Christus, de Bruidegom
Die de bruid heeft, is de bruidegom, maar de vriend des bruidegoms, die staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap om de stem des bruidegoms. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld geworden. Hij moet wassen, maar ik minder worden. Johannes 3: 29 en 30
, , Na dezen kwam Jezus en Zijne discipelen in het land van Judéa en onthield Zich. aldaar met hen en doopte. En Johannes doopte ook in Enon bij Salim, dewijl aldaar vele wateren - waren; en zij kwamen daar en werden gedoopt."
Zo lezen we in het 22e en 23e vers van dit zelfde hoofdstuk. Blijkbaar heeft de Heiland Jeruzalem voor een tijd willen verlaten. Het verzet tegen Zijn prediking was nog veel groter dan tegen het woord, wat Johannes, de Doper, bracht. Het nachtelijk bezoek van Nicodemus aan, de Heere Jezus is een van de weinige lichtpunten. De reiniging van de tempel had in de kringen van Schriftgeleerden en Farizeen kwaad bloed gezet.
Enige maanden lang loopt nu de arbeid van de Zoon des mensen parallel met die van Johannes de Doper. Het thema van beider prediking was eigenlijk het zelfde: „Het koninkrijk der 'hemelen is- nabij gekomen".
Ook de discipelen van de Heere Jezus bedienden de doop aan diegenen uit de schare, die onder de boeteprediking van het , , bekeert u" hadden leren vragen: , , Wat moeten we doen? " .
Misschien zal iemand vragen, waarom Johannes zijn werk nu maar niet beëindigd beeft. Als de zon opgaat, moet immers de maan wel verbleken. Bedenk het echter wei lezers, dat de Heere meestal werkt langs wegen van geleidelijkheid. In het rijk der natuur gaat de zomer niet ineens in de winter over. Er is een langzame overgang van de dag in de nacht en omgekeerd. Zo is het ook in het koninkrijk Gods. En daarom blijft de heraut, Johannes, de Doper, de bazuin aan de mond zetten en zolang er nog maar hoorders zijn, zal hij blijven wijzen op het Lam Gods, hetwelk de zonden der wereld wegneemt.
Er waren in, de loop der eeuwen al zo veel lammeren geslacht. Maar dat was nu met recht hèt Lam Gods; het Lam door de Heere Zelf voorzien en geschonken, 'hetwelk met Zijn dierbaar 'bloed arme zondaren kan wassen en reinigen.
Indrukwekkend was het woord van de Jordaan-prediker, de man met het kemelsgaren kleed en de lederen gordel aan zijn lendenen. Die beeldspraken van de bijl, die alrede aan de wortel der bomen ligt en de wan die de dorsvloer zou doorzuiveren, sloegen in.
Met lede ogen zagen Schriftgeleerden en Farizeen de beide groepen, die van Jezus en Johannes, onder de schare arbeiden. , , Wat is er tegen te doen? " zo hebben ze zich, afgevraagd..
Blijkbaar hebben ze enige afgezanten naar de Jordaan gezonden om te trachten contact met de jongeren van Johannes op zich te nemen. Ze gingen uit van de gedachte van, het Latijnse spreekwoord: , , Divide en impera", hetwelk wil zeggen: , , Verdeel en heers!" Hoor maar, hoe ze op listige wijze hebben geprobeerd, om het zaad der verdeeldheid onder de jongeren Van Johannes te zaaien, toen ze met hen kwamen spreken over de reiniging. Onder die reiniging zullen we de doop wel hebben te verstaan.
Daar kwamen de jongeren met hun problemen bij hun meester, Johannes, en zeiden: , , Rabbi, Die met u was over de Jordaan, Welke gij getuigenis gaaft, zie, Die doopt en zij komen allen tot Hem." O, wat een bitterheid ligt er in deze 'woorden verscholen. Ze noemen de 'Heere Jezus niet eens bij naam. Ze zeggen zo verachtelijk mogelijk: , , Die met u was over de Jordaan". Ze vonden toch eigenlijk, dat Jezus Zijn opgang geheel en al aan, hun meester, Johannes, had te danken. Immers Johannes had op Hem gewezen als op het Lam Gods. Was het nu niet ondankbaar van die Rabbi van Nazareth, om er telkens van de jongeren van Johannes, in Zijn kring op te ne'men. De kring van de Heiland werd nu langer hoe groter en die van Johannes hoe langer hoe kleiner. Dat konden die jongeren van Johannes onmogelijk hebben. Dat vonden ze toch al te grievend voor hun meester. Was het niet te verwachten dat hij straks alleen zou komen te staan in de woestijn, bijna zonder jongeren, behalve enkele getrouwen.
Lezers, gevoelt ge niet, hoe gevaarlijk het ook voor Johannes zelf was om met zulke vragen te worden, bestormd. Johannes was ook maar een mens.
Schitterend heeft hij echter door Gods genade de verzoekingen doorstaan.
Hoort maar naar het antwoord, hetwelk hij zijn jongeren, heeft gegeven.
, , Een, mens kan geen ding aannemen, zo het hem uit de hemel niet gegeven zij". Wat een bekend woord uit de Heilige Schrift, hetwelk menigmaal door Gods kinderen wordt aangehaald. Velen denken, dat het alleen maar zou willen zeggen, dat een verbroken en verslagen hart de blijmare des heils alleen maar dan kan omhelzen, als de Heere met Zijn Woord en Geest afdaalt in het mensenhart. Dat is natuurlijk op zicbzelf geno- men een kostelijke waarheid, waartegen weinig of, niets is in te brengen. Toch geloof ik, dat we aan een andere uitleg hebben te denken.
Stellig heeft Johannes alleen bedoeld om te zeggen, dat God hem niet had geroepen om de Messias te wezen. Hij was slechts de heraut. Luister maar naar hetgeen hij er op laat volgen: , , 'Gij zelve zijt mijne getuigen, dat ik gezegd heb: , , Ik ben de Christus, niet, maar dat ik voor Hem; henengezonden ben"." En dan bereikt het getuigenis van Johannes zijn climax in de woorden, die ik schreef boven deze overdenking: , , Die de bruid heeft, is de bruidegom; maar de vriend des bruidegoms, die staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap om de stem des bruidegoms. Zo is dan mijn blijdschap vervuld geworden. Hij moet wassen, maar ik moet minder worden."
Chr'istus, de Bruidegom !
Wat een heerlijke 'beeldspraak !.
De taal is menigmaal te arm om uitdrukking te geven aan de liefde Gods in Christus Jezus tot een arm zondaar.
Heerlijk is het beeld van een vader, die zich ontfermt over zijn kind.
Maar nog heerlijker is het beeld van de bruidegom, die zich ontfermt over zijn bruid. Nu bedenke men echter wel, dat het niet zo is, , dat ik het beeld van de liefde van de bruidegom tot de bruid overbreng op de liefde van de Hemelse Bruidegom tot Zijn Kerk. Het omgekeerde is veel meer het geval.
In de breven van de apostel Paulus lezen we, dat het huwelijk een verborgenheid is. De liefde van de hemelse Bruidegom tot Zijn aardse Bruid, die Hij kocht met Zijn bloed, is dus het eerste. De liefde in het aardse huwelijk is er slechts een zwakke afschaduwing van.
Het is niet alleen hier, dat we deze aangrijpende beeldspraak in de Heilige Schrift ontmoeten. Denk eens aan wat we lezen in Psalm 45: , , Hoor, o dochter, en zie en neig uw oor, en vergeet uw volk en uws vaders huis; zo zal de Koning lust hébben aan üw schoonheid: dewijl Hij uw Heer is, zo buig u voor Hem neder."
En wie denkt niet onmiddellijk aan de schone woorden uit de profetie van Hosea: „En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid, ja Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht en in goedertierenheid en barmhartigheden, en, Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof en gij zult den Heere kennen".
Deze zelfde heerlijke gedachten bereiken het hoogtepunt in de innige woorden van de Hoogliedszangen.
Het is reeds een verborgene zaak, hoe het mogelijk is dat een jonge man opeens in liefde ontvlamt voor een meisje, hetwelk hij misschien nooit te voren heeft gezien of gekend.
Maar oneindig veel meer verborgen is de oorsprong van de liefde Gods jegens een arm zondaarsvoilk.
Is het mogelijk in het burgerlijke leven om een huwelijk aan te gaan op huwelijksvoorwaarden, van dat geestelijke huwelijk van Christus met de bruid, die Hij kocht met Zijn bloed, moet onmiddellijk worden toegegeven, dat het een huwelijk is, waarbij van huwelijksvoorwaarden geen sprake is.
De bruid, die Christus Zich kocht, kwam niet alleen met ledige handen tot haar bruidegom. Ze was beladen met zonde en schuld. Ze was naakt en ontbloot en kon alleen bedekking vinden onder het kleed van de gerechtigheid van de hemelse bruidegom. Zalig worden kan een arme zondaar alleen door de genade van de hemelse bruidegom. Lezen we van Hozea, dat hij zijn weggelopen Gomer heeft teruggekocht uit de hand Van hare boeleerders voor vijftien zilverlingen en een homer gerst, van Christus staat geschreven, dat Hij Zichzelf heeft gegeven tot een rantsoen, d.w.z. een losprijs voor velen. In het Oosten ging het anders naar toe bij de huwelijkssiuiting dan bij ons. De vriend van de bruidegom ging eerst naar de bruid en hare ouders om besprekingen te voeren over de eventuele sluiting van een huwelijk. Ik denk aan Eiiëzer, de trouwe knecht van Abraham, die naar Mesopotamië trok om een vrouw voor Izaak te zoeken. O wat heeft deze oude, Godvrezende knecht zich trouw gekweten van zijn taak! Wat heeft hij de geschenken van Izaak ten toon gesteld en diens deugden verheerlijkt!
Welnu, dat was- ook de taak van Johannes geweest. Hij wilde alleen de vriend van de 'bruidegom wezen. Het was hem een eer om de Heere Jezus een wel toegerust volk te bereiden.
Bruidswerver voor Christus te zijn, was hem het hoogste. Meer zocht hij niet te wezen. Als hij eenmaal een zondaar naar Christus had geleid, dan hoorde hij met vreugde naar de stem van de Bruidegom, die zich over zijn bruid verblijdde, maar dan was het zijn taak om zich eerbiedig terug te trekken. Dan was zijn werk volbracht. En daarom heeft Johanes het verstaan, dat het hem beschoren was om zijn aanhang te zien verminderen, terwijl hij de kring van de Heiland zou zien wassen. En daarom , , Hij moet wassen en ik moet minder worden."
Ik heb dit aangrijpende woord van Johannes weleens de grondwet van het Koninkrijk Gods genoemd. Hoe meer Gods Geest een zondaar het hart verlïcht, des te armer hij wordt, maar des te meer hij ook naar Jezus leert vluchten om de rijkdom Zijner genade te leren proeven en smaken.
Lezers, hebt gij, door genade de hand ook al leren leggen op deze grondwet van het Koninkrijk Gods: Hij moet wassen en ik moet minder worden. Van nature gaat de mens liever de hoogte in. Is Christus door genade ook al onze bruidegom? Is het niet heerlijk als de bruid mag getuigen: Gij zijt de Mijne en Ik de uwe en dat voor eeuwig!
Dat er door de arbeid van de vrienden van de Bruidegom nog vele arme zondaars naar de troon van Zijn genade mogen worden geleid.
Wat was het heerlijk voor die vier vrienden om de geraakte te brengen aan de voeten van de Heere Jezus. Nog is de Bruidegom aan het lokken. Nog omringt Hij arme zondaren met Zijn roepstem tot bekering.
Hij klopt aan de deur van het mensenhart in lief en in leed, in voorspoed en in rampspoed. Eenmaal neemt echter het kloppen een einde. Straks wordt een mens in de eeuwigheid opgeroepen en dan zal worden ervaren, wat er in het slot van dit hoofdstuk staat geschreven: , , ; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem."
Het Koninkrijk der Hemelen kwam in de dagen van Johannes hoe langer 'hoe dichter bij. Op Golgotha en op de 'Pinksterdag is het gekimen.
En nu schrijdt het voort.
Het is gelijk aan de tien maagden, die uitgingen de bruidegom tegemoet.
Voort wentelen de eeuwen tot dat de dag aankomt, waarin in vervulling zal gaan het woord van de ziener van Patmos: , , En ik Johannes zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit de hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is."
, , Zalig zijn zij, die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft des Lams".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's