ROOMS OORDEEL OVER LUTHER 3
Karl Adam, wiens oordeel over Luther wij de Vorige keer beschreven, geeft ons alle aanleiding nog eens terug te komen op een; van de meest algemene en wezenlijke trekken van het huidige roomse Lutherbeeld, namelijk Luthers subjectivisme en individualisme. We zagen al dat Lortz, ondanks de sympathieke woorden die hij aan Luther wijdt, zich toch van hem afmaakt — zo mogen we het wel zeggen — door zijn reformatorische leer en arbeid te herleiden tot zijn subjectieve instelling en individuele , , weg tot God". Luthers leer en arbeid verliezen daardoor hun objectieve geldigheid of deze geldigheid wordt in ieder geval sterk gereduceerd. De zgn. Irenlci onder de roomse theologen, de theologen die oecumenische interesse hebben, zullen geneigd zijn tot het laatste, ze zullen aan de leer der Reformatie niet alle waarheid ontzeggen, maar haar verstaan als een , , deelwaarheid", losgemaakt uit het geheel van de Waarheid zoals die te vinden is in de katholieke Kerk.
Hetzelfde vinden we mi ook bij Karl Adam. Al wat in het protestantisme gemeenschappelijk is, is volgens hem voortgekomen uit de zeer persoonlijke ervaring van Luther. Het protestantisme is naar zijn diepste wezen: de geëvolueerde Luther. En dan verdiept ook Adam zich in Luthers innerlijke ontwikkelingsgang.
Reeds als kind was Luther aangegrepen door een abnormale vrees voor de zonde en het laatste oordeel. Zijn beslissing monnik te worden kwam voort uit een , , psychische verwarring". Eenzelfde verwarring overviel hem ook bij het opdragen van zijn eerste mis, In het klooster doorleefde hij , , zware depressies" die een , , abnormale psychische labiliteit en overgevoeligheid" verraadden. Van aanleg was Luther zeer subjectivistisch. Voor waarheden die zich niet door zijn geest lieten inpalmen had hij geen belangstelling. Zijn religieus denken was eclectisch, dat wil zeggen, het nam alleen maar op wat hem aanstond; het was een affectief denken: een denken met gevoel geladen. In Luthers kloosterstrijd ziet Adam een zoeken naar „innerlijk evenwicht", terwijl hij psychologisch gezien door een , , daad van zelfbevrijding"' uit zijn spanningen verlost werd. Vanaf nu was. hij in staat , , alle verdrongen affecten van zondeangst en gewetensbeklemming" af te reageren. Uit deze ervaringen van Luther is nu vervolgens de hele theologie der Reformatie opgebouwd.
We lieten even Adam zelf aan het woord komen, om twee redenen: opdat de lezers zich er een oordeel over kunnen vormen, hoe men tegenwoordig van roomse zijde Luthers bekering, waar ook onder ons veel belangstelling voor is, zich voorstelt; en ten tweede om te laten zien hoe psychologisch, beter nog: godsdienstpsychologisch deze interpretatie is. De factor van het werk des Geestes komt niet eens ter sprake. Wel wordt nog even gezegd, dat Luther geen religieuze individualist in de gewone zin van het woord was en wordt ook toegegeven dat Luther meende het Woord Gods te hebben gehoord en naar dat Woord te spreken, maar daar wordt dan aan toegevoegd, dat hij dat Woord verklaarde , , in zijn eigen zeer persoonlijke geest".
Het verwijt dat Bornkamn maakte aan het adres van Lortz, dat hij bevangen bleef in een psychologische analyse van Luthers persoon en werk, kan ook worden toegepast op Adams Lutherbeeld, al zouden we bij hem misschien beter de uitdrukking „psychologische analyse" kunnen vervangen door , , godsdienstpsychologische analyse", aangezien hij de termen zondeangst e.d. hanteert.
Wat in heel deze zienswijze ontbreekt is het besef dat Luthers weg, de weg van God met Luther was. Hoe die weg precies geweest is, we zullen eerlijk moeten toegeven dat we dat nog niet precies weten en wellicht ook nooit te weten komen. We ontkennen ook niet dat daarin Luthers eigen psychische structuur een belangrijke rol heeft gespeeld. Maar dit is niet de zaak waar het over gaat. Luther zelf is zich bewust geweest' dat hij in zijn leven geleid is geworden door het overmachtige Woord Gods. Neen, dat Woord verklaarde hij niet „in zijn eigen zeer persoonlijke geest", maar die persoonlijke geest was door dit Woord eerder overweldigd, bevrijd en gevormd. Het moge waar zijn dat Luther heel de Schrift naar Paulus heeft uitgelegd en daardoor onmiskenbaar tot eenzijdigheden is gekomen, maar dat heeft niet zijn oorzaak in een , , eclectisch denken", maar zoals bij Augustinus is ook bij hem, Paulus de sleutel geworden tot een nieuw verstaan van het Evangelie. Het moet ieder toch wel wat te zeggen hebben, dat de grote ontdekking die Luther naar eigen getuigenis heeft mogen doen, namelijk dat God de zondaar die gelooft uit genade de gerechtigheid van Christus toerekent en zó hem rechtvaardig maakt, een exegetische ontdekking is geweest. We zijn het niet eens met hen die daar een louter exegetische ontdekking van maken, daarvoor was het Schriftonderzoek van Luther inderdaad te persoonlijk geladen, er stond een naar God hongerig hart achter, maar dat het licht voor zijn arme hart opging uit de Schrift, dat bewijst toch wel voldoende dat we hier met de termen subjectivisme en individualisme niet klaar komen.
Trouwens Luthers héle leven door was er een zich gedurig opnieuw stellen onder Gods Woord. Er is nauwelijks iemand uit de kerkgeschiedends te noemen die zo uit de Schrift leefde als hij, hem dagelijks biddend bestudeerde en kende. Het ging hem daarbij om de samenhangen in de Schrift niet minder dan om afzonderlijke teksten, terwijl Luther in het verstaan van de Schrift zich ook één wist met alle gelovigen. Hij dacht er niet aan eigen weg tot God normatief te stellen voor allen en ieder, maar wel vroeg hij een gezamelijk zich stellen onder het ene Woord. Hij' was het er mee eens toen in 1530 de Augsburgse Confessie als belijdenis der kerk werd aanvaard, zoals hij zich er ook in verblijd had toen Melanchton zijn eerste lutherse dogmatiek op tafel legde. Zo doet toch immers geen religieuze individualist of subjectivist!
Wat Luthers eigen weg betreft, hij maakte daarin onderscheid. Hij kon tegenover zijn studenten duidelijk maken het uitzonderlijke van zijn eigen positie en verklaren dat zij, doordat ze in het licht van de nieuwe vrijheid der genade waren opgegroeid, minder gevaar van de aanvechting met Gods toorn en verwerping te duchten hadden dan hij zelf had ondervonden (J. T. Bakker, Coram Deo p. 47) ook was hij zelfcritisch genoeg om toe te geven, dat zijn opvoeding een belemmering was geweest om tot het rechte verstaan van het Evangelie te komen; maar anderzijds gebood de Schr'ift zelf hem te prediken dat de mens zowel voor een toornig als een genadig God staat, zoals hij ook zelf had ondervonden.
Met andere Woorden, de reformatorische theologie, hoewel door Luther herondekt is niet Luthers vinding, maar rust op de Schrift. Ze is geen belevingstheologie in die zin als zou ze niets bieden, dan wat Luther heeft doorgemaakt, maar ze is theologie van de openbaring Gods in de Schrift. Dat in deze theologie nog altijd iets doorstraalt van de warmte en de gloed van het geloofsleven der reformatoren, waardoor ze een , , 'bevindelijk" karakter draagt dat is een andere zaak; dat willen we ook niet gaarne verwaarlozen. Het verwijt van religieus subjectivisme en individualisme is echter ongegrond.
Ons dunkt dat de oorzaak van dit verwijt niet moeilijk te vinden is. Wie uitgaat van een onfeilbaar leergezag van de kerk, zoals Rome doet, moet wel ieder die met een beroep op de Schrift tot een ander inzicht komt als een subjectivist en individualist brandmerken. Nog niet zo lang geleden is nog weer eens opnieuw aangetoond (J. N. Sevenster, Rome en de vrije Bijbel, 1956) dat de Bijbel bij Rome , , gebonden" is. De pauselijke encyclieken veroordelen onvoorwaardelijk de gedachte als zou het dogma der kexk nog eens opnieuw op zijn bijbels gehalte kunnen onderzocht worden. Het resultaat der exegese van de Schrift staat steeds van tevoren vast. De kerk wordt vrijwel met Christus gelijkgesteld waardoor Hij als het Hoofd van Zijn Kerk alle zeggenschap verliest, het Woord Gods in de kerk niet wezenlijk meer functioneren kan. Hierdoor is naar het woord van Berkouwer een verstarring ingetreden, men zou geneigd zijn te zeggen: een vals objectivisme. Het zou waarlijk een wonder zijn als dit nog eens ooit doorbroken werd. Men ziet hoe met de discussie rond Luther het hele verstaan van het Woord Gods en (het hele kerk-zijn gemoeid is. In een volgend artikel hopen we aandacht te schenken aan een Nederlands schrijver, de Nijmegense hoogleraar W. H. van de Pol.
(Slot volgt.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's