De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het nieuwe Jeruzalem

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het nieuwe Jeruzalem

8 minuten leestijd

Het eerste waarvan we lezen in de Bijbel is: in den beginne schiep God de hemel en de aarde. Het laatste: En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Maar de Bijbel is toch niet het boek van de eindeloze kringloop. Deze nieuwe hemel en deze nieuwe aarde blijven nieuw. Op hun beurt worden ze niet vervangen. Daartussen ligt de geschiedenis. De geschiedenis van zonde en genade. De zonde heeft de eerste hemel en de eerste aarde vernietigd, maar de genade is overvloediger, want die heeft voor eeuwig de nieuwe hemel en de nieuwe aarde gevestigd.

Toch zijn we aan het einde der tijden niet even ver als aan het begin. Want aanvankelijk plantte God een hof, waarin Hij de mens plaatste en uiteindelijk zal het nieuw Jeruzalem nederdalen. In weerwil van duivel, zonde en dood heeft toch de Heere een doel bereikt. De zonde kan veel, maar de Heere kan niet afgebracht worden van Zijn oogmerk.

„Gewis, der mensen (en der duiv'len) gramschap zal, wanneer z' op 't hevigst is aan 't blaken, Uw grote lof nog groter maken). De Geloofsbelijdenis drukt het zo treffend uit, wanneer we lezen in artikel 13 dat Gods macht en goedheid zo groot en onbegrijpelijk is, dat Hij zeer wel en rechtvaardig Zijn werk beschikt en doet, ook wanneer duivelen en de goddelozen onrechtvaardig handelen. De duivel kon God niet van Zijn á propos afbrengen.

Het oude en het nieuwe testament besluiten allebeide met een niéuw Jeruzalem. Maar het nieuwe is verweg de meerdere van het oude, omdat het laatste Jeruzalem, volmaakt is. Het nieuwe Jerusalem van het oude testament verrees na een oordeel, maar het nieuwe Jeruzalem van het nieuwe testament daalt neder na het Oordeel.

Achter deze definitieve vernieuwing staat de Heere, die op de troon zat en Die zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw, 's Heeren werken zijn zeer groot. In. deze vernieuwing wordt openbaar de grote wijsheid en de macht van God. Want we mogen de conclusie trekken, dat God beide en Zijn Schepping en onze, zonde ten volle au serieux neemt. Hij vernietigt geenszins het werk van Zijn handen, Hij blijft Zijn arbeid getrouw, Hij handhaaft Zijn schepping. Maar Hij aanvaardt allerminst de vruchten van de doldrieste paradijsrevolutie. De vernieuwing betekent een radicale verwijdering van de zonde en alle gevolgen. Dit vernieuwen is enerzijds een continuiteit in het werk Gods en tegelijk een algehele breuk met het verleden. Zodoende wordt God op 't hoogste verheerlijkt en de duivel en de schuldige mens ten diepste vernederd.

Een radicale verwijdering van de Boze en het boze. De dood zal niet meer zijn. Nieuw Jeruzalem kent geen begraafplaats en geen lijkwagen zal somber voortrollen over de glanzende straten. Geen rouw, geen kleed en geen betoon van rouw. Geen gekrijt en geen moeite. Het kruis heeft alle kruisen verdreven. Geen nacht, geen nachtleven en geen nachtzijde zal meer zijn. Geen zee meer, want alle golven en alle baren zijn over Hem heen voorbijgegaan. De zee klotst toch niet in eindeloze deining. Uit de zee zal geen beest de ruige kop meer opsteken. Ook alle heugenis aan dood en moeite wordt weggewist, wanneer God alle tranen afwist van de ogen van al de Zijnen.

Gods, werk gaat niet teniet. Alles is anders en toch weer eender. Het vuur van het oordeel heeft alle dingen beproefd en het goede behouden. Zelfs de naam Jeruzalem heeft hét oórdeel overleefd. Geenszins is de nieuwe situatie een gans andere. De doden laten niet hun hele verleden in het graf. Hun werken volgen met hen. Op het veld der geschiedenis rijpt koren en dat gaat met gejuich in de eeuwige schuur, maar het kaf en het onkruid verteert de eeuwige Vlam.

Alsdan zal het woord geschieden, dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning. Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning? Het wil me voorkomen dat dit woordje alsdan wel eens over het hoofd gelezen wordt. Met name gedurende de Paasdagen. Men lacht de dood uit en men roept: Pasen, ha, Pasen, maar we moeten de huid niet verkopen eer de beer is geschoten. De dood blijft een vijand, weliswaar de laatste, maar toch een vijand.

Met Jeruzalem worden bedoeld stad en stedelingen. Immers de gemeente heet de Bruid en omdat de gemeente de Bruid is is ze begrepen in het nieuwe Jeruzalem. Deze stad is Bruid en bruidschat tegelijk en de bruidschat is het arbeidsloon dat de wederkomende Christus' met zich voert. Van deze Godsstad horen we zeer heerlijke dingen. Deze stad is heerlijker dan Parijs, want nieuw Jeruzalem verdient de naam lichtstad. Alles baadt in kristallen luister. De heerlijkheid Gods' heeft volkomen gezegevierd over rijk en vorst der duisternis. Dit licht garandeert ook het eeuwige leven en de volmaakte gezondheid. Niemand zal zeggen: ik ben ziek. Hoewel alle vijanden zijn teniet gedaan wekken de hoge en grote muren de ge­dachte van absolute veiligheid. Nochtans is de stad geen gesloten stad, maar dag en nacht geopend. Elke poort is een parel en elke ingang draagt een naam. Alle stammen gaan derwaarts op na de lange moeizame pelgrimstocht om het eeuwige feest te vieren, de bruiloft zonder einde. Het nieuwe, het ware Israël zal wonen in nieuw Jeruzalem. Maar de nieuwe bedeling vindt in de herbouwde stad eveneens een blijvend monument. De twaalf fundamenten van de beschermende stadsmuur bevatten de namen van de twaalf apostelen van het Lam. De grondslag van apostelen en profeten is van eeuwige betekenis. Dat behoeft onsiniet te verbazen, want het waren woorden van eeuwig leven. Op dat fundament moeten we bouwen en gebouwd worden. Ja ook op deze wijs heeft de Heere op deze petra Zijn gemeente opgetrokken. Van het heilige der heiligen lezen we dat het een kubusruimte was. Nieuw Jeruzalean is een eeuwig-groot heilige der heiligen, want lengte, breedte en hoogte zijn gelijk en alleen vergelijkbaar met de lengte, de breedte, de ho'ogte en de diepte van de liefde van Ohristus. Een algeheel heilige der heiligen, want de Heere God woont er en alles is vol van Zijne heerlijkheid.

Prof. Bouman schrijft in zijn laatste publicatie: Vijfstromenland van Keulen dat de stad open ligt als een boek. Zo ligt ook het nieuwe Jeruzalem als een boek geopend. We hebben daar een ogenblik in gelezen. Wat geeft dit boek te lezen? De triumf der genade, het herstel van Israël, de rijkdom van Gods ontferming, het geluk van de stedelingen, die zullen bloeien als het kruid, de genezing van de heidenen en de blijvende betekenis van de apostolische leer. Ja nog vele andere boeiende hoofdstukken staan in dit boek te lezen. U en ik, wij hebben hier geen blijvende stad. We denken dat wel, ook al belijden we anders. Zoeken we de toekomstige stad? Ernstig en volhardend? Zoeken we het licht van deze woonplaats? Grote steden geven een lichtplek tegen de hemel. Zien we zo van verre de gloed van de stad aan de horizon van de toekomst? Trekken we daarheen op met groot verlangen als pelgrims over de aarde door menigvuldige tranendalen? Geen nood, die tranen worden dra gedroogd.

Hij wil Jeruzalem herbouwen

vergaren en in vree doen leven,

hen, die uit Israël zijn verdreven.

God zal bij de mensen wonen, maar ze zullen niet alle binnenkomen. Ze zullen niet allen het werk van de grote Stedenbouwkundige roemen. Buiten zullen zijn de vreesachtigen. Vrees is de oude Adamszonde. Ik vreesde, zo zei de weggevluchte eerste mens. Zo zullen ook de eerste hemel en de eerste aarde wegvluchtten, wanneer Christus het grote witte tribunaal bestijgt. Uit vrees zijn de wachters gevlucht, toen de Zone Gods verrees. De opstanding van Christus is een stem, die klinkt door gans Jeruzalem. Ja want eens zal Jeruzalem hernieuwd verrijzen uit het graf van de historie. Vrees is de oerreactie. Daarop en daaruit volgen ongeloof, gruwelijkheid, moord, hoererij, toverij, afgoderij en leugen. Alleen vernieuwden betreden het nieuwe Jeruzalem. We moeten de Hogepriester bekend zijn, anders laten de engelen ons niet tioe. Zijt ge de Hogepriester bekend? Kent Hij u? Van voor de grondlegging der wereld? Zal Hij zeggen: Ik heb u nooit gekend? Ga weg? Wanneer leert Hij ons kennen? Wanneer wij oprecht Hem onze zonden belijden. Niemand komt in de stad, die onrein is of de leugen spreekt. Maar dat doen we toch allen? We kunnen niet anders. Want anders is ons niet geleerd. Maar is het u dan nooit gepredikt dat het bloed van Christus reinigt van alle zonde?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Het nieuwe Jeruzalem

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's