De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GELOOFSENTHOUSIASME IN NEDERLAND EN TORADJALAND III

Bekijk het origineel

GELOOFSENTHOUSIASME IN NEDERLAND EN TORADJALAND III

4 minuten leestijd

Het zal geen tegenspraak ondervinden, dat een zondaar bekeerd moet worden en begifitlgd moet worden met de genadegave des geloofs. En een Toradja-zondaar zal datzelfde geloof moeten ontvangen ais de Nederlandse zondaar.

Maar dan, wanneer het geloof geschonken is. Leeft dat geloof bij de Toradja meer als-bij de Nederlander? Komt het geloof er meer en duidelijker tot openbaring? Is er meer een leven uit het geloof?

Dit sta voor ons wel vast, wanneer het geloof door Gods genade geschonken is, dat het tot openbaring moet komen. Het nieuwe leven door Gods genade in het hart gewerkt kan niet verborgen blij'ven. Alle leven openbaart zich en zeker ook dit nieuwe door de Heilige Geest gewekte leven. En dat geloof gaat uit naar Christus, de van God beloofde en geschonken Zaligmaker.

De zonde heeft krachtens haar aard twee kanten. Ze is in de eerste plaats schuld, verbreking van de verhouding met God, uitgestoten zijn uit de gemeenschap met God, getroffen door het oordeel Gods.

De zonde is in de tweede plaats ook innerlijke ontwrichting, smet, verzwakking en verwoesting van karakter, slavernij des duivels.

Maar als Christus in ons leven komt, dan brengt Hij ook een tweeledige verlossing. Hij draagt de schuld. Hij schenkt de rechtvaardigmaking, de vrijspraak van de vloek en van straf. Hij brengt weer tot stand de gemeenschap met God. Maar daarnaast komt Hij ook met de kracht Zijner opstanding in het hart van de zondaar en geeft een nieuw levensbeginsel. En die twee horen bij elkander. Ze kunnen niet buiten elkaar en staan ook in juiste volgorde.

In onze tijd spreekt men wel van vernieuwing. Allerlei dingen moeten vernieuwd worden. Maar die vernieuwing is pas mogelijk als er een genadig God is door de verzoening in de Heere Jezus Christus. Onze schuld moet verzoend en de zonden moeten vergeven zijn. En op grond daarvan komt de vernieuwing van het leven. Wanneer het Woord van God door Zijn Geest in het hart gaat werken, dan kan die vernieuw'ng ook niet uitblijven.

En nu is het Woord van God in de Toradjalanden gebracht en het is tot grote zegen geweest en is het nog. God heeft het willen gebruiken om menig Toradja de ogen te openen voor 'de zonden, waarin zij leefden. Maar ook heeft Hij het willen gebruiken om in vele harten het nieuwe leven tot openbaring te brengen.

De Toradja moet van heel wat verlost worden. Zij zitten van nature gebonden in allerlei banden. Vrees is de grondtoon van hun leven. Zij weten zich omringd van talloze geesten. Alles wat hen overkomt zien zij in verband met de hen omringende geestenwereld. Wanneer een kind, dat altijd in een vuil, berookt en donker huis leeft, ontsteking aan de ogen krijgt, dan is er niemand die denkt aan de ellendige omstandigheden waaronder dat kind leeft, maar het is een boze geest die het kind blind wil maken. Wanneer een muizenplaag de rijstoogst bedreigt, dan is er een boze geest, die de Toradja zijn eten wil onthouden.

De zonde van de Toradja is, dat hij allerlei geesten vreest en daaraan zijn offers brengt om die gunstig te stemmen. Dat is het wat de Toradja van zijn jeugd af aan geleerd heeft. En wanneer nu de prediking van het Woord door Gods Geest doordringt in de ziel van een Toradja, dan ziet hij hoe hij gezondigd heeft tegen God door die geesten te dienen en daaraan zijn offers te brengen. En hij weet vaak ook niet hoe hij onder de macht van die geesten vandaan moet komen. Soms meent hij er van los te komen door de bepaalde cyclus van offers en feesten voor de geesten af te maken. Om daarna te merken, dat het afmaken van een cyclus hem niet verlost van de zonde noch van de vrees. Uit het Evangelie echter hoort hij, dat Jezus Christus de Enige Bevrijder en Verlosser is. En als hij dan die Christus mag leren kennen als ook de Verlosser voor hem dan wordt hij losgemaakt van de banden, 'die hem zijn leven lang gevangen hielden.

Wat dacht ge, dat die Toradja, die geloven mag dat Christus zijn zonde voor God boette en door die Christus de bevrijding ontvangt uit die angst en vrees voor de geesten, geen vreugde in zijn hart zou gevoelen?

(Slot volgt.) 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GELOOFSENTHOUSIASME IN NEDERLAND EN TORADJALAND III

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's