Is trouw al wat Hij ooit beval;

Het staat op recht en waarheid pal,

Als op onwrikbare steunpilaren;

Hij is het. Die verlossing zond

Aan al Zijn volk; Hij zal het verbond

Met hen in eeuwigheid bewaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Zaligheid VOOR VERLORENEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's