De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ROOMS OORDEEL OVER LUTHER 2

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ROOMS OORDEEL OVER LUTHER 2

8 minuten leestijd

We zagen de vorige maal hoe het oude roomse Lutherbeeld, dat de Hervormer als een zeer immoreel (= slecht) mens voorstelde, grondig is gewijzigd door de roomse historicus Jozeph Lortz.

Wellicht is het nodig er de aandacht op te vestigen, dat deze wijziging in geen geval inhield, dat Rome ook maar op één punt dichter bij de Reformatie zou gekomen zijn. Het eerherstel voor Luther dat er van deze zijde kwam lag enkel en alleen op het histórische vlak, en stond buiten het stellen van de waarheidsvraag. Al erkent men een zeker historisch recht voor het optreden van Luther, dat houdt nog niet in dat men er een principieel recht aan toekent. Dat laatste doet geen enkele roomse schrijver, kunnen ze ook moeilijk doen, want daarmee zouden ze overgekomen zijn naar de kant van de Reformatie en dus niet meer rooms zijn. Desniettemin mogen we er ons toch over verblijden dat althans de historische waarheid omtrent Luther nu algemeen door hen wordt erkend. Al is daardoor de strijd van de Reformatie tegen Rome niet overbodig geworden, deze strijd heeft aan zuiverheid gewonnen, kan nu gestreden worden op het eigenlijke front. Het gaat thans om veel wezenlijker vragen dan of Luther zich aan een of andere schanddaad heeft schuldig gemaakt. Nu er een groeiende eenheid is ten aanzien van de zuiverheid en eerlijkheid van Luthers persoon, komt de waarheid en het principiële recht van zijn optreden dringender en directer aan de orde. We zagen reeds hoe Lortz aan dit recht tracht te ontkomen door te stellen, dat Luther een subjectivist en individualist zou zijn geweest, die eigen beleving van het heil normatief stelde en zo tot eenzijdigheden en een breuk met Rome kwam. Het lijkt ons toe dat deze gedachte, ondanks allerlei modificaties, nog steeds door roomse schrijvers over Luther wordt aangehangen.

Wel zegt Bornkamm, dat Johannes Hessen, professor in de filosofie te Keulen, die een boek schreef over Luther in katholieke visie (1947) deze kerngedachte van Lortz' beoordeling van Luther terzijde heeft geschoven, maar het lijkt ons toe, dat we in dit verband meer van een wijziging dan van een terzijdestelling kunnen spreken. Voor Hessen is Luther een man van het type van de oude profeten (van het Oude Test.), die evenals zij de strijd heeft aangebonden tegen vormelijkheid en wetticisme. Hoe is Luther zo geworden, dat wil zeggen tot een profetisch man (homo propheticus) ? Niet door abstract denken, maar krachtens persoonlijke ervaring. Ook die is echter niet de laatste grond, want die is veelmeer te vinden in de omstandigheden, kortom de tijd waarin Luther leefde. Die tijd vereiste een profeet, welnu Luther was er een. Hij heeft zijn historische opdracht gezien en vervuld.

Het boek van Hessen heeft in eigen kring nog al wat critiek ontmoet. Het gaat dus zeker te ver als we daarin hét roomse Lutherbeeld van tegenwoordig zouden zien. Doch afgezien daarvan, het verschilt in wezen niet zo heel veel van wat Lortz over Luther schreef. Al­leen is naast de psychische ook nog de historische factor ingevoegd, Luther wordt niet alleen verstaan uit zijn eigen psychische structuur maar ook uit zijn tijd. Het subjectivisme en het individualisme van het Lutherbeeld van Lortz is daarmee niet doorbroken.

Dat geldt ook van een boekje van Karl Adam, dat eveneens in 1947 werd geschreven en later in het nederlands werd uitgegeven onder de titel „Una Sancta. Katholieke eenheid en christelijke liefde". Dit is wel niet een Lutherboek in de eigenlijke zin, maar het is toch wel grotendeels aan zijn persoon en optreden gewijd. Karl Adam is een bekend rooms theoloog, aan wie de eenheid van de kerk in roomse zin zeer ter harte gaat. Het behoeft ons dan ook niet te verwonderen dat hij in het boekje dat we noemden, in vele opzichten zich aansluit bij de critiek die Lortz leverde op de kerk aan het einde der middeleeuwen. We geven een korte samenvatting daarvan. De wortels der Reformatie grijpen tot diep in de middeleeuwen terug. Reeds paus Gregorius VII (1020-1085) heeft, door de pauselijke aanspraken op de spits te drijven, veel verzet opgeroepen en de achting voor de heilige stoel in brede kringen geschokt. Bovendien hebben verscheidene pausen door hun privé-leven aanstoot gegeven. Karl Adam noemt o.a. paus Alexander VI (1492-1503), die zich schuldig maakte aan vergiftigingen en ontucht; verder ook zijn zoon (!) Cesare Borgia die het tot kardinaal bracht hoewel hij een gewetenloze bandiet was, bezeten door een duivelse moordlust. Dan de regering van paus Leo X die Luther in de ban heeft gedaan. Al zijn van hem niet zulke schandelijkheden bekend als van sommige andere pausen, hij was in ieder geval een man voor wie jacht en toneel, aldus Adam, belangrijker waren dan Luther en diens godsdienstige beweging. Was het zo onder de zgn. hogere geestelijkheid onder de lagere was het niet beter. Er was veel bijgeloof, domheid, onzedelijkheid. Het volk volgde daarin haar leidslieden. De conclusie van Adam is: , , Werkelijk de nacht was gedaald over de gehele christenheid" (p. 33). Bij het gewone volk een verschrikkelijke verwording van de echte vroomheid; bij de lagere en hogere geestelijkheid een wereldse geest en een groot plichtsverzuim; bij de voornaamste leiders van de kerk een mensonwaardige machtswil en een heiligschennend misbruik van het heiligste dat hun was toevertrouwd. Geestelijkheid en volk konden terecht uitroepen: Mea culpa, mea maxima culpa (mijn schuld, mijn zeer grote schuld). Adam voegt hier aan toe: , , Als Luther toen was opgestaan en de bewonderingswaardige gaven van zijn geest en hart, zijn geniale kijk op de wezenlijke elementen van het Christendom, zijn hartstochtelijke afkeer voor al hetgeen niet heilig en niet van God was, de onweerstaanbare kracht van zijn religieuze geest, zijn meeslepend en niets ontziende woord en vooral de heldhaftigheid, waarmee hij zich keerde tegen de machtigen dier dagen — als Luther toen al deze heerlijke eigenschappen gebruikt had om de ten hemel schreiende mis­bruiken uit te roeien en de tuin van God van onkruid te zuiveren, en als hij daarbij een trouw lid van zijn Kerk was gebleven, vol deemoed en nederigheid, oprecht en zuiver van hart, — dan zouden wij hem nu nog dankbaar zijn".

Deze woorden spreken eigenlijk voor zichzelf. Ze treffen ons enerzijds door de lof die hier aan Luther wordt toegezwaaid, maar tonen ons anderzijds wat voor Rome nog steeds het tragische maar ook verkeerde van Luthers optreden is geweest, namelijk dat hij geen trouw lid van de kerk is gebleven. Dit wordt dan gelijk gesteld aan een gebrek aan deemoed en nederigheid, een verwijt dat niet alleen Adam maar vrijwel alle roomse apologeten tot Luther richten.

We zouden hier tegenin willen brengen dat Luthers begeerte nooit anders geweest is dan een trouw lid van zijn kerk te blijven. Hij wilde niet revolutie, maar reformatie. Het lag niet eens in zijn aard, die zeer conservatief was, om met de kerk waarin hij was geboren en opgegroeid te breken. Het lag ook niet in zijn visie op de kerk. Ontroerend is het te zien hoe lang hij nog van de leiding van de kerk iets goeds verwachtte. In ieder geval van de paus Leo X, die door Karl Adam een levensgenieter wordt genoemd. Pas toen het hem duidelijk werd dat Rome beslist niet naar het Evangelie wilde luisteren, dat Rome , , onbekeerlijk" was, toen berustte hij er in, dat er voortaan een kerk naast de roomse zou bestaan.

Alleen vanuit Rome gezien, dat wil zeggen vanuit de leer van een onfeilbare kerk en paus kan men Luther en zijn optreden van , , hoogmoed" betichten. Voor God bleef Luther deemoedig, heeft men van roomse zijde wel gezegd, maar onbehoorlijk was zijn hoogmoed en eigendunk tegenover de mensen.

Gezien de scherpe woorden die Luther tot Rome en de papisten heeft gericht kunnen we dit verwijt van roomse zijde wel enigszins begrijpen; al geloven we dat het toch onjuist is. Op de Rijksdag te Worms heeft Luther toegegeven, dat in zijn geschriften harde woorden, ook wel te harde woorden waren gesproken aan het adres van de tegenstanders; toch weigerde hij om deze reden zijn boeken te herroepen. Terecht, want ook al was Luthers polemiek soms te fel, hij werd hierin gedreven door een hartstochtelijke liefde voor de zuivere verkondiging van het Evangelie. Hij mocht naar buiten de indruk maken hoogmoedig te zijn, door niet van zijn evangelisch standpunt te willen wijken, in wezen en werkelijkheid was dat geen hoogmoed. Er is geen tegenstelling in Luthers houding tegenover God en die tegenover de mensen geweest. Juist de , , ootmoed" zoals hij die weer nieuw had geleerd, was de schat die hij tegenover Rome op zo felle wijze verdedigde en verdedigen moest. Elk reformatorisch christen, die leeft uit dezelfde geloofszékerheid als Luther zal tot zijn kruis wel altijd deze last moeten dragen dat hij moet horen, dat hij absolutistisch, hoogmoedig en hardnekkig is. De Waarheid der Schrift duldt nu eenmaal geen toegeven, zeker niet als het over de hoofdzaken gaat.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ROOMS OORDEEL OVER LUTHER 2

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's