De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE CATECHISMUS CALVIJN 42

Bekijk het origineel

DE CATECHISMUS CALVIJN 42

9 minuten leestijd

ZONDAG 39

De eerste bede.

De verdere verklaring van het Onze Vader wordt ingeluid door de opwekking: Verklaar nu de eerste bede. De leerling doet dat, door te antwoorden: Gods Naam is Zijn roem, waarmee Hij onder de mensen geëerd wordt. Wij verlangen dus, dat Zijn eer verhoogd worde, overal en door alles.

Als wij opmerken, dat de eer van God in Calvijn's theologie zo'n grote plaats inneemt, kan het ons hier niet onduidelijk zijn, waar de bron daarvan is te zoeken. Het Onze Vader zet die eer van God zo voorop; daarom doet Calvijn het ook. Het is dus geen speculatie, maar gehoorzaamheid aan de openbaring Gods.

Terecht noemt hij de Naam van God datgene, wat van Hem uitstraalt, wat zo door de mensen wordt opgevangen en als weerkaatst. Omdat die uitstraling heerlijk, maar ook genadig is, is het vooropzetten van de heiliging van die Naam niet een soort zelfzucht aan Gods kant, maar veelmeer zelfverloochening: dat nl. die uitstraling aan Zijn schepselen moge ten goede komen. We vinden hier bevestigd, wat we enkele malen geleden ook al aantroffen nl. dat Gods eer en ons heil wel onderscheiden zijn, maar in geen geval gescheiden. De bede om voortgaande heiliging van die Naam is daarom wel zeer sprekend: ze geeft de Heere wat Hem toekomt en dan komen wij zelf ook niet te kort.

Voortgaande heiliging van Gods Naam.

Daar sprak Calvijn van een voortgaande, toenemende heiliging. Dat is natuurlijk een opmerking, die gedachten wekt. Is er bij de Heere God, de volstrekte, wel sprake van een toenemen of afnemen? De vraag is dan ook op z'n plaats; Vat je het zo op, dat die eer (Naam) kan toe- of afnemen? Er wordt op geantwoord: Neen, op zichzelf kan dat niet. Maar het wil zeggen: dat ze openbaar moge worden, zoals het behoort en dat, wat God. ook moge doen, al Zijn werken zo glorieus mogen blijken, als ze zijn, zodat Hij op alle manieren worde geprezen.

Hiermee besluit Calvijn zijn uitleg van de eerste bede. Hij had er immers in zondag 37 al over gesproken en kan het dus hier wat korter houden. Toch bezorgt zijn beknoptheid ons wel enige moeite. Waar dacht hij nl. aan, als hij zo begeert, dat Gods werken en wijsheid verstaan mogen worden, zoals het betaamt? Vanuit zijn hele werk oordelend, is het antwoord niet zo moeilijk. Hij denkt zeker, aan Gods kant, aan een verbergen van Zijn aangezicht, als Hij getergd en getrapt is. Daarmee gaat dan aan de kant der mensen een verkommering en verarming gepaard, want als de Zon ondergaat, kan het alleen maar donker en koud worden. Zo beschouwd is de eerste bede een bede om verzoening dat de Heere toch niet in toorn Zijn aangezicht verberge, maar het genadig over ons doe lichten.

Aan de andere kant belijdt Calvijn, dat, ook al stralen Gods deugden nóg zo helder, onze blindheid ons verhindert, die te zien en te genieten. Zo verstaan houdt de eerste bede een bede om verlichting door de Heilige Geest in, , , opdat onze ziel de wonderen zie en eer', die in Gods Wet alom zich openbaren".

Uw Koninkrijk kome.

'Calvijn houdt ervan de dingen puntig, bondig en kort te zeggen. Daarom gaat hij nu meteen over tot de tweede bede en vraagt: Wat versta je in de tweede bede onder Gods Koninkrijk?

Na de Naam komt dus het Rijk, twee kernstukken van Oud en Nieuw Testament. Van dat Rijk Gods zegt Calvijn; , , Het bestaat voornamelijk in twee punten. Het houdt in het leiden van de Zijnen, het ze besturen door Zijn Heilige Geest. En aan de andere kant het vernietigen en verstrooien van de verworpenen, die zich aan Zijn bestuur niet willen onderwerpen, opdat zo moge blijken, dat er geen macht bestaat, dat er geen macht is, die de Zijne kan weerstaan.

We kunnen het moeilijke woord; Koninkrijk Gods, dat ons zo tegensprakig lijkt, omdat een begrensd gebied, zoals b.v. het Koninkrijk der Nederlanden en de Almachtige en Alomtegenwoordige zich toch niet verdragen, ons veel beter voorstellen, als we bedenken, dat we dit woord Koninkrijk ook en zelfs beter kunnen vertalen door; Koningschap. Dan geeft het dus weer: het uitoefenen van de koninklijke macht, de wij'ze, waarop de Heere Koning blijkt te zijn.

Dat Koningschap heeft twee kanten; het besturen 'der gelovigen (verkorenen) en het tegenstaan der halsstarrigen (verworpenen) . We herinneren ons, dat Calvijn in de catechismus niet speciaal over de verkiezing spreekt; hij blijkt ze echter wel degelijk te kennen, maar hij spreekt er hier over op een practische wijize; die zich als gelovigen, als onderdanen gedragen, blijken verkorenen; die de Heere tegenstaan, blijken verworpenen. De uitoefening van de Koninklijke macht verklaart zo de volharding der heiligen en het falen van alle onheiligen, want geen macht ter wereld kan zich tegen deze dubbele leiding van de loop van wereld, kerk en enkelingen te weer stellen.

De komst van het Koninkrijk.

Vervolgens vraagt Calvijn: In welk opzicht bid je, dat dit Koninkrijk (Koningschap) kome (blijke)? De leerling blijkt het zó te bedoelen: Zo, dat de Heere van dag tot dag het aantal der gelovigen vermeerdere; dat Hij van dag tot dag Zijn genadegaven over hen doe toenemen, totdat Hij ze geheel vervuld heeft. Dat Hij ook Zijn Waarheid meer en meer doe stralen. Zijn gerechtigheid doe blijken, waardoor Satan en de duisternissen van Zijn Koninkrijk verstoord mogen worden en alle ongerechtigheid worde vernietigd en afgedaan.

We zien in de aanhef, dat Calvijn, die de verkiezende God aan het werk zet, toch een zendingsman is. Ieder onzer weet immers, dat hij, ook in zijn Institutie, de zaak der verkiezing benadert niet vanuit redenatie of kansberekening, maar vanuit de practijk van het geloof. Daarom verhindert hem. de belijdenis van, de verkiezende God niet, het Evangelie der genade op z'n ruimst en onbekrompenst te prediken, opdat het zoveel mogelijk mensen voor de Koning winne, wiens heerlijkheid óók een veelheid van onderdanien insluit.

Het is helaas waar, dat Calvijn tot een werkelijk zendingswerk nog niet is gekomen. Geen wonder, wanneer we zijn drukke en bestreden bestaan opmerken. Maar dubbel jammer, omdat hij er op alle manier een aangewezen man voor zou zijn geweest. Zijn uitleg van de tweede bede bewijst. het. En we verblijden ons er tenminste over, dat, al verstaan helaas te weinigen onder ons de troost der verkiezing, zoals Calvijn die uiteenzette en smaakte, althans zijn zendingsdrang onder ons niet onttoreekt. Moge ze maar , , terugwerkende kracht" hébben!

Calvijn en heel de Kerk van Christus bidt om toename van het aantal der gelovigen. Maar ook en niet minder om hun gehalte. Want zoals goud in verschillende vermenging voorkomt en loutering behoeft, zo ook het geloof. Hoewel we dankbaar mogen zijn voor toename in getal in kerk, gemeente of zending, moeten we toch daarbij critisch zijn en zeggen: Het komt niet alleen en vooral op een massa aan, maar op het gehalte, op de oprechtheid ervan. Daarom bidt Calvijn en heel Gods Kerk om loutering, om toeneming in oprechtheid en volstandigheid, opdat de Maker in het werk geprezen en niet te schande gömaakt worde. Dit geschiédt door de verlichting en doorstraling met de Heilige Geest, het geschiedt daarom niet zonder de onderwijzing en leiding door het Woord. Daar denkt Calvijn kennelijk aan, als hij bidt dat de Heere Zijn Waarheid meer en meer doe lichten in mensenharten. Dat bedoelt hij in een , , mystieke" zin, maar hij werkte daartoe ook krachtig mee aan bijbelvertaling. Waar Woord en Geest hun gezegend werk doen, d.w.z., waar zo de stralen van de Zon der Gerechtigheid hun genezend werk doen, daar doden ze de kiemen van ziekte en dood, zoals ook de gewone zon dat op haar wijze doet. En hoe dikke donkere wolken die zon mogen pogen te verduisteren: die zon zal niet rusten, eer alle ongerechtigheid en zonde van de aarde zullen zijn verdelgd!

Gods Koninkrijk toekomst en heden.

Dat laatste deel van het vorige antwoord wijst naar de toekomst. Zou dat moeten betekenen, dat het heden in die zegeningen niet deelt? Is het christenleven dus alleen maar verwachting en heeft het niets van vervulling? Dat verdraagt zich natuurlijk niet met Gods Koningschap, dat van alle tijden is. Het is daarom anders. Als laatste vraag wordt gesteld: Geschiedt dat dan nu al niet? En geantwoord: Ja zeker wel, maar ten dele. Maar wij wensen, dat het voortdurend groeie en voortgang hebbe, zodat het tenslotte tot zijn volmaking komt, die komt met de oordeelsdag, op welke dag God alleen zal verheven zijn en alle schepsel zal vernederd worden onder Zijn grootheid, zodat Hij zeil alles in allen wordt (1 Oor. 15 vers 28).

Het Koningschap van God, in schep­ping, voorzienigheid, bekering, leiding is er in alle eeuwen, ook nu. Het ondervindt echter uiterlijk en innerlijk felle bestrijding van de kant van de , , overste dezer wereld", die zeker, maar langzaam wordt teruggedrongen, bijzonder na de Opstanding van Christus, die het grote keerpunt der tijden mag heten.

Wereld- en Kerkgeschiedenis, ook ons persoonlijk leven lijkt vol verwarring en zinloosheid. Staat daar werkelijk achter Hij, Wien de overwinning is gegeven? Calvijn antwoordt; ja. De finale komt met de dag van het laatste oordeel. Dan is er maar één Overwinnaar, van Wie de macht en het Koningschap zijn. Alle anderen zijn verliezers. Maar tot de macht en het Koningschap van de Overwinnaar behoort ook hen (ons!), die het hier van Hem verloren, in Zijn overwinning over zonde en dood te doen delen. Dan zal er geen nacht meer zijn, - noch klacht noch traan. Want God zal dan zijn, dat, waarnaar Hij zo lang streefde: Alles in allen.

We besluiten met de vraag: Alles — ook in óns? Behoren wij tot de verliezers en de verlorenen nu, die straks het volle Rijk vol beërven?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE CATECHISMUS CALVIJN 42

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's