Kroniek
„Eenzaam maar niet alleen" — De verschijning een gebeurtenis — Een „getuigenis" — „Vrijzinnige stemmen uit Friesland" — „Pompen of verzuipen" — Uit de winterzitting der Gen. Synode — Hoogleraarsbenoeming — Audi et alteram partem — Persconferentie over de „proeve" nieuwe psalmberijming — Ons kerkboek en de experimenten — Ons Patrimomum.
Dinsdag 10 februari jl. is verschenen het boek van Prinses Wilhelmina: „Eenzaam maar niet alleen". Dat is een gebeurtenis, welke niet onvermeld, mag blijven in deze Kroniek, ook al betrekt de Prinses der Nederlanden in haar weergave van haar 50-jarige regering de kerk niet direct onder haar gezichtspunt.
Ik noemde de verschijning van dit boek een , , gebeurtenis". Niet omdat het in een oplage van 80.000 exemplaren verscheen. Evenmin, omdat er aan bandtekening, druk, illustratie en wat meer tot het voorname cachet van dit boek bijdraagt, alle zorg is besteed. Dat alles was te verwachten, wijl het een werk gold van de Prinses. Neen, het woord , , gebeurtenis" moest ik neerschrijven, omdat wij hierin niet maar , , memoires" of flitsen uit een zo lange en veelbewogen regeringstijd ontvingen, maar een , , getuigenis" — het woord is woensdagavond 11 februari jl. voor de microfoon der N.C.R.V. in zijn bespreking van , , Eenzaam maar niet alleen" gebezigd door prof. van Stempvoort — der Prinses hebben van haar geestelijke worsteling, van haar geloofsrijping, een getuigenis geadeld door het vele, dat zij in die lange periode doorleefde en doorstreed. In dit werk geeft de Prinses der Nederlanden haar volk een blik in haar hart. Dat is wel het geheel enige van dit boek.
Ik zal over de inhoud van wat de Prinses ons in haar boek gaf niet schrijven. Ik zou het daarvoor moeten gelezen hebben, en dat is mij nog niet mogelijk geweest. Ik heb er een indruk, een eerste nog slechts, van gekregen door wat ik hoorde van prof. van Stempvoort en prof. Scholten, die door de N.C.R.V. gevraagd waren hun visie er op te geven, en dat zeer voortreffelijk deden. Velen onzer lezers zullen hen wel beluisterd en met mij er van genoten hebben. Zo weten wij, dat een standaardwerk van grote waarde, een kostbaar geschenk ons ten deel viel, dat in lezing en herlezing gewaardeerd worde. Dat ook de B.B.C, aan het boek van Prinses Wilhelmina een bijzondere bespreking wijdde, zondagavond 15 februari, is wel een bewijs, dat ook internationaal het betekenisvolle van zijn verschijning wordt erkend.
In de „Kroniek" van „Kerk en Theologie" van januari '59, schrijft prof. dr. G. C. van Niftrik o.m. over de najaarsvergadering van Vrijzinnig Hervormden in Friesland. De , , vrijzinnige stemmen", welke van daar tot hem doorklonken, hebben prof. v. N. niet onbewogen gelaten. Ze hebben hem aan het denken en schrijven gezet. Wat hij schreef — het is boeiend en zinvol — wekte mijn belangstelling, doordat het een blik geeft op verschuivingen in het theologisch denken in de huidige vrijzinnigheid. Dit is vooral te speuren in wat prof. V. N. meedeelt en citeert uit een lezing ter vergadering gehouden door ds. van Wezep uit Leeuwarden. Deze heeft in die samenkomst o.m. gesproken over de achteruitgang van „zovele Friese vrijzinnige gemeenten". Hij wijt die achteruitgang aan , , ondervoeding", wijl ze stelselmatig vervreemd zijn van de Bijbel, lijden aan , , Christofobie, angst voor zelfs het noemen van Jezus' tweede naam", enkel en alleen maar het blijven zoeken in het lege begrip vrijheid, niet wat meer waardering aan den dag kunnen leggen voor het belijden van de Kerk der eeuwen" en meer dergelijke symptomen.
Ieder, die contacten heeft gehad of nog heeft met dergelijke gemeenten, hetzij in Friesland of elders, weet van deze dingen. , , De gestalte van Jezus Christus", om ds. v. W. te citeren, wordt enkel en alleen gezien en gepredikt als de liefelijke en navolgenswaardige". Iemand merkte onlangs op, dat een dergelijke Jezus-figuur, iemand tekent, die een ideale voorzitter zou zijn van een afdeling der , , Maatschappij, tot nut van het algemeen". Misschien iets cru uitgedrukt, doch daar komt het tenslotte wel op neer.
Gans anders is wat ds. v. W. betreffende de Heere Jezus getuigt: wanneer hij gewaagt van „het wonder van Pasen, waarbij hij zich niet concentreren wil op het hoe, maar wel op het blijde gebeuren zelf, waarbij Christus in een nieuwe gedaante in een verheerlijkt lichaam Zich aan de Zijnen vertooonde en waardoor Hij te kennen kon geven, geen dode, maar een levende Heer voor ons allen te zijn".
Prof. V. N. tekent hierbij aan: , , Ik zou alleen van ds. v. Wezep willen weten, waarom hij en de zijnen zich nog zo ostentatlef , , vrij-zinnig"blijven noemen. Met die naam blijft, vermoed ik, ook de cultus van een leeg vrijheidsbegrip bestaan, terwijl ds. van Wezep zich niet in het minst , , vrij" weet van de Bijbel. Hij is ook niet „vrij'" van , , waardering" der kerkelijke belijdenissen, al slikt hij ze niet met huid en haar en poneert hij nadrukkelijk hun feilbaarheid. Daarvoor behoeft men niet vrijzinnig te zijn; dat is, voorzover ik weet, goed gereformeerd. Waarvan is hij dan , , vrij"? , Van het confessionalisme? Maar ook daarvoor behoeft men niet vrijizinnig te zijn. Ik meen, dat de zgn. midden-orthodoxie ook nogal op haar hoede is voor statisch confessionalisme".
Ik kan het verstaan, dat prof. v. N. deze „kanttekening" aanvangt met de verklaring: „Er is veel in deze lezing, dat mij sympathiek in de oren klinkt".
Evenwel, ik zou de vraag willen stellen, spreekt ds. v. W. zich ook zo uit in zijn prediking? De ervaring heeft me geleerd, dat men in een lezing, in bepaalde situaties, de dingen wel eens krasser zegt, dan in de prediking. Indien dit wel het geval is, onderstreep ik de vraag van prof. v. N. wat dan wel ds. v. W. zo gebrand doet zijn op de naam , , vrijzinnig".
De andere referent ter vergadering in Leeuwarden, ds. Walstra van Surhuisterveen, heeft prof. v. N. , , een schok bezorgd". Die merkte nl. op, dat vele predikanten het gevoel hebben van , , pompen of verzuipen". , , Hij zei dit met het oog op vele vrijzinnige predikanten", tekent prof. v. N. ter nadere aanduiding hierbij aan, maar vraagt in één adem dan: , , Zou het echter ook niet gelden voor vele orthodoxe predikanten? " Gezien en gehoord, dat zij , , slechts met veel kunst en vliegwerk het gemeentelijk leven kunnen gaande houden", zou ik die vraag bevestigend willen beantwoorden. Geldt dat ook onze gemeenten en predikanten? Ik bedoel , , de sector van de Gereformeerde Bond". Och, van experimenten en , , nieuwig'heden" is men bij ons niet gediend. En dat prijs ik. Er wordt helaas zoveel geëxperimenteerd en geïmiteerd in onze kerk, en zulks met de pretentie, dat de kerk dynamisch moet zijn en blijven, misschien uitgesproken of niet uitgesproken met een zinspeling op Luther's gezegde, dat , , het geloof een onrustig ding is", dat men wel eens geneigd is te vragen of er nog zo iets is als de rust en de verzekerdheld des géloofs. Maar hiermede is waarlijk niet gezegd, dat het in onze sector alles , , botertje tot den boom" is. Wij hebben ons- over veel te schamen en diep te verootmoedigen voor onze God over koudheid, over lauwheid, over zelfgenoegzaamheid, in één woord, dat wij te weinig, veel te weinig de rijkdom, de heerlijkheid en de kracht van het reformatorisch belijden in woord en daad uitdragen. Van het reformatorisch: Solo Verbo, alleen door het Woord, is helaas meermalen weinig te speuren. Er is alle reden tot de roep: , .Ontwaak noordenwind en kom, gij zuidenwind, doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien" (Hooglied 4 : 10).
De Generale Synode onzer kerk heeft haar eerste zitting dit jaar gehouden van 9-11 februari. Dr. A. A. Koolhaas, die geen afgevaardigde meer is naar de Synode, werd, dank zij de pas aangenomen wijziging in de Kerkorde, gekozen tot praeses en zulks met algemene stemmen. Dit zegt wel, dat hij als praeses ter goeder naam en faam bekend staat. Ik bedoel daarmede natuurlijk, niet, dat zulks ook niet hem als persoon geldt. Maar het ging hier over zijn capaciteiten als praeses. Hoewel geen voorstander van de aangebrachte wijziging — men kan dat weten uit een vorige Kroniek — wil ik hem gaarne complimenteren met de waardering, welke uit het, , omnium consensu" bleek.
Behalve benoemingen, die altijd voorbereiding en goede zorg meebrengen, waren er belangrijke onderwerpen ter synodale tafel. Het sportvraagstuk hield de Synode bezig, en niet minder de kwestie van de voetbaltoto of pool, „het gokken", een euvel, dat helaas ook doorwerkt in kringen, waar men dat niet zou vermoeden.
De persverslagen waren over het voorgestelde of gerapporteerde, alsmede over het daarbij gesprokene tamelijk uitvoerig. Maar ik zal, voor er iets over te schrijven, toch het officiële verslag afwachten. Het komt wel eens voor, dat persverslagen en officiële communiqué elkander niet helemaal dekken; daarom is voorzichtigheid aanbevelenswaardig. Trouwens de rapporten zijn ook niet aanvaard, doch ter revisie teruggezonden of doorgegeven. We zullen er alzo later nog wei meer van horen.
Wat de benoemingen betreft, daarvan wil ik ene vermelden. Tot kerkelijk hoogleraar aan de Rijksuniversiteit van Groningen werd benoemd dr. A. F. N. Lekkerkerker, pred. te Utrecht. Hij stond bij de verkiezing van dr. de Jong in de herfstzitting der Synode reeds op de nominatie, doch werd toen niet gekozen. Nu is zijn benoeming een feit. Deze verkiezing lijkt mij meer in de lijn, gezien waar het de vacature prof. Haitjema geldt, dan de vorige. Prof. dr. Lekkerkerker mijn gelukwens, in de hoop, dat zijn onderwijs de studenten tot zegen moge zijn en de benoemde hen zal onderwijzen de rijkdom van het Schriftgeloof en het reformatorisch belijden.
Dr. L., wiens promotie indertijd nogal de aandacht trok, heeft meerdere publicaties gelgeven, welke van liefde voor de reformatorische theologie blijk gaven. Het bevreemde mij, dat hij zondag 15 fébr., voorgaande in een , , I.K.O.R.dienst" zich hield voor keuze van zijn onderwerp — het vasten — aan de pericopenindeling van het kerkelijk jaar, gelijk die door de r-k Kerk, de Oud-Katholieke kerk en andere, wordt gegeven. Zo althans werd mij door bevoegden, die luisterden, — zelf kon ik hem niet beluisteïen — werd meegedeeld. Indien dit verslag juist is, hoop ik dat dit geen symptoom is van een sympathie, welke in de lijn der „romanisering" gaat. Ik hoop zeer, dat zijn onderwijis de H.S. tot centrum en brandpunt zal hebben, gelijk zulks bij Augustinus het geVal was, — uitgezonderd de ideeën, waarop Rome zich in Augustinus' werk beroept —, en bij de reformatoren. Dat heeft de kerk, dat hebben de studenten nodig.
Tenslotte nog iets over de aangeboden „proeve" Nieuwe Psalmberijming. Onlangs gaf ik iets door van het oordeel van Fedde Schurer daarover. Dat was niet in alle delen een aanbeveling. Integendeel.
Nu moet een Kroniek-schrijver trachten zoveel mogelijk het , , audi et alteram partem" — hoor en wederhoor — te laten gelden. Daarom vermeld ik, dat onlangs in een samenkomst is gezegd, dat men voor juiste beoordeling van de , , proeve", de daarin gebundelde psalmen moet zingen.
Nu dat is dan ook gebeurd. Allereerst in bovengenoemde samenkomst, een vergadering van leden van , , de interkerkelijke stichting en de interkerkelijke commissie voor de psalmberijming, dat wil dus zeggen: theologen, hebraici, neerlandici, dichters en een musicoloog", zo meldt , , Trouw" dd. 24-1-'59. In die samenkomst — het was een persconferentie, belegd door de beide bovengenoemde , , stichtingen" en voorgezeten door dr. H. Schroten — heeft de „Haagse cantor-organist Adriaan C. Schuurman, de musicoloog in het gezelschap", enkele der nieuwe gedichte psalmen gezongen. Neerlandici hebben de „proeve" toegelicht, hebraici hébben getuigd, dat zij tekstgetrouw is, een weergave van het oorspronkelijke, en tenslotte is nog eens weer gestipuleerd, dat deze bundel een , , proeve" is, en dat , , de huidige gebruikte berijming (van 1773) het officiële kerkelijke psalmboek blijft, zo lang de , , proeve" nog niet voltooid is". En als dan de resterende 40 klaar zijn? Dan zal zeker het nieuwe psalter , , aangeboden" worden en in de kerk en buiten de kerk „langs lijnen van geleidelijkheid" er in gaan, gelijk meerdere , , nieuwigheden" in onze kerk. Men denke aan de nog steeds , , aangeboden", doch in het spraakgebruik als liederenbundel der Ned. Herv. Kerk betitelde. Zo is helaas de practijk ondanks dat de theorie anders is. , , Zo zijn onze manieren" was bijna mijn pen ontvloeid, doch ik weerhield me, want de uitdrukking is geen kerkelijke stijl en ik blijf gaarne in stijl.
Ik heb het bovenstaande geschreven om het , , wederhoor" gelegenheid, te geven om gehoord te worden en geenszins om de proeve te critiseren. Daarvoor ken ik ze nog niet voldoende. Ik heb ook niet bedoeld het voor de , , officiële" berijming op te nemen, hoezeer ze mij lief is, ondanks de gebreken, die haar aankleven. Ik heb alleen mijn grote bezwaar tegen de manier waarop het , , nieuwe" in de kerk wordt geïntroduceerd. Dat is m.i. niet kerkelijk. Een kerk experimenteert niet, dat late ze over aan wereldse instanties. Een kerk, die leeft uit het Woord, kan krachtens 't gezag des Geestes en naar dat Woord besluiten. Ze moet het doen na rijp beraad en omzichtigheid. Men denke aan Handelingen 16. Maar wat nu geschiedt, doet denken aan een stille, geleidelijke, geweldloze revolutie. Art. X K.O. pareert als bewaker van de , , gemeenschap met het belijden der vaderen" de drie formulieren van Enigheid, en intussen kregen we „Fundamenten en Perspectieven". De oude gezangenbundels zijn niet afgeschaft, maar de , , Nieuwe Bundel" wordt schier unaniem als officieel aangemerkt. De Nieuwe Bijbelvertaling werd , , toegestaan" voor kerkelijk gebruik", — ze wordt nog telkens bijgewerkt en verbeterd —, terwijl de Statenvertaling nog de officiële Bijbel is en op de kansels ligt. De psalmberijming van 1773 is de officiële, maar het experiment met de , , proeve" is in volle gang. Dat heeft misschien dit voordeel, dat nu in diensten, waarin voorheen strijk en zet , , gezangen" werden gebruikt ook psalmen nog een kans krijgen. Officieel hebben we nog de oude formulieren, van de vaderen ons overgeleverd, doch het „Dienstboek" met zijn nieuwe , , proeven" — ze halen niet bij onze classieke liturgische geschriften — wordt gebruikt en niet sporadisch. Het doet denken aan het boek Richteren, met zijn , , een ieder deed wat goed was in zijn ogen". Ik vraag me af: hebben we nog een kerkboek? Het kerkboek was de eeuwen door een band tussen de oudere en jongere generatie; het had gezag de geslachten door. Moet dat geheiligde, dat bindende, nu maar verdwijnen? Er zullen er zijn, die mij ouderwets vinden, of traditioneel. Het zij zo. We kunnen de traditie niet missen. En ook niet de schat onder Gods leiding ons door de vaderen geschonken. Het huidige kerkelijk leven kan de indruk wekken: , , zij kunnen niet wachten, geen dag en geen nacht". God de Heere vraagt van ons piëteit en eerbied voor en bewaren van het patrimonium, het vaderlijk erfdeel. Het kan en moet mede dienen om te betrachten: , , Bewaar het pand u toebetrouwd" (1 Tim. 6).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's