De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET KRUIS EN DE MENSEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET KRUIS EN DE MENSEN

7 minuten leestijd

Mattheüs 27 : 35—56

Het is erg druk op de kruisheuvel Golgotha als het doodvonnis aan Jezus en de moordenaren wordt voltrokken. Wat de Evangelisten er ons van vertellen doet niet vermoeden, dat het publiek de dood der veroordeelden met eerbied tegemoet treedt. Een zeer geschakeerde menigte wil getuige zijn van het einde van dit monsterproces. Als Jezus aan het hout gehangen is worden Zijn klederen als buit door de soldaten verdeeld. Men werpt het lot er over omdat ze te waardevol zijn om ze te verscheuren. Onwetend vervullen zij de profetie en dragen ook hun deel bij aan de verwerkelijking van dat alles wat reeds van oude tijden af over dit gebeuren was voorzegd. Vlak bij hen zijn de overpriesters, farizeeën, schriftgeleerden, ouderlingen en het gewone volk. En op enige afstand staat de moeder van Jezus en aan haar zijde: de discipel die Jezus liefhad, Johannes. Tot deze groep behoren ook nog enkele vrouwen. Alles bij elkaar is het een bonte menigte. Een mengeling Van mannen en vrouwen, rangen en standen. Op deze plaats heeft men elkaar gevonden in geloof of ongeloof. Hier staat de Israëliet met zijn nationale trots en nationalistische verlangens naast zijn overheerser en onderdrukker, de Romein, die de wereld aan zich onderwierp.

Twee groepen die elkaar eigenlijk niet kunnen verdragen. Hier vindt men de geestelijke leldslieden van het volk, die meenden de wijsheid te bezitten, bezield met dezelfde geest als het gepeupel waarvan ze zeiden dat het de wet niet kende.

Wat allen naar Golgotha gebracht heeft is het kruis van Jezus. De reden van het vertoeven daar heeft voor allen dezelfde oorzaak. Maar de werking van het kruis is toch wel heel verschillend van wat wij zouden verwachten. Het blijkt dat het kruis van Jezus in staat is om andere scheidingslijnen te trekken dan wij gewoonlijk doen. Wij rangschikken naar rijken en armen, rangen en standen, braven en misdadigers. Reeds tijdens Zijn leven trok Jezus andere grenzen en Hij doet dat nu bij Zijn sterven ook. Men kan de Heiland niet benaderen vanuit Zijn maatschappelijke stand of zedelijk al of minder goed zijn. Hier heersen andere regels omdat het niet om wereldse of tijdelijke maatstaven gaat. Hier gaat het om geestelijke waarden, om de persoonlijke vraag naar de persoonlijke verhouding tot de Heiland. Dan worden rijken van rijken gesoheiden!, godsdienstigen van godsdienstlgen, ja zelfs moordenaren. Dan vervloekt de ene raadsheer Jezus en vraagt de andere raadsheer om Zijn lichaam teneinde Hem uit liefde te begraven. Dan spotten de Romeinse soldaten maar erkent de hoofdman Jezus als Gods Zoon. De ene moordenaar verhardt zich in het oordeel, maar de andere vindt in de Heiland zijn borg en zaligmaker. De zwijgende prediking van het kruis maakt het contrast tussen geloof en ongeloof openbaar. Als het publiek op Golgotiha tegenover het kruis van Jezus staat dan kan het de keuze voor of tegen Jezus niet ontwijken.

De keuze voor of tegen Jezus was tijdens Zijn omwandeling niet zo ingrijpend als thans nu Hij aan het vloekhout der schande hangt. Toen waren er Zijn tekenen. De kreupelen, doven, blinden, zieken, bezetenen, ja doden en duivelen konden daarvan getuigen. Men kon Hem toen voor alles houden naar dat het uitkwam. Een goede meester, een rabbi, een toekomstige koning. Toen ging het om gezondheid, het dagelijks brood, voorspoed en een goede toekomst. Om het bezetten van de troon van David in Jeruzalem. En bij de familie van enkele discipelen zelfs om het verwerven van een ministerszetel! Men dacht nationalistisch en materialistisch. De noodzakelijkheid van het banen van een weg voor het verlossen van zondaren verstond men niet, omdat men naar een later woord van Paulus verstrikt was in een ijver zonder verstand. Ook in de discipelkring verstaat men slechts weinig van het Messiasgeheim en niets van het kruisgeheim, blijkens het verhaal van de Emmaüsgangers.

Van ieder zuiver menselijke verwachting wordt door het kruis van Christus de bodem ingeslagen. En zo deze menselijke verwachtingen al geestelijk zijn van aard en in meerdere of mindere mate zelfwaardering als fundament hebben moeten ze bij het kruis van Christus als haat tegen Jezus openbaar komen. Op Golgotha kan een Parizeer niet bidden als een Parizeer als hij het lijden van Jezus recht betracht. De prediking van de werken der wet in de tempel wordt door de prediking van dit kruisoffer vernietigd. Voor Wie dat niet aanvaardt is het kruis een ergernis en een aanstoot. Waar geen begrip is voor de noodzakelijkheid der genade op grond van de zelfkennis bij het licht van de Heilige Geest, daar wordt Jezus verworpen. Niet omdat men niet anders zou kunnen, maar omdat men niet anders wil. De mens draagt de eigen verantwoordelijkheid voor deze eigen keuze. Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen. Men verstaat niet de draagwijdte van dit oordeel dat men over zich inroept door de geestelijke vertbiimdheid.

Wee de mens, die deze weg van Israël opgaat. Het bloed van Jezus wordt gewroken en van Zijn hand geëist. Onverschilligheid en lichtzinnigheid baten niet, omdat God niet met zich laat spotten. Jezus liet ook niet de legioenen engelen komen om Hem te bevrijden. Maar de vlucht voor het kruis heeft de Israëliet tot een zwerver in de wereld gemaakt. Zo is hij geworden, gesteld tot een teken en profetie voor ieder die hem navolgt in de verwerping van Jezus.

Al worden op die dag Herodes en Pilatus- vrienden en zijn ze een in ongeloof en haat, daar tegenover staat ook 'n gemeenschap der heiligen. De timmermansvrouw en de grootgrondbezitter, een visser en een raadsheer staan daar met vele en grote vragen in hun hart. Maar Jezus kunnen ze niet loslaten ook al begrijpen ze deze weg, die God Hem laat gaan niet ten volle. Er is strijd en grote aanvechting als bij Thomas. Toch laat God de Zijnen niet los in de beproeving. Straks zal de vreeimdeling op de weg naar Emlnaüs hen duidelijk maken dat deze dingen moesten geschieden.

Wat door de anderen verworpen wordt is voor dezen de grondslag van hun leven en hopen. De Gekruisigde die de Joden ten gerichte is, is voor hen de oorzaak en grond hunner zaligheid. Daar temidden van haat, nijd, vervolging en doodsdreiging wordt de eerste kruisgemeente geboren. Een gemeenschap voor wie het kruis wordt tot het hart van het eigen leven. Een gemeenschap die zich steeds vergaderen zal om wat Jezus zelf gaf om Zijn dood te gedenken n.l. het Avondmaal. Een kerk met de belijdenis en ervaring dat zij eeuwig leven verwacht van een door de wereld verworpene.

Een kerk van mensen die in zichzelf en van zichzelf niets betekenen. Vol angst worden de deuren 's avonds gesloten. En als de opgestane Heiland zich aan hen openbaart dan nog is het wonder te groot en menen zij een geest te zien. Mensen zijn die het nooit leren zelf te kunnen, maar door de Geest geleefd moeten worden, ook ai scheurt het voorhangsel in de tempel en beeft de aarde, staan de doden op en splijten de rotsen bij Zijn dood. Voor hun begrip is alles kwijt.

De massa gaat in ontzetting naar de stad terug en de leidslieden spreken met eikaar in de zin van: je kunt nooit weten! Bij alle vijandschap is er geen rust maar angst en vreze. Daarom vragen ze Pilatus het graf te verzegelen. Ook al was Hij dood, het ongeloof is daarna met Jezus niet klaar gekomen. Hij werkte nog na met Zijn woord. Wat jammer als het bij die angst blijft. Immers ook die Hem doorstaken zullen Hem zien in Zijn heerlijkheid bij Zijn wederkomst.

Wanneer angst en vrees niet bijtijds verandert in berouw en bekering zal het dan daarvoor te laat zijn.

De kerk moge dan geslingerd worden tussen hoop en vrees, twijfel en geloof, ze moge in haar klein menselijke angst willen leven achter gesloten deuren, de openbaring van de Opgestane moge in zijn grootsheid haar geheel overrompelen, de diepte van Gods weg met de Heiland moge lang duister voor haar zijn, het doorbrekend geloof dat de gestorvene ook is opgestaan en leeft tot in alle eeuwigheid, legt uiteindelijk de belijdenis op de lippen: Mijn Heere en mijn God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET KRUIS EN DE MENSEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's