ROOMS OORDEEL OVER LUTHER 1
Hoewel Luther niet de directe vader is van het Gexeformeerde Protestantisme kan het ons toch niet onverschillig zijn hoe de rooms katholieken over hem hebben geschreven en geoordeeld.
Luther en de Reformatie zijn namelijk zo innig met elkaar verweven, al mogen we ze niet vereenzelvigen, dat een uitspraak over de een tevens een uitspraak over de ander inhoudt; en dus zullen ook wij, die ons gaarne kinderen der Reformatie noemen, onszelf in zulk een uitspraak betrokken voelen, zo zelfs dat een gevoel van protest onvermijdelijk bij ons opkomt wanneer aan Luther onrecht wordt gedaan, terwijl daartegenover het ons goed doet als we bemerken dat men zelfs in het kamp van de tegenstander meer waardering krijgt voor Luthers persoon en meer oog voor de werkelijke bedoeling van zijn arbeid en strijd.
Wat nu dit laatste betreft valt er inderdaad een opmerkelijke verandering ten goede waar te nemen. Niet dat we ons geheel tevreden kunnen gevoelen, maar zover zal het wellicht nooit komen, omdat daarvoor de kloof tussen de Reformatie en Rome te diep is en Rome zelf (gewijzigd door corrector zie RECTIFICATIE: ROOMS OORDEEL OVER LUTHER in de uitgave 26-02-1959) geheel zou moeten veranderen. Rond de waardering van de persoon en arbeid van Luther zullen de geesten wel immer uit elkaar blijven gaan, het hele verstaan van het Evangelie is er namelijk mee in geding.
Desniettemin mag het ons toch wel verblijden, dat er van deze kant niet meer zo over Luther wordt gesproken als te doen gebruikelijk was. Met name in de laatste tientallen jaren heeft het oordeel van roomse zijde over Luther zich grondig gewijzigd. Het oude Lutherbeeld, dat al sinds eeuwen, al vanaf de dagen der Reformatie in deze kring gold, heeft grotendeels afgedaan; het wordt in ieder geval verouderd geacht.
We willen deze ontwikkeling in het kort schetsen, daarbij in het eerste gedeelte gebruik makend van het materiaal dat ons geboden wordt in het boek van Heinrich Bornkamm, Luther im Spiegel der deutschen Geistesgeschichte, Heidelberg 1955.
Het reeds genoemde oude roomse Lutherbeeld, dat nu dus heeft afgedaan, dankt haar ontstaan aan een man die aanvankelijk voor Luther en de Reformatie gevoelde, maar weldra zich daarvan definitief afwendde en weer een trouw zoon der , , moederkerk" werd, te weten Johannes Cochläus. Hij leefde van 1479 tot 1552 en schreef in 1549 zijn berucht geworden commentaar op de daden en geschriften van Maarten Luther. Dit was trouwens slechts een van de vele strijdschriften die hij aan Luther en de Reformatie wijdde. Zij bevatten polemiek van de slechtste soort. Luther wordt getekend als een man met een slecht leven, wiens hele leer slechts een uitvinding was om voor eigen geweten zijn overspannen sexuele drift acceptabel te maken. In Maagdenburg zouhij in een onwettige verhouding met mevrouw Ursula Cotta hebben geleefd, zijn huwelijk met een weggelopen non zou duidelijk aantonen de hele opzet van zijn verzet tegen Rome en het monnikenwezen. Deze en meer dergelijke fraaiheden vullen de boeken van Cochläus.
Het funeste van deze polemiek is dat Cochläus in eigen kring als een autoriteit gold. Men zag in hem de man die Luther van nabij had leren kennen en dus ter zake kundig was. En inderdaad, het valt niet te ontkennen, - dat Cochläus Luther persoonlijk kende, In ieder geval heeft hij hem in 1521 te Worms ontmoet, want hij woonde het gesprek bij dat de aartsbisschop van Trier hier in deze bewogen dagen, na zijn verhoor door de keizer, met Luther voerde om hem alsnog te bewegen tot een herroeping van zijn leer (aldus R. G. G, B. I. Sp. 1842). Het latere onderzoek heeft echter overtuigend aangewezen, dat Cochläus zich door niets dan blinde haat heeft laten leidten.
Dat neemt echter niet weg, dat zijn Lutherbeeld binnen de roomse kerk het heersende is gebleven tot zelfs, in onze eeuw toe. Er is indertijd een boek verschenen van roomse zijde, dat met leedwezen vaststelde dat het , , katholieke Lutherbeeld tot op deze tijd toe gevangen heeft gezeten in de ban van Cochläus".
Wel werden er van roomse zijde zo nu en dan ook andere geluiden gehoord, meer waarderend voor Luther. Die maakten echter weinig indruk, ook wel om het feit, dat ze doorgaans kwamen uit rooms katholieke kringen die niet geheel onverdacht waren. Behalve aan enkele roomse vertegenwoordigers van de Verlichting en de Romantiek, die hun eigen kerk minder serieus namen dan Rome gewend is, moet hier gedacht worden aan een man als Ignaz Döllinger, een belangrijk rooms kerkhistoricus uit de vorige eeuw, die in zijn jonge jaren een geschiedenis van de Reformatie schreef nog geheel in de oude geest, dat wil zeggen als een statistiek van schandaaltjes, een zeer tendentieus werk, maar gaandeweg tot billijker oordeel kwam en tenslotte zelfs sympathieën voor Luther vertoonde, hoewel toen al in de ban gedaan omdat hij zich verzette tegen de leer van de onfeilbaarheid van de paus.
Er zouden nog meer namen te noemen zijn van mannen, die niet geheel in het voetspoor van Cochläus gingen, maar zij waren het niet die het heersende roomse Lutherbeeld konden wijzigen. Rome bleef maar liever over Luther denken en spreken zoals ze al gedaan had vanaf zijn eerste optreden.
Enige verandering kwam pas aan het begin van onze eeuw. Toen verschenen er namelijk van roomse zijde kort op elkaar een tweetal boeken over Luther die veel van zich hebben doen spreken en nog steeds, hoewel met veel critiek, door de roomsen zelf als waardevol worden geacht.
Het eerste was dat van Heinrich Denifle. Deze dominicaan die zichzelf had opgewerkt tot een niet onverdienstelijk geleerde, een kenner van de middeleeuwen, schreef in 1904 zijn boek over Luther en het Lutheranisme. Op nieuwe leest geschoeid kwamen hierin toch weer de oude verwijten boven. Ook Denifle volhardde erin de persoon van Luther in een kwaad daglicht te stellen. Milder van oordeel, naar de schijn, is het andere werk waarop we zinspeelden, dat van de jesuit Hartmann Grisar, wiens boek over Luther in 1911 verscheen. Het verklaarde de Reformatie geheel uit de. persoonlijkheid van Luther. Dat daarmee haar objectieve geldigheid om hals wordt gebracht kan duidelijk zijn. Bovendien wat voor een persoonlijkheid! Luther zou volgens Grisar een man met abnormale, ziekelijke aanleg zijn geweest. Zijn angsten in het klooster en daarna droegen een pathologisch karakter; hij was een patiënt. Bovendien heeft hij geleden aan grootheidswaanzin en die is hem tenslotte noodlottig geworden. Let wel dit alles gold als wetenschappelijk! Een open vraag bleef echter waar deze geesteszieke Luther dan zijn enorme werkkracht vandaan heeft gehaald. Neen, ook het Lutherbeeld van Grisar bevredigde niet, gelukkig niet, het was ondanks alle schijn van het tegendeel toch niog het oude Lutherbeeld dat van Cochläus stamde.
'Pas een werkelijke verandering kwam er door Joseph Lortz. Zijn naam wordt steeds weer genoemd als het gaat over de verhouding van Rome tot de Reformatie. Lortz — voorzover ik weet nog in leven — is sedert 1947 professor te Mainz. Toen hij zijn boek over de Reformatie schreef was hij te Munster. Door hem werd voor het eerst openlijk en ruiterlijk erkend dat „ook" Rome schuld had aan hét ontstaan van de- Reformatie. Hij schroomde niet de zeer ernstige gebreken van de laat-middeleeuwse kerk aan te tonen. De lasterpraatjes rond Luther ruimde hij grondig op. Aan de eerlijkheid van Luthers bedoeling wilde hij zomin iets tekort doen als aan de integriteit van zijn persoon. Over de hele linie bracht dit boek een eerherstel voor Luther. Zodanig dat de blaam, die van roomse zijde eeuwen lang op hem had gelegen wel voor goed is uitgewist. We behoeven (gelukkig!) niet te verwachten, dat in de toekomst nog ooit enig rooms schrijver Cochläus' vuile laster, die bovendien onzin was, zal worden herhaald. In ieder geval zou zulk een herhaling op weinig belangstelling kunnen rekenen. De tijd is voorbij dat de lezers, ook de róómse lezers, critieklioos slikten alles wat hen werd voorgeschoteld. Onze tijd is daar te nuchter, te zakelijk en te critisch voor, vraagt naar de feiten, ook al wordt daarmee ondersteboven geworpen wat lange tijd als juist en waar gold.
Met dit al is echter niet gezegd, dat Lirtz' boek ons in alle opzichten de ware Luther heeft getekend. Integendeel, hioewel hij met het oude roomse Lutherbeeld brak, bleven toch nog allerlei trekken daarvan ook in zijn Lutherbeeld bewaard,
Ook hij kon zich nog niet geheel losmaken van de gedachte die Grisar naar voren had gebracht namelijk dat Luther een man zou zijn geweest met psychische afwijkingen. Alleen, Lortz drijft dit niet zover en zoekt het in een wat andere richting dan Grisar. Luthers grote (psychische) fout was, volgens hem, dat hij geheel bevangen was in zijn , , bevindingen". Hij sloot zich daar zo in op, dat hij doof werd voor zijn omgeving. M.a.w. de roomse kerkleer van die dagen had he'm werkelijk kunnen helpen in zijn angsten en aanvechtingen, in zijn strijd om een genadig God, maar Luther luisterde niet. Hij hoorde alleen, zegt Lortz, wat bij zijn wezen paste, wat er bij hem , , in" ging. Hierdoor is Luther, aldus Lortz, volkomen vereenzijdigd. Zijn gebonden zijn aan eigen beleving riep zijn protest op tegen de leer van een onfeilbare kerk en paus. Bracht tenslotte ook zijn breuk met de nnoederkerk voort. Luther heeft de christenheid verscheurd. Bovendien is hij de oorzaak van de ontzieling van Europa in de Verlichting in later tijd.
Dat we hier met een ernstig verwijt aan Luther en de Reformatie te doen hebben, zal duidelijk zijn. Het is het verwijt dat Luther een oer-individualist en subjectivist zou zijn geweest, een man die zichzelf, zijn eigen , , weg tot God", zijn eigen beleving tot maatstaf voor heel de christenheid zou hebben gemaakt.
Dit verwijt is echter aan onze kant niet te aanvaarden. We hopen er nog op terug te komen, maar vermelden hier dat Bornkamm de visie van Lortz kwalificeerde als een , , psychologisch bevangen analyse". Deze kwalificatie lijkt ons juist.
Luther is niet te verstaan enkel vanuit zijn psychologische structuur. Hij heeft zelf eens gezegd, dat zijn geweten gevangen was in het WOORD. Dat wijst in geheel andere richting. Gods Woord en Geest hebben hem geleid. Zo kwam hij tot een nieuwe (doch in wezen oude!) kijk op het Evangelie, op de kerk, enz., en zo kwam hij tot zijn Reformatie. Dit wezenlijk inzicht ontbreekt helaas nog steeds in de roomse literatuur over Luther.
Brakel.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's