Kroniek
De stembusuitslag — Zorgwekkend — Oorzaken — Een nieuwe vormgeving — Om de oude partij van Groen — 4e Toogdag I.D.D.K. — Het tuchtvraagstuk — Betekenis of interpretatie van „weert" — Wederom: De Radio — „De moed om hervormd te zijn".
Ons volk is ter stembus geweest. Het heeft zijn keuze bepaald, en daarin zijn wensen inzake het te voeren regeringsbeleid de eerstvolgende jaren, kenbaar gemaakt. Die wensen zijn veelkleurig, dank zij de vele partijen en partijtjes. Het zal niet gemakkelijk zijn daaruit de grootste gemene deler of het kleinste gemene veelvoud te vinden. En dat zal dienen te geschieden. Er moet geregeerd worden. Maar niet daarom repte ik van de stembus 1959.
Er is iets anders dat er mij toe drong. De verkiezingsuitslag baart m.i. zorg. In hoge mate zelfs.. Want er is onmiskenbaar een opschuiving naar , , links" te constateren, al leed de uiterst-linkse groepering, de communistische, een échec door verdeeldheid in eigen kring. De rechtse partijen gingen terug. De C.H.U. het meest, de A.R.P. iets minder, de S.G.P. bleef ongeveer gelijk in stemmenaantal, doch stilstand is ook achteruitgang. Die achteruitgang baart zorg want, dank zij het stellen van belang boven beginsel, hebben vele kerkmensen, die waarlijk geen , , linkse" preek willen, toch, naar ik overtuigd ben, , , links" gestemd. Dit is wel te wijten aan de verwarring der geesten, welke in onze tijden niet gering is.
Is de droevige verkiezingsuitslag voor , , rechts" alleen daaraan te wijten? Prof. Zijlstra gaf als reden: , , Reformatorisch ideaal verdraagt geen gescheiden optrekken" (, , Trouw" dd. 13-3- '59). Iets dergelijks is meer betoogd. En er is wel een element van waarheid in. Doch zou de oorzaak ook niet moeten gezocht worden in een nogal straf doorgevoerde scheiding van kerk en politiek? De politiek is hoe langer hoe meer een vaktechnisch bedrijf geworden. De predikanten hielden zich heel vaak afzijdig, stonden in elk geval niet in de voorste rij gelijk vroeger wel. Mede daardoor leefde ze zo niet meer, tenminste niet als beginselzaak onder het kerkvolk. Ook de jongere generatie was er niet warm voor te krijgen als voorheen, al meent prof. Zijlstra thans wel 'n kentering te kunnen constateren, naar ik hoop, op goede gronden. Dientengevolge kwam er een verschraling wat het beginsel betreft. Bidstonden, voorheen aan de vooravond van de stemming gehouden, vonden, voor zover ik weet, sporadisch plaats. Want als ook de politiek het Koninkrijk Gods moet dienen — en dat moet ze, van schriftuurlijk standpunt gezien — dan zal ze de wisselwerking en bezieling van de prediking der kerk niet kunnen missen. Zo hebben de voortrekkers in onze grote strijd op staatkundig erf het gezien, beleden en in practijk gebracht.
Deze dingen worden in onze tijd niet ontkend, ik weet het, maar m.i. te weinig in het centrum geplaatst en toegepast. Wel in verkiezingstijd. Dan worden ook nog predikanten aangezocht, vooral uit herv-geref. kring, om aanbeveling en spreeklbeurten; met name door de A.R.P. Of vélen daaraan gehoor gaven? Ik ben daarvan niet op de hoogte, maar heb wel eens weinig lust daartoe geconstateerd. Begrijpelijk. Het is voor vele , , Bondspredikanten" moeilijk, doordat ze voelen in dezen hun gemeente niet achter zich te hebben. Want hoe liggen de zaken? Vrij algemeen is het gevoelen, dat de A.R.P. de partij der geref. kerken is en dat men door haar te steunen slippendragers van die groepering wordt, of de positie inneemt van , , houthouwers en waterputters". Nu kan dr. Schouten op de Deputatenvergadering nog zo vurig betogen, dat ook de , , herv.-geref. tot de gereformeerde gezindte behoren", en anderen weer op andere wijze hun volwaardigheid verkon digen, het gevoelen hier boven aangegeven, is er niet mee weggewerkt. Een groot deel van het herv.-geref. kerkvolk voelt zich politiek dakloos, voelt zich noch in de C.H.U., noch in de A.R.P., noch in de S.G.P. thuis. Voorheen zijn wel plaatselijk herv.-a.r.-kiesverenigingen in het leven geroepen. Ze hadden bestaansgrond in locale situaties of moeilijikheden. De A.R.P. wilde ze niet erkennen, ook geen vormgeving dienaangaande overwegen. Prof. dr. S. v. d. Linde vond toen hij in deze richting indertijd een suggestie deed, geen bijval. Ik heb dat toen betreurd in een Kroniek en betreur het nog.
Prof. Zijlstra bepleitte na de uitslag , , een taal te gebruiken, die de jonge mensen van onze tijd toespreekt"- („Trouw" dd, 13-3-'59). Dat is zijn recht. Maar het is het recht der , , herv.-geref." een vormgeving te bepleiten, die kan meewerken, dat zij zich politiek niet meer dakloos voelen, een vormgeving in de lijn van herv. kiesverenigingen in federatief verband met het geheel der a.r.-partij. Bismarck sprak indertijd het woord: getrennt marchiren, vereint schlagen", gescheiden optrekken, doch gezamenlijk slag leveren. Op deze wijze zou ook een herv.-geref. deel van de gereformeerde gezindte haar aandeel kunnen bijdragen tot de sanering van de , , verschraling", waarover ik het had en ingeschakeld in de oude partij van Groen, meekampen in de grote beginselstrijd, welke gaande is, en feller zal worden, en doorleven met heel de , , gereformeerde gezindte". Groens woord: , , als dragers van eeuwige beginselen zijn wij onverwinbaar".
***
In het bovenstaande verwijlde ik op politiek terrein. De kerk is in de stembusuitslag gemoeid. Want het gaat daarin om het Koninkrijk. Daarom mocht ik voor mijn besef niet zwijgen over de uitslag van 12 maart j.l.
Thans iets, dat ons midden in de moeilijkheden op eigen kerkelijk erf brengt. Dinsdag 17 en woensdag 18 maart heeft , , de hervormde organisatie voor gemeenteleden In dienst der kerk" (I.D.D.K.) haar 4e toogdag gehouden en wel dit maal in Amsterdam. Als onderwerp voor deze toogdag was aangegeven: , , Wat doet de Hervormde Kerk met haar tucht? " Op het moment, dat ik deze Kroniek schrijf ben ik nog niet in het bez'it van een min of meer officieel verslag en kan dus op hetgeen de beide inleiders: prof. J. de Graaf en prof. A. A. van Ruler, beide hoogleraar aan de Rijksuniversiteit van Utrecht, hierover hebben te berde gebracht niet ingaan. Het zal mij zeer benieuwen, wat daarover, zowel door de inleiders als door discussianten in de verschillende discussiegroepen is naar voren gekomen. De N.R.'Crt. dd. ll-3-'59, schrijivend over deze toogdag, merkte op:
, , In de hervormde kerk nu is het vraagstuk actueel, omdat de in 1951 aanvaarde kerkorde in art. X sub 6 de bepaling bevat: , , De kerk weert al wat haar belijden weerspreekt", terwijl in het daaraan voorafgaande artikel wordt gesteld, dat de kerk opzicht heeft te oefenen over de naleving van de opdracht tot verkondigen en getuigen, in het bijzonder wat betreft de dienaren des Woords.
In verband met verschil van inzicht en spanningen die dlenaangaande in de hervormde kerk heersen, is een overgangsperiode van tien jaren in acht genomen, wat dus zou betekenen, dat de genoemde artikelen in 1961 volledig in werking zouden treden.
Dit vooruitzicht heeft onrust in de kerk en in den lande gewekt. Te meer daar de leiding der kerk van twee tegenover elkaar staande zijden wordt gedrongen tot wat men als een kleur bekennen beschouwt, nl. van de zijde der kerken van gereformeerde gezindte om op grond van een strikt schriftuurlijke prediking tot een breuk met leden, organisaties en kerken van meer vrijzinnige gezindte te komen; en van vrijzinnige zijde wat namelijk het pogen tot oecumenisch verband en samenwerking met kerken als de Remonstrantse, de Doopsgezinde en andere voor doel en achtergrond heeft, wanneer men van zins is de band met kerkgemeenschappen van vrijzinnige signatuur uit hoofde van een streven naar rechts te slaken. In wezen staat hiermede de bestaansvraag van de Ned. hervormde kerk, als kerk van oecumenische allure, op het spel".
De schrijver van genoemd artikel merkt dan op, dat , , de inzet van deze toogdag is om duidelijk te stellen, wat het woord , , weert" in het gewraakte artikel inhoudt, dan wel hoe het is te interpreteren". (Cursivering van de Kroniekschrijver).
Het Bestuur van I.D.D.K. verdient lof, dat het de moed gehad heeft dit brandend vraagstuk aan de orde te stellen. Want het is met de tucht in de kerk in het algemeen en in de situatie van vandaig in onze kerk een alleszins moeilijke èn ingewikkelde kwestie. Trouwens zo staat de zaak eigenlijk al sedert de Reformatie. In boven aangehaald artikel wordt dat ook even gememoreerd. De bedoelde zinsnede luidt:
, , Het is een vraagstuk, dat sedert de Reformatie aan de ortde is geweest en waarvoor men eigenlijk geen oplossing heeft weten te vinden. Calvijn heeft de rooms-katholieke tuchtoefening, bestaande in de excommunicatie, zonder deze aan de veranderde situatie aan te passen overgenomen".
Nu lijkt mij wat de schrijver over Calvijn zegt onjuist. Ik heb op dit ogenblik niet dë Institutie bij de hand om bepaalde plaatsen, welke ons over Calvijn's inzicht beter inlichten, aan te geven. Maar wat in onze liturgische erfenis uit de bloeitijd onzer kerk te lezen staat in de formulieren van , , ban" en , , wederopname" — en zij zijn Calvijns geijkt — is toch heel wat anders dan roomse excommunicatie. Dat is wel zeker. Het novum van deze toogdag is, dat hij thans, voor 't eerst dus, samen met de , , Hervormde vrouwendienst" wordt gehouden.
In , , Hervormd Weekblad , , De Gereformeerde Kerk" van 5 maart j.l. gaf H. G.G. een zeer oriënterend artikel onder het opschrift: , , Wederom: De Radio". Hij schreef het naar aanleiding van: „Pleidooi voor vrijheid en rechtsgelijkheid voor de kerken. Onrust over niéuw ontwerp radio-omroep", verschenen in , , Hervormd Nederland", met ondertekeninig van F. H. L.
Dat „nieuw ontwerp radio-omroep" baart ds. Landsman zorg. Hij is bevreesd, dat bij aanmeming van dit ontwerp — en de Tweede Kamer zal het z.i. wel aanvaariden — het I.K.O.R. en dus de Herv. Kerk, niet de bewegingsruimte en vrijiheid op radioterrein zal behouden, welke het nu heeft. Bij aanvaarding van het , , ontwerp" zullen de kerken, in het I.K.O.R. samenwerkend — het I.K.O.R. gaat uit van de kerken, welke in „de oecumenische Raad van Kerken in Nederland haar aaneensluiting' vonden, is daarvan het , , instrument" — alleen recht hebben , .kerkdiensten" uit te zenden, met een zekere , , omlijsting". Ze zouden dus niet wat ze op pastoraal gebied en voor de cateohese begeerden te publiceren, kunnen uitzenden. Natuurlijk zouden ze voor dit stuk kerkewerk gastvrijheid aan de N.C.R.V. of de V.P.R.O. kunnen vragen. Doch daarvoor zijn er grote bezwaren, naar het inizicht van ds. Landsman. Een daarvan, dat hem nogal zwaar weegt, zou zijn, dat er daardoor, wat de N.H. Kerk. betreft, een opsplitsing in modaliteiten zou komen en, naar ds. L., moet de Herv. Kerk vóór alles de eenheid handhaven. Het is vooral dit laatste punt, waartegen H.G. G., ds. Groenewoud, bezwaar maakt. Hij doet dit, na eerst heel summier het radiobeleid sinds 1945 te hebben uiteengezet, waarbij hij op de faciliteiten wijst, welke met name de N.C.R.V. de kerken van reformatorische herkomst — en daartoe behoort toch ook de N.H. Ker'k — heeft aangeboden. Bij aanvaarding van deze , , voor de kerken zeer gunstige mogelijkheid" (formulering van H. G. G.) door de Herv. Kerk zou het I.K.O.R. overbodig geweest zijn, en waren ons veel narigheid en uitzendingen, een groot deel van ons kerkvolk niet bevredigend, bespaard gebleven. Moge het hierom zeer te betreuren zijn, dat indertijd het aanbod van de N.C.R.V. van de hand gewezen werd, dat klemt te meer, wijl in dit , , pleidooi" werd uitgesproken, dat de herv. kerk , , in: de radio-uitzendingen wil vasthouden aan de eenheid" (Herv. Weekblad dd. 5-3-'59). Ds. G. zegt dienaangaande: , , Toegepast op het radiobeleid wordt hier een algemeen beginsel uitgesproken, dat we niet onweersproken mogen laten. Want het is, gezien de werkelijke situatie, onaanvaardbaar, en naar ik geloof, in de werkelijkheid der toepassing ook niet waar.
Ais ik mij goed herinner heeft de schrijver van het „pleidooi" vroeger wel eens verzekerd, dat de waarheid nimmer aan de eenheid mag worden opgeofferd. Welnu, het gaat hier om de waarheid van het evangelie. Er is nu eenmaal een werkelijke opsplitsing tussen orthodox en vrijzinnig. Boven de eenheid gaat de waarheid. En in de verscheidenheid der modaliteiten, zoals die tussen N.C.R.V. en V.P.R.O. tot uiting komt, gaat het om deze waarheid" (Herv. Weekblad dd. 5-2-'59).
We kunnen ds. Groenewoud dankbaar zijn, dat hij zó heeft gereageerd op het , , Pleidooi" van F. H. L. Moge het dienen om de „onrust" in onze kerk, welke heel vaak door I.K.O.R.-uitzendingen gewekt wordt, te doen verdwijnen. , , Een vrome wens", zegt misschien deze en gene. Het kan wel. Doch aan ds. Gr. de eer, dat hij desondanks niet heeft nagelaten nog eens weer de vinger op de wonde plek te leggen.
Tenslotte nog iets over en naar aanleiding van de 4e toogdag van I. D. D. K. Aan de eigenlijke dag (18 maart) ging op 17 maart vooraf een bijeenkomst, waarin door prof. dr. H. Jonker en dr. J. J. Buskes is gesproken over het onderwerp: „De moed om Hervormd te zijn". Ook doorover kan ik om hierboven vermelde reden geen overzicht geven. Waarom er dan van gerept? Onlangs verhaalde mevr. Van Ruler in , , Woord en Dienst" iets van de ervaringen door haar en haar echtgenoot opgedaan op een tocht ondernomen in het Groningse, langs pastorieën van leerlingen van prof. Van Ruler. Wat zij van de jonge predikanten en hun wederhelften hoorden was allerminst vreugdevol. Integendeel, de moeiten en teleurstellingen in de bediening van het , , wondere ambt" waren vele. Wie iets van de weerstanden daar kent, kan begrijpen, dat de jonge pastores hoopten het 4 jaar vol te houden, maar eveneens de wens uitspraken, dat hun werk daarna door een ander mocht worden overgenomen.
Natuurlijk zal prof. Van Ruler hen hebben bemoedigd. In de trant van de beide eerste — het derde kon ik helaas niet beluisteren — aethercolleges over , , De prediking".
Wat hij daarin gaf was niet alleen sterkend en stimulerend voor de pastores in het Groningse, doch voor allen. De Heilige Geest geve in vele domineesharten de toepassing. Dan geeft de Heere zelf , , moed om Hervormd te zijn", moed om vol te houden in de grote , , wedkamp". We hebben dat allen nodig'. Want er is een , , grote menigte" van tegenstanden en tegenstanders en de krachten zijn gering en zwak. Josafath hoorde zich in een dergelijke situatie toeroepen: , , De strijd is niet uwe maar Godes". Kruis en Opstanding zijn er de bezegeling van.
De passie-weken zijn bijna ten einde als deze Kroniek in ons. blad verschijnt. Hebben wij in geloof, gewerkt en gevoed door Woord en Geest, het Kruis gezien in het licht der Verrijzenis, het Lam als de Leeuw uit Juda's stam? Shakespeare moet eens van die Christus Gods gezeigd hebben: „Not a coward, but a hero", geen lafaard, maar een held. Ja, Hij is de held, bij Wiei heil is beschoren. Als de krachten Zijner verrijzenis over ons uitgaan in de gemeenschap met Hem in de Heilige Geest, kweekt God helden. Dan wordt gekend, wat eens prof. De Hartog zeide: , , Christendom is heldendom". Door hét bloed van het Lam. In het volgen van het Lam wordt het geheim gekend: , , Houd moed, godvruchte schaar". En ook , , de moed om Hervormd te zijn".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's