De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE CATECHISMUS VAN CALVIJN 47

Bekijk het origineel

DE CATECHISMUS VAN CALVIJN 47

4 minuten leestijd

ZONDAG 44

We zijn gekomen tot het vierde en laatste deel van onze Catechismus, dat spreekt over het Woord van God en de Sacramenten. Hij had er ook boven kunnen zetten: De Kerk; want hier komt de betekenis van de Kerk ter sprake. Na de drie besproken delen, handelend over geloof, gebod en gebed heeft Calvijn dan op eenvondige wijze besproken het abc des geloofs, zoals hij dat breder doet in de Institiutie.

Hoe God geëerd wordt.

Het is tijd, dat we tot het vierde deel komen, dus tot de eer, die wij Gode schuldig zijn. De leerling heeft onthouden, dat daarvan tevoren al gedurig sprake was en hij antwoordt daarom: We hebben al eerder gezegd, dat dit inhoudt, dat we Hem van harte erkennen, met de mond belijden als schenker van alle goed, om Hem daarin te verheerlijken. Als we deze verklaring lezen, zullen we er wel van erkennen, dat ze die Ere Gods zeer practisch verstaat. , , Alles ter ere Gods" wordt zo gemakkelijk tot een leus, die veel te algemeen blijft en daarom niet diep in ons leven ingrijpt. Dat geldt trouwens evenzo van geloof, rechtvaardiging, wedergeboorte, verkiezing, die in prediking en zielzorg doorgaans ook veel te algemeen worden besproken, zodat ze , , dingen" buiten ons werkelijk leven worden, inplaats van persoonlijk verstane en ontmoete levensfeiten. Galvijn doet dat niet, hij zet de Ere Gods en evengoed al die genoemde stukken midden in het leven van hart en mond, waar ze dan ook alleen kunnen staan.

Die Ere Gods moet dus worden verwerkelijkt, in practijk gebracht. Maar hoe? Door elk maar uit eigen beweging spontaan en vrij?

Calvijn laat vragen: Heeft God ons niet een bepaalde regel daartoe gegeven? Als we het woord , , regel" lezen, worden we misschien beducht, dat op die manier alles wordt gestroomlijnd, dat het persoonlijke en spontane zo wel deerlijk in de knel moeten komen.

Deze beduchtheid heeft echter geen grond. Als Calvijn van orde en regel spreekt, bedoelt hij die niet wettisch en star, maar zo geestelijk, dat ze het persoonlijke juist wakker roepen en bevorderen. Let maar op het antwoord, dat hij geeft: Alle lofprijzingen en dankzeggingen die in de Schrift te vinden zijn, moeten ons als regel en voorlichting dienen. Calvijn wil daarmee zeggen: dat de Heere alleen recht geëerd wordt, waar Hij geprezen en gedankt wordt, d.w.z. waar mensen in hun armoede en verlegenheid Hem nodig krijgen en houden. Daar is het Woord van God immers vol van; daarom zijn al die lof- en dankzeggingen leerschool van de Kunst, hoe het leven tot Gods Eer geleefd wordt.

Maar ook daarmee heeft Galvijn niet zoveel nieuws gezegd. Hij kan dan ook vragen: Is dat bij het gebed al niet aangevoerd? En het antwoord daarop kan alleen zijn: Ja zeker, want wanneer wij verlangen, dat Zijn Naam zal geheiligd worden, begeren we, dat Zijn werken zo rijk aan eer mogen blijken, als ze zijn. Evenzo dat Hij, wanneer Hij straft, voor rechtvaardig gehouden worde-, wanneer Hij vergeeft, voor barmhartig; wanneer Hij Zijn beloften vervult, voor waarachtig: Kortom, dat er niets moge zijn, waarin Zijn Eer niet straalt. Dit is Hem de lof toebrengen voor alle goed.

Na de vorige zondag hebben we geen reden dit alles nog eens te zeggen. Calvijn vat alles nu eens samen in de vraag: Wat zullen we nu besluiten uit alles wat we gezegd hebben? Hij krijgt ten antwoord: Wat de waarheid betuigt en wat we van het begin af hebben aangeraakt, namelijk dat het eeuwige leven betekent: de ware God te kennen en Hem, die Hij gezonden heeft, Jezus Christus (Joh. 17 : 3). Hem kennen wil dan zeggen: Hem eren, zoals het behoort, opdat Hij niet alleen onze Heere en Meester zij, maar ook onze Vader en Redder (Matth. 1 : 21) en wij wederkerig Zijn Kinderen en Knechten, een volk, toegewijd aan Zijn eer.

Ten besluite herhalen we alleen, wat we zoeven zeiden: ziet u, hoezeer Calvijn die ere Gods in 't middelpunt, maar ook in het hele gewone leven zet? Staat ze daar ook bij ons?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE CATECHISMUS VAN CALVIJN 47

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's