De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HEDENDAAGSE LITURGIE 14

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HEDENDAAGSE LITURGIE 14

8 minuten leestijd

Wegens ongesteldheid moest ik een paar weken verstek laten gaan. Laat ons dan nu de draad weer mogen opvatten. Belangrijke dingen zijn aan de orde. In 't artikel van 19 februari waren we genaderd tot de tot-stand-koming en invoering der tegenwoordige psalmberijming, n.l. van 1773. Uitvoerig (en langdradig) worden we daarover ingelicht door Josua van Iperen, predikant te Veere, die ook zelf voor Zeeland deel van de betrokken co'mmissie uitmaakte. Het lust mij niet, in bijzonderheden te treden van wat hier Van Iperen te genieten geeft. Het zou maar vervelen. Toch, heeft de schrijver zijn best gedaan, vooral wat ons onderwerp betreft; als deelgenoot zo nauwkeurig mogelijk te zijn. Briefwisselingen en redevoeringen in optima forma. Zelfs worden we er getuige van, hoe bijna regel voor regel de nieuwe psalmberijming in elkaar is gezet.

We zijn dan ook in het z.g. rentenierstijdperk (+/- 1713—1795). Dat is niet in de eerste plaats financieel bedoeld, want de dominees, en zeker een man als Van Iperen, behoorden toen evenmin tot de , , renteniers" als thans. Glasius, in zijn „Godgeleerd Nederland", 1853, deel II, blz. 191 zegt althans dit: „Met zijn talrijk huisgezin ondervond hij bij schrale bezoldiging geen geringe bezwaren". Maar als kind van zijn tijd wist hij vanzelf ook, wat het betekende , , bedaard", , , van goeden inborst", , , verstandig" te zijn, zodat ter vergadering de verzen „zoetvloeiend" konden worden. In zulk een geest worden we hier binnengeleid. Van Iperen's boekwerk „Kerkelijke Historie van het Psalmgezang", Amsterdam, 1777, bestaat uit 2 dikke kwarto delen, in kunstieder gebonden en zwaar verguld op snee (rentenierstijdperk).

In de Koninklijke Bibliotheek werd het mij slechts ter inzage gegeven, het mocht niet uitgeleend. Maar in zeker wel drie-vierde van het werk gaat het over de psalmberijming van Datheen en anderen, en tenslotte over die van 1773, waarin dan zozeer de Algemene Staten de hand gehad hebben. Dit mag wezen zo het wil (en zou een 25 jaar later al onmogelijk zijn geweest), maar het gaat m.i. niet aan, om, zoals ds. H. Hasper telkens doet, te spreken van een „Staatsberijming". Men noemt de Dordtsche kerkorde toch ook niet een Staatskerkorde, en toch heeft de overheid er aan mee en tegengewerkt.

Uit Van Iperen blijkt, dat de wens naar een nieuwe berijming al tientallen jaren leefde binnen de kerk zelf. Zo kwam bijv. in 1754 op de Zuid-Hollandse Synode weer een voorstel ter tafel , , tot verbetering van eenige onvoegelijke uitdrukkingen in Datheen's psalmtoerijming", tegelijk met de vraag, of het niet veel beter ware, een geheel nieuwe berijming in te voeren. Die waren er in die tijd (ook al eerder) wel legio. Wij lezen voorts, dat in 1758 door de classis Utrecht werd kennis genomen van de eerste 30 psalmen van Johannes Eusebius Voet, en dat de classis Amersfoort zich meer voelde aangetrokken tot de berijming van Hendrik Ghijsen. Om kort te zijn, tenslotte, na veel geharrewar hieromtrent in de kerkelijke vergaderingen, ging er een verzoek- Schrift uit van de provinciale Synoden van Zuid- en Noord-Holland, aan de Algemene Staten, om medewerking tot verkrijging van een geheel nieuwe psalmberijming. Het is dan door de kerk zelf veroorzaakt, dat de Staten aangaven, uit welke bestaande berijmingen de nieuwe berijming tot stand gebracht zou wordden. Hierbij moet opgemerkt worden, dat reeds in 1762 , , de Walcherse classis het voorstel deed, om uit het werk van Ghijsen (1686) en het inmiddels (1762) verschenen van J. E. Voet en van het genootschap , , Laus Deo, salus populo" (1760), een nieuw psalmboek samen te stellen. En dit voorstel droeg ook de goedkeuring van de vertegenwoordigers der Kerk weg" 1).

Wij moeten echter de dingen zien en zeggen, zoals ze zijn. De tijidgeest, die zich zozeer in Kerk en Staat deed gelden, werkte hier niet gunstig. Want dan zou men niet zijn aandacht alleen hebben gericht op producten van de laatste tijd, als die van Voet en van het genootschap , , Laus Deo, salus populo" (Lof aan God; heil aan 't volk), maar juist hebben hersteld, wat vroegere Synoden verzuimden, n.l. om zich in de eerste plaats bezig te houden met loffelijke berijmingen als die van Utenhove, Marnix en Revius, en bij wie in 't bijzonder ook de grondtekst in aanmerking was genomen. Hierover werd thans zelfs met geen woord gerept. J. E. Voet was geneesheer te 's-Gravenhage en inspecteur van en over de kantoren van 's lands middelen in het zuiderkwartier van Holland, bovendien een gewild godsdienstig dichter. Zijn psalmen heeft hij, in overleg met een , , kunstlievend genootschap" als proeve aan alle classis toegezonden, ter beoordeling. Resultaat was, dat daarna Voet zijn eigen werk er niet meer in kon herkennen.

Het genootschap , , Laus Deo, salus populo", bestond voornamelijk uit Remonstranten en Doopsgezinden. Al had men ook hier in de door de leden samengestelde berijming veel van anderen overgenomen, deze bron was er niet minder verdacht om.

De derde bron, die van Hendrik Ghijsen, zilversmid, tegelijk voorzanger in de Amstelkerk te Amsterdam, lijkt ons nog het meest sympathiek. In 1686 gaf hij uit; , , Den hoonig-raat der Psalmdichten, ofte Davids Psalmen. Met d' andere Lof-sangen, op sang-maate gestelt door verscheide Autheuren". Dit waren er niet minder dan 17: Datheen, Marnix, de Hubert, Camphuysen, Geldorpius, Revius, Boey, Van Heule, Westerbaen, Bruno, Clercquins, Celosse, Disselbrug, Six, Van Huls, Oudaen en Roldanus. Ghijsen ondemam hier de splinterige taak, om telkens regel voor regel uit deze berijmingen een keuze te doen, om dan telkens in elke psalm het aantal verzen te bereiken, dat Datheen had. Hij heeft zelfs; bij iedere regel de naam afgedrukt van de dichter, aan welke deze ontleend was.. Wat een taak is dat geweest, en Constantijn Huygens gaf er een lofrede bij. Echter zijn in 1773 slechts een 10-tal psalmen van hem overgenomen, benevens enige lofzangen; voor J. E. Voet betrof het 82 en voor , , Laus Deo" 58 psalmen, plus een paar gezangen.

De commissie vergaderde voor het eerst op 12 januari 1773 in het Mauritshuis te 's-Gravenhage, en na 121 zittingen was haar arbeid op 19 juli van dat jaar voltooid. Het waren negen predikanten (uit de diverse provinciën, benevens 2 afgevaardigden van de Algemene Staten. , , Er moest een keuze gedaan worden uit de gedichten als zodanig, zonder comiblnering of vermenging, waarbij dan nog alle gelegenheid overbleef, om. het een of ander , , af te schaven en bij te vijlen, uit te borstelen en te polijsten"" (2). In werkelijheid zijn er echter heel wat regels veranderd, en, volgens Hasper, , , zal men moeten toestemmen, dat hare wijzigingen eigenlijk alle verbeteringen zijn" (3). Honderden gevallen. Iemand zei er van: , , er is bij het overstorten dikwijls gemorst". In de slotzitting werden de psalmen 110 tot en met 118 voorgelezen uit de nieuwe berijming, en onder diepe indruk aangehoord. Van Iperen meldt ons nog de lofredenen, waarmee kerkelijken en politieken van elkander gescheiden zijn; hij vermeldt uitvoerig de gemoedelijke omgang dezer partijen, die in die tijd elkanders tegenvoeters al niet meer waren.

Maar wel moeten wij het als een genadige bestiering van Gods voorzienigheid aanmerken, dat er in een tijd van verval en inzinking toch nog zulk een psalmboek voor de dag is gekomen, als wij thans bezitten, al vergeten wij niet, dat er van het remonstrantisme en van de z.g. verlichtingstijd wel hier en daar sporen zijn aan te wijzen. Doch men overdrijve dit niet, omdat bijv. niet alle woorden als „deugd" en „plicht" gelijke betekenis hebben of behoeven te hebbenen overigens, krachtens vele, bij het volk Gods geliefde, fundamentele psalmverzen, mogen we aannemen, dat ook bij de betrokken commissie innerlijk nog een klankbodem is geweest, resonerend op het geloof der vaderen, in overeenstemmirug met „ellende, verlossing en dankbaarheid" uit de Held. Cat. Merkwaardig is, dat Psalm 1 : 4 (hen, die oprecht en rein van zeden, met vasten gang het pad der deugd betreden"), door dr. A. Kuyper , , brutaal remonstrant" genoemd, juist niet afkomstig is van het genootschap , , Laus Deo", maar van Johannes Eusebius Voet. Er zijn nog meer gebreken aan te wijzen en aanmerkingen te maken. Doch wij weigeren deze bundel in zijn geheel zo maar om te ruilen voor een andere, waarvan de vorm wellicht beter, de inhoud echter vooral slechter zou zijn. (Hierover straks meer.)

Het'is voornamelijk ds. H. Hasper, die in zijn reeds aangehaald werk, en ook in zijn psalmberijming van 1948, te velde trekt tegen de tegenwoordige berijming 1773, uiteraard ten gunste van de zijne, ijverend voor , , een reformatorisch Kerkboek" (= psalmen en gezangen). Hij heeft echter ook aan den lijve ondervonden, dat hier allerlei gevoeligheden liggen, en men in onze tijd van geestelijke spraakverwarring en kerkelijke verscheurdheid er anders voor komt te staan dan in die van 1773 (de ongedeelde kerk) en die van 1618-19 (de eenheid van belijdenis). En wellicht zou hij de brochure , , Doe recht", dit jaar uitgegeven, niet geschreven hebben, als hij, vóór zijn geweldige arbeid te zijn begonnen, zich eerst had weten te verstaan met de verschillende groepen der Geref. gezindte, ten onzent, om dan uit hun naam en in overleg met hen vender te komen. Dit is maar een persoonlijke gedachte. Maar het staat er niet zo wanhopig bij, dat nu, na 185 jaar, een psalmberijming die diep is verbonden met het Geref. kerkvolk, in eens geacht moet worden als ondeugdelijk te hebben afgedaan.


1) Dr. G. J. Vos, „Geschiedenis der Vaderianidsicbe Kerk", di. II, blz. 162.

2) H. Hasper, „Een reformatorisch kerkboek" 1941, blz. 44.

3) A.IW., 'biz. 1'25.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HEDENDAAGSE LITURGIE 14

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's