WEINIG OVERTUIGEND
Nog eens wat uit een kerkbode, ditmaal „Maandbad der Hervormde Gemeente Weesp", maart 1959, ons toegezonden om kennis te nemen van een artikel: , , De nieuwe psalmberijming", . getekend E. H.(oltrigter).
Het begint als volgt:
„Wat nu weer? Is die oude vertrouwde psalmbundel nu ook al niet meer goed? Moet ook dat nog weer veranderd worden?
Ja, zo is 'het. En hoe eerder hoe beter.
Want onze huidige psalmberijming is doortrokken met een geest die nu niet bepaald bijbels is.
Het klassieke voorbeeld hiervan is wel psalm 1 het 4de vers:
Hier staat o.a.:
God wendt alom het oog van zijn gena
op zulken, die, oprecht en rein van zeden,
met vaste gang het pad der deugd betreden.
God kent hun weg, die eeuwig zal toestaan
maar 't heilloos spoor der bozen zal vergaan.
De deugdzame mens die rein van zeden is, verdient hiermee dus het eeuwige leven.
Deze gedachte is beslist niet bijbels. In de proefbundel, die nauwe aansluiting zocht bij de psalmen zoals die in de bijbel staan, is dit vers dan ook weggelaten.
Dit éne voorbeeld is met zeer vele te vermeerderen."
Dit , , klassieke voorbeeld" wordt wel heel zwaar belast, als dat de uitspraak moet rechtvaardigen, dat de huidige psalmberijming doortrokken is met een geest, die nu niet 'bepaald bijbels is.
Dit is inderdaad veel te veel beweerd, afgezien nog van de vraag, wat de schrijver met het woord bijbels bedoelt, want dat is dikwijls zeer subjectief. Dat een mens, hij zij deugdzaam naar onze begrippen of niet deugdzaam, het eeuwige leven zou verdienen is zeker niet in overeenstemming - met de leer der Schriften. Dat staat ook niet in de onberijmde psalm. Deze spreekt van de man, wiens lust is in des Heeren wet. Hij stelt dezulken tegenover de goddelozen. In hetzelfde verband wordt gesproken van een staan in de weg der zondaren en van een zitten in het gestoelte der spotters. Hiermede worden kennelijk kenmerkende uitingen van goddeloosheid aangeduid. Dat wil niet zeggen, dat de man, die lust heeft in de Wet des Heeren geen zondaar is, maar hij' staat niet in de weg der zondaren, die ten verderve leidt.
Wij ontkennen niet, dat de berijming in het als voorbeeld van pelagianisme of farizeïsme aangehaalde vers verre van gelukkig is en zij vertolkt ook de onberijmde tekst niet juist; wij erkennen ook, dat er wel meer dergelijke voorbeelden genoemd kunnen worden.
Men doet echter tekort aan de adem van geestelijk leven, welke vanuit de onberijmde ook door de berijming van zovele psalmen vaart, als men zo maar in het algemeen beweert, dat zij doortrokken zijn van een onbijbelse geest.
Dat leven overheerst zozeer, dat 'men uitdrukkingen als , , oprecht en rein van zeden" en , , het pad der deugd betreden" zelfs niet pelagiaans'ch wil verstaan. Hoewel wij de berijming in dit vers niet kunnen prijzen of willen goedpraten, staat er trouwens ook het , , verdienen van het eeuwige leven" niet in.
Op zulk een wijze kan men de „oude vertrouwde psalmbundel" niet aan de kant 'zetten en maakt men zich schuldig aan miskenning van een keur van berijmingen, 'welke 'de gemeente voor geen tien nieuwe bundels zal willen missen.
Insgelijks is de aanprijzing van de proefundel weinig overtuigend. Wij geven de schrijver zelf het woord:
„Ook de duidelijkheid van de verzen heeft in de proefbundel veel gewonnen.
Leest u b.v. eens psalm 17:6.
Hier staat:
Geen leeuw is heter op de jacht,
geen j'onge leeuw kan in zijn kuilen
met meerder list het oog ontschuilen
dan hij, die mij ter prooi verwacht.
In de proefbundel is dit:
Gelijk een roofdier hurkt hij neer,
Een leeuw, zie hem zijn klauwen scherpen.
Sta op om hem terug te werpen,
Breng 'Gij hem lop de knieën, Heer!
U ziet dat hier het roofdier dat in de kuilen bezig was met list z'n oog te ontschuilen, een leeuw is die neergehurkt bezig is zich voor de aanval klaar te maken. In de oude berijming is dat alllemaal wel heel wonderlijk gezegd.
Een ander voorbeeld waaruit mag blijken hoezeer de taal aan duidelijkheid en kracht gewonnen heeft, moge blijken uit een vergelijking van psalm 38 : 10.
Eerst volgt hier de huidige berijming:
't Hart schokt in mij heen en weder
op en neder,
't lichaam valt mij krachtloos neer.
D'ogen, bijna blind gekreten,
Uitgebeten
zien het daglicht nauw'lijks meer.
In de proefbundel luidt ditzelfde vers:
Want waar zouden, Heer, mijn voeten
steunen moeten,
Nu mij d'afgrond opengaat.
Heer mijn God, ik heb misdreven
Red mijn leven.
Want Ik ben ten einde raad.
U ziet hoe 't horizontaal en verticaal zich bewegende hart en de blindgekreten, uitgebeten ogen verdwenen zijn.
Dat 't leven bedreigd wordt komt in de proefbundel veel duidelijker naar voren dan in de huidige berijming, ondanks de sterke staaltjes die hier ten beste worden gegeven om de bedreigde toestand van de betrokken persoon weer te geven.
U ziet dat we in de proefbundel veel gewonnen hebben. In de eerste plaats wanneer we op de bijbelse fundering letten. Het billijke, deugdzame leven waar de bundel zo vol van is, is vervangen door het leven dat alleen door de genade en de liefde van God gered kan worden.
Ook taalkundig is er veel verbeterd. Ook de duidelijkheid, die dikwijls. veel te wensen over liet, heeft veel gewonnen."
Als de domlne's zo gauw klaar zijn om de oude bundel te verwerpen en de proefbundel aan te prijzen, wil het mij toch voorkomen, dat zij het allervoornaamste criterium voorbij zien! Het is van belang, dat de berijming ook aan taalkundige eisen voldoet, maar hoofdzaak is, dat zij bij de tekst blijft en de zin van de tekst trouw vertolkt. In de psalmen klopt het leven der kerk, en tal van berijmingen in de oude bundel vertolken dat op een buitengewoon voortreffelijke wijze. Dat moet van de nieuwe berijmingen nog worden aangetoond, terwijl de door ds. H. gegeven voorbeelden in dit opzicht niet veel zeggen. Het gaat bovendien in psalm 38 niet in de eerste plaats over een , , bedreigde toestand" van de dichter, maar wij hebben te doen met een boetepsalm, een klacht uit een verbrijzeld hart.
Wij betreuren het dan ook, dat de kerfceraad te W. op zulke oppervlakkige gronden besluit deze proefbundel geleidelijk in te voeren.
S.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's