De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het lege graf

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het lege graf

8 minuten leestijd

Mattheüs 28 : 6b: ., . . Ziet de plaats, waar de Heere gelegen heeft."

1. Wat er niet te zien is op Pasen.

Is het u nooit opgevallen, dat géén van de evangelisten ons de eigenlijke Paasgeschiedenls vertelt? Wij horen wél, wat er omhéén geschiedt: de engel, die uit de hemel; komt, en in gedaante en kleding, iets meedraagt van het loflied, van het driewerf heilig, de Heere toegezongen. We lezen, hoe hij de steen afwentelt en er op plaats neemt. En even later zien we de vrouwen schroomvallig naderen om hun laatste liefdedienst aan de Meester te bewijzen. Maar dat de Zoon des mensen oprijst uit de dood, de doeken samenvouwt en uittreedt in het licht van de Paasmorgen, dat wordt ons niet verhaald. Dat blijft een geheimenis. Getuigen zijn hier indringers. Waar op Kerstfeest en Goede Vrijdag de Heere Jezus omringd was van mensen, ontbreken hier alle waarnemers. Wat voor de geméénte te zien is, is: de afgewentelde steen, de engel, en het lége graf.

Daarin ligt duidelijk Gods barmhartigheid. Als de wachters al , , als doden" worden bij de verschijning van de engel, vanwege de glans van zijn heiligheid, hoe hadden mensen de volle Christusheerlijkheid kunnen aanschouwen? Ze zouden zijn vergaan in het vuur van die Heiligheid, Daarom wacht de Heere met Zijn volle glorie-openbaring tot de wederkomst. Dan zal alle oog Hem zien (ook van hen die Hem doorstaken) en alle knie zich buigen. Maar tot die tijd werpt de Heere over Zijn heiligheid nog barmhartig de sluier, en is de volle overwinning nog niet zichtbaar voor menselijk oog.

Hierin liggen vermaning en aansporing beide.

Vermaning, om niet te overmoedig te zijn. Om maar niet al te triomfantelijk te zingen: „Nu jaagt de dood geen angst meer aan, want alles, alles is voldaan, wie in 't geloof op Jezus ziet, die vreest voor dood en helle niet!" Want de Paasgemeente wandelt tot op de dag van Jezus wederkomst in geloof en niet in aanschouwen. Het is alles , , ten dele". En het leven van Gods kinderen is een dagelijkse oefening in vertrouwen — tégen de machten van twijfel en ongeloof — in. En het Paasleven is niet altijd overwinning, maar wel altijd strijd. Want zonde, wereld, eigen hart en begeren kunnen zich tezamen nog o zo sterk maken. En altijd moeten we onze weg weer gaan, om in de overwinning van Christus te leren rusten. Dat is het vermaan.

Maar hierin schuilt ook aansporing! De opstanding van Christus is blijkbaar nog niet geweest de komst ten gericht. Dank zij de sluier over Gods Heiligheid geworpen! Wij leven in de tijd van het geduld Gods. God wil nog schuilgaan achter Woord en teken. En bereidt zo Zijn komst voor. Hij doet wachter en ongelovigen vluchten. Maar Hij noodt en overtuigt hen die Hem liefhelbben. Dat maakt de Paasgeschiedenis (datgene wat er wél te zien is) onbeschrijfelijk actueel! Dan moeten we dus dubbel letten op wat God op Pasen te zien geeft, en op het woord van de engel! Want het wordt van onze hand geëist, als de tijd van het geduld Gods zal zijn vol geworden. Dat gaan we doen!

2. Wat er dan wèl te zien is.

In onze tekst geeft de engel in zijn prediking aan de vrouwen aanschouwelijk onderwijs. Hij maakt van de vrouwen pelgrimsgangsters, bezoeksters van het Heilig graf.

Wat zien ze dan? Een lege plaats en een graf! Een droeve combinatie voor velen van ons. Hoe velen hebben niet een lege plaats thuis, en een graf op het kerkhof, waar heen hun gedachten telkenmale getrokken worden. Dat stemt bedroefd! Maar een lege plaats in een graf — en dat juist in dit graf — maakt blijde en getroost. Want daarin ligt het gehele Paasevangelie! Want, wat zièn die vrouwen?

Een graf — ja! Hét graf! Het graf van de Heere Jezus, Die van Zichzelf getuigde, dat , , de Zoon des mensen niet had waar Hij het hoofd nederlegge". Dat graf is het beeld van Jezus' leven, . dat lijden was, en sterven. En waarin Hij tenslotte ter ruste gelegd werd. Van Abraham lezen we, dat hij in het land Kanaan niets anders bezeten heeft dan een graf, omdat hij een vreemdeling was, en bijwoner. Hij was op aarde niet thuis. Maar Abraham had zijn God. De Heere Jezus heeft op aarde geen rustplaats de Zijne kunnen noemen, dan dat graf! En Hij had géén God! Want de Heere legde de schuld op Hem, stortte Hem in de verlatenheid, zodat Zijn ziel tot 'n klacht werd — aan het kruis! En toen omvatte Hem de aarde, want het loon van onze zonde is Zijn dood geworden.

Wat moeten ze zien, die vrouwen? Een léég graf! Dat is het wonder van Pasen. Petrus zal straks zeggen: Het was onmogelijk, dat Hij van de dood gehouden zou worden. Begraven is nu slechts de schuld. Overwonnen is de dood, die zijn prooi tevergeefs heeft getracht vast te houden. De Zoon van God is opgestaan!

Leeft dat Paasevangelie bij u? Ziè het graf! De engel wil, dat de vrouwen zich overtuigen. Dat het bij hen leeft. Een doorleefd Paasevangelie — of anders geen evangelie! Komt! Ziet! En door Woord en Geest maken Gods kinderen ernst met het evangelie der opstanding! Want het gaat om hun léven, hun zaligheid!

Hoe dan? In een verootmoedigende gang. Langs de engel, de drager en boodschapper van Gods heiligheid •— en in de zelfbeschuldiging. In het woord van de engel ligt immers verwijt besloten. De vrouwen hadden kunnen wéten, dat Christus zou opstaan. Hij had toch macht het leven af te leggen en wéér op te nemen? Hij moest overgeleverd worden, lijden — maar zou weer opstaan! Zo was het hun geleerd! Zo brengt de Heere Zijn kinderen in de verootmoediging, onder Zijn heiligheid — en om Zichzelf. Om hun hardleersheid, eigenwilligheid, kleingeloof ... En, de Paasgetuigen van vandaag maken deze gang mèt hen — in hun gebed, met hun hart. Die zelfbeschuldiging leert het geloof niet af. Want wat al niet kleindenken van God, gebrek aan vertrouwen, twijfel...

Maar dan is de blik in het graf ook vertroostend tevens. Want ze leren het oog oprichten uit het ledige graf •— tot Jezus. De zelfkennis wordt Godskennis! Want in het graf is Hij niet! God bevestigt Zijn Woord aan hen. Ook al was de weg vaak donker en de tijd schijnbaar lang! Afgebracht van zichzelf worden ze toegebracht tot Christus. Dat is het nut der zelfkennis: dat Christus Zich verheerlijkte. En zonder Christus is de zelfkennis een graf, waarin geen uitzicht geopend wordt. De ware ootmoed zingt ook: en doe mij toch met vaste schreden, de weg der zaligheid betreden!

3. Wat verwacht wordt sinds Pasen.

Het graf is nog niet uitgesproken. Het spreekt door tot allen zijn gekomen, die Christus behoren. Totdat het Woord zijn loop volbracht heeft, en Christus Zich zal openbaren in volle glorie. En tot die dag heeft de gemeente het graf als een pand — maar dan heeft het ook zijn sprake gedaan, en kan Zijn getuigenis verstommen.

Het profeteert deze vrouwen, dat de dood, de laatste vijand, eens te niet zal zijn gedaan. Met open mond lacht het over een overwonnen dood. Het getuigt van een verslagen gevangenis! Christus heeft stervend gebeden: , .Vader, in Uwe handen beveel ik Mijne Geest". Zie hier het antwoord Gods! Aan de Eeuwige Zoon des Vaders. En aan allen in het dal der doodsschaduwen! Een wonder houvast, als de verlating zich doet gevoelen, als de dood het angstzweet als tol vraagt!

Zo is het de voorloper van alle graven, die eens leeg zullen zijn bij het klinken van de laatste bazuin! Als de Geest van Hem, Die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, zal Hij óók uw sterfelijke lichamen levend maken. Dan is het zuchten van het vlees (waaraan al Gods kinderen zo ruim deel ontvangen) voorbij. Dan zijn alle tranen afgewist, omdat alle graven leeg zijn!

Zo profeteert dit stukje aarde in de hof van Jozef van Arimathea ons de nieuwe aarde, die eens het rijk van de Christus zal zijn. God heeft een stukje aarde voor drie dagen tot Zijn tempel gemaakt. Eens zal Hij alles nieuw maken. Hij is er al mee bezig. Hij heiligt de aarde, zoals Hij het ons hart doet: van binnen uit. Hij is begonnen bij de onderste delen. En wij bidden dus: Ja, het werk onzer handen, bevestig dat! Op ons werk. Of thuis. Overal, waar God nog het wereldse leven heiligen wil door Zijn genade. Totdat eens de gehele aarde zal gonzen van het lied van de arbeld, gezongen door de handen van een gewillig volk!

Nadert dan nu! Want op de dag van Zijn wederkomst zal alle oog Hem zien. Ook van hen, die Hem op aarde doorstoken hebben! Zijn heerlijkheid zal niet verborgen zijn. Vreselijk, dan niet genaderd te zijn toen het nog tijd was!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Het lege graf

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's