De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE CATECHISMUS VAN CALVIJN 44

Bekijk het origineel

DE CATECHISMUS VAN CALVIJN 44

7 minuten leestijd

ZONDAG 41

PROF. DR, S. VAN DER LINDE

Het dagelijks brood.

Calvijn gaat over tot het tweede gedeelte van het Onze Vader, dat over ons mensen en onze noden spreekt. Hij oppert: Laten we tot het tweede deel overgaan. Wat versta je onder het dagelijks brood, waarom je bidt? Blijkbaar weet Calvijn dat het woord brood wel enkele vragen oproept en wel een erg sobere indruk maakt. Hem wordt ten antwoord gegeven: In het algemeen alles, wat ons lichaam nodig heeft, niet alleen wat betreft voedsel en kleding, maar alles, wat God voor ons nuttig oordeelt, opdat wij ons brood in vrede kunnen eten. Daaruit blijkt, dat we niet in de sfeer van de gevangenis of van het kloosterlijke vasten verkeren, maar worden opgewekt tot een dankbaar gebruik van al Gods goede gaven. Tot het dagelijks brood acht Calvijn ook te behoren al die dingen, die de Heere er omheen legt, opdat we dit brood in vrede en met zegen kunnen gebruiken.

„Verdiend" brood toch gegeven brood.

Ieder onzer heeft zeker wel eens aangehoord, dat iemand zich erop beroemde, alle dienst van God, alle gebed te hebben gestaakt. Want, zo zei men dan: Zou ik notabene nog bidden om hetgeen ik zelf verdiend heb? We stellen ons een , , goede oude tijd" heel verkeerd voor, als we denken, dat zoiets in de eerste tijd van de Hervorming niet voorkwam. Integendeel: als de Hervorming een , , uitbarsting" van'eerbied en godsvrucht mag heten, dan zien we, dat tegelijk die tijd door Satan wordt gebruikt, om een uitbarsting van goddeloosheid te bewerken. Calvijn klaagt gedurig over godloochening en allerlei grove practijken; de kerk ten onzent wist daar evengoed van.

Calvijn oppert dus in de Catechismus iets, dat hij ontmoette in het dagelijkse leven. Hij vraagt: Waarom vraag je van God, dat Hij je je voedsel geve, waar Hij ons toch beveelt het te verdienen door het werk van onze handen? Daarop luidt het antwoord: Hoewel wij moeten werken om te leven, is het toch niet ons werk, onze inspanning en onze vlijt, die ons voeden, maar alleen Gods zegen over ons werk en over onze handen, die ze voorspoedig maakt. En bovendien moeten we goed begrijpen, dat niet de spijzen ons voeden, ook al hebben we er de beschikking over, maar de kracht des Heeren, die ze slechts als middel gebruikt (Deut. 8 : 3, 17).

We kunnen dit antwoord niet lezen zonder , , de theoloog van de Heilige Geest" voor ons te zien staan. Dat antwoord is nl. zeer typerend voor Calvijn. Hij laat de Schepping staan, ook ons mens-zijn naar de stoffelijke kant en voelt zo niets voor geestdrijverij. Maar nog minder voelt hij voor , , schepselvergoding", alsof deze wereld en haar hulpmiddelen ons werkelijk zouden kunnen verzadigen. Hij kijkt er gedurig bovenuit en wijst op de verborgen zegen en kracht des Heeren (des Heiligen Geestes), die tenslotte de kracht der dingen uitmaakt en zo de onze. We heb­ben dus trouw en vlijtig te werken. We hebben in het zweet van ons aanschijn ons brood te eten. Maar juist zo verstaan we, dat dit brood geen laatste kurk is, waarop we drijven. De Schepping is geen einddoel Gods, ze is een , , middending", een middel, waarvan Hij gebruik maakt om ons te besturen op weg naar ons eeuwig huis. De aangehaalde plaats uit Deuteronomium heeft deze ras-exegeet zeer goed te pas weten te brengen.

En nog laat die vraag hem niet los. Calvijn was grotestads dominee, hij heeft de mensen naar hun heel smalle kant gekend. De broodvraag was ook in zijn tijd al even nijpend als in later eeuwen, vooral voor de kleine man. Zo vraagt hij dan nog: Waarom noem je het dan je (ons) brood, waar je toch vraagt, dat God het je geve? Calvijn had o.i. wel kunnen antwoorden met een verwijzing naar het woord van Paulus: In Hem leven, bewegen we ons en zijn we. Dat woord was hem zeer lief, het verwees hem naar de laatste grond van zijn anders zo onvaste leven. Dat is dan wel de grond van wat we de gereformeerde mystiek noemen, die Schepper en schepsel uit elkaar houdt en ze toch zeer innig op elkaar betrekt. Zo beschouwd, is er ook geen strijd tussen de bewering, dat het Gods brood is en toch het onze. Wat Vader heeft, heeft het kind óók, krachtens Zijn genadige beschikking, want we herinneren ons, dat wij alleen uit genade aangenomen kinderen kunnen heten. Calvijn antwoordt zo; De goedheid Gods maakt het (Zijn) brood tot het onze, hoewel Hij daartoe geenszins verplicht is. En ook worden we daardoor gewaarschuwd, niet het brood van anderen te begeren, maar datgene, dat we op wettige wijze, volgens Gods ordinantie, hebben verkregen.

Mer'kwaardig: vlak naast dit mystieke, dat wei zoëven aanduidden, staat een stukje sociale ethiek. Dat maakt de mystiek solied en de ethiek geestelijk georiënteerd. Calvijn verwijst naar de Vader-kind verhouding, die de laatste grens is van de zekerheid van ons brood. En dan zegt hij: ziet ge wel; ge hebt het van uw Vader in Christus ontvangen; Hij blijft de enige wettige Schenker. Waag het dan niet. Hem voorbij te lopen Hem en anderen te bestelen en daarmee die Vader-kind verhouding te breken en te ontheiligen. Wie de ordeningen Gods weerstaat en breekt, heeft geen vrede.

Dagelijks en heden.

Waarom zeg je „dagelijks" en , , heden"? Antwoord: Dat wil ons leren, tevreden te zijn en niet meer te begeren, dan we werkelijk behoeven. Er wordt dus een rem aangelegd aan onze gulzigheid, die graag hoge silo's en koelhuizen bouwt, inplaats van gedurig af te dalen in de kelder, waar voorraad per dag wordt bewaard. Alle voorzorg is geen zondige. De Heere laat zelf gewassen groeien bestemd voor de opslag. Hij wil dus ook in geen geval zorgeloze mensen kweken, maar mensen, die ook temidden van overvloed, hun armoede toch wel degelijk kennen en daarom over die overvloed weten te waken, inplaats van er slaperig door te worden. Het , , dagelijks" en , , heden" wijst ons op de beperkte grenzen, die aan ons bestaan zijn gesteld. We praten over volgend jaar en over een halve eeuw later. En de dag van heden is, wat onszelf betreft, immers nog niet eens zeker! Zo leert deze bede ons waakzaamheid, soberheid, ten hoogste om, juist waar God de eeuw in ons hart gelegd heeft, bij de dag te leren leven.

Wie geldt de bede om dagelijks brood?

Het lijkt wel, of armen deze zaak veel meer voelen nijpen dan rijken en alsof die laatsten deze bede ook niet zo nodig hebben. Is dat zo? Calvijn vraagt tenslotte: Dit gebed is toch voor alle mensen bestemd. Maar hoe kunnen de rijken, die voorraad en overvloed hebben voor lange tijd, voor een enkele dag bidden? We hebben, zoeven al aangeraakt, waar het hier om gaat. Temidden van overvloed kunnen we arm blijven; te midden van armoede kunnen we rijk zijn. Het ligt niet aan de gaven, maar wel aan de Gever. Al hebben, we een wereld van schatten saamgegraaid, daarmee zijn wij voor God alleen maar doodarm. En het kruikje van Elia mocht nóg zo pover voorzien lijken, hij had er een vorstelijk (kinderlijk!) bestaan bij, midden in de hongersnood. Dus: onze voorraden, ons , , verdiende" brood, baat ons toch niet finaal ten dage des kwaads. Zowel rijken als armen moeten verstaan, dat alles wat ze bezitten, hen niet kan baten, dan in zoverre de Heere ze die laat gebruiken en ze zo door Zijn genade vruchtbaar maakt. Zo bezitten we, als niet-bezitters, nl. alleen in zover Hij het ons geeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE CATECHISMUS VAN CALVIJN 44

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's