DE DORDTSE LEERREGELS
Hoofdstuk 11, artikel 8. Want dit is geweest de gans vrije raad, de genadige wil en het voornemen Gods des Vaders, dat de levendmakende en zaligmakende kracht van de dierbare dood Zijns Zoons zich uitstrekken zou tot alle uitverkorenen, om die alleen met het rechtvaardigmakend geloof te begiftigen, en door ditzelve onteilbaar tot de zaligheid te brengen; dat is. God heeft gewild, dat Christus door het bloed Zijns kruises, (waarmede Hij het nieuwe Verbond bevestigd heeft) uit alle volkeren, stammen, geslachten en tongen, diegenen alle, en die alleen, krachtiglijk zou verlossen, die van eeuwigheid tot de zaligheid verkoren, en van de Vader Hem gegeven zijn; hem zou begiftigen met het geloof, hetwelk Hij hun, gelijk ook andere zaligmakende gaven des Heiligen Geestes, door Zijn dood heeft verworven en hen van al hun zonden, zowel de aangeborene als de werkelijke, zowel na als vóór het geloof begaan, door Zijn bloed zou reinigen, tot het einde toe getrouwelijk bewaren, en ten laatste zonder enige vlek en rimpel heerlijk voor Zich stellen.
L. VROEGINDEWEIJ
Het staat vast, dat de hemel niet leeg zal wezen, want Johannes zag 'n schare, die niemand tellen kon. Dat waren allen, zondaren uit Adam, maar nu waren zij heiligen in Christus. Zij hadden hun lange kleren gewassen in het bloed des Lams. Zo waren zij: verlost van de hel en de toorn Gods. Anderen daarentegen, zijn gebleven op de brede weg, waarvan Jezus heeft gezegd, dat zij naar het verderf leidt en, dat velen daarop wandelen. Hoe zijn die gelovigen in Christus er toe gekomen de nauwe weg te zoeken? Artikel 7 heeft ons doen belijden, dat Gods genade dit heeft bewerkt. God heeft onderscheid gemaakt. Dit is een echt bijbelse gedachte. Als de Apostel Paulus in Romeinen 9 voor het probleem staat, dat Israël de Christus verwerpt, terwijl dit Israël toch de beloften Gods had, wijst hij op het onderscheid, dat God maakt. Israël heeft het woord Gods, waarmede God zich aan de vaderen, krachtens het verbond en de beloften verbonden heeft. Maar dat verbond en die beloften, die aan Israël als collectlvum, als volk in zijn geheel geschonken waren, hadden zij toch nooit alle nakomelinigen van Israël hoofd voor hoofd gegolden: , , want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn." God heeft Zich aan een bepaald gedeelte van Israël verbonden en niet aan allen. De Israëlieten, die tot dit gedeelte behoren, aan wie God Zijn beloften vervult, heten kinderen der belofte. Het was dus bij Israël zo, dat de natuurlijke afstamming uit Abraham geen enkele garantie biedt om tot het zaad van Abraham te behoren, dat de aan Abraham beloofde erfenis zal ontvangen. Wat nu van Israël geldt, geldt ook van de wereld. God maakt onderscheid. In Romeimen 9 : 18 staat: „Zo ontfermt Hij Zich dan, diens Hij wil, en verhardt, dien Hij wil". Het zalig worden hangt af van de vrijmacht Gods.
Daar is van nature niemand, die God zoekt, niet tot één toe. Maar God zoekt dien Hij wil. God begiftigt met het rechtvaardigmakend geloof, dien Hij Wil en daar is niets geen onrecht bij, want het is één leem. De mensen zijn immers allemaal zondaren en liggen allen onder de toorn Gods . God kiest Jacob en verwerpt Ezau. Dat was niet alleen heilshistorisch, maar ook persoonlijk. God heeft Zich aan Jacob en zijn kinderen geopenbaard tot heil. Ezau en Edom heeft Hij laten wandelen in hun eigen wegen. Gods genade en Gods keuze alleen is de oorzaak van de zaligheid der gelovigen.
Maar zegt de Bijbel niet, dat de genade over alle mensen komt? Maakt God wel onderscheid? Ik denk aan Romeinen 5 : 18. Daar lezen we: , , Zo dan, gelijk door één misdaad de schuld gekomen is over alle mensen tot verdoemenis, alzo ook door één rechtvaardigheid komt de genade over alle mensen tot rechtvaardigmaking des levens". Zo nu en dan wil men deze tekst wel gebruiken om de alverzoening te leren. Het schijnt immers dat men deze tekst zo kan uitleggen, dat er geleerd wordt, dat de genade alle mensen zaligt. Dit strijdt echter met allerlei andere teksten der Heilige Schrift. Trouwens m.i. is de verklaring van deze tekst helemaal niet moeilijk. De Apostel stelt tegenover elkaar Christus en Adam. Daartegenover zet hij ook tegenover elkaar: alle mensen, die in Adam zijn en alle mensen, die in Christus zijn. De zonde van Adam heeft de schuld gebracht over alle mensen, die door de band des bloeds met Adam verbonden zijn. De gerechtigheid, die Christus Jezus heeft volbracht door Zijn gehoorzaam lijden en sterven brengt rechtvaardigmaking des levens over allen, die met Christus verbonden zijn door het geloof. Daar is ook een andere verklaring van n.l. dat de genade als een mogelijkheid over allen gekomen, is tot rechtvaardigmaking. Het gaat echter in dit vers niet over mogelijkheden, doch over werkelijkheden. Door éne misdaad is werkelijk de schuld over allen gekomen en zo heeft Christus geen mogelijkheid, doch een werkelijkheid van genade verworven voor allen, die in Hem géloven. Het gaat hier niet over de vraag: allen zonder onderscheid, .maar om het beginsel allen door één.
Maar nu een andere vraag. Wanneer is deze beslissing gevallen, waarin onderscheid gemaakt werd? Die is reeds gevallen voor de grondlegging der wereld zegt Efeze 1 : 4. Daar betreft het tegen de beslissing der verkiezing in Christus. Maar ook over de ongelovigen is de beslissing toen reeds gevallen. Openb. 13 : 8 spreekt van personen, die niet geschreven staan in het boek des levens van de grondlegging der wereld af. En zo spreekt artikel 8 van een gans vrije raad Gods, Waarin beslist werd, dat de kracht van de dood van Christus Zich zou uitstrekken tot de uitverkorenen en tot die alleen. Voor het oog des Heeren lagen alle mensen in hun schuld, verdorvenhéid, onwil en verlorenheid. God heeft over hen raad gehouden. Hij heeft besloten hen niet allen te laten in het verderf. Hij wilde genadig zijn. Dit getuigt allemaal van overleg en beraad. De verkiezing berust niet op willekeur. Met raad en wil om genadig te zijn heeft God een voornemen gemaakt. Dat voornemen was niet om Adam en al zijn nakomelingen te zaligen en uit het verderf te redden. Had de Almachtige dit voornemen gemaakt dan werd het ook uitgevoerd. Dan zouden alle mensen zalig worden. Want wij moeten goed bedenken, dat Jezus Christus, niet alleen de mogelijkheid der zaligheid heeft verworven. Dat leren de Remonstranten en vele anderen. God heeft Christus gegeven. Iedereen kan nu zalig worden. En nu hangt het van de mens af of hij het Evangelie aanneemt, ja dan neen. Christus heeft de zaligheid verworven, maar de toepassing hangt van de mens af, zij het dan met Gods hulp. Als dit waar was, zou er niemand zalig worden. Daar is immers niemand, die God zoekt. Daar is ook geen weg om de zaligheid te verkrijgen buiten de ware bekering om. En het geldt van elk mens: wij kunnen ons niet beteren, willen ons. niet bekeren en willen ons niet laten bekeren. Doch nu komt God tussenbeide. Hij heeft een gemeente uitverkoren tot het eeuwige leven. Deze gemeente gaf Hij aan Christus. Niet om de zaligheid te verwerven alleen, doch om haar te verwerven en toe te passen.
Zij, die de uitverkiezing loochenen prediken een halve Christus. Zij strekken het offer van Christus uit over alle mensen, doch tegelijk prediken zij een Evangelie, waardoor niemand zalig kan worden.
De rechte bijbelse prediking verkondigt daarentegen dat Christus een volkomen verlossing aanbrengt. God heeft het zo bij Zichzelf voorgenomen dat de levendmakende en zaligmakende kracht van de dierbare dood Zijns Zoons zeker tot zaligheid zou leiden. Bij de Remonstranten en bij allen, die de uitverkiezing loochenen staat het zo, dat de dood van Ohristus' geheel voor niets had kunnen geweest zijn. Als God niet alles doet en de gehele beslissing in Zijn hand heeft berust de zaligheid in de hand der mensen. Dan was Christus zonder volk gebleven. Het had niet alleen kunnen zijn, maar het was zo geweest. De mens kan zonder wedergeboorte, zonder herschepping, zonder de onwederstandelijike werking des Geestes nooit willen en nooit geloven. God werkt het willen naar Zijn welbehagen. Maar God heeft het niet aan de mens. overgelaten. Hij heeft Zidh vastelijk voorgenomen de uitverkorenen: tot de zaligheid te brengen. Wanneer heeft God Zich dat voorgenomen? Romeinen 8 : 29 zegt: te voren. Dat is: voor de grondlegging der wereld, vóór de tijd. Het is goddelijke uitverkiezing die leidde tot een eeuwig voornemen. God heeft Zijn uitverkorenen eerst te voren gekend d.w.z. te voren tot voorwerp van persoonlijke zorg gemaakt. De Heere sloot in Zijn hart de kinderen der belofte. Anderen ging Hij reeds in de eeuwigheid voorbij. Die Hij zo tevoren in Zijn hart sloot heeft Hij bestemd om het beeld des Zoons gelijkvormig te worden. In de tijd worden deze gekenden krachtdadig geroepen. In de roeping werkt zich in de tijd Gods eeuwige voornemen uit. Dus Gods keuze is beslissend en die keuze is van eeuwigheid. In Matth. 25 wordt melding gemaakt van schapen en bokken. Ook daar is sprake van een onderscheid. En nu staat er van de schapen dat het koninkrijk voor hen bereid was van voor de grondlegging der wereld. Dan moet God geweten hebben, wie er zouden komen en de zekerheid, dat zij er zouden komen kon alleen rusten op Zijn voornemen.
Het is trouwens de doorlopende prediking der Schrift dat Christus voor een bepaald gedeelte der zondaren gestorven is. Gods bedoeling was niet op allen gericht, maar op de uitverkorenen. We lezen daarvan in Matth. 1:21 , , Gij zult Zijn naam heten Jezus, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden". In Johannes 10 : 11b : , , de goede Herder stelt Zijn leven voor de schapen". Hand. 20 : 28: „Om de gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed. Christus heeft dus niet alle mensen verkregen door Zijn Woord.
Van gewicht is ook het onderscheid, dat Christus maakt in Johannes 17 : 9: , , Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij Mij gegeven heibt, want zij zijn Uwe". Er staan dus twee gevoelens tegenover elkaar. Het ene gevoelen zegt: Christus is gestorven, zonder bepaalde mensen te bedoelen. De Remonstranten leerden dat God de Vader Zijn Zoon tot de dood des kruises verordineerd heeft, zonder zekere en bepaalde raad van iemand zekerlijk zalig te maken. Het lijden en sterven ging geheel in het luchtledige. Dat is een verlegenheidsleer. Schriftuurlijk is de leer der Dordtse vaderen. De uitkomst van het werk van Christus staat niet op losse schroeven. God behoeft niet af te wachten, wie tot Christus zullen komen. De namen der kinderen Gods staan geschreven in het boek des levens van de grondlegging der wereld af. Hen heeft de Zoon liefgehad. Voor hen gaat Hij in de dood. Deze uitverkorenen worden aan hun verlorenheid ontdekt, tot Christus getrokken en met het geloof begiftigd. Zij komen onfeilbaar tot de zaligheid. Daarom ligt de zaligheid voor Gods volk vast. Allen die Hij geroepen heeft omhelzen Christus door een waar geloof. De rechtvaardigmaklng is hiervan de vrucht. Wie Christus heeft, heeft ook de weldaden. De hoofdzaak is dus dat begiftigen met het geloof. Dit geschiedt bij hen, die God verkiest en deze verkiezing is van eeuwigheid. Zo krijgt God al de eer.
L. V.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's