De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE DORDTSE LEERREGELS

10 minuten leestijd

Hoofdstuk 11, artikel 8. Want dit is geweest de gans vrije raad, de genadige wil en het- voornemen Gods des Vaders, dat de levendmakende en zaligmakende kracht van de dierbare dood Zijns Zoons zich uitstrekken zou tot alle uitverkorenen, om die alleen met het rechtvaardigmakend geloof te begiftigen, en door ditzelve onfeilbaar tot de zaligheid te brengen; dat is, God heeft gewild, dat Christus door het bloed Zijns kruises, (waarmede Hij het nieuwe Verbond bevestigd heeft) uit alle volkeren, stammen, geslachten en tongen, diegenen alle, en die alleen, krachtiglijk zou verlossen, die van eeuwigheid tot de zaligheid verkoren, en van de Vader Hem gegeven zijn; hem zou begiftigen met het geloof, hetwelk Hij hun, gelijk ook andere zaligmakende gaven des Heiligen Geestes, door Zijn dood heeft verworven en hen van al hun zonden, zowel de aangeborene als de werkelijke, zowel na als vóór het geloof begaan, door Zijn bloed zou reinigen, tot het einde toe getrouwelijk bewaren, en ten laatste zonder enige vlek en rimpel heerlijk voor Zich stellen.

In een vorige verhandeling over artikel 8 heb ik er op gewezen dat God onderscheid maakt tussen de mensen. De kracht van de dood van Christus strekt zich uit tot alle mensen. Daar zijn bijna allen het over eens. De Schrift spreekt ook zo nadrukkelijk van een verloren gaan en van een verderven en van een geworpen worden in het eeuwige vuur, dat men heel wat uitspraken van Gods Woord onder de grond moet stoppen om te kunnen verkondigen dat alle mensen zalig worden. We zijn het er ook wel haast allemaal over eens, dat God de Heere geweten heeft, wie er zalig zouden worden. Maar hier komt het verschil. Er zijn schrijvers, die er van uitgaan, dat de uiteindelijke beslissing bij de mens ligt. God laat dit aan ons zondaren over. DeHeere heeft alleen maar gezien, wie Christus Jezus zouden zoeken en in Hem geloven. Daar zijn ook andere schrijvers. Zij geloven, dat God tevoren gezien heeft, dat er nooit een zou komen als Hij zelf niet besliste. De Heere zag, dat er niemand zalig zou worden als een zondaar ook maar één zucht tot zijn zaligheid moest toe doen. De Almachtige zag, dat de hemel voIkomen leeg zou blijven, al zouden er nog zoveel predikers uitgaan en nog zoveel kracht des Geestes er mee gemengd zijn, als de Heere niet bij een zondaar een onwederstandelijke kracht gebruikte. En toen heeft God niet gewild, dat de hele wereld in het verderf zou blijven. Hij heeft besloten in Zijn raad, dat de levendmakende en zaligende kracht van de dierbare dood van Zijn Zoon niet door alle mensen blijvend zou kunnen worden tegengestaan. Hij heeft niet gewild, dat de dure prijs van Christus' bloed nutteloos zou blijven. En dat zou het lijden en sterven van Christus zijn gebleven als er niet deze verkiezing was die artikel 8 beschrijft.

Daar tegenover was het de leer der Remonstranten, dat er door het lijden en sterven van Christus alleen een mogelijkheid bedoeld was. De Leerregels wijzen dit in de Verwerping der Dwalingen af, verwerpende in V.D. II, 2 de dwalingen dergenen die leren: , , Dat dit het doel van de dood van Christus niet geweest is, dat Hij metterdaad het nieuwe Verbond der genade door Zijn bloed zou bevestigen; maar alleen dat Hij de Vader een bloot recht zou verwerven, om met de mensen wederom zodanig verbond als het Hem believe, hetzij der genade of der werken, te kunnen oprichten". Bij' de Remonstranten zweven God mogelijkheden voor ogen. In de Heilige Schrift is er een werkelijkheid. God heeft een voornemen en dat is naar de verkiezing. Dat voornemen luidt dat deze en die zalig zullen gemaakt worden. Dat voornemen was er vóór de grondlegging der wereld. Toen gaf de Vader de uitverkorenen aan de Zoon. De Zoon nam op zich voor de uitverkorenen te lijden en te sterven. Dit is geschied op Golgotha. Daar is door de Zoon aan de voorwaarden van het genadeverbond voldaan. Wat Adam in het Paradijs heeft laten liggen, heeft de tweede Adam volbracht. De eerste was ongehoorzaam, de tweede Adam gehoorzaam tot de dood, ja de dood des kruises. Het nieuwe verbond is dus door het bloed des kruises bevestigd.

Nu was de tijd aangebroken door God bepaald, dat het verbond der genade aan heel de wereld moest gepredikt worden. Over de ganse aarde verspreid woonden de uitverkorenen. Zij zijn verlost op Golgotha. Christus is in hun plaats gaan staan. Hij heeft de vervloeking, die op hen lag, op Zich genomen. Hij is gebonden, opdat zij zouden worden ontbonden. Het is gebeurd, zoals in artikel 8 staat, Christus heeft Zijn uitverkoren volk krachtiglijk verlost. Hij heeft ook die alleen krachtiglijk verlost. D.w.z. die alleen, van wie God heeft gewild, dat Hij hen zou begiftigen met het geloof en zou reinigen van hun zonde. Maar hoe zou dat nu anders kunnen? Zou er één zondaar zalig kunnen worden als Christus niet alles aan hem doet? Kan één zondaar, die van eeuwigheid is verkoren, en die onwederstandelijk wordt geroepen en levend gemaakt weigeren om zalig te worden? Het komt bij geen enkele uitverkorene voor. Zij worden hoofd voor hoofd gewillig gemaakt. Doch als iemand niet door de kracht Gods, door de onwederstandelijke kracht gewillig wordt gemaakt, wordt hij nooit gewillig. Het is volkomen uitgesloten, dat er iemand naar God zou vragen als de Heere hem niet van dood levend maakt. Daar kan een massa godsdienst zijn, doch dat hadden de heidenen ook en de Joden niet minder. Toch zegt de Schrift dat er niemand van deze godsdienstigen naar God vroeg, zodat de ganise wereld voor God verdoemelijk ligt.

Maar die uitverkoren zijn van voor de grondlegging der wereld, maakt God in Christus door de Geest levend en begiftigt Hij met het geloof. Dat leert de schrift. Maar als iemand geen schaap van de Heiland is, gelooft hij niet. Een mens moet eerst een schaap gemaakt worden en dan kan hij de stem van Jezus horen. De Joden geloofden niet. Waarom niet? Omdat zij niet tot de schapen van Jezus behoorden. Zij waren niet uit de gegevenen des Vaders. Men kan het nalezen in Johannes 10 : 26, 27: , , Maar gijlieden gelooft niet, want gij zijt niet van Mijn schapen, gelijk Ik u gezegd heb. Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en, zij volgen Mij." Het is merkwaardig, dat vele knappe theologen hier struikelen. Zij verzetten er zich met hand en tand tegen, dat God wil dat sommigen met het geloof begiftigd worden en dat geloof niet aan allen schenkt. Zij verzetten zich nog feller tegen de waarheid, dat het ongeloof nochthans volkomen een werk van de zondaar is. Het ongeloof leeft in de mens; . Hij wil niet geloven, evenmin, als hij zich wil laten bekeren of zichzelf bekeren. Het ongeloof is zijn element, want dan blijft hij zelf op de troon. Maar het zaligmakend geloof is Gods werk en dat wordt ieder geschonken voor wie Christus gestorven is. Want Zijn lijden en sterven is op een doel gericht, niet op een mogelijk doel, doch op een vastgesteld doel. Dat doel is de zaligheid van de gemeente Gods, d.i. van ieder lid dezer gemeente. Het is geen onzekere verlossing geweest op Golgotha, die, als het van mensen moet afhangen, op niets moet uitlopen. De psalmist zong: Ik weet hoe 't vast gebouw van Uwe gunstbewijzen, naar Uw gemaakt bestek in eeuwigheid zal rijzen".

Het zijn de uitverkorenen die met het geloof begiftigd worden, en niet alle mensen, ook niet alle gedoopten, ook niet alle kinderen der gelovigen, ook niet allen die uitwendig een onberispelijk leven leiden. Van de kinderen des Verbonds worden alleen de uitverkorenen met het geloof begiftigd. Het geloof is iets, dat een mens gegeven moet worden. In onze dagen zijn er sommigen, die nog recht de verkiezing belijden tot op een zeker punt. Maar dan wordt het ineens een algemene verzoening. De leden van hun kerk, de gedoopten, de lidmaten worden of zijn met het geloof begiftigd. Zij verwarren het gewone kerkelijke leven met het leven uit de Geest. Zij wijzen op Gods Kerk en Gods Woord en Gods Doop. Zij wijzen op de geboorte uit kerkelijke ouders, op de doop, op de belijdenis en hoe God tot velen niet in deze weg kwam. Nu zijn dat allemaal kostelijke dingen. Maar dat hadden de Farizeen ook. Wat echter bij deze en bij de Farizeërs gemist wordt, is de weg, waarin God een uitverkorene tot een zondaar, een goddeloze, een onbekeerde en onwillige in eigen oog maakt. Deze belijden helaas de uitverkiezing in naam en de algemene verzoening in de daad en in de practijk.

Laat het zo onder ons niet zijn. Wij belijden de uitverkiezing zonder ergens het spoor der algemene verzoening in te slaan. Wij belijden, dat Christus met het geloof begiftigd en van de zonde bevrijdt, die Hem van de Vader gegeven zijn. De Remonstranten leren (V.D. II, 3), , , dat Christus door Zijn genoegdoening voor niemand zekerlijk de zaligheid zelve en het geloof, waardoor deze genoegdoening van Christus tot zaligheid krachtig wordt toegeëigend, verdiend heeft, maar alleen voor de vader verworven heeft de macht, of de volkomen wil, om opnieuw met de mensen te handelen en nieuwe voorwaarden, zulke als Hij zou willen voor te schrijven, van dewelke de volbrenging aan de vrije wil des mensen hangen zou, en dat het derhalve had kunnen geschieden, dat of niemand, of alle mensen die zouden vervullen."

Hier is alles nog onzeker. In het Evangelie naar de prediking der Leerregels ligt alles voor de uitverkorenen vast. Die niet uitverkoren zijn, krijgen wat zij heel hun leven gezocht hebben. Hun wordt in dit opzicht niets te kort gedaan. De uitverkorenen krijgen, wat zij van nature nooit zouden gezocht hebben, doch waarnaar zij zoekende zijn gemaakt. De catechismus geeft nog altijd de juiste beschrijving van de volgorde. God de Heilige Geest overtuigd eerst van zonde. De uitverkorene leert zijn zonde en zijn ellende kennen. Christus openbaart zich aan niemand, die zijn zonde niet in zoverre kent, dat hij zoekt of er enig middel is om de straf te ontgaan en wederom tot genade te komen. Dat is de reformatorische leer. Luther schreef: , , Eerst dan, nadat men de zonde leerde kennen, kunnen Christus en de genade hun werk beginnen. Zonder vrees en schrik, zoals de Wet werkt, kan er geen eoht berouw zijn en zonder dit berouw noch evangelie noch geloof. Eerst nadat de prediking der Wet werkzaam is geworden volgt de troost van het evangelie. De Wet ontdekt de kwaal, het evangelie geeft het geneesmiddel." Calvijn schreef: , , Christus opénbaart zich alleen aan de ellendige en benauwde zondaren, die zuchten, arbeiden, beladen zijn, hongeren en dorsten en van droefheid en ellende uitdrogen." Maar de verwerving zowel als de toepassing is van het begin tot het eind een werk van Christus. Niemand, die als een ellendige tot Jezus komt wordt afgewezen. Integendeel de vermoeiden en belasten krijgen rust.

Zo heeft Christus het nieuwe verbond bevestigd. Hij gaat door Woord en Geest de wereld in en vergadert de uitverkorenen tot een gemeente. De nodiging van het evangelie komt tot allen, die de rechte prediking horen. Ieder wijst deze nodiging van nature af. Maar dan komt de Geest nader bij de uitverkorenen. Zij worden stil gehouden op hun levensweg. Zij worden tot vermoeiden en belasten, verbrokenen en verbrijzelden, verlorenen en goddelozen in eigen oog gemaakt. Zij worden het er mee eens, dat zij verdiend hebben om van God verworpen te zijn. En in zulken ontsteekt de H. Geest een waar geloof waardoor zij Christus omhelzen. Door bloed en Geest van Christus worden zij gereinigd van hun zonden. Voorts houden zij Jezus niet vast, doch de Borg en Middelaar houdt hen vast. Straks staan ze zonder vlek of rimpel voor de Vader. Gode alleen de eer. En wie wil, die kome en neme van dit water des levens om niet.

L. V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's